Engels/Nederlands

U stoort zich aan luie leenvertalingen uit het Engels. Hoe erg is zo’n anglicisme?

Afleveringen

De finale aflevering

We noemen het een dag. Het is over voor deze rubriek. Op deze plek hebben we over het afgelopen jaar een van onze meest belangrijke ergernissen ooit aangepakt, namelijk anglicismen: luie leenvertalingen uit het Engels. In 43 weken zagen we natuurlijk maar een tipje van de ijsberg. Niet elk anglicisme maakte de krant: omdat het toch gewoon Nederlands bleek te zijn, of ter redactie twijfel opriep, of omdat het te complexe gevallen waren om in deze bescheiden ruimte te behandelen.

We zijn de lezers die deze rubriek religieus volgden en de link legden tussen het Engels en foute vertalingen dan ook zeer dankbaar. Zij lazen de krant zorgvuldig en acteerden op een luie leenvertaling door ons enthousiaste, teleurgestelde of kritische e-mails te sturen. Zo werden ze bijna net zo geobsedeerd met anglicismen als wij. Wij nemen dat niet voor lief. Natuurlijk viel er regelmatig wat op te merken op de executie van de Volkskrant, sinds zelfs wij niet over alles de controle hebben, maar aan goede wil heeft het ons niet ontbroken. We hopen dat de belangrijkste anglicismen in deze rubriek in elk geval niet misten.

Nu is dan de beslissing gemaakt ermee te stoppen. Aan het eind van de dag zullen hier niet veel dramatische veranderingen plaatsvinden. Er zit een nieuwe taalrubriek in de pijplijn, waarvoor uw bijdragen net zo hard nodig zijn. En u bent natuurlijk vrij om anglicismen in te blijven zenden, die zouden namelijk zomaar eens in de rubriek ‘Lezerspost’ kunnen worden behandeld.

Is het erg? Alleen als niet een van de twintig anglicismen hierboven u is opgevallen.

Vroeger of later, sedert of sinds

Sinds het zulk lekker weer is, zullen we deze week niet te stellig oordelen over anglicismen. Neen! Het moet zijn: ‘aangezien’ het zulk lekker weer is. Het betreft hier geen tijdsbepaling, maar een reden. Het Engelse since kan ‘sinds’ betekenen, maar ook ‘aangezien’. Onze ‘sinds’ bestaat alleen maar in de betekenis van ‘sedert’, ‘vanaf het tijdstip dat’. ‘Sinds’ en ‘sedert’ stammen af van het gotische woord seipus, dat ‘laat’ betekent. ‘Sinds’ betekent natuurlijk ook in zekere zin ‘later dan’, het beschrijft altijd een moment ná en niet vóór.

We gebruiken ‘sinds’ dus als het om tijd gaat en ‘aangezien’ als het om een reden gaat. Bij twijfel: vraag je af of je het woord door ‘sedert’ kunt vervangen. Zo nee, dan moet het ‘aangezien’ zijn. Dat heeft het Nederlands maar weer mooi bedacht.

Een andere tijdskwestie: de uitdrukking ‘vroeg of laat’. Daar wordt onder invloed van het Engels (sooner or later) regelmatig ‘vroeger of later’ van gemaakt. En voordat u luie, scrollende millennials wilt aanwijzen als de aanstichter: deze kwestie bewijst dat anglicismen al langer bestaan dan Instagram en het wereldwijde web, want Robert Long noemde in 1974 zijn debuutplaat al Vroeger of later. Dat betekent dat er minstens 47 jaar aan anglicismen te vinden is – deze rubriek kan de mouwen opstropen. Niet alleen de millennials de schuld geven, dus.

Is het erg? Ja!

De lengte van een paragraaf

We gaan op reis (naar de supermarkt) en nemen mee: mondkapjes, handgel, en een meetlint. Als dit niet al de treurigste opsomming aller tijden was, werd ze dat wel door dit orthografische anglicisme: de toevoeging van een komma voor het woord ‘en’, dat hier het laatste deel van een opsomming inluidt. Jazeker, de Engelsen hebben het over fish, chips, and lager waar wij het over appels, peren en bananen hebben.

Sommige mensen denken dat je nooit een komma voor ‘en’ mag zetten. Dat is niet waar. Soms is het zelfs noodzakelijk. Onze Taal geeft de volgende zinnen als voorbeeld: ‘We zagen Ella, de moeder van Veerle en Lucas.’ ‘We zagen Ella, de moeder van Veerle, en Lucas.’ In het tweede geval bakenen de komma’s een zogenoemde uitbreidende bijzin af en maken ze geen deel uit van de opsomming.

En dan nu een ander anglicisme, over tekststructuur. In de Volkskrant van 5 december werd de Engelse schrijver Martin Amis als volgt geciteerd: ‘Ik geef in mijn boek [Uit de eerste hand] specifieke informatie over dingen als de lengte van een paragraaf.’ Het woord paragraph is hier onjuist vertaald als ‘paragraaf’, een woord dat in het boek zelf niet voorkomt. Het had ‘alinea’ moeten zijn. Een alinea springt in, bestaat uit een aantal zinnen en houdt eerder op dan de regel vol is. Een paragraaf wordt afgebakend door witregels en springt niet in. Een alinea maakt dus deel uit van een paragraaf. En wat had Amis er nu over te zeggen? ‘Lange alinea’s zijn voor de snelweg, korte alinea’s voor stadsverkeer.’

Is het erg? Daar kunnen we stadsverkeer over zijn: ja.

Twee keer zo erg

We hebben het in deze rubriek al eens eerder gehad over rekenkundige principes in de Nederlandse taal. Zo kwamen we al eerder tot de conclusie dat het ‘de op twee na beste’ moet zijn in plaats van ‘de derde beste’, en ‘een op de drie personen’ in plaats van ‘elke derde persoon’.

Jeroen Soutberg schreef ons over anglicistische vergelijkingen, die een bron van ergernis voor hem zijn. ‘Als ik lees ‘Zij maakt nu twee keer meer doelpunten dan vorig jaar’, heb ik steeds de neiging om te roepen: ‘En de derde keer?!’.’ Gevolgd door enkele krachttermen waar niets anglicistisch bij zat. De zin in kwestie had natuurlijk moeten zijn: ‘Zij maakt nu twee keer zo veel doelpunten als vorig jaar.’ Zelf visten wij in een ouder artikel al deze zin uit de Volkskrant: ‘Ze valt voor een man van twee keer haar leeftijd.’ Dat had moeten zijn: ‘Ze valt voor een man die twee keer zo oud is als zij.’

Misschien zijn deze schrijvers een beetje huiverig voor de Nederlandse constructie, en met name de vraag of ze ‘als’ of ‘dan’ moeten gebruiken. Iedereen kent wel zo’n beetje de regel ‘groter dan, even groot als’. Bij zinsneden als ‘tien keer zo groot als’ kan men denken: hier is sprake van een ongelijkheid, dus moet het ‘dan’ zijn. Dat is niet het geval. ‘Dan’ volgt alleen na een vergrotende trap (‘groter’) en bij een vergelijking gebruiken we altijd ‘als’, ook als de vergelijking ongelijk uitvalt.

Is het erg? ‘Twee keer meer ergernis’, schreef lezer Soutberg.

Dat andere nieuwe normaal

Een gegeven paard kijken we niet in de bek, zeker als het een paard van onze lezers betreft. Tom Rops wees ons terecht op een anglicisme in de Volkskrant van 22 januari. De tekst in de krant luidde: ‘Bannon (…) werd er later door de president uitgegooid na een machtsstrijd met Trumps dochter Ivanka (‘dom als een baksteen’, noemde Bannon haar).’ Lezer Rops schreef hierover: ‘Gaan we Engelse uitdrukkingen letterlijk vertalen? Thick as a brick lijkt me in het Nederlands iets als ‘oliedom’ of ‘zo dom als het achtereind van een varken’.’

Nee, het is zeker niet de bedoeling om Engelse uitdrukkingen letterlijk te vertalen, al vonden we in het archief ook een ‘tipje van de ijsberg’ (tip of the iceberg) in plaats van een ‘topje van de ijsberg’.

Een normalere kwestie betreft de kwestie ‘normaal’. ‘Normaal’ mag van Van Dale – al is wat tegenwoordig wat mag en niet mag voortdurend aan verandering onderhevig, en kun je altijd gewoon demonstreren tegen wat niet mag, op een tijdstip dat het niet mag – worden gebruikt in de betekenis van ‘gewoonlijk’, ‘normaal gesproken’ of ‘normaliter’, maar toch springen wij daar het liefst voorzichtig mee om, omdat we vermoeden dat die betekenis zich opdringt naar voorbeeld van het Engelse normally.

Wat dacht u van de volgende zin, uit de Volkskrant van 24 april: ‘Janne Mooij (40) maakt normaal kostuums voor festivals.’ Het zou nu kunnen klinken alsof zij zeer gewoontjes en overeenkomstig de regels haar werk doet, maar dat zou wel erg normatief van ons zijn.

Is het erg? Wij protesteren tegen het nieuwe normaal.

Overzien

Vorig jaar schreef Herman Verheij dat naar zijn mening het woord 'overzien' in de betekenis van 'de leiding hebben bij' of 'toezicht houden op' in deze rubriek thuishoorde. Hij had in de krant gelezen dat André Kuipers destijds de koppeling van een capsule aan het ISS 'overzag'. Verheij: 'Graag even op letten in het vervolg!'

Wim Hilbrants las op 28 september in de krant: 'Procesoperatoren (...) overzien de machines' en schreef: 'Ik denk dat die operatoren meer doen dan de boel overzien. Ik denk eerder dat ze zijn aangesteld om de zaak in de gaten te houden.' Op 20 januari stuitte hij op deze frase: 'De defensietak die alle militaire operaties in het Midden-Oosten en Azië overziet.'

