Overijssel

Neergestort in de bevrijdingsstrijd: Adrian heeft zijn vader nooit gekend, maar altijd gemist

Adrian Kitchen met de trouwfoto van zijn overleden vader. Foto: Rebecca Fertinel

Het is november 1944 als een Brits verkenningsvliegtuig neerstort in het IJsselmeer. Navigator Alfred Kitchen komt om het leven. Zijn vrouw is dan acht maanden zwanger. Maarten van Gestel zoekt haar nu 75-jarige zoon op. Zijn leven is getekend door het verlies. Maar dan doet zich een verrassende wending voor.

Deel dit verhaal

Gerrit van ’t Hul staat tot zijn knieën in het water. Voor de 12-jarige ligt het wrak van een verkenningsvliegtuig. Gerrit heeft vanaf de dijk bij Kampen een half uur met zijn vriendjes door het water moeten waden om hier te komen.

Het is lente 1945, Flevoland bestaat nog niet en Kampen ligt nog aan het IJsselmeer. De Hanzestad is in april bevrijd. Het zoontje van de juwelier is al bij het mysterieuze wrak geweest. Hij had ringetjes gemaakt van de strookjes aluminium die hij had gevonden. Het had Gerrit nieuwsgierig gemaakt.

Tussen de stukken ijzer en hout ziet hij iets dat hij niet meteen kan plaatsen. Iets vies, vlezigs, grijs, groens. Het was ‘iets menselijk’, herinnert Van ’t Hul (86) zich nu nog.

Het wrak ligt er dan al een half jaar. In afwachting van de bevrijding zagen de Kampenaren Britse, Amerikaanse en Canadese toestellen overrazen om Duitsland te bombarderen en de Tweede Wereldoorlog te beëindigen. Zo’n kleine tweehonderd vliegtuigen stortten neer in het IJsselmeer. Zo ook in de nacht van 27 november 1944. De piloot overleefde het, maar zijn navigator Alfred Kitchen stierf. Het zijn diens lichaamsdelen die Gerrit ziet liggen.

Van ’t Hul heeft er nooit van wakker gelegen – ‘je zag in de oorlog wel meer nare dingen’. Maar de crash tekende wel het leven van anderen, vooral dat van Adrian Kitchen (75), Alfreds zoon die een maand na de dood van zijn vader in Engeland ter wereld zou komen.

Het vliegtuigwrak (1946). Foto: familie Kitchen

Het logboek van Alfred Kitchen

Veel Britse, Amerikaanse en Canadese toestellen vlogen over het IJsselmeer en over Kampen vanwege de afwezigheid van Duits geschut aan de grond, zegt Johan Graas, die vliegtuigwrakken opspoort. ‘Na Kampen gebruikten ze de glinsterende IJssel als markering naar doelwitten, vaak richting Berlijn.’

Ook Alfred Kitchen vloog de route talloze keren, laat zijn logboek zien. In de eerste jaren van de oorlog werkte de Britse zoon uit een middenklassefamilie nog voor een verzekeraar in Londen. In 1942 meldde hij zich als 22-jarige bij de Royal Air Force, waarschijnlijk met de kennis dat hij toch opgeroepen zou worden, en op deze manier enige invloed had over zijn militaire loopbaan.

Hij werd navigator in een Mosquito: een tweepersoonsvliegtuig, sneller dan de Spitfire. Zijn opdracht was om met lichtkogels doelwitten te markeren voor bombardementen. Zo waren Alfred en zijn vaste piloot in de nachten van 5 en 6 juni betrokken bij D-Day: ze dropten lichtkogels in de buurt van Cherbourg en Le Havre om de invasie van Normandië te bespoedigen.

Weer veilig terug schreef hij brieven aan zijn geliefde, Edna. Zoals het gedicht waarin hij hun eerste nacht samen vergelijkt met het vliegen in een Mosquito. Als zij in verwachting is van hun kindje, vliegt Alfred om punten te verzamelen. Daarmee kan hij verlof nemen na de bevalling. ‘Ik ben bijna vergeten hoe het is om met je te slapen’, schrijft hij drie nachten voor zijn dood. ‘Het voelt als een droom.’

De trouwfoto van Alfred en Edna (1943). Beeld: familie Kitchen

‘Ik heb mijn vader gemist’

Een dikke maand na de crash wordt Adrian Kitchen geboren – en 75 jaar later concludeert hij dat zijn leven is getekend door de vroege dood van zijn vader. ‘Alfred was de ster van zijn familie’, zegt hij. ‘Een jongen die na de oorlog grote dingen wilde bereiken. Een stimulans van zo’n vader heb ik in mijn leven gemist.’

Zijn moeder was een ‘country girl’ uit een familie van landarbeiders. Als bastaardkind werd ze lang binnen gehouden, en had ze anders dan haar broertjes en zusjes weinig vrijheid.

