Schiermonnikoog

Hoe het allerlaatste stukje Nederland werd bevrijd

Theun Talsma werd bevrijd op Schiermonnikoog. Sabine van Wechem

De bevrijding van Nederland eindigde met de bevrijding van Schiermonnikoog. Op de boerderij van Theun Talsma werd een groep van ongeveer 120 SS’ers en SD’ers ingekwartierd, onder wie een beruchte oorlogsmisdadiger. ‘Dit had een rustige plek moeten zijn.’

Deel dit verhaal

‘Hier was geen bevrijding na de capitulatie,’ vertelt Theun Talsma (83) in de tuin van boerderij De Kooiplaats, tussen de duinen en kwelders van Schiermonnikoog. ‘Mijn vader vertelde dat hij vanaf de dijk de Nederlandse vlaggen aan wal al kon zien wapperen.’ Maar de bevrijding van het Waddeneiland liet tot 11 juni op zich wachten.

En in die laatste weken van de bezetting werd de 9-jarige Theun samen met zijn ouders en vier broers van de boerderij gestuurd. ‘De wereld van mijn ouders stond op zijn kop.’

Talsma haalt een ingelijste oude krant tevoorschijn. ‘Het eerste en het laatste bevrijde gebouw in Nederland’, kopt het artikel. Het gaat over de Kooiplaats: het gebouw dat als laatste in Nederland ontzet moest worden, en het gebouw waar Talsma is geboren en opgegroeid.

Toen grote delen van Nederland al waren bevrijd, werd er in april 1945 een groep van ongeveer 120 SS’ers en SD’ers ingekwartierd. Talsma kwam met zijn familie op straat te staan. ‘Het was lang niet zo erg als wat er allemaal daar aan wal is gebeurd. Maar toch, dit had een rustige plek moeten zijn.’

De aftocht van nazi's van het eiland. Beeld: A.A.J. Mulder, Groninger Archieven  

‘Het waren gevaarlijke types,’ herinnert Talsma zich de SS’ers. Ze waren gevlucht uit Groningen, waar ze zich tevergeefs hadden verzet tegen de Canadezen bij de bevrijding van de stad. Om aan de geallieerden te ontkomen, staken ze met boten het wad over naar Schiermonnikoog, mogelijk met als doel door te reizen naar Duits grondgebied. Waarom het juist Schiermonnikoog werd waar de SS’ers naartoe vluchtten, dat ‘is tot op heden niet bekend’, zegt Talsma. Er zijn verschillende theorieën: ze hadden door willen reizen naar het Duitse Waddeneiland Borkum, of hoopten te worden opgehaald.

Eenmaal op het eiland wilde de Duitse commandant de groep niet in het dorp of bij de andere troepen hebben en stuurde hij ze naar de meer afgelegen Kooiplaats. ‘Op een dag kwam iemand van de gemeente, die zei dat mijn ouders meteen weg moesten. Mijn vader was heel gestrest en opgewonden. We pakten paard en wagen, laadden wat spulletjes in en daar gingen we.’ In eerste instantie naar de buren, een stukje verderop. ‘Ja, die keken ook vreemd op natuurlijk.’

De familie Talsma was welkom. ‘Ze hadden maar één extra slaapkamer. Daar sliepen onze ouders. Mijn broers en ik sliepen op het hooi in de schuur. Dat duurde een paar nachten.’ Later kreeg het gezin door de gemeente een woning in het dorp toegewezen.

Hutten bijgebouwd

Ondertussen installeerden de SS’ers en aanhang (‘er waren ook vrouwen bij’) zich in de boerderij. ‘Van onze woonkamer maakten ze een keuken.’ Bovendien was de Kooiplaats niet groot genoeg voor de hele groep. ‘Die pasten niet allemaal in de boerderij, daar kunnen hooguit dertig à veertig man in.’ Dus werden er hutten bijgebouwd, in kuilen uitgegraven in de duinen en in de nabijgelegen eendenkooi.

Talsma laat het zien, onderweg naar de eendenkooi. ‘Hier liepen ze de hele tijd op en neer.’ In het midden van de eendenkooi ligt een vijver, met daaromheen een lage dijk. De plek wordt omringd door een ellipsvormige bosrand. De eenden zoeken de luwte van de plek op, waar ze gevangen worden met een grote installatie van hout en riet, de vangpijpen. Talsma demonstreert de kooi. Hij is kooiker, ‘iemand die de eendenkooi beheert, eenden vangt, eenden ringt, eenden verzorgt’. Zijn vader was het ook, van hem leerde hij het vak.

