Den Haag

‘Papa, heeft u Joden vermoord?’ Isabel van Boetzelaer over haar ‘hartstikke foute’ vader

Isabel van Boetzelaer is onherkenbaar gefotografeerd. Beeld: Eva Faché

Als dochter van een man die wegens oorlogsmisdrijven tot een levenslange gevangenisstraf werd veroordeeld, heeft Isabel van Boetzelaer gemengde gevoelens bij 75 jaar bevrijding. Hoe kun je houden van een vader die ‘hartstikke fout’ was?

Deel dit verhaal

Haar vader had tijdens de oorlog ‘aan de verkeerde kant gewerkt’, zoveel was Isabel van Boetzelaer (58) in haar vroege jeugd al wel duidelijk. Er waren winkels in haar woonplaats Oosterbeek waar zij en haar ouders niet werden bediend. Sommige kinderen mochten van hun ouders niet bij haar spelen. In haar ouderlijk huis werd ooit een steen door de ruit gegooid. Een tante die weleens kwam oppassen, vermeed daarbij zoveel mogelijk het contact met haar ouders – zoiets heb je als kind wel in de gaten.

De overige familieleden van haar vader kende ze alleen uit verhalen over vroeger. Ooit – ze zal een jaar of 6 zijn geweest – ging ze met haar ouders naar een familiereünie. Ze was mooi aangekleed. Van tevoren was haar verteld hoe ze ouderen met een handkus of een kniksje – een lichte kniebuiging – moest begroeten. Maar daarvan heeft ze niets kunnen laten zien. Bij binnenkomst liepen de meeste generatiegenoten van haar ouders weg. Sindsdien hebben neefjes, nichtjes, ooms en tantes van vaders kant vrijwel ontbroken in haar leven.

Ze wil maar zeggen: de keuzen van ouders kunnen gevolgen hebben voor hun kinderen. In haar geval viel het overigens nog mee, met die gevolgen. Ze groeide weliswaar op in een zeker sociaal isolement, maar ze is nooit met het verleden van haar vader gepest. Daar is zij de ouders van haar vroegere klasgenootjes dankbaar voor, ‘want die wisten dat mijn vader hartstikke fout was’. Als het op school over de boze moffen ging, werd zij niet betekenisvol aangekeken. En ze liep gewoon mee met de jaarlijkse Airborne Wandeltocht, die over het strijdtoneel van de (mislukte) operatie Market Garden voerde.

Oorlogsmisdrijven

Thuis werd evenmin over de oorlog gezwegen. Hoe het er tijdens de dodenherdenking op 4 mei aan toe ging, kan ze zich niet meer herinneren. Maar in het algemeen droegen haar ouders het ‘nooit meer oorlog’-ethos uit. Zo bezochten ze, toen Isabel een jaar of 10 was, een voormalig concentratiekamp. Het maakte een verpletterende indruk op haar.

Enkele jaren later werd in Deventer de oorlogsfilm A Bridge too Far gedraaid – over de Slag om Arnhem. Enkele klasgenoten, herkenbaar aan hun opgeschoren kapsel, hadden hierin als figurant opgetreden. De docent geschiedenis greep de heroplevende belangstelling voor de oorlog aan voor de vertoning van een film over de Duitse vernietigingskampen. Werktuigelijk projecteerde Isabel van Boetzelaer de gruwelijke beelden op het verleden van haar vader, en zij sprak hem daar diezelfde middag nog op aan: ‘Papa, heeft u Joden vermoord?’

Het was een vraag waarvan Willem van Boetzelaer wist dat hij ooit door zijn dochter zou worden gesteld. ‘Kijk maar wat ik gedaan heb’, antwoordde hij – terwijl hij haar een vonnis van het bijzonder gerechtshof in Den Haag uit 1945 overhandigde. Daarin las zij dat hij vrijwillig was toegetreden tot de Waffen-SS, en dat hij als Unterscharführer van de SD in Den Haag betrokken was geweest bij de aanhouding van ten minste dertien mensen, van wie zes ‘door of vanwege de vijand (zijn) terechtgesteld of in Duitse gevangenschap overleden’. De procureur-fiscaal – de officier van justitie die was belast met de vervolging van verdachten van oorlogsmisdrijven – had de doodstraf geëist tegen de op dat moment 25-jarige Van Boetzelaer. Maar de rechter legde hem een levenslange gevangenisstraf op. Later werd die straf omgezet in twintig jaar (zonder vooraftrek van voorarrest). Daarvan zat hij er twaalf uit. In 1957 kwam Willem van Boetzelaer weer vrij.