Tot ze Alfred ontmoette, op haar 21ste. Bij een feest na een cricketwedstrijd kreeg ze het verzoek om met een jongen te dansen. Maar Edna wees naar Alfred, die op verlof was. Hij was ingevallen bij de wedstrijd en droeg nu zijn militair uniform. ‘Ze antwoordde dat ze liever met die RAF-officier zou dansen’, zegt Adrian met een glimlach.

De brieven geven aan hoe verliefd ze waren. Adrian denkt dat zijn moeder Alfred heeft aangemoedigd om snel een kind te krijgen, ondanks de gevaren van de oorlogstijd. Zelf worstelt hij met de vraag of ze bij die keuze wel aan hem dachten. ‘Zij zag het anders’, zegt Adrian. ‘Ze wilde per se dat iets uit hun relatie zou voortkomen, juist voor het geval dat er iets ergs zou gebeuren.’

Adrian heeft zijn vader gemist. Net als zijn moeder werd hij geïsoleerd opgevoed, met weinig vriendjes en geen broertjes of zusjes om mee te spelen. Na de oorlog was er geen geld voor privéonderwijs, waardoor Adrian terechtkwam op een middelbare school waar hij geregeld klappen kreeg op het schoolplein. Het leven maakte hem in zijn woorden ‘hard en ruw’. Op zijn 15de stopte hij met school en ging hij als administratief assistent werken in Londen.

Adrian Kitchen met de pet van zijn vader. Foto: Rebecca Fertinel

Terug naar Kampen: op de zandbank

Zoals kinderen nu op de bank hangen en Netflixen, zo lagen Eb Stoffer (90) en zijn vrienden in het gras om geallieerde vliegtuigen te tellen. ‘Kijk, een Spitfire!’, riep hij als een toestel over Kampen raasde. ‘Hoe meer vliegtuigen, hoe sneller de oorlog voorbij was, dachten wij. Eén dag telden we er drieduizend.’

Niet popsterren en youtubers, maar Britten en Amerikanen waren in Ebs tijd de helden van tieners. ‘De piloten van 19 hadden zich vrijwillig aangemeld om voor ons te vechten. Ze vlogen laag en zwaaiden naar ons. Wij zeiden dat we zo zouden instappen als er een zou landen en ons mee zou vragen.’

Het Mosquitovliegtuig waarin ook Alfred Kitchen vloog. Beeld: Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid

De dag na Alfreds crash had iedereen in Kampen het over het brandende toestel die nacht, zegt Eb. Hij denkt dat zijn vader het vliegtuig naar beneden heeft zien storten. Pas drie maanden later zag hij zelf het wrak liggen op een zandbank in het water. Een vriend stak zijn arm in de cockpit om te kijken of er radio-onderdelen te vinden waren. Eb ziet nog voor zich hoe hij zijn arm verschrikt terugtrok. ‘Hij voelde dat er nog een lichaam in zat.’ Het lichaam van Alfred.

In Kampen gingen destijds heldenverhalen rond over het wrak. Het toestel van Kitchen zou in een luchtgevecht verzeild zijn geraakt en op het laatste moment nog vijftig Duitsers hebben vermoord. Maar wat er die nacht echt is gebeurd, weet de hoogbejaarde Eb nog altijd niet.

De twee Engelse halfbroers

Na de oorlog hertrouwde de moeder van Adrian met haar zwager, de jongere broer van Alfred Kitchen. Zij kregen ook een zoon: Simon. Als je Adrian (75) en Simon Kitchen (64) naast elkaar op de bank ziet zitten in hun Engelse geboortedorp Radlett, nabij Londen, heb je niet het gevoel dat je naar twee halfbroers kijkt.

Adrian en Simon Kitchen in het dorp waar ze opgroeiden. Foto: Rebecca Fertinel

Adrian oogt klein, ietwat kwetsbaar, met een doorleefd gezicht en een stevig Brits accent. Hij zou als tovenaar in een Harry Potter-film gecast kunnen worden. Simon is een kop groter, breder gebouwd, heeft een dominante uitstraling en aan zijn accent hoor je dat hij 35 jaar bij een internationaal bedrijf heeft gewerkt.

Ze zitten in de woonkamer bij Simon. In zijn boekenkast staat een boek over de Mosquito, op tafel staat een doos met spullen van zijn oom Alfred: brieven, foto’s, zijn logboek, eremedaille, zijn militaire pet. Zelfs een haarlok, die hun moeder Edna na Alfreds dood nooit wegdeed, ook niet in de zestig jaar dat ze met zijn broer getrouwd was. ‘Volgens mij heeft ze de dood van mijn vader nooit verwerkt’, zegt Adrian. Drieënhalf jaar geleden stierf ze.