Volgens de twee lezers betreft het luie leenvertalingen van to oversee, dat inderdaad 'toezicht houden op' betekent. Het Nederlandse 'overzien' betekent volgens Van Dale 'in zijn geheel bezien' of 'nazien, met name om na te gaan of iets in orde is'. Zoals Hilbrants schrijft: 'Dat impliceert geen betrokkenheid of verantwoordelijkheid.' We zagen het al eerder, woorden die worden gebruikt in de betekenis van woorden uit het Engels die daarop lijken: karakter (personage), acteren (handelen) en surreëel (surrealistisch).

Is het erg? Wij kunnen het aantal anglicismen niet meer overzien.

Wageningen University


Vorige week schreven we over Engelse woordvolgorde in Nederlandse zinnen, syntactische anglicismen.

Het onderwerp beroerde Onno de Vries uit Leerdam: 'Graag wil ik bij dezen wijzen op een ander Engels fenomeen dat geleidelijk onze taal binnensluipt. Dat zijn eigennamen waarin een plaatsnaam voorkomt. Koploper is hier de Landbouwuniversiteit te Wageningen, die zich al sinds heel wat jaren 'Wageningen University' noemt. Dat is beslist in strijd met het Nederlandse taaleigen, dat de volgorde Universiteit Wageningen vereist. De Universiteit Tilburg noemt zich 'Tilburg University'. Maar het zijn niet alleen universiteiten die dit doen: het Amsterdamse universitair ziekenhuis heet tegenwoordig 'Amsterdam UMC', terwijl dat natuurlijk moet zijn UMC Amsterdam. Het is maar mooi dat de tegenhanger in Leiden (LUMC) altijd nog 'Leids Universitair Medisch Centrum' heet: let op die 's'.'

Dergelijke beschrijvingen waren ons al eerder opgevallen - en het fenomeen beperkt zich niet tot plaatsnamen. Zo verzamelden wij: 'een Memphis soulveteraan' (een soulveteraan uit Memphis), 'een Unilever plantage' (een plantage van Unilever), 'een voormalige Uber en Google marketeer' (voormalig marketeer bij Uber en Google), 'de Oceanië-tentoonstelling' (de tentoonstelling Oceanië), 'de 2021 editie' (de editie van 2021).

Engelsen gebruiken vaak zelfstandige naamwoorden als bijvoeglijke naamwoorden en het Nederlands kent ook samenstellingen, maar bij deze voorbeelden zegt ons taalgevoel voorlopig nog dat de volgorde anders had gemoeten.

Is het erg? De Vries is duidelijk een trouwe lezer, want hij sluit zijn e-mail af met: 'Ja, het is erg.'

Engelse zinsbouw

Terwijl de wereld zich in 2020 bezighield met netflixen, complottheorieën bedenken, pandemieën bestrijden en wat al niet meer, besloot deze rubriek zich op een andere manier nuttig te maken: door het verzamelen van bijzinnen met een verkeerde woordvolgorde, in onze optiek beïnvloed door het Engels.

In een bijzin is de woordvolgorde beduidend anders dan in een hoofdzin. In een hoofdzin is de volgorde over het algemeen: onderwerp-persoonsvorm-overige zinsdelen ('man bijt hond'). Een algemeen kenmerk van een bijzin is juist dat de persoonsvorm achteraan staat ('ik zie dat de man de hond bijt'). Het onderwerp wordt in deze zinnen dus niet meteen door de persoonsvorm gevolgd.

In het Engels is dat niet het geval. Daar blijft de volgorde óók in de bijzin onderwerp-persoonsvorm-overige zinsdelen. En tot onze teleurstelling zagen we die volgorde in meerdere media ook voorbijkomen in Nederlandse bijzinnen: 'De auteur schreef een boek, waarin hij duikt in de geschiedenis van de mens', 'Het is perfect getimed dat het museum komt met een tentoonstelling over dit onderwerp', 'Hij hoopte dat hij gespeeld zou worden door Denzel Washington', 'de arbeidsvitaminen die schalden uit de radio aan de overkant'.

Dit zijn allemaal gevallen van een syntactisch anglicisme: een anglicisme op zinsbouwniveau. Correct Nederlands was geweest: 'waarin hij in de geschiedenis van de mens duikt', 'dat het museum met een tentoonstelling over dit onderwerp komt', 'dat hij door Denzel Washington zou worden gespeeld', 'die uit de radio aan de overkant schalden'.

Is het erg? Ja. Zinsbouw is net zo essentieel voor de Nederlandse taal als elk ander onderdeel.

Nogmaals: ingezworen

Terwijl de rest van de wereld zich verheugt op het nieuwe jaar, zien wij het allemaal maar somber in. Buiten slaan de anglicismen tegen de ramen en binnen stapelen de lezersbrieven zich op. Nog net voor de feestdagen wist een anglicisme door te dringen tot de pagina's van de Volkskrant, in een kop nota bene ('Zoon van Russische KGB-man ingezworen als lid Hogerhuis', 21 december). En in dit nieuwe jaar stond hetzelfde anglicisme alweer in Volkskrant Magazine ('wanneer de nieuwe Amerikaanse president wordt ingezworen', 2 januari). Dat alles nadat wij er in deze rubriek al op hadden gewezen dat 'inzweren' in de betekenis van 'beëdigen' een smerig anglicisme is, omdat het een luie vertaling van to swear in is.

Voor eens en altijd: Joe Biden wordt niet 'ingezworen' als president van de Verenigde Staten, maar 'beëdigd' (of 'ingewijd', 'geïnstalleerd' of 'geïnaugureerd' desnoods). E.J. Scheerhoorn schreef: 'Misschien ben ik nu dan bezig met een wanhoopsoffensief, maar ik wil toch mijn bijdrage hebben geleverd aan dit offensief. Liever strijdend ten onder gaan, dan dat mijn kleinkinderen ooit 'ingezworen' zullen worden. Niet zonder dat ik zelf althans een poging heb gedaan om ze voor dit onrecht te behoeden.' Waarvan akte. 'Wat zijn jullie toch hardleers', 'ezels van eindredacteuren' en dergelijke uitspraken vlogen ons in de andere brieven om de oren.

Wat doe je in zo'n geval? Dan eet je een stuk kaas. En blader je nog eens door je eindejaarslijstje met anglicismen, waarop je de lezer had willen trakteren. Misschien een volgende keer, misschien wel nooit.

Is het erg? We zien niet in hoe het ooit nog beter kan worden.

Protestanten

Een nieuwe week, een nieuw coronagerelateerd anglicisme. Bart Doets schreef ons over het gebruik van 'uitrollen' (to roll out). Bijvoorbeeld in 'het vaccin uitrollen' in plaats van het vaccin introduceren, verkrijgbaar maken, ter beschikking stellen. Gelukkig laat lezer Doets wel ruimte voor speling: 'Uitrollen in de betekenis van bijvoorbeeld 'de rode loper uitrollen' is natuurlijk wel goed Nederlands.'

Een spandoek kun je ook uitrollen. Dat zal ongetwijfeld in de geschiedenis ook wel door protestanten zijn gebeurd, dat wil zeggen mensen van het protestantse geloof, maar dat werd toch niet bedoeld in deze omschrijving van de Black Lives Matter-demonstraties in Portland, dit jaar: 'Om de politiemannen en protestanten heen stonden Trumps agenten toe te kijken, die nacht' (Volkskrant magazine, 22 augustus). Eerder lazen we al over 'protesteerders' (de Volkskrant, 6 juni). Deze spraakverwarring is toe te schrijven aan het Engelse protesters, waar dit twee slechte leenvertalingen van zijn. 'Protestanten' in deze betekenis en 'protesteerders' staan niet eens in de Van Dale, dus we verbieden hierbij deze woorden ooit nog te gebruiken waar het natuurlijk moet zijn: demonstranten.

We sluiten wat minder streng af met deze e-mail van Mieke van Gerven: 'Dit is de eerste keer dat ik u mail over een 'taalirritatie'. Het betreft een luie vertaling uit het Engels die ik steeds vaker tegenkom. A mother of four wordt vertaald als 'een moeder van vier', waarbij ik dan steevast denk: goh, dat is jong!'

Is het erg? Wij blijven protest aantekenen.

Ingezworen

In een week waarin ondergetekende helemaal in toeze is van de decemberdrukte (zie het Woord van de week) waren de lezers als altijd bij de pinken. Hun bijdragen zijn ook nog eens bijzonder actueel (wat natuurlijk ook weer niet zó gek is bij een nieuwskrant) en gaan over Black Friday, een bijzondere geboorte (Kerst!) en de nieuwe president van de VS. Het bijgeleverde commentaar wordt, net als het aftellen naar 2021, steeds grimmiger.

Mira van Broekhoven trapt af met wat met een beetje goede wil als een compliment kan worden beschouwd: 'Ergens knap dat het journalisten lukt elke keer weer nieuwe anglicismen te bedenken.' Het betreffende anglicisme stond in de Volkskrant van 27 november: 'dat groepen opkopers via gecoördineerde acties duizenden PlayStations hebben opgekocht de seconde dat die in webwinkels werden aangeboden'. 'De seconde dat' (the second that) is inderdaad niet fraai. Beter was geweest: zodra.

Gert Bosch heeft het al over 'een van de slechtste anglicismen van de laatste tijd'. Hij doelt op een zinsnede uit de Volkskrant van 6 november: 'gaf ze geboorte aan een dochter'. She gave birth is hier veel te letterlijk vertaald en had 'baarde ze een dochter' of 'beviel ze van een dochter' moeten zijn.

