REPORTAGE FIETSENLAND CAMBODJA

Cambodja laat de wereld fietsen (maar bijna niemand weet dat)

In Cambodja, op de grens met Vietnam, verschijnt de ene na de andere fietsenfabriek. In korte tijd is het land opgeklommen tot in de topvijf van fietsenproducerende grootmachten in de wereld, net na Nederland. Wat is het geheim achter dit succes?

De 39-jarige Cambodjaanse arbeider Khem heeft per fiets maximaal een ­minuut om het tandwiel vast te draaien. Zodra hij klaar is, draait de lopende band verder en verschijnt het volgende frame. In dit tempo leveren de werknemers van fietsproducent Smart Tech dagelijks tussen de 600 en 800 fietsen af. ‘Mijn baas is nogal competitief’, zegt Khem.

De fabriek staat in Tai Seng, een industrieel complex aan de grens met Vietnam. Deze regio is het walhalla van de Cambodjaanse fietsindustrie, een van de snelst groeiende sectoren van het land. Vorig jaar verkochten fabrieken in Cambodja al anderhalf miljoen fietsen aan het buitenland. De meeste rijwielen kwamen terecht in Europa.

nieuwsbrief

Ondanks de successen mogen we in geen enkele fietsfabriek in het land zelf een kijkje nemen, want: corona. De eigenaars zijn doodsbang dat de productie door een besmetting stil komt te liggen. En misschien willen ze liever ook geen pottenkijkers: het werk is zwaar en – vanwege de spuitverf – niet altijd veilig. Monteur Khem wil ook alleen onder een schuilnaam zijn verhaal doen, want als zijn baas ontdekt dat hij met een journalist heeft gesproken, kan hij zijn baan verliezen.

Een fietsenwinkel in Pnom Penh, de hoofdstad van Cambodja.

Niet dat Khem negatief is over zijn werk. ‘Hiervoor werkte ik in een matrassenfabriek en verdiende ik 130 euro per maand. Nu verdien ik 190 euro per maand.’

Dit is in Cambodja een gemiddeld salaris, maar voor een Taiwanese fietsenproducent zoals Smart Tech natuurlijk een schijntje. Het is ook een stuk minder dan in China, waar de meeste fietsen worden vervaardigd. Maar daar zijn de lonen het afgelopen decennium flink gestegen. Daarom hebben veel fietsmerken hun productie naar Cambodja overgeheveld. Het Zuidoost-Aziatische land is nu de vijfde fietsenproducent ter wereld, na China, Taiwan, Nederland en Duitsland. De verkoop leverde vorig jaar al ruim 320 miljoen euro op, aldus het Cambodjaanse ministerie van Handel. Daarnaast houden de fabrieken duizenden Cambodjanen aan het werk.

Met zijn inkomen – en dat van zijn vrouw, die in de textielindustrie werkt – kon Khem twee jaar geleden een hypotheek afsluiten voor de aankoop van een huis en een stuk grond om rijst te verbouwen. ‘We hebben 9.000 euro geleend. In 2024 moeten we het hebben afbetaald.’

De coronacrisis heeft die planning wel een beetje in de war geschopt. Door de pandemie lag de productie een stuk lager en hadden Khem en zijn collega’s soms maar tien dagen per maand werk en kreeg hij slechts een derde van zijn normale loon. ‘Ik heb een beetje van mijn ouders moeten lenen’, aldus Khem.

Veel Cambodjaanse arbeiders staan te springen voor een baan als deze. Dat het werk vaak afzien is – Khem vertelt dat het erg heet is in de fabriek en dat collega’s op de verfafdeling weleens flauwvallen door de verflucht – nemen ze op de koop toe.

Exportparadijs

De goedkope arbeid is niet de enige ­reden waarom Cambodja aantrekkelijk is voor rijwielproducenten, zeggen onder­nemers. ‘De kwaliteit van de productie is goed, ze hebben de capaciteit en voor onze belangrijkste distributiecentra gelden gunstige kortingen op de import­tarieven’, schrijft Bob Margevicius in een e-mail. Hij is directeur van fietsmerk ­Specialized Bicycles, dat ook in Nederland zaken doet. Het bedrijf opende in 2012 een fabriek in Cambodja en produceert er nu jaarlijks 600 duizend rijwielen.

De gunstige tarieven vormen de belangrijkste trekpleister. Als een van de ‘minst ontwikkelde landen’ – een criterium van de Verenigde Naties – hoeft Cambodja voor het exporteren van goederen naar de EU geen 14 procent importbelasting te betalen. De regeling geldt voor alle exportproducten behalve wapens en munitie. Ook de Verenigde Staten rekenen voor producten uit Cambodja een gunstig tarief.

  • In Cambodja wordt weinig gefietst: de Cambodjanen nemen liever de scooter.

  • Door kinderen wordt er wel veel gefietst, met name op tweedehands exemplaren.

Het handelsconflict tussen China en de Verenigde Staten van de afgelopen jaren heeft de opmars bespoedigd. ‘Toen onze idiote president de handelsoorlog begon en zei dat we die sowieso gingen winnen, realiseerden we ons dat het tijd was om onze productielijn diverser te maken’, zegt Arnold Kamler, de topman van het Amerikaanse fietsmerk Kent.