Willem van Boetzelaer, met Isabel en haar moeder. Beeld: Eva Faché

Foute keuzen

De vraag die Isabel hem vele jaren later stelde, ‘heeft u Joden vermoord?’, kon hij ontkennend beantwoorden. Tot de mensen die hij had opgepakt, behoorden weliswaar drie Joden, maar die hadden de oorlog overleefd. ‘Dit deed natuurlijk niets af aan het feit dat hij de betrokkenen aan een dodelijk gevaar heeft blootgesteld’, zegt Isabel. ‘Als verzachtende omstandigheid voerde hij aan dat hun verblijfplaats bekend was en dat anderen hen zouden hebben opgehaald als hij het niet had gedaan. Ook zei hij dat er op dat moment al geen treinen meer van Westerbork naar de vernietigingskampen reden.’ Maar daarmee nam hij niet het bange vermoeden van zijn dochter weg dat hij in de slotfase van de oorlog op de hoogte was van het lot dat al zoveel Joden had getroffen.

Ze weet niet meer hoelang ze met haar vader heeft gesproken over zijn oorlogsverleden. Een paar uur, vermoedt ze. Het gesprek ging over zijn hang naar avontuur. Zijn ontvankelijkheid voor de Duitse propaganda. Zijn fascinatie voor mooie uniformen. Zijn liefde voor Stephanie – dochter van een prominente NSB’er en zusje van twee ‘fanatieke nazi’s’. De enige ideële component in het verhaal van Willem van Boetzelaer was dat hij het nationaalsocialisme zag als de laatste macht die nog het hoofd kon bieden aan het communisme – de doodsvijand van de klasse waartoe hijzelf, een baron, behoorde.

Maar daarmee kon hij, ook voor zichzelf, niet verklaren wat hem tot een lange reeks foute keuzen had gebracht, en waarom hij zijn geweten niet had laten spreken. ‘Hij had een slap karakter’, zegt Isabel over haar (in 2012 overleden) vader. En toch is zij van hem blijven houden. Want in gevangenschap is Willem van Boetzelaer een wijzer mens geworden, zegt zijn dochter. In zijn milde oordeel over anderen is hij altijd een voorbeeld voor haar gebleven. Zij is dus ook mild over de man die – ‘meer dan terecht’, zegt ze – voor ernstige delicten is veroordeeld.

‘Hij had een slap karakter.’ Beeld: Eva Faché

In plaats van bijltjesdag

Christiaan Willem Johan baron van Boetzelaer is een van zwaarst gestraften onder de tienduizenden Nederlanders die zich in het kader van de ‘bijzondere rechtspleging’ voor hun gedrag tijdens de Duitse bezetting hebben moeten verantwoorden. In ruim 14 duizend gevallen kwam het tot een rechtszaak. 145 mensen zijn ter dood veroordeeld (een lot waaraan Van Boetzelaer ternauwernood ontkwam). 42 van deze vonnissen zijn ook metterdaad ten uitvoer gebracht. Nazi-propagandist Max Blokzijl was de eerste die (op 16 maart 1946) voor het vuurpeloton stierf – afgezien van drie Nederlanders die op 3 mei 1945, vóór het begin van de bijzondere rechtspleging, in Vught zijn geëxecuteerd. De laatste executies werden in maart 1952 uitgevoerd. De laatste Nederlandse politieke delinquent kwam in 1964 op vrije voeten. Op dat moment zaten alleen nog de vier Duitse oorlogsmisdadigers Willy Lages, Franz Fischer, Ferdinand aus der Fünten en Joseph Kotalla vast.

Met de voorbereiding van de bijzondere rechtspleging – de bestraffing van delicten die buiten het bereik van het vooroorlogse strafrecht vielen – maakte de Nederlandse regering in ballingschap al in 1940 een begin. Haar doel was tweeledig: enerzijds moest ze ‘de verwijdering uit de samenleving’ mogelijk maken ‘van allen die op welke wijze dan ook ons volk ontrouw zijn geworden’. Vrij Nederland omschreef de groep waarom het ging nog wat preciezer: ‘zedelijk ontaarden, bankroete politici, mislukte zakenlieden, achtergestelde ambtenaren, avonturiers, machtsbeluste, brutale militairen; een allegaartje van ontwortelde of enkel ruwe menschen.’ Een ‘handvol landverraders’, vermoedde koningin Wilhelmina in 1941 nog.

Het tweede oogmerk van de bijzondere rechtspleging was de voorkoming van eigenrichting. Ofwel: een bijltjesdag waarvan ook onschuldigen (of mensen met een klein vlekje) het slachtoffer konden worden. Zelfs onder de uitzonderlijke omstandigheden van dat moment mochten de principes van de rechtsstaat niet (te veel) onder druk komen te staan. Dit verklaart ook waarom liquidaties in bezet Nederland van veronderstelde landverraders niet werden aangemoedigd of toegejuicht – ook niet door het ongewapend verzet. In Nederland werden dan ook beduidend minder collaborateurs om het leven gebracht dan in België – hoewel de bezetting daar zo’n negen maanden korter duurde: 103 tegenover 850.

