Ameland

De schimmenrijkjes in de Waddenzee werden een voor een bevrijd. ‘De Duitsers waren opgefokt’

Wim de Boer (96) voor zijn ouderlijk huis in Hollum, Ameland. Foto: Raymond Rutting

Net als de andere Waddeneilanden leefde Ameland na de capitulatie van Nazi-Duitsland nog een maand in een schemertijd. ‘Zij hadden de wapens en speelden de baas, maar hadden eigenlijk niets meer te vertellen.’

Deel dit verhaal

‘Eruit, of ik schiet u dood!’, schreeuwde de Duitse officier. Wim de Boer was amper 21 jaar. Toch had de commandant van de Binnenlandse Strijdkrachten op Ameland de posthuisjongen uit Hollum op 11 mei 1945 op de fiets naar het postkantoor in Nes gestuurd. Dat zou hij moeten bezetten: de jonge vrouw die het postkantoor bemande, had een affaire met een Duitse commandant. Nu de nadagen van de oorlog ook op Ameland naderden, zou zij alle telefooncontact met de vaste wal kunnen verbreken. Zo was het immers ook op Terschelling gegaan.

‘Hij schelden, ik schelden. Ik wees op de band om mijn arm: de BS had het nu voor het zeggen. Ik dacht: u kunt willen wat u wilt, maar ik ga hier niet weg. Ik weet niet meer hoe ik het voor elkaar kreeg, maar uiteindelijk bond de officier in.’ Dat was 75 jaar geleden, Wim de Boer is inmiddels 96 jaar. In verzorgingstehuis De Stelp in Hollum vertelt hij het verhaal alsof het gister gebeurde.

Ondergrondse

De Boer was de jongste in een gezin met vier kinderen. Vlak voor het uitbreken van de oorlog, op 15 september 1939, had hij als 16-jarige een aanstelling gekregen bij de PTT, op het poststation in Hollum.

‘Tegenwoordig heeft iedereen een telefoon in de zak, toentertijd hing er alleen in dat kantoor een toestel aan de wand. Ik zorgde voor de verbindingen. Ik kon ook meeluisteren met gesprekken, ook tussen de eilandcommandant en bijvoorbeeld de commandant aan de wal in Leeuwarden, die wat hoger in de hiërarchie stond. Zo kwam de ondergrondse bij mij terecht en belandde ik in het verzet. Als er belangrijke zaken besproken werden, gaf ik dat door aan Tjip Nagtegaal, voorman van het verzet. Als er meegeluisterd werd, hoorde je een zacht tikje. De Duitsers wisten dus dat er meegeluisterd werd, maar niet wáár dat gebeurde. Ze vertrouwden mij niet, en terecht, maar konden niks bewijzen.’

Op 21 april 1945 luisterde De Boer een telefoongesprek af tussen de eilandcommandant en de Duitse commandant in Leeuwarden. ‘Wij verwachten dat Friesland deze week wordt bezet’, klonk het. ‘De overmacht van de geallieerden was toch te groot. De troepen op Ameland kregen instructies rustig te blijven. Dat heb ik doorgegeven aan ondergrondse. Voor ons was het afwachten.’

Dat was met goede hoop, herinnert De Boer zich. Een kwestie van tijd zou het zijn. Terwijl op bijvoorbeeld Terschelling de vrees bestond dat de Canadezen in de roes van de Duitse capitulatie wel andere zaken aan hun hoofd hadden dan doorstoten naar de Waddeneilanden.

Een vreemde tussentijd was het op Ameland. De Duitse soldaten wilden eigenlijk wel graag naar huis. Ze werden er bepaald niet vriendelijker op, integendeel. ‘Ze waren opgefokt en kort aangebonden’, vertelt De Boer. ‘Het was nogal dubbel: aan de ene kant was het land bevrijd, maar wij zaten nog met die Duitsers. Zij hadden de wapens en speelden de baas, maar hadden eigenlijk niets meer te vertellen.’

Duitsers maken zich klaar voor vertrek van Ameland. Beeld: Amelander Musea

Vreemde tussentijd

Net als de afloop ervan verliep ook de Tweede Wereldoorlog zelf op Ameland anders dan aan de wal. ‘Op het eiland gebeurde weinig’, vertelt De Boer. Volgens hem kwam dat vooral doordat er geen Joden op het eiland woonden. Huiszoekingen waren er daarom niet. ‘De Duitsers dachten bovendien dat er geen onderduikers waren. Die zouden immers een Ausweis moeten hebben voor de veerboot.’ Maar dat was een misvatting: beurtschippers brachten wel degelijk onderduikers mee in het ruim, verscholen tussen hun vracht.

Niet dat Amelanders geen onheil ondervonden, benadrukt De Boer. ‘Mijn jongste zus was getrouwd met aan politieagent van de wal. Die werd opgepakt en naar een concentratiekamp gedeporteerd. Mijn zus was op haar dertigste al weduwe, terwijl ze een kind droeg dat nog geboren moest worden en zijn vader nooit zou kennen. Dat zijn dramatische dingen. Drie ooms van mij waren kapiteins op de grote vaart. Die zijn allemaal getorpedeerd.’

Op Ameland waren een paar honderd Duitse soldaten gelegeerd. Er zaten jonge jongens tussen. ‘Eentje was 16 jaar oud, net als ik. Die ging met ons mee op pad, zwemmen in de plas.’ Van vijandigheid was niet echt sprake in de herinnering van De Boer. ‘De moffen lieten ons onze gang gaan, en wij hen. Maar het waren natuurlijk wel moffen.’

