Diemen

‘Ik heb nooit iemand zo blij gezien als mijn moeder tijdens de bevrijding’

Agnes van der Straaten-Lüschen. Foto: Raymond Rutting

Het beeld van haar moeder die tijdens het bevrijdingsfeest in Diemen op straat danste, haar schort nog voor, dat vergeet Agnes van der Straaten-Lüschen (83) nooit meer. ‘Ik was zo blij dat zij ook weer blij was.’

Deel dit verhaal

Op haar verjaardag denkt Agnes altijd aan een gehaktbal. Die ene bal, die ze precies vijfenzeventig jaar geleden van haar vader en moeder kreeg. ‘Mijn vader stuurde al mijn broers en zussen naar de tuin’, herinnert ze zich. Ze ziet het kacheltje nog voor zich, met een pannetje erop waarin drie gehaktballen lagen te pruttelen. ‘Kom jij maar eens mee’, zei haar vader en pakte een van de ballen en een vork. ‘En die was helemaal voor mij alleen, heerlijk na al die honger die we hadden gehad.’

Haar broertjes en zusjes wilden er ook wel een, maar ja, zij was jarig. Dus toen ze alsnog kwamen kijken, zei ze: ‘Nee, die is voor mij.’ Terwijl Van der Straaten vertelt, is haar gezicht breeduit lachend in beeld. Vanwege corona videobellen we. ‘Dit verhaal kent iedereen in de familie’, zegt dochter en Agnes die assisteert bij de communicatie.

Fantastische ervaring

Een dag voor die bewuste verjaardag, op de avond van 4 mei, zat de bevrijdingssfeer in het dorp er al goed in. Vanuit het nabijgelegen Amsterdamse Betondorp kwamen vooral jonge mensen zingend en juichend Diemen binnenlopen, waar Van der Straaten tot haar 21ste woonde.

‘We waren net allemaal gaan slapen’, weet ze nog. ‘Ik moest eigenlijk in bed blijven, maar ik heb net zolang gehuild tot ik erbij mocht zijn. Dat lukte en het was een fantastische ervaring.’

Tijdens ons gesprek begint ze een paar keer over haar moeder. Dat die zo vrolijk was en opgelucht. ‘Ik heb nooit iemand zo blij gezien als mijn moeder toen. Die heeft het niet makkelijk gehad. Ze heeft alles gedaan om iedereen te verzorgen, er viel een stuk narigheid van haar af.’

Met negen kinderen – na de oorlog kwamen er nog twee bij – moest het gezin alles uit de kast halen om iedereen te eten te geven. Een keer waagde Agnes het om haar neus op te halen voor het eten. ‘Die rommel lust ik niet’, zei ik. ‘Toen werd mijn vader zo kwaad, dat ik daarna nooit meer iets heb durven zeggen.’

Foto's van Agnes en haar broers en zussen uit 1941. Foto: Raymond Rutting

Totaal verrast

Gelukkig kreeg het gezin hulp. Op een avond werd er aangebeld, herinnert ze zich. Agnes deed open en kreeg van een onbekende een pakje in haar handen geduwd. Ze gaf het aan haar vader en moeder, die totaal verrast waren toen ze ontdekten dat er een stuk vlees in zat. ‘Niemand wist van wie het kwam, maar mijn ouders waren zo blij dat ze iets voor hun kinderen konden doen.’

In de Hongerwinter kon haar zus gelukkig een tijdje naar Edam, haar broers aten ’s middags bij een boer en zelf logeerde Agnes op een boerderij in de IJpolder. ‘Die boer heeft heel veel goeds gedaan’, zegt Van der Straaten. ‘In de middag kwamen er ook nog mensen eten, dan stonden er wel zestien mensen in de rij. Dat ging allemaal via de pastoor.’

Zelf werd Agnes er ‘bijzonder goed verzorgd’, maar op een gegeven moment moest ze weg. Halsoverkop. ‘Ik denk omdat ik er al zo lang was. Daarom waren de kinderen van de boer me ook een beetje zat.’ En zo kwam ze vlak voor de bevrijding weer thuis en zag ze haar vader en moeder en broertjes en zusjes weer.

Toen de geallieerden door de straten van Diemen reden, werd het wel nog even spannend. ‘Mijn broertje viel onder een tank’, zegt Van der Straaten. ‘Ik zie hem nog zo vallen.’ Er was grote paniek en hij werd door volwassen naar binnen gedragen. ‘Maar hij mankeerde helemaal niets. Hij was precies tussen de banden terechtgekomen.’

Zelf kwam ze niet helemaal ongeschonden uit het feestgedruis. Vanaf de tanks en auto’s gooiden de soldaten sigaretten. Agnes dook eropaf, maar een jongen die naast haar stond ook. ‘We hadden allebei een bult op ons hoofd, maar ik had de sigaret.’ Toen ze hem trots aan haar vader gaf, was ze wel een beetje teleurgesteld. ‘Hij was een goede katholiek, dus gaf hij hem aan de pastoor.’

Maar lang treurde ze er niet om. Die meidagen herinnert Van der Straaten zich vooral als een groot feest. Opeens kon er weer van alles. Hier een ijsje, daar wat snoep. En de piano werd naar buiten gesleept. ‘Dat beeld dat mijn moeder op straat danste, met haar schort nog voor, dat vergeet ik nooit meer. Ik was zo blij dat zij ook weer blij was.’

Beelden van de bevrijding van Amsterdam. Bron: Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid 

Deel dit verhaal