Ondanks dat haar vader ‘hartstikke fout’ was, is Isabel er nooit mee gepest. Beeld: Eva Faché

Sociale en economische nood

De opvattingen over de oorzaken en bestraffing van collaboratie liepen in de buurlanden nogal uiteen, schreef historicus Helen Grevers in het boek Van landverraders tot goede vaderlanders (2013). In België werd collaboratie overwegend als een politiek probleem gezien: mensen die zich eraan hadden bezondigd, moesten in patriottische zin worden heropgevoed. In Nederland raakte – nadat de volkswoede van mei 1945 was uitgewoed – de opvatting in zwang dat fout gedrag vaak voortkwam uit sociale en economische nood. Van de ongeveer 150 duizend mensen die na de bevrijding werden opgepakt, waren er in december 1945 al zo’n 60 duizend vrijgelaten.

Hoewel door de massale internering van fout geachte Nederlanders een bijltjesdag werd voorkomen – anders dan in Frankrijk waar duizenden collaborateurs door woedende landgenoten zijn omgebracht – is de zuivering hier allerminst voorbeeldig verlopen. Enkele honderden vrouwen die vriendschappelijke of intieme relaties met Duitsers hadden onderhouden, de zogenoemde moffenmeiden of -hoeren, werden bij wijze van volksvermaak kaalgeknipt en (soms) met menie bewerkt. Vele duizenden mensen werden zonder aanklacht vastgehouden. In sommige detentiekampen gingen leden van de Binnenlandse Strijdkrachten, die onder bevel van prins Bernhard stonden, zich te buiten aan pesterijen en geweld. Voor de BS deden dan ook snel weinig vleiende kwalificaties de ronde, zoals de ‘WA van de prins’ – een verwijzing naar de Weerafdeling (de knokploeg) van de NSB.

In verschillende delen van Nederland werd afgerekend met vermeende collaborateurs. Beeld: Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid 

Als gevolg van ziekte, honger, wangedrag van bewakers en ongelukken bij het werk (zoals de demontage van landmijnen) stierven tussen mei en december 1945 naar schatting 93 geïnterneerden. Maar voor de bijzondere rechtspleging in Nederland gold wat volgens de politicoloog Jon Elster in het algemeen geldt voor de rechtspraak in samenlevingen op drift: ‘First-best justice’ wordt vervangen door ‘second-best procedures to prevent third-best outcomes.’

Boek met bezwaren

Isabel van Boetzelaer heeft ondervonden dat een verhaal als dat van haar vader nog geen onderdeel is – en dat misschien ook nooit zal worden – van de historiografie van de Tweede Wereldoorlog. In 2017 schreef zij de oorlogsgeschiedenis van haar vader en haar (Duitse) moeder, met wie Willem van Boetzelaer in 1958 – een jaar na zijn vrijlating – trouwde. Met haar boek Oorlogsouders wilde ze geen begrip vragen voor haar vader, maar laten zien wat er kan gebeuren met iemand wiens morele kompas hapert (of die zijn morele kompas negeert).

In eerste instantie werd het boek positief ontvangen, maar de stemming sloeg om nadat Isabel van Boetzelaer op omissies in haar documentatie was geattendeerd. Haar werd met name verweten dat zij de oorlogsgeschiedenis van haar grootouders van moeders zijde had willen verfraaien en dat zij de fouten van haar vader had willen bagatelliseren. Ook publicist en programmamaker Ad van Liempt, die het boek had aangeprezen, kwam onder vuur te liggen.

De ‘missie tegen het boek’, zoals Isabel van Boetzelaer het noemt, heeft ook consequenties gehad voor een ander project: met een Joodse vrouw (‘Ik kan haar naam beter niet noemen’) vertelde zij op basisscholen over de invloed die de oorlog op hun beider levens heeft gehad. ‘Ik wilde laten zien wat de gevolgen kunnen zijn van een foute keuze. Hoe belangrijk het is dat je je niet door anderen laat beïnvloeden. Dat je ieder mens als individu moet zien, en niet als onderdeel van een groep.’ Over deze en aanverwante thema’s heeft zo’n vijftien keer gesproken met leerlingen van groep 8. Totdat haar kompaan onverhoeds kenbaar maakte ermee te willen stoppen. ‘Ze durfde het niet meer aan’, zegt Van Boetzelaer.

Met de spreekwoordelijke kennis van nu zou ze Oorlogsouders niet hebben geschreven. Maar ze heeft zich wel aan een ander onderwerp gewaagd: Suriname. Met journalist Aad Wagenaar maakte zij een roadtrip door dit land – waarvan Wagenaar tijdens eerdere reizen hartstochtelijk is gaan houden. Wan Bon, heet het boek dat hieruit resulteerde. ‘Een ander soort ontdekkingsreis dan die van Oorlogsouders.’

Over haar boek ‘Oorlogsouders’: ‘Ik wilde laten zien wat de gevolgen kunnen zijn van een foute keuze.’ Beeld: Eva Faché

Deel dit verhaal