Theo Bührs was het meest uitgesproken. 'Het smerigste anglicisme dat ik overal in de pers en dus ook in de Volkskrant aantref is: 'de president/de jury is ingezworen'. Alsof het een medisch proces is van een tot op het bot dooretterende pusbuil.' Hier moet natuurlijk 'beëdigd' staan.

Is het erg? Hoe zou zo'n prachtige drie-eenheid van kritische lezers erg kunnen zijn?

Putin

Ah, de Russen. Wat we allemaal niet aan ze te danken hebben: wodka, biefstuk stroganoff en Jelle Brandt Corstius. De beste schrijvers, componisten, balletdansers en dictators. En het Russische alfabet natuurlijk. Aan elk volkje de schone taak dit in de eigen taal te translitereren. Hierbij treedt de laatste jaren vaker anglicistische transliteratie op, dat wil zeggen: we schrijven Russische woorden in de Engelse spelling. Dus Nikolai, Andrei, Putin, Chekhov, Trusevich, Tikhanovskaya en Kureichik in plaats van Nikolaj, Andrej, Poetin, Tsjechov, Troesevitsj, Tichanovskaja en Koerejtsjik. Een grote zorg en ergernis van deze rubriek. Want zeg nu zelf, als we het al hebben over ‘starten’ en ‘karakters’, en het dan ook nog gaan hebben over Nureyev en Tchaikovsky, kunnen we maar beter helemaal overstappen op het Engels.

Dan kunnen wij dat wel zo streng afkeuren, zult u misschien denken, maar hoe kan ik nu weten wat de juiste Nederlandse spelling is? Het is niet dat Google hier zo behulpzaam bij is, of dat iedereen een slavist in de kennissenkring heeft. Daarvoor delen wij hier graag een vondst waarover wij zelf erg opgewonden zijn: de Transcriptor (taalmannetje.nl/transcriptor), het resultaat van een NWO-project van het Meertens Instituut en de Radboud Universiteit. Andere partners van het project zijn Onze Taal, de Nederlandse Taalunie en Tilburg University. In de Transcriptor kun je Russische (plaats)namen invoeren in het cyrillisch of het Engels (briljant) en na een druk op de knop verschijnt de Nederlandse schrijfwijze.

Is het erg? Wees scherp in uw blik, maar zacht in uw oordeel, schijnt Tolstoj te hebben gezegd. Dat kan hij niet zo hebben bedoeld.

Balanceren

Jeltje Doeleman gruwelde zo van de volgende zin, dat ze het niet kon nalaten ons te schrijven: ‘De dringende behoefte aan covidvaccins moet worden gebalanceerd met de noodzaak om veiligheid te garanderen.’ (de Volkskrant, 20 november) ‘Balanceren doe je op de rand van de afgrond’, schrijft ze. ‘‘In evenwicht brengen’ zou ik gebruiken.’ Dit is een zuiver anglicisme: to balance (dat inderdaad ‘in evenwicht houden of brengen’ betekent) lijkt uiterlijk op ‘balanceren’, maar de betekenis is net even anders. ‘Balanceren’ kan in de betekenis van ‘in evenwicht houden’ niet overgankelijk worden gebruikt, oftewel: je kunt niet ‘iets’ balanceren. De volgende zinnen kunnen bijvoorbeeld wel: ‘Het is lastig balanceren tussen bewegingsvrijheid en het indammen van het virus’ (21 november), en: ‘Biden moet balanceren tussen verzoening en vernieuwing’ (9 november). In het voorbeeld van lezer Doeleman was ‘afgewogen’ of ‘in evenwicht gebracht’ beter geweest.

Meer gruwels. Sjoerd Marrenga schreef: ‘Als, zij het inmiddels gepensioneerd, docent Engels ben ik op zich nooit vies geweest van een anglicisme, maar wat ik onlangs in de Volkskrant las vond ik toch wel wat ver gaan. Het gaat om de term ‘productplaatsing’, letterlijk overgezet uit het Engelse product placement (14 november, red.). Want zeg nou zelf, wat is er eigenlijk mis met de prima Nederlandse term ‘sluikreclame’?’ Helemaal niets. Daarom waren we, terwijl we nog worstelden met het idee dat iemand niet vies kan zijn van een anglicisme, diep geschokt erachter te komen dat ‘productplaatsing’ is opgenomen in Van Dale.

Is het erg? We gruwelen er nog steeds van.

Grootste groei ooit

‘Wat mij erg stoort’, schreef Trix Willemse ons op een dag, ‘en wat je steeds meer leest, zijn constructies als: ‘de derde beste’, in plaats van ‘op twee na de beste’; en ‘elke derde persoon’ in plaats van ‘een op de drie personen’.’ Daar zegt lezer Willemse wat. Dit zijn luie leenvertalingen van the third best en every third person. Sterker nog, het blijkt dat soortgelijke bepalingen wel vaker uit het Engels worden overgenomen.

Dat geldt ook voor het gebruik van ‘ooit’ in de betekenis ‘aller tijden’ of ‘tot nog toe’. Dit gaat in de Volkskrant regelmatig mis. Op 14 november stond nog een dubbel anglicisme in een kop over de economie: ‘Grootste groei ooit na grootste krimp ooit’. De uitdrukking kwam in het artikel zelf ook meerdere malen voor. Van Dale laat geen twijfel bestaan over dit gebruik van het bijwoord: ‘leenvertaling van Engels the... ever’ met als betekenis ‘tot nog toe (als nabepaling bij een zelfstandig naamwoord met een superlatief als voorbepaling)’.

Nog iets wat we vaker zien: ‘’s werelds beste/grootste...’ in plaats van ‘de beste/grootste... ter wereld’. Zoals op 11 november in de Volkskrant: ‘’s werelds twee grootste economieën’. We schreven al eerder over de toename van die bezitsvorm in bijvoeglijke vorm. Niet per se fout, wel erg Engels (the world’s best/largest).

Is het erg? Nogal. Het zijn boude uitspraken die hier worden gedaan over de beste ter wereld aller tijden, laten we ze dan in elk geval in correct Nederlands doen.

Ontplooien

Vorige week was een van de vrolijkste weken van het jaar, maar niet voor de lezers van deze rubriek. Woedend waren ze, over het feit dat hun medelezer Louis Visseren ervan werd beticht een voortijdig oordeel te vellen over het woord ‘ontplooien’. Lezer Visseren schreef over de uitdrukking ‘ontplooide kernkoppen’, volgens hem een luie leenvertaling van het woord deployed. Daar maakten wij korte metten mee, door te vermelden dat het woord in deze betekenis toch echt in Van Dale stond en (en daar ging het mis) een volslagen verkeerde voorbeeldzin te citeren: ‘het vendel was ontplooid en wapperde in het midden der gesloten gelederen’.

Zoals we vorige week al schreven heeft de Volkskrant de beste lezers ter wereld, dus met onzinnige argumenten kom je in deze rubriek, in tegenstelling tot een niet nader genoemd Noord-Amerikaans land, niet ver. Er vielen harde woorden, zoals ‘afvallen’ en ‘beschuldigen’. ‘Ik sta achter Louis Visseren’, verklaarde menigeen. Er werd een keur aan geschiktere woorden aangedragen (zoals ‘plaatsen’, ‘opstellen’, ‘in stelling brengen’, ‘operationeel maken’, ‘inzetbaar’ en ‘in staat van paraatheid gebracht’) en er werd nog net geen hashtag in het leven geroepen, omdat de woedende menigte het niet eens kon worden over een Nederlandstalig alternatief.

Niets zo vervelend als een slechte verliezer, weten we inmiddels, en de verklaring voor de gemaakte fout is zo futiel (ondergetekende werd opgeslokt door haar eenvrouwsactie ‘swingstaat is een anglicisme’) dat we niet anders kunnen doen dan onze excuses aanbieden aan lezer Visseren en zijn poging de wereld een beetje mooier te maken.

Is het erg? We kunnen het woord ‘ontplooien’ niet meer zien.

Lachend naar de bank

Het belangrijkste onderdeel van deze rubriek is het determineren van anglicismen. Wanneer is iets Engels, wanneer is het Nederlands, en wanneer is het een slechte vertaling uit het Engels die zich vermomt als gewoon Nederlands, en dus een anglicisme?

De afgelopen week mochten wij ons weer gelukkig prijzen met onze lezers, die naarstig met ons meedachten, maar net als wij soms voortijdig een oordeel vellen. Louis Visseren schreef ons over de volgende zin, uit de Volkskrant van 21 oktober: ‘‘Rusland gaf de afgelopen jaren herhaaldelijk aan gereed te zijn voor onderhandelingen over verlenging van New Start, dat een maximum van 1.550 ontplooide kernkoppen voor beide zijden vaststelt, en stelt ook een maximum aan het aantal overbrengingsmiddelen voor deze wapens.’ Het gaat mij om het woord ‘ontplooide’. Ik kan mij dat bij kernkoppen moeilijk voorstellen. Ongetwijfeld heeft er in het Engels deployed gestaan. Maar dat heeft dat de betekenis van ‘opgesteld’ of het lelijke ‘uitgerold’. Al met al nog niet zo makkelijk hier een mooi woord voor te vinden.’ Het woord ‘ontplooid’ staat echter in Van Dale, met een pracht van een andere militaire voorbeeldzin: ‘het vendel was ontplooid en wapperde in het midden der gesloten gelederen’.

Wie wel raak schoot, was Gert-Jan van Tilborg, die ons schreef over een wel zeer anglicistische kop boven een artikel over het succesvolle ASML op 15 oktober. ‘ASML lacht dankzij crisis de hele weg naar de bank’ (laughing its way to the bank). ‘Foei, Volkskrant!’, voegde hij er liefdevol foeterend aan toe.

Is het erg? Ja. Maar we laten ons door niemand zo graag de oren wassen als door onze eigen lezers.

