Maasbracht

Thea hielp op hoogbejaarde leeftijd Syrische vluchtelingen, omdat ze zelf vluchteling was geweest

George, Ruba en de negentigjarige Thea. Foto: Rebecca Fertinel

Tijdens de oorlog zwierf Thea Reymers als meisje door Limburg en Brabant. Het gevoel van de bevrijding bracht haar ertoe op late leeftijd nog Syrische vluchtelingen te helpen. En om haar verhaal te vertellen. Maar toen werd het stil.  

Deel dit verhaal

Dik in de tachtig was Thea Reymers al, toen ze zich in 2014 bij de lokale bibliotheek aanmeldde. Ze wist heel zeker dat ze taalmaatje wilde worden voor een Syrisch gezin dat naar Nederland was gevlucht. ‘Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog ben ik zelf vluchteling geweest, nadat de Duitsers het vrachtschip met woonruimtes van mijn ouders tot zinken hadden gebracht. Maandenlang moest ik als 15-jarig meisje rondzwerven in Limburg en Brabant.’

In een mail aan de redactie van de Volkskrant in het voorjaar van 2019 schreef Thea hoeveel de Bevrijding voor haar heeft betekend, tot de dag van vandaag. Het was precies dat gevoel van vrijheid en hoop dat ertoe leidde dat ze op haar 90ste nog elke week Nederlandse les gaf aan het gezin van Ruba Dib en George Nasra, schreef ze. ‘Ik ben immers ervaringsdeskundige.’

Thea wilde graag haar verhaal vertellen, schreef ze, maar toen we haar een half jaar na haar mail benaderden voor een interview kwam er geen reactie.

Het gezin van Thea Reymers kort voor de oorlog. Thea staat links. Beeld: Thea Reymers.

Geen gehoor

Haar telefoonnummer gaf geen gehoor. En bij navraag bleek dat ze Thea bij het Taalpunt in de lokale bibliotheek ook al weken niet gezien hadden. ‘Het is zo’n sterke, krachtige vrouw’, reageerde Taalpunt-coördinator Remko Jas geruststellend. ‘Ze zal wel op vakantie zijn.’ Twee weken later kwam toch het slechte nieuws: Thea had een herseninfarct gehad en lag in het ziekenhuis.

Het interview leek van de baan, zeker toen ze even later ook nog uit bed viel en daarbij haar arm brak. ‘Ze ziet het even niet meer zitten’, zei een nicht. Tot de telefoon opnieuw ging. Thea wilde haar verhaal alsnog vertellen, juist nu het nog kon. Of we ook in het Rotterdamse Havenziekenhuis konden afspreken.

Daar kijkt Thea nu, tijdens het interview in het najaar van 2019, vanaf het café op de vijfde verdieping over de Maas uit. Als meisje uit een schippersgezin heeft ze daar vaak gevaren. Haar geheugen heeft door het infarct een tik gehad, zegt haar nicht. ‘Ze herinnert zich veel, maar haalt soms tijden en plaatsen door elkaar.’ Wanneer Thea tijdens de oorlog precies in haar geboorteplaats Ubbergen was en wanneer in Maasbracht, waar ze met het schip van haar vader lag, of wanneer in Zwijndrecht, waar ze naar kostschool ging, weet ze niet meer precies.

Thea en het uitzicht over de Maas. Foto: Rebecca Fertinel

Angst

Maar veel momenten kan ze zich nog goed voor de geest halen. Thea klinkt angstig als ze met breekbare stem uitlegt hoe bang ze was tijdens het bombardement op Rotterdam in 1940. ‘Ik hoorde het lawaai vanaf Zwijndrecht. Mijn ouders zouden ons voor de Pinkstervakantie komen ophalen, ze lagen met het schip in Rotterdam. Ik was zo bang om ze te verliezen. En zo blij toen mijn ouders daar een paar dagen later toch stonden, om me op te halen.’

Het is voor Thea vooral die angst die als een olievlek over haar herinneringen is uitgelopen. Wat ze voelde toen de Duitsers het schip van haar familie aan het einde van de oorlog tot zinken brachten? ‘Angst, angst om mijn ouders te verliezen.’ Het is ook niet gek, voegt haar nicht toe. ‘Thea’s broertje en een zusje verdronken voor de oorlog. Dat is de tragedie van een schippersfamilie.’