Kamler vroeg zijn zakenpartner in China, de Chinese fietsproducent Ge Lei uit Shanghai, om een kwart van de productie, oftewel een miljoen fietsen, in een ander land onder te brengen. Ge keek direct naar Cambodja. ‘Het land is vriendelijk voor China en de Chinezen’, zegt hij.

Vriend van Beijing

Dat lijkt futiel, maar dat is het niet. Terwijl veel landen in Azië balanceren tussen de belangen en wensen van grootmachten China en de VS, heeft de Cambodjaanse premier jaren geleden een duidelijke keus gemaakt voor Beijing. Het resultaat is dat China sindsdien miljarden in de Cambodjaanse economie pompt. Aan de zuidkust transformeert het voorheen slaperige strandstadje Sihanoukville in een Chinees vastgoed- en casinoparadijs. Ook in Phnom-Penh wemelt het van de Chinese hijskranen en zitten de Chinese restaurants vol met Chinese managers zoals Ge.

De Chinese fietskoning zag nog een ander voordeel. Door de productie naar het Zuidoost-Aziatische land te verhuizen, hoeft Ge niet langer de antidumpingheffing te betalen over de rijwielen die hij naar Europa verscheept. Sinds jaar en dag geldt binnen de EU een heffing van 48,5 procent op fietsen van Chinese makelij, omdat deze eerder in grote volumes voor onredelijk lage prijzen in Europa werden gedumpt.

Alle fietsen die Khem en zijn collega’s afmonteren, zijn bedoeld voor de export. De binnenlandse markt is te klein. ‘Niet veel Cambodjanen kunnen zich dat soort dure fietsen veroorloven’, zegt Ngor Sokch­heng (63), een van de oudste fietshandelaren van Phnom-Penh.

Ngor, die in 1983 begon, verkoopt met name tweedehandsfietsen uit Japan, die Vietnamese tussenhandelaren naar Cambodja halen. Soms verkoopt Ngor ze door aan handelaren in Thailand. ‘Die kopen alles wat los en vast zit.’

In Cambodja zijn met name mountainbikes en kinderfietsen populair, zegt Ngor. Aan tieners en jongvolwassenen verkoopt de 63-jarige vrijwel niets. Die willen alleen nog maar een brommer – het dominante vervoermiddel in Zuidoost Azië.

Nieuwe EU-sancties

Het is de vraag hoe lang Cambodja zijn status als exportparadijs kan behouden. Afgelopen zomer trok de EU de ontheffing op importbelasting voor producten uit Cambodja deels in, vanwege de groeiende repressie door de regering van premier Hun Sen. De afgelopen jaren werden tientallen activisten gearresteerd en werd kritische media de mond gesnoerd. Oppositiepartij CNRP is sinds 2017, na een jarenlange electorale opmars, verboden. De Cambodjaanse Volkspartij van Hun Sen, die al sinds 1985 aan de macht is, heeft sindsdien het rijk alleen. Ook in de VS gaan stemmen op Cambodja sancties op te leggen.

Goed nieuws voor de rijwielmakers is dat de sanctie vooralsnog alleen geldt voor de textielindustrie. Fietsen mogen nog altijd onbelast de EU binnenkomen. De vraag is wel hoe lang het nog duurt voordat de EU zwaardere maatregelen neemt. Die dreiging maakt Cambodja voor ondernemers nu al een stuk minder aantrekkelijk, zegt Margevicius van ­Specialized Bicycles. ‘Het is instabiel. Het feit dat zowel de EU als de VS elk moment een eind kunnen maken aan de ontheffing hangt als een donkere wolk boven de markt.’

Concurrentie uit Vietnam

Een andere zwakke schakel in de Cambodjaanse fietsindustrie is dat lang niet alle onderdelen lokaal worden geproduceerd. Zo worden de wielen en het stuur in Vietnam vervaardigd. In de fabrieken nabij de Vietnamese grens wordt de boel dan in elkaar gezet. De eindproducten gaan weer terug naar Vietnam, richting de haven van Ho Chi Minhstad. Zolang het percentage buiten Cambodja vervaardigde onderdelen niet te hoog is, wordt het eindproduct als Cambodjaans beschouwd en mag het in de EU belastingvrij geïmporteerd worden.

Het vorig jaar getekende handelsverdrag tussen Vietnam en de EU betekent echter dat ook Vietnam in de EU minder importtarieven op rijwielen hoeft te betalen. De heffingen op fietsonderdelen worden in drie jaar afgebouwd, en die op complete fietsen in zes jaar tijd. Dat kan bedrijven ertoe bewegen hun hele productie naar Vietnam te verhuizen, de plek waar toch al veel onderdelen worden gemaakt. ‘Dat zie je nu al gebeuren’, zegt Margevicius.

Zelf is de producent niet van plan te vertrekken. Hij is ‘tevreden’ met de kwaliteit van het werk. Zolang er genoeg goede werklui beschikbaar zijn, ziet Margevicius geen problemen.

Khem, de Cambodjaanse arbeider, zegt dat hij ondanks de zware omstandig­heden graag zo veel mogelijk wil werken. Hij klaagt zelfs dat hij niet genoeg overuren krijgt toegewezen. ‘Het is niet dat ik het werk zo leuk vind, maar ik wil mijn ­lening voor mijn huis zo gauw mogelijk afbetalen.’

nieuwsbrief