Theun laat de kooiplaats zien. ‘Hier liepen ze de hele tijd op en neer.’ Foto: Sabine van Wechem

‘Kijk, hier waren de hutten. Later hebben we als kind nog in die verlaten hutten gespeeld.’ Nu is er niets meer van te zien, de gaten in de dijk zijn opgevuld. Talsma kijkt even in een ingegraven melkbus waar een eend broedt, om te kijken of de eieren al zijn uitgekomen. ‘En hier sliep volgens mijn broer dus die Lehnhoff’, zegt Talsma een stukje verderop.

Berucht

Robert Lehnhoff was een officier van de Duitse Sicherheitsdienst. Hij had zijn hoofdkwartier in het beruchte Scholtenhuis aan de Grote Markt in Groningen, waar tijdens de bezetting gevangenen van de SD, een afdeling van de SS, werden gemarteld en vermoord. ‘Eerst wisten we niet wie deze mensen precies waren,’ zegt Talsma. ‘En als kind had je daar sowieso geen idee van, behalve dat ze zwaar bewapend waren.’

Robert Lehnhoff, SS'er. Beeld: Politie Groningen / Groninger Archieven  

‘Ik ben in die tijd misschien één of twee keer terug geweest naar de boerderij, met mijn vader. Hij moest er nog elke dag naartoe om de koeien te melken, die in de wei liepen. Mijn moeder wilde daar niets van weten, die vond het veel te gevaarlijk. Af en toe was er appèl en werden de namen opgeroepen. Ik weet niet meer of mijn vader ze opschreef of onthield, bij het melken, maar hij speelde de namen later door aan de burgemeester. Zo kwamen ze er gaandeweg achter met wat voor mannen ze van doen hadden.’

Op de vermeende slaapplek van Lehnhoff staat nu ‘1945’, gelegd met brokstukjes van de hut, met erboven een verroest stukje kachel. ‘Het goedkoopste oorlogsmonument van Nederland,’ zegt Talsma met een twinkeling in zijn ogen.

Pas eind mei 1945 kwam er schot in de zaak. Er waren geruchten dat de Canadezen zouden komen. De SS’ers sloopten hun geweren en verbrandden uniformen, papieren en ander belastend bewijsmateriaal. Talsma wijst naar de plek waar destijds een waterput stond. ‘Die zat helemaal vol met kapotte geweren.’

Verzetsman

Het was uiteindelijk niet de Canadese bevrijder, maar een Nederlandse verzetsman in Canadees uniform die de groep op de Kooiplaats met twee andere kompanen weglokte. ‘Er werd beloofd dat ze krijgsgevangen genomen zouden worden. Maar toen ze voet aan wal zetten, werden ze meteen naar de gevangenis in Groningen gebracht.’ De groep werd in Nederland berecht, precies waar Lehnhoff aan had gehoopt te ontkomen. In 1950 werd hij geëxecuteerd. Een zeldzaam vonnis na de oorlog: hij is een van de 39 oorlogsmisdadigers die werd geëxecuteerd.

Talsma kon niet onmiddellijk de boerderij in. ‘De BS (Binnenlandse Strijdkrachten, red.) moesten alles uitkammen, op zoek naar persoonsgegevens, papieren, maar ook geroofd geld, zilver en goud. Pas toen ze werd vrijgegeven konden we weer terug.’

Op 11 juni verlieten ook de zeshonderd op Schiermonnikoog gelegerde Wehrmachtsoldaten het eiland. Daarmee was Nederland nu echt volledig bevrijd van de bezetter. Er was een groot feest, maar daar had de familie Talsma nauwelijks tijd voor. ‘We hebben er niet veel aan meegedaan.’ De schade die op de Kooiplaats was aangericht, moest worden hersteld. ‘We moesten de hutten dichtgooien, het vee verzorgen en het huis repareren. Het leven ging gewoon door.’

Na de bevrijding van Schiermonnikoog op 11 juni 1945 was Nederland volledig bevrijd van de bezetter. Foto: Sabine van Wechem 

Deel dit verhaal