Maastricht

Everd stuurde zijn hele leven brieven aan de Amerikaan die hem redde

De kapotte Maasbrug in Maastricht. Beeld: Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid.

Everd Soons liep tijdens de oorlog een trauma op van de vele uren die hij als peuter alleen moest doorbrengen in de schuilkelder. De strijd om Maastricht was in volle gang. En toen verscheen daar plots de Amerikaanse militair William. Hij hield zijn leven lang contact met zijn ‘redder’.

Deel dit verhaal

Everd Soons (78) neemt altijd zoveel mogelijk afstand van de reling als hij de Maas oversteekt. Hij werkt ondanks zijn leeftijd nog steeds als vormgever en moet in zijn woonplaats Maastricht geregeld de rivier over. Als hij de boekenwinkel wil bezoeken waar hij exposeert, bijvoorbeeld. Of als hij naar een terrasje op het Vrijthof wil. Maar al zijn hele leven ontwijkt hij een blik op de twintig meter diepe afgrond onder hem.

Niet vanwege de hoogte, maar vanwege het aanzicht van het donkere water. ‘Als ik dat zie, krijg ik opnieuw dat beklemmende gevoel’, zegt Everd. ‘Ik voel de angst die ik als jongetje voelde, rond de bevrijding van Maastricht.’

Everd Soons. Foto: Katja Poelwijk

Het ‘donkere water’ brengt Everd terug naar de tijd waarin hij als peuter van 3,5 jaar alleen in een ondergelopen kelder zat. Met de Amerikaan die hem ‘redde’ uit die kelder zou hij een decennialange briefwisseling onderhouden.

Groot huis aan de Maas

In 1944 woont Everd met zijn ouders, broers en oudere zus in een groot huis aan de Maas, dicht bij de Oude Brug. Het front nadert, de geallieerden zijn geland in Normandië en begonnen aan hun opmars. Bij luchtalarm vlucht het gezin de kelder in, die soms onder water staat door schommelingen van het waterpeil van de Maas. ‘Dat water was pikzwart, want het mengde met een restproduct van kolen dat we hadden om de kachel te stoken.’

Het is die kelder die Everd bang maakt. Want soms zit hij daar urenlang alleen. Als zijn zus en broers naar school zijn, zijn vader aan het werk is als pianodocent en zijn moeder ziek is, dan stuurt zij hem ernaartoe, in de veronderstelling dat het de veiligste plek is voor de peuter. ‘Maar ik vond het doodeng daar.’

Mijn
Bevrijding

Dit verhaal hoort bij onze serie persoonlijke bevrijdingsverhalen. Volg de frontlijn op onze kaart en ontdek telkens nieuwe stukken.
Bekijk alle verhalen op de kaart

Opgeblazen bruggen

En het werd nog erger toen de Duitsers Maastricht op 13 september 1944 ontvluchtten. De geallieerden waren vlakbij, ze hadden voet op Nederlandse bodem gezet. De Duitsers bliezen op hun terugtocht de twee belangrijkste bruggen over de Maas op. Door de hoge luchtdruk en het rondvliegende puin na de explosie vlogen bij de familie Soons de ramen en deuren eruit en raakte het dak beschadigd. Nog diezelfde dag trokken Amerikanen het deel van de stad in waar Everd en zijn ouders woonden. Een dag later staken ze met bootjes de Maas over en bevrijdden ze ook het historische centrum.

Maar altijd was daar die angst voor de tegenaanval van de Duitsers.

Amerikaanse militairen in Maastricht, Everd op de arm bij William (1944). Beeld: Everd Soons

Een onbekend silhouet

Toch is deze traumatische periode het moment waarop het leven van Everd een onverwachte wending neemt. Een paar dagen na de bevrijding – de peuter zit te huilen in de donkere kelder – ‘opent plotseling het gordijntje’ aan de muur. ‘In het huis naast ons waren geallieerden gelegerd en in de muur tussen onze kelders zat een klein gat. Nu stond daar een onbekend silhouet voor me, groot als een beer door alle militaire uitrusting.’

Eerst was Everd ‘doodsbang’, toen reikte de militair hem een tinnen blikje aan. ‘Er zat stroop in en daar mocht ik van eten. Met mijn vingers lepelde ik het naar binnen.’ De militair was William, een Amerikaanse onderofficier die de kleine jongen had horen huilen en die in de stad gestationeerd was om de bruggen over de Maas te herstellen.