Hoofdlettergebruik

Afgelopen week stond er een lovende recensie over een nieuw tv-programma in de Volkskrant. De titel werd door omroep SBS 6 volledig in Engelse stijl gespeld: Ik Geloof in Mij. Een orthografisch barbarisme, zo u wilt. In het Nederlands krijgt bij titels van boeken, films, liedjes, artikelen (ook online), kunstwerken en dergelijke alleen het eerste woord een hoofdletter (ook wel kapitaal genoemd): Het meisje met het rode haar, Gooische vrouwen, Lekker met de meiden et cetera. Alle andere woorden krijgen een kleine letter (ook wel onderkast genoemd). Als woorden al een hoofdletter hadden op grond van andere spellingsregels, behouden ze die: Max Havelaar, De beentjes van Sint-Hildegard, Geef mij maar Amsterdam.

Engelstalige titels bestaan over het algemeen uit woorden met hoofdletters, met uitzondering van lidwoorden en korte voorzetsels: How to Be Good, Gone with the Wind, Strawberry Fields Forever. Dat is nog een overblijfsel uit de 17de eeuw, toen drukkers het voorbeeld van de Duitse typografie begonnen te volgen, waarbij zelfstandige naamwoorden een hoofdletter krijgen.

In navolging van het Engels worden ook in het Nederlands titels regelmatig met hoofdletters geschreven. Angelsaksische landen hebben het over Queen Elizabeth II en President Obama, maar in het Nederlands zijn het toch echt koningin Elizabeth en president Obama, net als premier Rutte, koning Willem-Alexander en paus Franciscus.

En dus hebben de eindredacteuren van de Volkskrant er dagelijks een hele kluif aan al die schreeuwerige hoofdletters, die ook nog eens het leesritme verstoren, klein te maken. Maar we doen het graag.

Is het erg? Nou en of. In dit kikkerlandje zouden we onze kleine letters hoog in het vaandel moeten dragen.

Voor lief nemen

Lezer Menno Kosters mailde zes keer om ons te wijzen op het in zijn ogen foutieve gebruik van ‘voor lief nemen’. Dat begon met ‘neem je rechten niet voor lief’ (31 maart), een vertaalde uitspraak van Hillary Clinton. ‘Ik denk dat hier in het Engels de uitdrukking take for granted is gebruikt, wat ‘als vanzelfsprekend beschouwen’ betekent’, schreef hij.

Hij volgde die e-mail op met ‘De geluiden die dagelijks om je heen zijn neem je voor lief’ (17 april). Daarover merkte hij op: ‘Ze bedoelt hier duidelijk dat we die geluiden als vanzelfsprekend beschouwen, er geen bijzondere aandacht aan schenken. Dus niet wat het eigenlijk betekent, in dit geval dat we eigenlijk liever andere geluiden om ons heen zouden hebben.’ En zo verder.

Wat is hier aan de hand? ‘Voor lief nemen’ zou eigenlijk alleen in de betekenis moeten worden gebruikt van ‘er genoegen mee nemen (ook al is het eigenlijk niet zoals je zou willen)’, zoals Van Dale het omschrijft. Iets op de koop toe nemen, eigenlijk. Iets als vanzelfsprekend beschouwen zou alleen omschreven moeten worden met ‘als vanzelfsprekend beschouwen’. Helaas voor ons, maar al helemaal voor Kosters, is die laatste betekenis in Van Dale nu ook toegevoegd aan ‘voor lief nemen’.

Officieel is het dus niet fout, maar toch blijft het wringen. Mocht u dit niet voor lief nemen, dan kunt u altijd deze vuistregel aanhouden: iets voor lief nemen doe je met iets negatiefs.

Is het erg? Ja. We zijn dan ook blij dat onze lezers nog niet alles als vanzelfsprekend beschouwen.

Liquide

‘Zo rijk als het water van de zee’, schreef Bredero. Blijkbaar vergelijken we geld graag met water, als iets wat makkelijk stroomt en in overvloed beschikbaar is. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het gelukzalige gezicht van oom Dagobert als hij een duik neemt in zijn geldpakhuis. Hoe lees ik Donald Duck is een beroemde marxistische cultuurkritiek uit de jaren zeventig (ondertitel: ‘Imperialistiese ideologie in de Disneystrip’). In het essay betoogden Ariel Dorfman en Armand Mattelart dat de verhalen over de familie Duck fungeerden als kapitalistische propaganda voor het cultureel imperialisme van de Verenigde Staten. Het was het meest verkochte essay in Latijns-Amerika in de jaren zeventig en er zijn honderdduizenden exemplaren van verkocht.

Nu vinden sommige mensen niets zo heerlijk als de Volkskrant als links propagandablaadje betitelen. Maar er heeft dit jaar een recept in onze Volkskeuken gestaan waar koning Midas en Dagobert Duck jaloers op zouden zijn. ‘Voeg het citroensap toe en gaandeweg zoveel water dat je al roerende een liquide saus krijgt. Breng op smaak met zout’ (de Volkskrant, 7 april). ‘Liquide’ heeft in het Nederlands alleen een geldelijke betekenis: onmiddellijk vereffenbaar, of onmiddellijk beschikbaar. Andersom werkt het dus niet. ‘Liquide’ komt van het Latijnse liquere, dat ‘vloeibaar’ of ‘helder zijn’ betekent. Liquide middelen kunnen makkelijk verplaatst worden, vandaar de verwijzing naar vloeibaar. In dit recept wordt echter de eigenschap om te kunnen vloeien bedoeld, waarvoor we helemaal terug moeten naar het Gotisch: flodus (rivier).

Is het erg? Niet als we een boete instellen voor elk anglicisme. Kijken hoe snel we dat pakhuis vol krijgen.

Disrespectvol de regels breken

Respect. De Godfather (1 en 2) had er de mond van vol, maar volgens Tolstoj is het slechts een bedenksel om de leegte mee te vullen wanneer er geen liefde is. Toch heeft iedereen het over respect. We eisen het op, we vinden dat we het hebben verdiend, maar richten we ons niet op de verkeerde zaken wanneer we klagen dat we het niet krijgen?

Wat in deze rubriek in elk geval liefde noch respect verdient, is het gebruik van het woord ‘disrespectvol’. Dit woord bestaat in het Nederlands niet en is slechts een respectloze vertaling van het woord disrespectful. Dat woord heeft een hoog reality-tv-gehalte (that’s soooo disrespectful). Het is bovendien bijzonder onnodig, want ‘respectloos’ is een duidelijke tegenhanger van ‘respectvol’. ‘-loos’ is een handig achtervoegsel dat van het Gotische laus komt, dat ‘los’ of ‘leeg’ betekent, en is verwant met het woord ‘verliezen’. Het volk was redeloos, de regering radeloos en het land reddeloos, werd over het Rampjaar (1672) gezegd. Wat zal over 2020 worden gezegd?

Ook respectloos: ‘de regels breken’, waarop lezer Josien Moerman ons attendeert. Dit komt natuurlijk van het Engelse to break the rules. In het Nederlands spreken we dan van ‘de regels overtreden’ of ‘de regels schenden’. Je kunt regels ook niet ‘volgen’ (to follow the rules), wel ‘naleven’, ‘nakomen’, ‘opvolgen’, ‘toepassen’ of ‘in acht nemen’. Zo stond op de website van de Volkskrant: ‘Grapperhaus staat niet alleen: ook andere gezagsdragers braken regels’. Geen liefde of respect.

Is het erg? Ja. Laten we in tijden van wanhoop in elk geval de taalregels ons respect betonen.

Misinformatie

Dat zul je nu altijd zien: beweerden we maandenlang dat er nauwelijks coronagerelateerde anglicismen zijn, maar vooral veel Engelse termen, nu struikelen we er dagelijks over (zie ook de Lezerspost op deze pagina).

In een jaar waarin de waarheid een aanvechtbaar begrip lijkt te zijn geworden, kunnen we één ding met zekerheid stellen: het woord ‘misinformatie’ bestaat niet. Het is een slechte vertaling van misinformation, maar heeft sinds het begin van de coronacrisis toch zes keer in de Volkskrant gestaan. Het enige geschikte woord dat hiervoor in Van Dale staat is: desinformatie.

Laten we het eens over het volgende jaar hebben. Dan vinden de Tweede Kamerverkiezingen plaats en onze lezers zouden onze lezers niet zijn, als ze daar niet alvast een taalvoorschot op zouden nemen. ‘Het moet niet gekker worden’, schrijft Carlo Sihasale. ‘Het hoofdartikel op de voorpagina van de Volkskrant van maandag 21 september is een niet-bestaand woord: ‘canvassen’. Dit woord doet in het Nederlands hooguit denken aan een werkwoord gerelateerd aan ‘canvas’. Iets van canvas maken misschien?’ Hoewel we moeten opmerken dat ‘canvassen’ niet een niet-bestaand woord is (het staat in Van Dale) zijn we het met Sihasale eens dat het beter in 2020 kan blijven en dat we gewoon de uitdrukking ‘campagne voeren’ blijven gebruiken.

Als we creatief willen worden met canvas, zoals Sihasale voorstelt, moeten we ook weer oppassen. Lezer Jos de Klerk waarschuwt voor het anglicisme ‘olie op canvas’, dat ‘olie op linnen’ moet zijn.

Is het erg? Zeer zeker is dat erg. We hebben immers al onze hoop gevestigd op een anglicismevrij nieuw jaar.

Oppoppen

Mensen die zich schuldig maken aan het gebruik van anglicismen, verdedigen zich vaak door te zeggen: ‘Maar dit valt écht niet te vertalen in het Nederlands!’ Dezelfde mensen kunnen tot vervelens toe oreren over de brille van Haruki Murakami en Fjodor Dostojevski, zonder dat ze het Japans of Russisch machtig zijn. Hun verweer is kortom een drogreden.

