Apeldoorn

‘Mijn vader had hout verzameld voor reparaties. Nu stond hij er kisten van te timmeren’

Theo Linthorst. Foto: Eva Faché.

In de gevaarlijke laatste uren voor de bevrijding helpt Theo Linthorst een zwaargewonde Canadees. Als even later de nazi's zijn verslagen, kan het feest beginnen. Maar dan komt zijn vader met slecht nieuws. 

Deel dit verhaal

‘Ik zie het nog precies voor me: mijn vader die de eiken op ons erf omzaagt, een paar maanden voor de bevrijding. Hij was timmerman en dacht: als hier straks wordt gevochten tussen Duitsers en geallieerden, wil ik planken hebben voor reparaties. Ik weet nog dat mijn opa langskwam en zei: Willem, dat heb je goed gedaan, want er kan van alles gebeuren.

‘Mijn vader zou die planken inderdaad hard nodig hebben. Maar voor iets totaal anders dan hij verwachtte.

‘Mijn vader en ik waren een onafscheidelijk duo. Ik was de oudste van vijf kinderen, in die tijd was dat belangrijk. Dus als mijn vader naar het bos ging voor kachelhout, dan moest ik mee. Hij moest vier keer met een kar op en neer, ik bewaakte in mijn eentje de rest van de stapel. Als er Duitsers langs zouden komen om het hout af te pakken, zei mijn vader, dan moest ik het beschermen. Doodeng vond ik dat, ik was pas 11.

Theo: ‘Mijn vader en ik waren een onafschijdelijk duo.’ Foto: Eva Faché.

Canadese militair

‘Ik herinner me het geschreeuw van een Canadese militair bij het gevecht om Apeldoorn. Drie dagen lang werd er over en weer geschoten. 150 meter aan de westkant van ons huis liepen loopgraven met Duitsers om de geallieerden tegen te houden. Ik hoorde continu luide knallen, en toen ineens dat kermen van die Canadees.

‘Mijn vader en ik gingen naar buiten, toen er even niet geschoten werd. We sleepten de gewonde Canadees naar binnen. Hij had een grote open wond in zijn rug. Mijn vader stopte er een gescheurd laken in. Terwijl de rest van het gezin met evacués in de schuilkelder zat, bleven wij boven bij hem. Ik hield zijn hand vast, daar werd hij rustig van. De volgende morgen waren we bevrijd.

Theo als klein jongetje. Foto: Eva Faché. 

‘Opoe is dood’

‘We waren blij dat de Duitsers waren verslagen, maar we waren ook druk met die man. Niemand bij ons sprak Engels, dus mijn vader moest met handen en voeten uitleggen dat die Canadees bij ons was. De ambulance was er binnen een half uur, kort daarna hoorden we dat-ie meteen op transport naar Canada werd gezet. Misschien leefde hij nog, misschien niet.

‘’s Middags ging mijn vader kijken hoe het met zijn ouders was. Toen hij met de fiets terugkwam, rende ik hem zoals altijd tegemoet. ‘Opoe is dood’, zei hij zacht. Ze was vanuit de schuilkelder drie dagen niet naar de wc geweest. Ze ging naar buiten toen het wat stiller leek en werd door een rondvliegende scherf geraakt. Nog voor de bevrijding stierf ze aan haar verwondingen.

‘Mijn vader hield zich sterk, mijn moeder werd emotioneel toen hij het vertelde. Maar er kwam nog meer. Die middag ging hij naar de ouders van mijn moeder. ‘Nu is het moeilijk, jongen’, zei hij toen hij thuiskwam. ‘Nu moet ik ook vertellen dat je opa is doodgeschoten, een uur voor de bevrijding.’

Theo bij het graf van zijn grootouders. Foto: Eva Faché.

Vader timmerde de kisten

Theo is even stil. De herinnering ontroert hem nog steeds. Hij woonde op zeven plaatsen in Nederland, maar is nu al dik 25 jaar terug in Apeldoorn. Vanuit zijn woonkamer wijst hij naar de plekken waar zijn opa en oma stierven. Terwijl Apeldoorn feestte, was het gezin van Theo ‘druk met de ellende, het verdriet, het begraven’.

‘Het volgende beeld dat ik zie is mijn vader die in de schuur twee kisten aan het timmeren is. Die eiken die hij voor de bevrijding had omgezaagd, waarvan mijn opa zei dat het zo slim was, die gebruikte hij nu voor de kist van diezelfde opa. Toen mijn moeder over zijn dood hoorde, reageerde ze zeer verdrietig. Het was de hele oorlog goed gegaan, nu waren haar schoonmoeder en vader in één nacht gestorven.’

Theo heeft nog steeds moeite met de zinloosheid. ‘Een paar uur voor de bevrijding stond de schuur van mijn opa in brand. Hij ging naar buiten om zijn koeien los te snijden. Een soldaat zag hem, zei dat het lossnijden nergens voor nodig was en schoot hem dood. Zomaar, zonder reden.

‘Bij oma ging ik na school soms op bezoek. Ze vroeg altijd of ik een glas melk wilde. Eén keer vroeg ik aan haar of ik een geel broodje op haar tafel mocht opeten, dat zag er lekker uit. Zij moest lachen en zei dat het een spons was. Mijn opa was altijd goedgehumeurd. Hij was het hoofd van de plantsoendienst. Ik weet nog hoe blij hij ooit reageerde op het nieuws dat hij opslag kreeg én voortaan op zondagen vrij was.’

Theo op de begraafplaats. Foto: Eva Faché.

Bomgaten in de kerk

Nadat Theo’s vrouw in 2003 overlijdt en in de Apeldoornse Teresiaparochie wordt begraven, wordt hij bestuurder van die kerk. Daar werden na de bevrijding ook zijn opa en oma begraven.

‘Ze kwamen allebei op een kar aanrijden die door mensen werd getrokken. Ze lagen in simpele, ruwe eikenhouten kisten. Binnen was een enorme ravage. Ik hielp met het vrijmaken van een pad, overal lagen brokstukken. De kerk telde 150 bomgaten. Op de paar banken die er stonden kon nu niemand zitten. Mijn opa en oma kregen een korte, provisorische dienst.

‘De dienst overviel me. Mijn opa was 69, mijn oma pas 57. In die tijd speelden opa’s en oma’s niet met kinderen zoals ik nu met mijn kleinkinderen speel. Ik ging vroeger nooit met ze uit wandelen, zoals ik met mijn eigen kleinkinderen doe. Dat ze over van alles vragen wat het was, en dat ik dat dan uitleg. Vroeger moest er gewerkt worden. Maar ik hield wel van ze, en nu lagen ze daar. Pas in de kerk voelde ik dat het echt afgelopen was.’

Het gesprek met Theo vindt in september plaats. Eind 2019 krijgt hij het nieuws dat bij hem kanker is geconstateerd. Op 22 januari slaapt Theo vredig in. Hij wordt 87 jaar. 'Te mogen leven is bijzonder', leest zijn overlijdensadvertentie. 'Het lijkt zo gewoon, maar 't is een wonder.'

Theo Linthorst (1933 - 2020). Beeld: Theo Lindhorst

Deel dit verhaal