De aftocht van de Duitse militairen. Beeld: Amelander Musea 

Vrijheid

Schaarste was er nauwelijks. Veel eilanders hadden een eigen moestuin. Geslacht werd er clandestien, door een broer van De Boer. ‘Mijn latere schoonvader mocht zelfs vissen met een groot zeefuik, op voorwaarde dat hij de eilandcommandant elke week een maaltje bezorgde.’

Wel miste De Boer de vrijheid die hij zo gewend was op het eiland. Al gauw waren het strand en de duinen verboden terrein. Ook ging de spertijd in, om 20 uur. ‘Zelfs de vuurtoren brandde niet, dus het was hartstikke donker. Ik had verkering in die tijd. Dan glipten we ’s nachts het huis uit, achterom. Wij wisten wel waar we langs moesten. Een keer kwam ik oog in oog te staan met een soldaat. Die liet me gelukkig begaan. De volgende dag stond hij voor mijn loket in het poststation. ‘‘Gisteravond hè. Voorzichtig zijn volgende keer!’, zei hij.’

De stem van strijdend Nederland

Een bijzondere rol op het eiland in oorlogstijd was er voor de burgemeester, Bouke Bakker. Een NSB’er. ‘Een echte NSB’er, daar geen misverstand over’’, zegt De Boer. ‘Maar hij wilde niet hebben dat jongens van Ameland in Duitsland tewerkgesteld werden.’

Ook Wim de Boer kreeg daarvoor een oproep: hij moest zich melden op het postkantoor van Innsbruck. ‘Toen begon ik hem te knijpen en stapte op de fiets naar Nes om Bakker om hulp te vragen. ‘Als ik je nu eens commandant van de bosbrandweer maak?’, bedacht die. Maar de bosbrandweer bestond helemaal niet! Dat vond ik toch te link. ‘Zeedefensie dan?’, opperde Bakker. ‘Dat klinkt goed voor Duitsers.’ Zo heb ik een seizoen op de zeedijk gewerkt, net als veel andere eilandjongens. Bakker was echt een burgemeester in oorlogstijd. Nadien heeft hij ook amper straf gekregen.’

Het oprukken van de geallieerde troepen volgde De Boer op de voet. Via het telefooncontact dat hij stiekem afluisterde, maar ook via de radio die zijn oom verstopt had. ‘In de schoorsteen, in het luikje waar je ham kon roken. ‘De stem van strijdend Nederland’ – de klanken van radio Oranje vergeet ik nooit meer.’

De vervanger van Bakker, burgemeester Walda, wordt ontvangen door het hoofd van de Binnenlandse Strijdkrachten op Ameland, Leendert Nobel. Beeld: Amelander Musea

Innige relatie

De oorlog kwam op 4 mei formeel ten einde, maar Ameland was nog niet vrij. De bevrijding van het eiland volgde pas op 3 juni. De Duitsers hadden hun spullen al ingepakt, ze stonden met karretjes klaar op de pier. Er kwam een handvol Canadezen met de boot van de vaste wal.

‘De Duitsers liepen daar als makke schapen achteraan, naar de boot toe. Ze dachten dat ze fijn naar huis konden. Maar dat ging natuurlijk niet, ze waren krijgsgevangenen.’ De nieuwe burgemeester Walda kwam met dezelfde boot naar het eiland. Het was wel een paar dagen feest, maar zo veel had de feitelijke bevrijding niet om het lijf.

De relatie tussen Ameland en Duitsers is sindsdien enkel inniger geworden. Al voor de oorlog kwamen de eerste Oosterburen naar het eiland. Pastor Edmund Janssen had er een vakantiekolonie gesticht voor zwakke Duitse kinderen, die in de gezonde zeelucht konden aansterken.

Na de oorlog kwam het toerisme vanuit Duitsland druppelsgewijs op gang. Dat was aanvankelijk wel ongemakkelijk, herinnert De Boer zich. ‘Ze wisten donders goed wat er in de oorlog gebeurd was. Daarom waren ze wel voorzichtig. ‘Der Krieg, das war slecht’, dat soort dingen zeiden ze. Maar je weet niet hoe ze in de oorlog waren geweest.’

Maar, debiteert De Boer: ‘Geld wat stom is, maakt recht wat krom is’. De economische afhankelijkheid groeide, inmiddels komt misschien wel de helft van de toeristen op Ameland uit Duitsland. ‘Na de oorlog kreeg ik Duitsers voor het loket die hier ook als soldaat hadden gezeten. Dat kon je ook aan hun geld zien: ze kwamen zilvergeld wisselen. Maar wij vonden het prima, want dat zilvergeld was veel meer waard.’

‘De moffen lieten ons onze gang gaan, en wij hen.’ Foto: Raymond Rutting

Ook andere Waddeneilanden moesten wachten

Net als op Ameland liet de bevrijding ook op de andere Waddeneilanden op zich wachten. Berucht is de ‘Russenoorlog’ op Texel. Een groep Georgiërs, die aanvankelijk meevochten aan de zijde van de Duitsers, kwam kort voor de uiteindelijke bevrijding van het eiland door de Canadezen op 20 mei 1945 in opstand tegen de Duitse bezetter. Tijdens wat ook wel ‘Europa’s laatste veldslag’ wordt genoemd vielen meer dan duizend slachtoffers, waaronder ruim honderd Texelaars. Terschelling werd op 29 mei bevrijd, Vlieland op 31 mei. Schiermonnikoog - waar in april 1945 een groep beruchte SD’ers en SS’ers uit Groningen probeerde te ontkomen - werd als laatste plaats van Nederland ontzet. Pas op op 11 juni 1945 worden de laatste Duitse soldaten met veerboten afgevoerd.

Deel dit verhaal