Thuis was de situatie ongewoon, met het leeftijdsverschil en een man die door de een ‘oom’ en door de ander ‘papa’ werd genoemd. Hoewel ze veel respect voor ‘hun vader’ hebben, zagen ze tussen hem en zijn moeder nooit de fysieke aantrekkingskracht die er tussen Alfred en Edna geweest moet zijn. ‘Ik denk dat mijn vader, Alfreds broer, zich verantwoordelijk voelde om haar te helpen’, zegt Simon. ‘Dat mijn ouders meer als praktische overweging samen zijn gekomen.’

Simon Kitchen in zijn woonkamer. Foto: Rebecca Fertinel

Simon kon wel naar een privéschool. Hij werd klaargestoomd om grote dingen bereiken, terwijl Adrian juist het gevoel had dat zijn moeder teleurgesteld in hem was. ‘Alsof ze meer verwachtte van de zoon van een RAF-officier.’ Simon herinnert zich de afkeuring van zijn moeder over Adrians vriendinnetjes. Aan de muren van Simons huis hangen nu foto’s van zijn gezin, Adrian woont verderop in een bungalow, alleen.

'Waarom keerden ze niet om naar Engeland?'

Gek genoeg was het Simon en niet Adrian die twintig jaar geleden vragen begon te stellen over de dood van Alfred. Voor zijn moeder kopieerde hij zijn vlieglogboek, toen viel het hem op dat er maanden tussen Alfreds dood en zijn begrafenis zaten.

Simon begon te graven in de oude spullen van zijn moeder. In een brief uit 1945 schreef de piloot haar dat een van de motoren die nacht was uitgevallen, maar dat ze toch doorvlogen naar Duitsland. Hij had vaker op één motor gevlogen, schreef hij, maar het toestel stortte neer na meer motorfalen. ‘De oorlog was bijna voorbij, de missie was niet van levensbelang’, zegt Simon vertwijfeld. ‘Alfred was bijna vader, hij schreef dagelijks brieven aan Edna over hun kindje dat op komst was. Waarom keerden ze niet om naar Engeland?’

Simon wilde weten wat voor man de piloot was, met in het achterhoofd een mogelijk meningsverschil die nacht in het vliegtuig. Hij ging op bezoek bij bejaarde vrienden van de piloot, die hem als lefgozer typeerden. Als ‘iemand die risico’s nam’. Simon: ‘Ik kan hem niets kwalijk nemen, hij heeft voor zijn land gevochten en is na de crash zelf gevangen genomen. Maar als het kon, hadden ze moeten omkeren.’ Simon zwijgt even. ‘Ook al was ik dan nooit geboren.’

Het vlieglogboek van Alfred over zijn fatale nacht. Foto: Rebecca Fertinel

Het graf in IJsselmuiden

Adrian voelt zich aangestoken door Simons zoektocht naar wat er misging die nacht. Zijn halfbroer spoorde jaren geleden zelfs een oude Kampenaar op, die in 1945 had gezien hoe Alfreds lichaam uit het toestel werd gehaald. Met hun bejaarde moeder en 'hun vader' reisden Adrian en Simon naar Nederland om hem te ontmoeten.

Tegelijkertijd beseft Adrian dat ze er nooit achter zullen komen wat er precies gebeurde, die fatale nacht. Hij denkt dat ze ‘het moeten laten rusten’, 75 jaar na dato. ‘Ik heb er vrede mee.’

Hij bezocht het graf van zijn vader in IJsselmuiden een aantal keer, dat raakte hem zeer. En ook nu ziet hij Alfred elke dag. Hij haalt twee lijsten uit zijn tas. In één zit een foto van Alfred als twintiger. ‘Zie je de gelijkenissen?’, vraagt Adrian terwijl hij de foto dicht bij zich houdt.

In de andere lijst zit een print van een formatie oorlogsvliegtuigen in de lucht, met een Mosquito in het centrum. Op de muur in Adrians bungalow hangen de twee lijsten na elkaar. ‘Ze vertellen een verhaal. Zijn verhaal.’

Toen Adrian klein was, hing de print met de vliegtuigen bij zijn moeder in de woonkamer. Als jongetje keek hij er uren naar. ‘Ik stelde me voor dat mijn vader in precies dat toestel zat, boven Frankrijk, vechtend in een oorlog. Hoewel ik niets over hem wist, voelde ik me trots om zijn kind te zijn.’

Met dank aan Gert Talens uit Dronten

De print die bij Adrian thuis aan de muur hangt. Foto: Rebecca Fertinel

Vliegtuigwrakken in het IJsselmeer

Hoeveel vliegtuigwrakken liggen er nu nog in het IJsselmeer? Schattingen lopen ver uiteen: van 50 tot hooguit 10. Johan Graas borg er in het verleden ruim 35, als hobby en persoonlijke missie. ‘We vinden nog steeds menselijke resten in de toestellen, soms kunnen we ze identificeren. Families kregen 75 jaar geleden bericht dat hun vader of man vermist was. Nu krijgen ze alsnog een graf in Nederland.’

Deel dit verhaal