Toen hun vrachtschip tot zinken werd gebracht, werden Thea en haar ouders vluchtelingen in eigen land. De geallieerden kwamen dichterbij, de Duitsers vreesden dat zij de lege schepen zouden gebruiken voor het vervoer van oorlogsmaterieel. ‘Het was verschrikkelijk om niets meer te hebben’, zegt Thea. ‘Geen huis, geen spullen, voor mijn vader geen werk en voor ons dus geen geld.’ Ze herinnert zich de dankbaarheid die ze voelde toen ze een paar dagen bij een hoofdonderwijzer in het dorp mochten slapen, voordat het gezin te voet verder trok, op zoek naar bevrijd gebied.

Het gezonken woon- en vrachtschip van Thea's gezin. Beeld: Thea Reymers.

Streepje licht

En daar, aan het einde van die trektocht, vindt de herinnering plaats waar Thea zo graag over wil praten: haar bevrijding.

‘Het was nacht, je kunt je niet voorstellen hoe donker het was. We liepen een dorp binnen, er was geen enkel licht, want van de Duitsers moest je de gordijnen dichthouden. Onder een deur zagen we plots een streepje licht. We geloofden onze ogen niet. Toen we aanklopten, deden Engelse militairen open: ‘Come in, come in.’

‘Het was fantastisch. We kregen warme thee en de lekkerste chocolade die ik ooit heb gegeten. Binnen was zoveel rook dat we elkaar amper konden zien. Ze hadden de potkachel in een open haard veranderd – alsof ze in een Brits landhuis waren. Ik vroeg in het Engels hoe ze heetten, waar ze vandaan kwamen. Wij waren eindelijk veilig, en zij vonden het fijn om iets over zichzelf te vertellen.’

'Een sprankje hoop'

Hoelang Thea met haar ouders had rondgezworven, weet ze niet meer. In haar mail uit april beschreef ze dat ze die nacht pas ‘de doorstane angst en ellende van de afgelopen maanden’ kon vergeten. Nu sliep ze op ‘smerig stro’ en onder ‘bevuilde paardendekens’, Thea en haar ouders kregen er de schurft. Maar wat telde was dat ze eindelijk in het bevrijde Brabantse dorp Budel waren aangekomen, dik 30 kilometer van Maasbracht, en weer ‘een sprankje hoop’ voelde over de toekomst.

De coördinator van het Taalpunt in Papendrecht zag zeventig jaar later hoe de 85-jarige Thea zich over het gezin van de christelijke Syriërs George en Ruba ontfermde. ‘Ze gaf niet alleen les, maar reed ze ook overal naartoe in haar autootje. Naar de ambassade om stempels te halen, naar afspraken om werk te vinden. Thea heette ze hier welkom alsof het haar familie was.’

Thea herinnert zich wat ze bij haar eerste ontmoeting tegen George en Ruba zei, in simpel en langzaam Nederlands. ‘Ik zei: ik weet wat het is om vluchteling te zijn, want ik ben het zelf geweest.’ Dan, met tranen in haar ogen: ‘Ik weet hoe blij je dan bent als iemand je dan wil helpen.’

Thea met George, Ruba en haar nicht in het Havenziekenhuis. Foto: Rebecca Fertinel

Goede vrienden

Thea vindt het jammer dat ze ten tijde van het interview geen les meer kan geven, maar vertelt opgewekt dat George, Ruba en hun twee kinderen haar soms komen opzoeken in Rotterdam. Vanaf de vijfde etage wijst ze dan haar jeugdherinneringen op de Maas aan. ‘Het zijn heel goede vrienden van me geworden.’

Enige tijd na het interview bezoeken we Thea samen met George en Ruba voor foto's voor bij dit artikel. Het ging een tijdje slecht met haar, maar ze heeft naar vandaag toegeleefd en straalt als ze haar twee vrienden ziet. Vlak voor vertrek richt ze zich tot George, die bij de Hema werkt. Thea vraagt of hij de taart wil maken voor bij haar afscheid, als de dag komt waarop ze overlijdt.

Op 8 december, een maand later, overlijdt Thea op 90-jarige leeftijd. ‘Verzoend met de gedachte dat aan haar leven een einde zou komen en dankbaar voor alles’, leest haar rouwkaart.

Thea Reymers (1924 - 2019) ontvangt George en Ruba in het ziekenhuis. Foto: Rebecca Fertinel

Deel dit verhaal