Het is ook een verweer dat lezer Jaap van der Ham resoluut van de hand wijst: ‘Dan beheers je misschien je Engels beter dan je Nederlands.’ Hij ergert zich aan het gebruik van het woord ‘oppoppen’, dat steeds vaker opduikt in de Volkskrant. Het woord is in 2014 toegevoegd aan Van Dale, waarbij netjes wordt opgemerkt dat het is afgeleid van het Engelse to pop up, in de betekenis ‘opduiken, tevoorschijn komen’. Een pop-up is een klein venster, bijvoorbeeld met de vraag of u toestemming geeft voor het gebruik van cookies, dat tevoorschijn kan floepen op een webpagina. Zou het zijn omdat dit tevoorschijn ‘ploppen’ in de buurt komt van ‘oppoppen’, dat het gedrocht ‘opploppen’ vorig jaar zijn intrede heeft gedaan in Van Dale?

Een ander vernederlandst anglicisme dat we in deze categorie tegenkwamen is ‘oppimpen’. ‘Pimpen’ (voorwerpen op een opzichtige manier optuigen of versieren) is rechtstreeks afgeleid van to pimp, beviel in het Nederlands blijkbaar toch niet, maar omdat het écht niet te vertalen, viel hebben we het zo opgelost.

Is het erg? Ja, want we kunnen echt wel wat beters verzinnen. Door meer boeken in het Nederlands te lezen, bijvoorbeeld.

Valspositief

Wij zijn verheugd te kunnen mededelen dat we eindelijk een corona-anglicisme te pakken hebben. Sinds maart ontvangen wij e-mails van lezers die vragen of deze rubriek niet iets kan doen aan woorden als ‘lockdown’ en ‘social distancing’, maar helaas: dat is Engels en geen anglicisme. Een anglicisme doet zich voor als een Nederlands woord, maar is eigenlijk een belabberde vertaling.

Gelukkig is daar lezer Kees Langeveld om een eind aan deze corona-anglicismedip te maken. Hij schrijft vastberaden: ‘‘Valspositief’ is een anglicisme (het origineel luidt false-positive); de correcte term is ‘fout-positief’, een schrijfwijze die ik gelukkig ook regelmatig in de Volkskrant lees. In het artikel ‘Rust, reinheid, regelmaat, dat gaat nu niet’ (5 september, red.) staat ‘valspositief’ in een vraag van de interviewers: ‘Er is veel discussie over valspositieve tests.’ In het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, waar ik eindredacteur ben, zouden we dit veranderen in: ‘Er is veel discussie over foutpositieve testuitslagen.’’ Niet de test, maar de uitslag is foutnegatief dan wel -positief, wat hier door Langeveld ook nog eens terecht wordt gecorrigeerd.

‘Globaal’ is geen corona-anglicisme, maar wel een anglicisme dat vanwege de berichtgeving over corona vaak opduikt. In plaats van een ‘globale crisis’ (global crisis) spreken wij liever van een mondiale crisis of een wereldcrisis.

Voor beide woorden geldt weer eens dat ze met hun anglicistische betekenis zijn opgenomen in Van Dale, maar daar hoeven wij ons niets aan gelegen te laten liggen.

Is het erg? Nu u hiervan op de hoogte bent, zult u zich er gegarandeerd aan ergeren.

Comfortabel

Stelt u zich een zitbank voor. Daarbij kunnen we het hebben over kleur, ontwerp, prijs, maar ook: kun je er comfortabel op zitten? Een legitieme vraag, in onze ogen. De bank kan comfortabel zijn, of niet. Of u zichzelf comfortabel voelt is in onze ogen dan weer een vraag die onder invloed van het Engels is ontstaan. Je comfortable voelen betekent dat je je prettig of op je gemak voelt. ‘Comfortabel’ in het Nederlands betekent aangenaam, plezier, prettig, gerieflijk, of zelfs riant (‘een comfortabel pensioen’) of bemiddeld (‘zij zit er comfortabel bij’). Waarom dan ook niet die woorden gebruiken?

Ook in de Volkskrant gaat het nog vaak mis, zoals op 24 juli met deze gemakzuchtige vertaling: ‘Eerlijk gezegd voel ik me er niet comfortabel bij’, zei Mike Trout van de Los Angeles Angels.’ Of in het Volkskrant Magazine op 30 mei: ‘Fan zijn via sociale media voelt enerzijds comfortabel, maar anderzijds eenzaam.’ Ook hier had makkelijk gesproken kunnen worden van ‘prettig’.

Gaat het om materiële zaken (banken, truien, geld) dan kunnen we van comfortabel spreken, maar zodra het om gevoelens gaat liever niet. Net als dat je je in het Nederlands niet oké kunt voelen, waar we al eerder over schreven. Doe in dat geval een wat diepere greep in uw buidel van Nederlandse vocabulaire. U zult versteld staan van de mogelijkheden.

Is het erg? Wat erg is, is dat ‘comfortabel’ in deze betekenis inmiddels is opgenomen in Van Dale: ‘figuurlijk: op z’n gemak’. Daar voelen wij ons uiteraard niet prettig bij.

Competitie

Wij mogen blij zijn met zulke oplettende lezers, die ons berichten over anglicismen die onverhoopt in de Volkskrant zijn terechtgekomen. Zo werden wij al een paar keer gewezen op het onjuiste gebruik van het woord ‘competitie’, namelijk in de zin van ‘concurrentie’. Zoals op 11 augustus, in een artikel over de demonstraties in Belarus: ‘Hij riep grote bedrijven op niet te staken, omdat dat de buitenlandse competitie in de hand zou spelen.’ De lezer heeft, zoals zo vaak, gelijk. Dit is een gemakzuchtige vertaling van het Engelse competition en weer een voorbeeld van een anglicisme dat heel erg op het Nederlands lijkt, maar het net niet helemaal is.

Buitenlandse bedrijven zijn in competitie met binnenlandse bedrijven. Maar de spelers zelf zijn geen competitie, maar concurrenten. Concurrent betekent volgens Van Dale ‘mededinger’, en dat is precies wat hier wordt bedoeld. Het woord competitie gebruiken we bij voorkeur als het om sport gaat, zoals: de voetbalcompetitie.

Lezer Kees Hiddinga uit Leeuwarden wees ons op een ander anglicisme, een stuk meer in het oog springend, maar ook in de economische sfeer. Het betrof het tussenkopje ‘Bleke vooruitzichten’ boven een aantal diagrammen over de Nederlandse economie in de krant van afgelopen dinsdag. Hiddinga schrijft: ‘Dit is toch geen Nederlands. Het zal wel komen van het Engelse bleak, dat ‘somber’ of ‘kil’ betekent. Als iemand bleek is, zeg je toch ook niet: ‘What are you bleak!’’

Onze lezers zijn niet alleen oplettend, ze kunnen het ook nog eens zo mooi uitleggen.

Is het erg? Onze lezers vinden het erg, dus vinden wij het ook erg.

Komma’s in plaats van punten

Een metriek anglicisme, deze keer. Zoals u allen weet hebben wij aan Napoleon ons metrische systeem hier te danken, waardoor we niet meer spreken van ellen of duimen, maar van meters en centimeters.

In het Nederlands plaatsen we dan ook nog eens een punt als scheidingsteken bij getallen van vier cijfers of meer (zoals 10.000) en een komma als decimaalteken (1,7 meter).

In Angelsaksische landen is het precies andersom. Doordat veel mensen zich niet bewust zijn van dat verschil, treedt onverschilligheid op. En dus zien we bruggen van 7.10 meter hoog en geldbedragen met drie cijfers achter de komma. Instagram maakt er helemaal een potje van: daar zien we volgersaantallen van 11,7.000 en 30,2.000. Of deze gedrochten zijn ontstaan door een error tussen het Nederlandse en Angelsaksische systeem, weten we niet.

Van het metriek stelsel naar het periodiek systeem: de alfa’s van deze taalpagina werden even de oren gewassen door lezer Durk Bouwman uit Bennekom. Hij schrijft: ‘En zo zitten we dus tot in lengte van dagen opgescheept met die twee elementen die niet bestaan: sodium en potassium (Julien Althuisius in het Zomermagazine van 8 augustus). Wel in het Engels, maar in het Nederlands is het nog altijd ‘natrium’ en ‘kalium’. Helaas is de verwarring heel groot aan het worden op de ingrediëntenlijsten van voedingsmiddelen. Tot ze zijn ingeburgerd volgens de Dikke Van Dale. In elk geval zijn voor zolang dit duurt aan deze verwarring prachtig de alfa’s van de bèta’s te onderscheiden.’

Wij hebben hier niets aan toe te voegen.

Is het erg? Het is uiterst zorgwekkend.

Station

Een geniepig anglicisme deze keer, dat zich ophoudt in een bestaand Nederlands woord. Een ‘station’ was altijd een duidelijke term, die een duidelijke plaats beschreef, met duidelijke kenmerken: geel en blauwe borden, tochtige perrons, de gevreesde omroepstem, deuren die voor je neus dichtslaan, praten in de stiltecoupé. (Wist u trouwens dat ‘perron’ een vals gallicisme is? Bij de Fransen is een perron namelijk een stoepje. Een perron zoals wij het bedoelen is een quai.)

‘Station’ komt mogelijk uit het Latijn, van statio (stilstand, standplaats), dat weer van het werkwoord stare (staan) komt. Vroeger was het de plek waar paarden tot stilstand kwamen, tegenwoordig de plek waar uw OV-chipkaart tot stilstand komt met nog twintig seconden op de klok.

