Leeuwarden

‘Zijn dit onze bevrijders?’, denkt journalist en nazi-jager Jack Kooistra als hij de afrekening met NSB’ers ziet

‘Niet dat ik nazi-gezind was of ben, maar ik had een andere verwachting van de geallieerden.’ Foto: Rebecca Fertinel

De bevrijding was geen feest voor Jack Kooistra (90), later journalist en nazi-jager. ‘Zijn dit onze bevrijders?, vroeg ik me af.’

Deel dit verhaal

‘Vrouwen die werden kaalgeschoren, met opengescheurde shirts en oranje hakenkruizen op hun borsten. NSB’ers die op straat werden bespuugd, geschopt en bekogeld met eieren. Een jongen van een jaar of 10 kreeg een halsband om zijn nek en moest als een hondje tegen een boom plassen. Ik zie hem nog staan: met zijn been omhoog getild en zijn piemeltje in zijn hand.’

Voor de Fries Jack Kooistra (toen 15) was de bevrijding geen vreugdevolle dag. ‘Ik was in mijn eentje met de trein naar Leeuwarden gereisd om daar de voertuigen en de wapens van de Canadezen te bekijken. Maar ik kwam dit tegen. Iedereen had zijn fatsoen verloren. Op een andere manier ook de geallieerden. In oorlogstijd heb ik nooit zulke beesten gezien als de Canadezen, dacht ik verward.

‘Niet dat ik nazi-gezind was of ben, mijn vader hielp het verzet. Maar ik had een andere verwachting van de geallieerden. De Duitsers leken altijd heel gedisciplineerd. Nu reden de Canadezen ons dorp binnen. Achteraan liepen militairen met een fles drank aan hun mond. Stomdronken. Later zag ik een Canadees in de berm liggen, aan het neuken met een 16-jarig meisje uit mijn klas. ‘Zijn dit onze bevrijders?’, vroeg ik me af.

Jack heeft een archief bijgehouden met namen en andere bijzonderen van mensen die tijdens de oorlog om het leven kwamen. Foto: Rebecca Fertinel. 

Haatinstinct

‘Het lukte me niet om op te gaan in de roes van de bevrijding. Misschien lag het ook aan mij. Als kind al voelde ik me afgezonderd van de andere jongens uit mijn dorp. Ik voelde me slimmer en had andere ambities. Eigenlijk had ik weinig vrienden, was ik een einzelgänger. Ook bij het bevrijdingsfeest in Leeuwarden voelde ik me iemand die het vanaf de zijlijn beschouwde. Als een koele cijferaar – wat ik mijn hele leven gebleven ben.

‘Ik ben altijd tegen het nazisme geweest, maar vond rechtvaardigheid toen al belangrijk. Natuurlijk snap ik die volkswoede na de bevrijding. Twee van mijn ooms hebben in kampen gezeten, in Ommen en in Amersfoort. Eén oom was militair en moest onderduiken, hij werd ziek, kon niet naar een dokter en is na de oorlog gestorven. Mijn vader is twee keer gevangengenomen, ik heb gezien hoe hij door Duitse militairen was behandeld, hoe hij was toegetakeld. Maar mensen vanuit een haatinstinct mishandelen terwijl ze niet berecht zijn: dat vond ik op mijn 15de al erger dan wat ik Duitsers tijdens de bezetting had zien doen.

‘Mijn vader vond dat ook, trouwens, ondanks hulp aan het verzet. ‘Als ik jullie een NSB’er zie schoppen’, zei hij tegen mij en mijn broers, ‘dan schop ik jullie – twee keer zelfs.’’

In 2016 werd Jack Kooistra, die bekend is komen te staan als nazi-jager en ‘de Friese Simon Wiesenthal’, door Prinses Beatrix onderscheiden met de Zilveren Anjer. Hij werd beloond voor zijn hulp als journalist bij het opsporen van oorlogsmisdadigers en voor het immense archief met oorlogsslachtoffers dat hij aanlegde, en waar hij op 90-jarige leeftijd nog steeds dagelijks aan werkt.

Deel dit verhaal