Tilburg

‘Na twee jaar stapte mijn vader uit de trein in Tilburg’

Het gezin van Theo Snijders. Beeld: Theo Snijders

Theo Snijders was 3 jaar toen zijn vader zich in 1943 moest melden voor de Arbeitseinsatz. Zijn moeder, net bevallen van haar tweede kind, stortte in. Theo voelde de plicht om zijn vader te vervangen. Maar de terugkeer van zijn vader liep anders dan gedacht. 

Deel dit verhaal

De moeder van Theo Snijders zit in haar stoel, repareert lappen stof voor de textielfabriek, terwijl ze zachtjes huilt. Dat is één van Theo’s (79) eerste herinneringen, vertelt hij in zijn woning in Tilburg. Hij is dan 3 jaar oud en begrijpt niet wat hij ziet. ‘Maandenlang huilde ze. Om het vertrek van mijn vader, snap ik nu. Hij was in 1943 door de Duitsers naar Oostenrijk gestuurd. Zij bleef achter, met mij en mijn zusje van acht dagen oud.

‘Mijn vader werkte voor de post. Hij was ’s middags altijd thuis, dan was het gezellig. Vanwege de zwangerschap van mijn moeder was hij door een dokter, die banden had met het verzet, afgekeurd voor de Arbeitseinsatz. Maar toen die dokter werd opgepakt, moest mijn vader zich alsnog melden. Hij werd tien dagen opgesloten in Den Bosch en daarna naar Kamp Amersfoort gestuurd omdat hij niet voor de Duitsers had gewerkt.

‘In Amersfoort zag hij mannen die tot hun nek werden ingegraven, waarna hun hoofd door de kampleiding als toilet werd gebruikt. Of mannen die naakt langs rozenstruiken met doornen moesten klauteren. Het maakte veel indruk, want hij heeft het er tot zijn dood over gehad. Ik weet niet precies hoe mijn opa het voor elkaar kreeg, maar dankzij hem werd mijn vader naar Linz in Oostenrijk gestuurd om telefoonmasten te repareren, wat niet zo gevaarlijk was.’

Theo en zijn zusje, rond 1944. Beeld: Theo Snijders

Grote verantwoordelijkheid

In zijn beleving werd Theo ‘in feite de man des huizes’, terwijl hij pas 3 jaar oud was. ‘Van mijn moeder moest ik klusjes doen. Ik klopte matten uit, stal rabarber uit de tuin van de groenteboer, zette ’s nachts mijn zusje op het potje, dekte de tafel voor het eten en gooide hout op de kachel. Dat was een troost voor mijn moeder, denk ik, en soms hadden we het ook gezellig. Dan zat ik bij haar op schoot en zongen we samen het liedje Droomland, ik de eerste stem en zij de tweede stem.

‘Een jaar lang ging het zo door, tot Tilburg werd bevrijd. Zes Schotten werden bij ons ingelegerd. Toffe mannen, die met mij en mijn zusje speelden en het werk overnamen. Ze klopten ineens de matten en zorgden voor eten. Ik had het gevoel dat ik mijn taak goed had volbracht, dat ik goed voor mijn moeder had gezorgd. Maar mijn vader kon niet terug, want Linz was nog niet bevrijd.

Wachten bij het station

Pas een paar maanden na de bevrijding van heel Nederland leek het erop dat Theo's vader zou thuiskomen. 'Ik ging drie of vier keer met mijn moeder naar het station om hem op te wachten. Daar was het dan bomvol met volk, maar bleek mijn vader er niet tussen te zitten.

‘Uiteindelijk stapte hij wel uit de trein. Ik weet nog dat hij heel snel naar mijn zusje toe wilde en dat ik weinig aandacht kreeg. Zij was acht dagen oud geweest toen hij haar moest achterlaten en nu wilde hij vooral haar zien. Dat voelde als een enorme teleurstelling. Had ik niet goed mijn best gedaan en voor mama gezorgd? Ik hoopte op een pluimpje. Hij pakte mijn handje wel vast, maar het voelde alsof ik er niet bij hoorde. Ik was blij dat hij thuis was, maar tegelijkertijd was het zo’n teleurstelling.

Theo en zijn zusje, rond 1947. Beeld: Theo Snijders

'Onze papa'

‘Thuis liepen we met zijn drieën naar de slaapkamer van mijn zusje. Mijn moeder en ik maakten haar wakker en vroegen wie er was. Dit hadden mijn moeder en ik sinds zijn vertrek met haar geoefend. ‘Onze papa’, zei ze nu, precies zoals we haar geleerd hadden.’

Theo krijgt tranen in zijn ogen als hij dit vertelt. ‘Mijn vader jankte als een klein kind’, zegt hij geëmotioneerd. ‘Twee jaar van huis, Kamp Amersfoort en daarna Linz, waar hij bij een bombardement op een school kinderlijkjes zou hebben gezien, terwijl hij zijn eigen gezin had moeten achterlaten.’

Theo voelde zich trots omdat hij zijn zusje had geleerd om ‘onze papa’ te zeggen, herinnert hij zich. ‘Maar ik had zelf ook een schouderklopje gewild. En zo’n complimentje heb ik nooit gehad.’

De Volkskrant zoekt nog steeds bijzondere bevrijdingsverhalen, met name van boven de rivieren. Mailen kan naar bevrijding@volkskrant.nl

Theo Snijders. Foto: Katja Poelwijk

Deel dit verhaal