Onder invloed van het Engels, waar veel vaker met stations wordt gestrooid, is de betekenis echter verlegd. Zo merkt Onze Taal al op dat een ‘politiestation’ (police station) toch echt een politiebureau moet zijn. En zo is ook vaak ‘radiostation’ te horen in plaats van radiozender.

‘Treinstation’ is dan weer discutabel, omdat dat zowel een anglicisme kan zijn (train station) als simpelweg nauwkeurig taalgebruik, omdat er natuurlijk ook busstations, metrostations en andere standplaatsen bestaan. Je kunt een station natuurlijk ook een onderscheidende naam geven, zoals dat van Llanfairpwllgwyngyllgogerychwyrndrobwllllantysiliogogogoch. Dan kan er geen misverstand meer over bestaan.

Is het erg? Het is altijd erg om één woord te gebruiken voor allerhande betekenissen, terwijl voor die andere betekenissen gewoon woorden beschikbaar zijn.

Familie

‘Wij zijn familie! Ik heb al mijn zussen bij me!’, zong Sister Sledge. Wanneer u denkt dat dit een slechte vertaling is, verkeert u onder de invloed van een vals anglicisme. Taalliefhebbers door de jaren heen hebben beweerd dat family klakkeloos met ‘familie’ vertalen pek en veren verdient. Volgens hen moeten wij een onderscheid maken tussen ‘gezin’, dat ouders met kinderen betekent, en ‘familie’, dat zo’n beetje iedereen met een discutabele bloedverwantschap is. Een gezin is dus wel familie, maar een familie niet altijd een gezin, zoiets.

Het klopt dat Engelsen dat onderscheid niet kennen, maar het klopt niet dat wij onder invloed van het Engels dat onderscheid niet meer maken. De eerste betekenis van ‘familie’ is in Van Dale: ‘gezin als bestaande uit bij elkaar wonende leden, huisgezin van een bepaalde persoon’. Het zijn dus feitelijk synoniemen. De onvolprezen taalgoeroe Jan Renkema wijst er in zijn Schrijfwijzer op dat de Heilige Familie (Jozef, Maria, Jezus) in de geschiedenis van het Nederlands altijd zo is genoemd, en dus nooit het Heilige Gezin.

Overigens wordt grappig genoeg ‘bedienend personeel’ in alle gevallen tot zowel het gezin als de familie gerekend. Aangezien pubers hun ouders vaak als zodanig behandelen, kunnen we niet anders concluderen dan dat het puberbrein buitengewoon ontvankelijk is voor de etymologie en de finesses van de Nederlandse taal.

Is het erg? We wíllen het heel graag erg vinden. Gelukkig kunnen we altijd nog het argument gebruiken dat een onderscheid maken tussen ‘familie’ en ‘gezin’ vooral de duidelijkheid dient.

Artiest

Wat ons betreft bent u natuurlijk allemaal heel bijzonder, of u nu een poppenspeler of een schilder bent, maar strikt genomen moeten we wel een onderscheid maken. Een poppenspeler treedt op, een schilder maakt een kunstwerk. De eerste is een artiest, de tweede een kunstenaar. Het verschil kan makkelijk worden bepaald door de vraag: is het scheppend of uitvoerend? Onder invloed van het Engels wordt echter steeds vaker het woord ‘artiest’ gebruikt voor alle soorten kunstenaars (artist heeft een veel bredere betekenis), dus niet alleen voor muzikanten, acteurs, zangers, dansers en circusartiesten, maar ook voor schilders, beeldhouwers en schrijvers.

Van Dale heeft onbegrijpelijk genoeg ‘beeldend kunstenaar’ wel toegevoegd aan de betekenis van ‘artiest’, maar andere soorten kunstenaars niet. Laten we er eens een andere autoriteit bijhalen; de wereld wordt door meer krachten gestuurd dan deze taalrubriek en het woordenboek alleen. Geld bijvoorbeeld. Volgens de belastingdienst zijn artiesten ‘personen die optreden voor publiek en daarbij een artistieke prestatie leveren’. Optredens vallen onder het 9-procenttarief. Diensten van componisten, schrijvers, cartoonisten en journalisten zijn daarentegen vrijgesteld van btw. Het is fascinerend te lezen hoe kunstvoorwerpen (9-procenttarief) door de belastingdienst worden beschreven: ‘volgens ontwerp van de kunstenaar met de hand gemaakte tapisserieën en wandtextiel tot een maximale oplage van 8 stuks’. In 2008 bepaalde de Hoge Raad dat peepshows voor de belasting ook tot de podiumkunsten mogen worden gerekend. ‘De begrippen muziek- en toneeluitvoeringen moeten ruim worden opgevat en het culturele karakter of het culturele niveau van een voorstelling of uitvoering is niet van belang’, was de verklaring.

Is het erg? Ja, want het is slordig.

Samenstellingen los schrijven

Inmiddels zijn we aanbeland bij een van de allergrootste taalergernissen die worden veroorzaakt door het toenemend gebruik van Engels: het los schrijven van samenstellingen. Een samenstelling is één woord dat bestaat uit meerdere woorden. Zo’n samenstelling is al snel gemaakt. Denk aan boerderijkip, waterkoker of bureaustoel.

Dan heb je nog de langere samenstellingen, die populair zijn bij dictees, zoals langeafstandsloper, middelbareschooltijd of anderhalvemetersamenleving. En ten slotte kom je in de hoogste klasse uit bij jarentachtigstadionrockpastiche (de Volkskrant, 17 februari 2017). Werkwoorden kunnen ook samenstellingen zijn en moeten dan ook aan elkaar worden geschreven, zoals ‘gebruikmaken’ (gebruikmaakte, gebruikgemaakt).

Wanneer je een samenstelling los schrijft, kan de betekenis veranderen. Dan krijg je een lange afstandsloper, een lang persoon die afstanden loopt in plaats van iemand die lange afstanden loopt.

De samenstelling is heel eigen aan de Nederlandse taal. Jammer genoeg worden samenstellingen, in navolging van het Engels, steeds vaker los geschreven. Dat heeft briesende burgers tot gevolg, die zich verenigen in Facebookgroepen als ‘Red de samenstelling’, waar zij schuimbekkend afbeeldingen delen van reclameteksten over ‘zout water autootjes’, Marktplaatsadvertenties voor ‘meisjes tasjes en petjes’ en cadeaukaarten ‘bij aankoop van een baby of kinderkamer’.

Dus mocht u eens iemand op straat horen roepen: ‘Het is geen appel en een taart! Het is een appeltaart!’, dan weet u nu dat dat een doodnormale taalfanaat is. Wij zijn deze samenstellingsgetrouwe Nederlandsetaalliefhebbers zeer dankbaar.

Hoe erg is het? Het is heel, heel erg.

Troepen

In de Volkskrant van 10 juni stond: ‘Want ook voor het Pentagon en Republikeinen in het Congres kwam het als een verrassing dat Trump de aanwezigheid van 34.500 Amerikaanse troepen in Duitsland met 9.500 militairen wil verminderen.’ Meerdere lezers vielen hierover, terecht, en het is online inmiddels dan ook aangepast. Het probleem zat hem niet in het woord ‘troepen’, maar in de combinatie met een telwoord.

Wat is hier aan de hand? Van Dale beschrijft ‘troepen’ in het meervoud als ‘de gezamenlijke manschappen van een leger’. Dat maakt ‘troepen’ in die betekenis een plurale tantum, een woord dat alleen in het meervoud bestaat, zoals hersenen, coulissen of psychedelica. Zodoende valt ‘troepen’ niet te combineren met een telwoord, net zoals je niet kunt zeggen: ‘Doe mij maar één hersen.’ De lezers stelden bij de 34.500 Amerikaanse troepen dan ook de vraag: om hoeveel soldaten gaat het nu eigenlijk?

We kunnen Trump en zijn hersen niet overal de schuld van geven, maar bij de Amerikanen betekent troops simpelweg ‘soldaten’, en daarom kunnen zij het schaamteloos hebben over a thousand troops. Dat levert voor hen weer een ander probleem op, want Engelstalige taalpuristen discussiëren nu over de vraag waarom je dan niet kunt spreken van one troop? Een telwoord is immers een telwoord. Dan krijg je vreemde oplossingen, zoals het stijlboek van persbureau Associated Press, dat voorschrijft dat troops alleen individuen kan betekenen wanneer het om grote aantallen gaat, dus wel 150 thousand troops, maar niet two or three troops.

Is het erg?

Ja. In bovenstaand voorbeeld is troops ten onrechte vertaald als troepen. Er had soldaten of militairen moeten staan.

Controleren of checken?

Een hersenkraker deze week. Veel lezers klagen over het gebruik van het woord ‘controleren’ in de zin van ‘beheersen’. Zij vinden dat de Volkskrant het zou moeten hebben over ‘door rebellen beheerste buitenwijken’ en ‘een beheerste besmetting door het virus’ in plaats van ‘gecontroleerde’, wat zij zien als een anglicisme van to control. Iets controleren zou voorbehouden moeten zijn aan treinkaartjes of een schimmige boekhouding.

We zouden het hierin graag met u eens zijn, maar onze handen zijn gebonden. Dit vermeende anglicisme is al eens behandeld in de rubriek Lezerspost en de conclusie was dat ‘controleren’ in de betekenis van ‘beheersen’ gewoon is opgenomen in Van Dale. Daarin worden zelfs de voorbeelden ‘een door vijandelijke troepen gecontroleerd gebied’ en ‘een gecontroleerd experiment’ genoemd. Hoe duidelijk wilt u het hebben?

Een andere klacht betreft het gebruik van het woord ‘checken’ in de betekenis van ‘bekijken’, zoals ‘check de website’ of ‘check de dienstregeling’. Brave taalgebruikers denken dan dat zij die website of dienstregeling moeten nalopen op fouten. Zij vinden dat ‘checken’, net als ‘controleren’, alleen maar ‘controleren’ zou mogen betekenen. Maar ach en wee, de uitdrukking ‘e-mail checken’ is ook al opgenomen in Van Dale.