Everd met houten geweer en helm (1944). Beeld: Everd Soons

Voor Everd beginnen zijn mooie jeugdherinneringen met de komst van William. Het Amerikaanse 9de Leger kreeg zijn hoofdkwartier in Maastricht, waardoor het in de stad ‘stikte van duizenden Amerikanen’. Ze haalden een nieuwe fiets voor Everds zus, brachten nieuwe ruiten voor het huis en hadden zelfs een ijsmachine geregeld voor de ijsmaker van Maastricht. ‘Van een opgesloten gevoel in de kelder ging ik naar elke week gratis ijsjes: fantastisch.’

Maar vooral herinnert Everd zich de keren dat William hem op zijn schouders meenam om naar de bouw van de nieuwe stalen bruggen te kijken. En de schetsblokken van de stoere Amerikaan, die hij mocht doorbladeren en waarop hij met grote ogen naar de getekende stranden van Normandië keek. ‘Wiliam was daar na de eerste golf militairen aangekomen en trof er de totale vernietiging aan.’

Amerikaanse ‘cowboys’

Everd kreeg een houten helm die eruitzag als een metalen legerhelm en waar hij ‘altijd mee rondliep voor het huis’, tussen de Amerikanen, ‘cowboys’ volgens Everd. ‘William nam lang de tijd om zijn revolver schoon te maken, zo’n ouderwetse met een cilinder waar zes kogels ingaan. Die hadden ze allemaal. Na hun lunch gooiden ze hun lege blikjes over de Maas en schoten ze erop. Ik vond dat prachtig om te zien.’

Toen het Duitse leger eind 1944 met het Ardennenoffensief een poging deed om Antwerpen te heroveren, werd William onverwacht naar België gestuurd om de vernietigde infrastructuur te herstellen. Hij kwam nog even terug naar Maastricht, maar vertrok daarna al snel naar Duitsland. Everds oudere zus bleef hem schrijven. Ook Everd onthield de stoere Amerikaan, zelfs toen hij al in de 20 was. In de jaren zestig stuurde hij William daarom zijn eerste brief. ‘Hij schreef terug over zijn werk bij een vrachtautofabrikant in Maryland, over de enorme stacaravan waarin hij woonde en over zijn zoontje met het Syndroom van Down.’

Ernstig ziek

Nu liggen decennia aan brieven van William bij Everd bewaard in een grote archiefdoos in de boekenkast in zijn slaapkamer. Toen de oud-militair in de 80 was, zei hij dat hij naar Maastricht wilde komen. Om te zien hoe het met Everd en zijn vijftien jaar oudere zus ging, schreef hij, om te zien hoe Maastricht was veranderd en om de graven van kameraden te bezoeken. William moest snel zijn, want hij was al ernstig ziek. ‘Ik boekte een hotel dat hij nog kende uit de oorlogstijd’ zegt Everd, ‘en vroeg om een comfortabele stoel. Hij had zo veel last van zijn longen dat hij niet eens meer liggend kon slapen.’

William (l) en Everd bij hun wederontmoeting in Maastricht in 1997. Beeld: Everd Soons

Zo imposant als de indruk van de militair in 1944 was, zo broos en klein oogde William nu, toen Everd hem in het voorjaar van 1997 op het station van Maastricht ophaalde. ‘Hij was een kop kleiner dan ik. Maar het voelde meteen vertrouwd’, zegt Everd. William vertelde dat hij een klik had met de stad: van de plekken waar hij tijdens de oorlog was geweest, wilde hij vanuit Amerika alleen naar Maastricht.

De laatste eer

Nu pas hoorde Everd over de vrienden die William in de Ardennen had verloren en het leed dat hij in de twee jaar als militair in Europa had meegemaakt. ‘Daar werd in de brieven nooit over gesproken.’ Na het bezoek besefte Everd hoe groot het offer was dat William en andere militairen hadden gemaakt. ‘Dat maakte zo’n indruk, dat ik iets voor hem moest maken.’ Het werd een collage die hij met de post de Atlantische Oceaan overstuurde, met het portret van William en de brug die hij bouwde zoals Everd zich die uit zijn jeugd herinnerde.

‘Niet veel later stierf hij’, zegt Everd. ‘Zijn vrouw schreef dat hij begraven was met militaire eer, net zoals alle andere WOII-veteranen, met een Amerikaanse vlag over zijn kist. Op die kist lag mijn tekening, ingelijst.’

Everds collage lag ingelijst op de kist bij Williams begrafenis. Beeld: Everd Soons

Deel dit verhaal