Vught

Links en rechts granaten, maar Betteke (75) moest en zou gedoopt worden

Betteke Tordoir. Beeld: Eva Faché

De kapelaan vond dat Betteke Tordoir gedoopt moest worden, ondanks granaten en artillerievuur. Als godvruchtige katholieken gehoorzaamden haar ouders, op die bijzondere dag tijdens de bevrijding van Vught.

Deel dit verhaal

‘Ik raak er helemaal door vertederd, terwijl ik het zelf ben en niets met baby’s heb, ha!’ Betteke Tordoir (75) wijst naar de foto in haar appartement in Utrecht. Met verschrikte, grote ogen kijkt zij, als twee maanden oude baby, in de lens. Hoewel ze geen herinneringen heeft aan de oorlog, is 75 jaar vrijheid voor haar extra bijzonder: Betteke werd tijdens de bevrijding van Vught geboren.

Betteke Tordoir. Foto: Eva Faché  

‘De foto is precies een jaar na het huwelijk van mijn ouders genomen’, zegt ze. ‘Mijn ouders waren brave katholieken. Seks voor het huwelijk kon absoluut niet. Maar toen ze eind 1943 trouwden, raakte mijn moeder al gauw zwanger. Ze kon niet weten dat ze moest bevallen, terwijl de strijd op z’n hevigst was. Of, zoals ze zelf schreef: ‘Onder granaatvuur, zonder licht, water en gas’.’

Operatie Market Garden

Bij de invasie van operatie Market Garden (17 september) lijkt het er nog op dat Betteke geboren zal worden in bevrijd gebied. Haar moeder is hoogzwanger, de massa’s parachutisten doen een snelle bevrijding vermoeden. Maar de bevrijding van Vught mondt uit in een uiterst harde en moeizame strijd.

‘Market Garden was vooral bedoeld om snel door te stoten tot Duitsland’, zegt Henk Smeets, coauteur van het boek De laatste oorlogsmaanden, Vught september/oktober 1944. ‘De geallieerden maakten een smalle corridor tussen Eindhoven en Nijmegen, maar de rest van Nederland lieten ze links liggen. Pas toen die tactiek mislukte, begon de strijd in de breedte van Brabant.’

Smeets onderzocht tientallen dagboeken van burgers in de Vughtse schuilkelders, die hij combineerde met de frontberichten van de Duitsers en de Schotse bevrijders. ‘Hitler wilde niet dat troepen zich terugtrokken, maar voor de legerleiding ter plaatse was duidelijk dat de situatie niet meer te redden was. Zij zette juist troepen in om Duitsers veilig te laten ontkomen, daarom was de weerstand zo hevig.’

Betteke Tordoir. Beeld: Eva Faché  

Dicht bij de frontlijn

Betteke bladert door de stapel papieren op tafel. Aan de hand van brieven van haar moeder kan ze de laatste weken voor haar geboorte tot op de dag reconstrueren. Al vanaf begin oktober is het voor haar ouders thuis in Den Bosch te gevaarlijk, leest ze. Het stel wisselt verschillende keren van schuilplaats, omdat de eigen woning aan de rand van de stad te dicht bij de frontlijn ligt.

‘Paul kon Ma Köhler (de hospita, red.) niet in de steek laten’, schrijft moeder Ankie, die dan zelf al in de kelder bij vrienden bivakkeert. Drie dagen later komt het echtpaar weer bij elkaar, op het werkadres van vader Paul. ‘Ik ben nu erg blij bij hem te kunnen zijn, dat is veel gezelliger voor hem en we horen ook bij elkaar, juist als het gevaarlijk is.’

Maar dan, ‘twee dagen voor ik geboren zou worden’, komt ook op deze schuilplaats het granaatvuur dichterbij. Ankie: ‘Ik ben me weer eens halfdood geschrokken en de nacht daarop was ik erg beroerd met veel overgeven en zoo. Achteraf zie ik nu, dat het door het kind kwam, dat toen begonnen is te zakken en waarschijnlijk de maag in een andere stand heeft gebracht’.

Betteke Tordoir. Foto: Eva Faché  

In de volgende week laait het geweld nog verder op in Vught. De bevalling laat nog op zich wachten en Ankie voegt zich weer bij haar man en anderen in de kelder. ‘’s Nachts vanaf 2.30 uur aanhoudend en hevig granaatvuur’, schrijft een hen in zijn dagboek. ‘Allen naar beneden. Bij Ankie symptomen van een mogelijk spoedige komst van de baby. ’Ochtends met Paul de achterkamer gebarricadeerd met hout en zoden. Groote luchtactiviteit. Zou het groote offensief nu beginnen?’