Waar we wél stante pede van af kunnen en moeten is de uitdrukking ‘een check doen op’. Dat valt in geen enkel geval te rechtvaardigen.

De oplossing is wat ons betreft simpel: gebruik ‘controleren’ en ‘checken’ wanneer u ‘controleren’ en ‘checken’ bedoelt, en gebruik voor de rest andere woorden.

Is het erg?
Velen van u vinden het heel erg, al hoeft dat officieel niet.

Serieuze klachten

Weer een ernstige aantijging in onze elektrieke post: het woord ‘serieus’ duikt in de Volkskrant veel te vaak op op ongewenste plekken. ‘Veel genezen coronapatiënten houden nog maanden serieuze klachten’ (11 juni 2020), ‘personen met serieuze psychische klachten’ (24 april 2020), ‘hoewel het geen serieuze verwondingen waren’ (26 augustus 2019).

Is het een anglicisme? Nou en of. U kunt ze zelf al invullen: serious complaints, serious injuries. Beter zou zijn: ernstige klachten en ernstige verwondingen.

‘Ernstig’ en ‘serieus’ zijn wat betekenis betreft vrijwel synoniem aan elkaar, maar hebben een andere oorsprong en dus ook een andere gebruiksaanwijzing. ‘Ernstig’ heeft een Germaanse oorsprong, ‘serieus’ een Romaanse.

Wacht eens even, zult u zeggen, zojuist was ‘serieus’ nog een anglicisme en nu is het een 'romanisme’? Over wat voor barbarisme hebben we het nu?

De grap is dat Engels een Germaanse taal is, maar dat het grootste deel van de Engelse woordenschat een Franse en Latijnse oorsprong heeft. Dat hebben de Engelsen te danken aan Willem de Veroveraar (Slag bij Hastings, 1066). In de 17de eeuw werd het Frans bovendien de lingua franca in het Westen, waardoor nog meer Frans werd toegevoegd aan het Engelse vocabulaire. Nu het Engels inmiddels de lingua franca is, komt dus ook het Frans weer terug in het Nederlands. Alle Menschen werden Brüder, willen we maar zeggen.

Is het ernstig? Zoals u weet nemen wij elk barbarisme even serieus.

Het is oké

Oké is de afgelopen honderd jaar een prima uitdrukking gebleken om aan te geven dat je het ergens mee eens bent of dat je iets begrepen hebt. (‘Neem jij het bier mee?’ ‘Oké.’ ‘Je hoeft bij FaceTime de telefoon niet tegen je oor te houden.’ ‘Oké.’) Tegenwoordig klinkt echter steeds vaker het irritante ‘Het is oké’, klakkeloos overgenomen van it’s okay. Razend worden we erom. Het is niet oké, het gaat niet oké, het klinkt niet oké, het smaakt niet oké. Het is goed, of prima, of niet erg, of het geeft niet, of het klinkt best, of het smaakt naar meer.

Nu is oké verder wel een erg leuk woord. Hoeveel tussenwerpsels kent u die volgens de overlevering zijn afgeleid van de bijnaam van de achtste president van de Verenigde Staten, wiens voorouders uit Buurmalsen kwamen en die was opgegroeid in het stadje Kinderhook in de staat New York? Zijn campagneteam vond in 1840 blijkbaar ‘Stem O.K.’ (Old Kinderhook) een stuk vlotter klinken dan ‘ Stem Martin Van Buren’. Daar hadden ze beter nog wat langer over kunnen nadenken. Van Buren verloor de herverkiezing en werd opgevolgd door William Henry Harrison, die precies een maand president zou zijn voordat hij overleed en nog steeds de kortstzittende president uit de Amerikaanse geschiedenis is. Weet dus waar u aan begint, voordat u weer eens wilt beweren dat het oké met u gaat.

Is het erg? Het is in elk geval niet oké.

Acteren doe je niet in het dagelijks leven

Zowel Fred Kleinveld als Inge Lankreijer als Noor Reijs stuurde een e-mail over het gebruik van het woord ‘acteren’ in de betekenis van ‘handelen’ en, in het verlengde daarvan, de uitspraak ‘ergens op acteren’, een vertaling van to act upon. Dit riep dringende vragen op bij Kleinveld: ‘Wat is er mis met het woord ‘handelen’? Is acteren als reactie op een situatie anders dan handelen bij eenzelfde situatie?’

Om maar volgens het snelrecht een oordeel te vellen: nee, er is niets mis met het woord ‘handelen’ en nee, handelen bij situaties is in alle gevallen hetzelfde. Hier het woord ‘acteren’ gebruiken is dan ook fout en staat zelfs op de zwarte lijst van Onze Taal, die ook meteen de alternatieven biedt: handelen, ingrijpen, opereren, actief zijn.

Zowel ‘acteren’ in het Nederlands als to act in het Engels komt van Latijnse werkwoord agere, dat zowel ‘doen, uitvoeren’ als ‘(toneelterm) vertonen, spelen, opvoeren, voordragen’ kan betekenen. Daarom kan een akte in het Nederlands zowel een schriftelijk stuk betekenen (letterlijk: ‘dat wat gedaan is’) als een bedrijf in een toneelstuk.

Is het erg?

Ja, want het kan verwarring oproepen bij lezers die ‘acteren’ nog gewoon in de betekenis van ‘toneelspelen’ kennen. Hoe moet men dan deze uitspraak van minister Carola Schouten interpreteren, uit de Volkskrant van 10 maart 2018: ‘Als ik die informatie krijg, kan ik daar niet van wegkijken en móét ik conform de wet acteren.’ Politici die verplicht toneelspelen, het moet niet gekker worden.

Surreëel

Sinds het uitbreken van de coronacrisis zijn veel nieuwe woorden en uitdrukkingen onderdeel geworden van ons dagelijkse taalgebruik, en daar is niet iedereen even blij mee. Zo voerde dit taalloket al een strijd tegen ‘in tijden van corona’ en ontvingen we veel e-mails over de woorden ‘lockdown’ en ‘social distancing’. Lezers zouden daar liever Nederlandse alternatieven voor zien. Veel van die mails komen ook terecht bij deze rubriek, maar die kan daar eigenlijk weinig mee. Net als met klachten over het gebruik van ‘impact’, ‘setting’ of ‘flow’. Dat zijn namelijk geen anglicismen, maar gewoon… Engels.

Anglicismen zijn gemakzuchtige, en in onze ogen vaak belabberde, leenvertalingen die klinken als correct Nederlands maar dat net niet helemaal zijn. Om bij hetzelfde thema te blijven: ‘ventilatoren’ duiken tegenwoordig vaak op in de berichtgeving over corona, waar beademingsapparatuur wordt bedoeld. Het is een Nederlands woord, maar de betekenis die hier wordt bedoeld komt niet overeen met de betekenis in de Nederlandse taal. Een ander woord waartegen we ons zouden moeten verzetten is ‘surreëel’. Dit woord wordt nu regelmatig gebruikt om de onwerkelijke ervaring van de coronacrisis te beschrijven. Het is een belabberde vertaling van het woord surreal, dat ‘surrealistisch’ betekent. En surrealistisch betekent volgens Van Dale inderdaad: onwerkelijk, onwezenlijk, vreemd. Surreëel verwijst alleen maar naar de stijl van het surrealisme, de kunststroming.

Zorgvuldig taalgebruik geeft houvast. Dat kunnen we nu (‘juist nu’, zouden we bijna zeggen, als we ook daar niet tegen zouden ageren) wel gebruiken. Ja, het is erg dus.

Starten

De afgelopen jaren is heel Nederland overgenomen door het woord ‘starten’ in de betekenis van ‘beginnen’ of ‘aanvangen’. Heel Nederland? Nee, een klein taalloket bleef moedig weerstand bieden. Al wordt het ons ook wel eens zwaar te moede, want wanneer wij de hand in eigen boezem steken moeten wij toegeven dat recentelijk nog in de Volkskrant stond: ‘De jongste kinderen starten om half negen.’ Zucht.

Wat is hier aan de hand? To start betekent beginnen, en omdat we in het Nederlands ook het woord ‘starten’ kennen (overigens nog maar een slordige honderd jaar), starten we tegenwoordig bedrijven, gesprekken en blijkbaar ook schooldagen in plaats van dat we ze beginnen. In ons Stijlboek (online in te zien) is starten in deze betekenis dan ook onder het lemma ‘uitdrukkingen (vreselijke)’ geschaard. De vuistregel (nee, niet de duimregel!) is: een auto start je, de rest begin je. Al gebiedt de eerlijkheid ons te vermelden dat beginnan uit het Oudengels komt. Daar willen we het graag bij laten.

Hebban olla vogala nestas hagunnan (‘zijn alle vogels nesten begonnen’), omstreeks 1100 door een Vlaamse kopiist neergekrabbeld in een Engels prekenboek, is nota bene een van de oudst bekende zinnen in het Nederlands. Deze poëtische oerknal is van een kwaliteit waar we volgens Gerrit Komrij blij mee mogen zijn, omdat de eerste zin ook zomaar ‘Molenaar, twee zakken meel graag’ had kunnen zijn.

Is het erg? Als u geen auto aan het starten bent wel.

‘raketkunde’

Veel anglicismen ontstaan uit haast. Er wordt getikt en nagedacht – kom, hoe zeg je dat nu ook alweer, en voordat je het weet gebruik je een uitdrukking die op dat moment voor de hand lijkt te liggen, maar die geen goed Nederlands kan worden genoemd. Ook in vaste uitdrukkingen rukken de anglicismen op, waarschijnlijk ook doordat we meer en meer Engels horen en lezen. Op sociale media is Engels overwegend de voertaal en veel boekenliefhebbers lezen Engelse romans liever in het origineel dan in vertaling. (Het speelt in meer talen: een boekhandelaar klaagde dat ze Herman Hesse nauwelijks verkocht kreeg en al helemaal niet in het Nederlands.)

