Varsseveld

Op de vlucht voor het bevrijdingsgeweld werd Jak (75) geboren. Nu ontrafelt hij de tocht van zijn ouders

Jak Boumans reconstrueert de vlucht van zijn ouders. Beeld: Eva Faché.

Telkens als Jak Boumans nu over vluchtelingen leest of hoort, denkt hij aan zijn ouders. Hij reconstrueert de vluchtroute die ze in 1944 aflegden vanuit Arnhem. Op die vlucht werd Jak, 2 januari precies 75 jaar geleden, geboren. 

Deel dit verhaal

De romantische details van zijn verwekking kent Jak Boumans (75) niet. Hij weet ook niet of zijn vader (toen 33) en moeder (toen 27) wel echt een tweede kindje wilden. Wat hij wel weet, is dat hij in 1944 praktisch onder de Arnhemse brug is verwekt, die niet veel later ‘een brug te ver’ zou blijken voor de gefaalde operatie Market Garden.

De brug is wereldberoemd geworden, zeker na de film A Bridge too Far met Sean Connery en Michael Caine. Bij Market Garden lukte het niet de brug te veroveren, waardoor de bevrijding van een groot deel van Nederland veel langer op zich liet wachten. Dat Jaks ouders op zo’n strategische plek woonden, zette hun leven volledig op de kop. Tot ver na de bevrijding, toen Jak al was geboren.

In september 1944 werd in Arnhem overal gevochten. Het huis van Jaks ouders werd geraakt door Duitse fosforbommen. De woning stond in brand. Zijn moeder, vijf maanden zwanger, vluchtte met een kinderwagen vol spullen naar een huizenblok verderop. Jaks ouders waren plotseling dakloos. Net als 150 duizend andere Arnhemmers waren ze ‘evacués’ geworden en zouden ze de daaropvolgende maanden door Nederland zwerven.

‘Nu zouden we ze gewoon vluchtelingen noemen’, zegt Jak. ‘Ze moesten als Jozef en Maria van boerderij naar boerderij.’

Het huis van Jaks ouders na het bombardement op 19 september 1944. Beeld: Gelders Archief

Rondtocht

Het was niet per se een gevaarlijke tijd, zegt Jak over die rondtocht. ‘Wel een onzekere.’ Zijn ouders moesten van Arnhem te voet van dorp naar dorp trekken, weilanden door, het water over. Ze verbleven in zes plaatsen, op verschillende boerderijen, meestal toegewezen door het Rode Kruis, bij boeren die ‘lang niet altijd blij waren met gasten’. Al die tijd was er geen mogelijkheid tot contact met hun ouders, van elkaar wisten ze niet wisten of ze al waren bevrijd, of nog in goede gezondheid verkeerden.

Meestal hoorden Jaks ouders pas op het laatste moment of ze hun spullen weer moesten pakken. Ondertussen werd de buik van zijn moeder dikker, en werden de loopafstanden moeilijker te overbruggen.

Dat bleek uiteindelijk een voordeel. ‘In Duiven werd hun evacuatiegroep naar Groningen gestuurd. De huisarts vond die reis niet verstandig voor mijn moeder, dus kregen ze onderdak bij een boer in Varsseveld, tussen Doetinchem en Winterswijk. Daar kon mijn vader werken, werd ik geboren en werden ze op 30 maart bevrijd.’

Jak Boumans bij de beruchte brug in Arnhem. Foto: Eva Faché. 

Advertentiepagina

De advertentiepagina van de Arnhemse uitgave van De Gelderlander zag er op 7 mei 1945 totaal anders uit dan nu. Na de capitulatie van Duitsland stond die vol met oproepen voor vermiste personen. Ook de opa en oma van Jak plaatsten die dag een oproep in de krant. Vijf dagen later antwoordde Jaks vader met een advertentie in diezelfde krant. ‘Alles goed’, schreef hij. ‘Zoon geboren, naam Sjaak.’

Er was ook slecht nieuws. Arnhem was op 14 april bevrijd, het was Jaks vader gelukt om alvast te kijken hoe het met zijn verbrande huis daar gesteld was. ‘Huis en meubels kwijt’, schreef hij nu in de advertentie. In Arnhem had hij zijn woning nog verder in puin aangetroffen, met een kelder die was leeggeroofd.

Terug in Arnhem moesten zijn ouders ‘helemaal opnieuw beginnen’, zegt Jak. ‘Ze waren hun bezittingen en huis kwijt, en kwamen in een klein kamertje bij een oude vrouw terecht. Mijn vader moest als grenswacht en als kampwacht werken. Drieënhalf jaar leefden ze zo, met mij en mijn broertje in dat kleine kamertje.’

De advertentie van de familie Boumans in het Arnhems Dagblad. Beeld: Delpher.

Jak is zijn hele leven al geïntrigeerd door zijn eigen oorsprongsverhaal. Voor hun dood sprak hij zijn ouders over de tocht die ze maakten, nu reconstrueert hij hun route voor zijn familie, en houdt hij er een blog over bij. ‘Ik denk aan ze als ik Syrische vluchtelingen op televisie zie’, zegt hij.’

Na 1948 werd het beter, zegt Jak. ‘Ze verhuisden naar een noodwoning aan de rand van de stad, mijn vader vond werk in een machinefabriek. Op mijn achtste gingen we naar een normaal huis.’

Jak kan zich herinneren dat zijn ouders kort daarna de Staatsloterij wonnen, en twee brommers met bijbehorende lange leren jassen kochten. ‘Die zie ik nog voor me. Ze konden samen gaan toeren. Dat hadden ze verdiend, vind ik.’

Jak (rechts) met zijn ouders en broers in een noodwoning in Arnhem. Beeld: privéarchief Jak Boumans

Evacué in WOII en vluchteling nu, past die vergelijking?

Ismee Tames, programmaleider bij het NIOD, het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, begrijpt de vergelijking maar ziet ook grote verschillen. Vluchtelingen komen in ingewikkelde juridische asielprocedures terecht, waarin ze niet weten of ze ergens mogen blijven of veiligheid krijgen. Tames: ‘Evacués uit Arnhem hadden daar niet mee te maken.’

Ook werden evacués slechts tijdelijk ondergebracht, terwijl Syriërs huis en haard verlaten, ‘wellicht voor altijd.’ ‘En in Nederland trok de frontlinie over, dan was het even gevaarlijk, maar daarna zou het land bevrijd zijn. Veel Syrische vluchtelingen hebben niet zo’n duidelijk eindpunt van het geweld.’

Maar kijk je naar het ervaringsniveau, zegt Tames, dan kan de vergelijking wel degelijk opgaan. Voor haar is dat uiteindelijk niet de belangrijkste vraag. ‘Het is niet aan mij om hier een oordeel over te hebben, maar eerder om heel precies te luisteren naar wat voor boodschap Jak probeert over te brengen. Zoals de boodschap: wij en zij zijn niet fundamenteel verschillend, de ervaring van oorlog, vlucht en onzekerheid zit ook in Nederland diep verankerd.’

Deel dit verhaal