Ankie moet terug naar het ziekenhuis, waar het allang niet meer veilig is. In de nacht voor Bettekes geboorte wordt de parochiekerk vlakbij het ziekenhuis getroffen door een granaat. Scherven daarvan vliegen door de ramen van de bovenverdieping. ‘Iedereen lag op de gang, dat was veiliger, zei mijn moeder. Bij het granaatvuur doken de dokters onder de bedden, herinnerde ze zich.’

Ze overleeft de nacht. En die middag, om 15.34 uur, wordt Betteke zonder problemen geboren. ‘Op het oogenblik van de geboorte was het even stil, maar vooral de volgende dag was het één trommelvuur van beide kanten’, schrijft Ankie maanden later aan de familie. ‘Betteke is zoo’n schattig kindje, je zult er verrukt van zijn. Ze lijkt erg op Paul.’

Betteke Tordoir. Foto: Eva Faché  

Dopen

Betteke is geboren, maar het gevaar is nog niet voorbij. Ze grist het doopbewijs uit de stapel papieren. ‘De kapelaan vond dat ik gedoopt moest worden. Idioot, vond mijn vader, maar als brave katholiek deed hij wat gevraagd werd. Hij kwam uit de schuilkelder en ik werd, onder hevig artillerievuur, gedoopt in de kapel op de bovenste verdieping van het ziekenhuis. Als ik ongedoopt zou sneuvelen, dan zou ik niet in de hemel komen.’

Een dag later wordt het eerste deel van Vught eindelijk bevrijd en nog een dag later het andere deel. ‘Voor ons had het zomaar anders af kunnen lopen’, beseft Betteke. ‘Dat vind ik bijzonder: ik heb de oorlog niet meegemaakt, maar ik heb de bevrijding wel overleefd.’

De Volkskrant zoekt nog steeds bijzondere bevrijdingsverhalen, met name van boven de rivieren. Mailen kan naar bevrijding@volkskrant.nl

‘De bevrijding’ van Kamp Vught

Wie Vught en de Tweede Wereldoorlog leest, denkt al gauw aan het concentratiekamp. Van een bevrijding was echter nauwelijks sprake: de geallieerden troffen een leeg kamp aan. ‘Vanaf Dolle Dinsdag begonnen de Duitsers met de intensivering van de executie van politieke gevangenen’, zegt Henk Smeets. ‘Meer dan 200 gevangenen werden doodgeschoten op de Vughtse Hei. Terwijl de bevrijdingskanonnen al te horen waren, werden de andere gevangenen naar Sachsenhausen (de mannen) en Ravensbrück (de vrouwen) gedeporteerd. De Duitsers wilden het kamp daarna opblazen, maar dat heeft het Vughtse verzet kunnen voorkomen. Zij vonden het belangrijk dat het kamp te zien zou blijven.’

In de Tweede Wereldoorlog zaten meer dan 30.000 Joden, politieke gevangenen, verzetsstrijders, Roma, Sinti, Jehova’s getuigen en criminelen in Kamp Vught. Meer dan 700 van hen stierven als gevolg van honger, ziekte, mishandeling of door executies.

Na de bevrijding werd Kamp Vught door de Canadezen gebruikt als kazerne en militaire gevangenis. Toen het Ardennenoffensief van de geallieerden in de winter begon, kwamen er 6.000 Duitse burgers uit ontruimde dorpen in het frontgebied bij. ‘Later werden collaborateurs of mensen die daarvan verdacht werden vastgehouden in Vught’, vult Smeets aan. Vanaf 1951 werd het een opvangkamp voor Molukse Knilmilitairen.

Verantwoording

Voor dit verhaal sprak de Volkskrant met Betteke Tordoir en Henk Smeets, schrijver van het boek De laatste oorlogsmaanden, Vught september/oktober 1944. Smeets schreef dat boek samen met Wieke Schrover. De Volkskrant had inzage in de brieven van Bettekes vader en moeder, de geboorteakte, het doopbewijs en in het dagboek van de familie ’t Hoen. Verder is gebruikgemaakt van het boek Vught in de Tweede Wereldoorlog.

Deel dit verhaal