In 2006 is de zegswijze ‘Het is geen raketkunde’ toegevoegd aan Van Dale, als leenvertaling van it’s not rocket science. Volstrekt overbodig wat ons betreft, aangezien de uitdrukking ‘het is geen hogere wiskunde’ al tot onze beschikking stond. ‘In het centrum van de aandacht’ is nog zo’n uitdrukking die misschien correct klinkt, maar toch echt ‘in het middelpunt van de belangstelling’ moet zijn. ‘Huisgemaakt’ maakt ook opgang, ook in Van Dale. Homemade klinkt aantrekkelijk (denk aan warme appeltaart), maar in het Nederlands hebben we het toch eerder over ‘zelfgemaakt’. Hoewel dit, eerlijk is eerlijk, ook een germanisme zou kunnen zijn, van hausgemacht.

Is het erg? Het is zo zonde van onze taal, die wel een beetje zorgvuldigheid kan gebruiken. En een beetje correct Nederlands is heus geen… juist.

Karakter of personage?

Een personage is een duidelijk woord. Iedereen weet meteen dat het om de rol van een acteur in een theaterstuk of film gaat, of om een persoon uit een roman. Het woord stamt af van het Franse personnage, dat via het Middelfranse persone weer uit het Latijn komt. Persona is samengesteld uit per (door) en sona, van het werkwoord ‘klinken’ (sonare). In de Oudheid droegen acteurs maskers, waar hun stem doorheen klonk. Het woord persona verwees zowel naar dat masker als naar de rol.

Karakter is nog zo’n duidelijk woord. Wanneer wij spreken van iemands karakter begrijpt u dat wij het hebben over zijn aard, zijn innerlijke kenmerken, met alle goede en slechte facetten. Karakter hebben wij via het Frans en Latijn te danken aan het Grieks. Charaktèr (graveur, stempel, kenmerk) komt van het werkwoord charassein (scherpen, inkrassen, merken). Een karakter is dus een merkteken, iets wat is ingegrift, en dat verklaart ook weer het Chinese karakter.

Dus waarom sommige mensen zich het verwarrende Engelse homoniem karakter (character) toe-eigenen wanneer zij personage bedoelen, is ons een raadsel. En het feit dat karakter in de betekenis van personage in Van Dale is opgenomen, betekent nog niet dat wij ons daarbij moeten neerleggen.

Is het erg? Zeker. Als toekomstige lezers zullen denken dat F. Bordewijks beroemdste roman over het vertolken van een filmrol gaat, is het einde toch wel zoek.

Is de bezits-s lui geleend uit het Engels?

Eigenlijk is hier sprake van twee anglicismen: het foutief gebruik van de genitief-s (of bezits-s) en het gebruik van de genitief an sich.

In navolging van het Engels gebruiken mensen steeds vaker een apostrof voor een bezitsvorm (Anne’s, Sarah’s) terwijl dat in het Nederlands helemaal niet nodig is. De regel is: we schrijven de bezits-s vast aan het zogeheten grondwoord, tenzij dat eindigt op een lange klinker met één letterteken en zonder accent of een sisklank. Het is dus tantes huis, maar oma’s boek. Milous en Renés tas, maar Gijs’ koffer. En niet Tolstoj’s, maar Tolstojs. Op onzetaal.nl staan veel voorbeelden van de bezits-s.

Het viel ons op dat we die bezitsvorm steeds vaker in bijvoeglijke vorm tegenkomen. Dan ging het over ‘Tolstojs Anna Karenina’ of ‘Couperus’ Eline Vere’. Dat is niet per se ongrammaticaal of on-Nederlands, maar de toename ervan is wel aan het Engels te wijten. En dat komt weer doordat in het Engels de bepaling met ‘van’ veel minder gangbaar is. In het Engels zou je niet horen van ‘the new film from Steven Spielberg’, maar over ‘Steven Spielberg’s new film’ (en daar is ook meteen weer die Engelse apostrof).

Is het erg? Zoals gezegd kunnen we het niet fout rekenen, maar het zou toch jammer zijn als wij een Nederlandse grammaticale constructie links laten liggen omdat ze daar in het Engels simpelweg niet aan doen. In dit geval zou ‘Anna Karenina van Leo Tolstoj’ toch echt beter klinken.

Narratief

Het taalloket werd aangeschreven door een uitgever met de oproep het woord narratief een halt toe te roepen. ‘Bijna alle manuscripten van schrijvers onder de 40 gaan vergezeld van een uitleg over het narratief in plaats van het verhaal.’

Narratief kan inderdaad als een luie vertaling van narrative worden gezien, dat in het Engels simpelweg ‘verhaal’ of ‘verhalend’ betekent. De popculturele betekenis van het woord kan niet worden onderschat dankzij zangeres Taylor Swift, die in 2016 na een jarenlange ruzie met rapper Kanye West en zijn vrouw, beroemdheid Kim Kardashian, schreef: I would like to be excluded from this narrative, one that I have never been asked to be a part of, since 2009. Dat was zelfs voor Engelstalige sprekers iets te hoogdravend en de zin wordt op internet nu vaak ironisch gebruikt voor het ontwijken van de meest alledaagse situaties, zoals het wegbrengen van het vuilnis.

In het Nederlands is het voornamelijk een term uit de letterkunde, die wordt gebruikt bij het analyseren van verhalen. Daarom kom je het (in bijvoeglijke vorm) tegen bij bijvoorbeeld narratieve psychologie of narratieve geschiedschrijving. Het kan in bredere zin ook een samenhangend verhaal betekenen dat een veelheid aan opvattingen en ideeën overbrengt, met name in de politiek. Dus ja, ook in het Nederlands kun je het hebben over het narratief van Trump. Maar om het in een verkooppraatje te gebruiken is een beetje overdreven.

Is het erg? Ja, omdat het in de categorie interessantdoenerij valt.

Een beslissing maken

Het woord anglicisme bleek een heilig vuur in onze lezers te ontsteken. Niets mantel der liefde of zalvende woorden als ‘taal verandert nu eenmaal’. ‘Zo is Engels altijd te verantwoorden’, schrijft vaste contribuant aan deze pagina Frens Bakker uit Nijmegen. ‘Taal verandert niet altijd vanzelf, maar wordt ook veranderd door mensen en instanties met toegang tot de media.’ Waarvan akte.

Veel lezers ergeren zich aan de uitdrukking ‘een beslissing maken’ in plaats van ‘een beslissing nemen’. Dit is inderdaad een klassieker onder de anglicismen. In het Engels zeg je to make a decision en zodoende heeft het werkwoord ‘maken’ zich opgedrongen als compagnon van de beslissing en is ‘nemen’ in de verdrukking geraakt. Een kleine slag om de arm: volgens Onze Taal kunnen ook bestaande combinaties als ‘een afweging maken’, ‘een keuze maken’ en ‘een inschatting maken’ van invloed zijn geweest op deze laksheid.

Ook werden wij er fijntjes op gewezen dat dit anglicisme nog regelmatig opduikt in de Volkskrant, recentelijk op 23 maart (‘Kennelijk is het een diepe menselijke behoefte om beslissingen te maken’) en op 1 april (‘De beslissing om iets niet te doen, kun je maar één keer maken’).

Is dat erg? Ja, zeker nu de uitdrukking nog niet door een meerderheid als correct wordt ervaren, moet de Volkskrant zich er verre van houden. Verandert taal nu eenmaal? Dat wel. ‘Toen ik, inmiddels 47 jaar geleden, in Nederland terechtkwam maakte ik geregeld fouten die de maken hadden met mijn Amerikaanse afkomst’, deelt Paul Kirschner met ons. ‘Ik zei dat ik een beslissing of besluit maakte en werd consequent door mijn omgeving verbeterd.’ Kom daar nu nog maar eens om.

Meest interessant

Iets als anglicisme typeren impliceert volgens Van Dale per definitie een waardeoordeel. Oftewel: leenvertalingen zijn alleen maar fout zolang we zeggen dat ze fout zijn.

Neem: Meest interessant

Wat is daarmee precies het probleem? In het Nederlands hebben we de trappen van vergelijking: groot (stellende trap) groter (vergrotende trap) grootst (overtreffende trap). Onder invloed van het Engels, waar in veel gevallen more of most wordt gebruikt, komen we in het Nederlands ook vaak een vergrotende en overtreffende trap met ‘meer’ en ‘meest’ tegen.

Overigens zijn er ook gevallen waarbij je ‘meest’ wel móét gebruiken in het Nederlands: bij woorden die eindigen op -de, -isch, -sk, -st en -sd (meest stupide, meest logisch, meest grotesk, meest verrast, meest bevreesd). En bij woorden die een vreemd woordbeeld opleveren of moeilijk uitspreekbaar worden, zoals enthousiast

Het onterechte gebruik van ‘meer’ en ‘meest’ is een ergernis onder anglicismehaters. We hebben hier regels voor, pas die dan ook toe, vinden zij. Stelregel: gebruik standaard -er voor de vergrotende trap en -st voor de overtreffende trap en wijk hier pas vanaf als je problemen krijgt met de uitspraak. Het leest bovendien ook niet lekker, al die overbodige woorden in een zin.

Is het erg?

Je hebt mensen die het erg vinden om ketchup in plaats van curry op hun patatje speciaal te krijgen. Je hebt ook mensen die het niets kan schelen. Dit taalloket moet er evenwel niet aan denken dat ‘meer leuk’ of ‘meest groot’ gangbaar wordt.