Texel

Hoe de Georgische opstand uitmondde in een guerrillaoorlog op Texel

Duitse versterkingen roeien naar Texel. Beeld: Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad  

De bezetting eindigde op Texel met een bloedbad, toen Georgiërs die voor de Duitsers vochten in opstand kwamen. Texelaar Jaap Bakker zag de kalk van de muren springen door de kogelinslagen. ‘Zoveel doden op zo’n klein eilandje.’

Deel dit verhaal

Jaap Bakker (90) weet nog goed dat de Georgiërs op het eiland aankwamen. ‘Als er ook maar iets gebeurde in de haven, vlogen we erheen, ook al kwamen we dan te laat op school’, vertelt hij in zijn woonplaats Oudeschild. Het waren ‘aardige, ontwikkelde mensen’. Maar hun entree op het eiland zou het begin zijn van een bloedige veldslag die ook de familie van Bakker zou raken.

‘We gingen weleens bij ze kijken’, vertelt Bakker. ‘Ze slachtten soms stiekem schapen en roosterden die boven een vuurtje. Daar zongen en dansten ze bij, arm in arm. Het waren sentimentele liedjes, emotioneel. Prachtig was dat. De Duitsers die hadden heel andere liederen. Om op te marcheren.’

Jaap Bakker, hier in de haven van Oudeschild, woont nog steeds op Texel. Foto: Sabine van Wechem

Opstand

Wat deden deze Georgiërs op Texel? ‘De Duitsers op het eiland kregen versterking van verschillende buitenlandse troepen’, vertelt Gelein Jansen (73). Jansen is zelf vlak na de oorlog geboren op Texel en verdiept zich al tientallen jaren in de geschiedenis van het Waddeneiland. Sovjetsoldaten die gevangen werden genomen aan het Oostfront, zoals deze Georgiërs, kregen de keuze tussen een Duits uniform en het krijgsgevangenkamp. Dikwijls kozen ze voor het eerste om aan de dood te ontsnappen. Sovjetsoldaten werden in de krijgsgevangenkampen van de nazi’s stelselmatig uitgehongerd, drie miljoen soldaten kwamen zo om het leven.

In januari 1945 arriveerde een bataljon van achthonderd Georgiërs en vierhonderd Duitsers op het eiland. Texel maakte deel uit van de Atlantikwall, de verdedigingslinie van de nazi’s aan de kust, en die moest worden versterkt nu de geallieerden naderden.

‘Begin april zouden de Georgiërs te horen hebben gekregen dat ze overgeplaatst zouden worden naar het front,’ vertelt Jansen. Met het einde van de oorlog in zicht besloten ze in opstand te komen. In de nacht van 5 op 6 april was het zover: de Georgiërs trokken hun bajonetten en wapens om de slapende Duitsers te overrompelen.

Een groep Georgiërs op Texel. Hun namen zijn niet bekend. Beeld: Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad  

Jaap Bakker was de ochtend van 6 april op weg naar zijn werk bij de smederij in Oudeschild. De opstand drong nog niet tot hem door. ‘Dit is niet echt, was mijn eerste reactie. Er was een beetje sensatie, ik dacht dat het een oefening was. Ze oefenden wel vaker in de haven van Oudeschild.’

‘Ik ging met wat vrienden kijken. Het was gesperrt, toch liepen we door. Toen zagen we een aantal dode schapen op hun rug liggen, ze waren geraakt door kogels. Ik dacht: dit kunnen geen losse flodders wezen. Even later floten de kogels ons ook om de oren – de kalk sprong van de muren door de kogelinslagen. Iemand kwam ons vertellen dat er al doden waren gevallen en kort daarna hoorde ik dat mijn oom en neef waren omgekomen. Ze waren geraakt door een voltreffer op hun woning tijdens de artillerie-aanval op Den Burg. Ze hebben de lijken met haken uit het brandende huis moeten halen.’

Bakker vertelt het nuchter. ‘Ja, ja, allemaal gebeurd’, voegt hij toe.

‘Dit is niet echt, was mijn eerste reactie.’ Foto: Sabine van Wechem 

Tegenaanval

De beschieting van hoofddorp Den Burg was onderdeel van de Duitse tegenaanval. De bezetter was razend door de Georgische opstand: de Duitse soldaten voelden zich verraden door de mannen die hetzelfde uniform droegen als zij. ‘Ze sliepen ook door elkaar in de kazernes’, vertelt Jansen. ‘De Georgiërs hadden de opdracht gekregen om ’s nachts om één uur hun bajonet te trekken en alle Duitsers bij hen in de buurt de keel af te snijden.’

In korte tijd werd het overgrote deel van de Duitse soldaten gedood. Maar de Duitse commandant wist te ontkomen. Hij vluchtte en sloeg alarm, terwijl de Georgiërs probeerden bunkers en geschutsposities op het eiland in te nemen. De volgende dag sloegen de Duitsers hard terug. Zo’n tweeduizend man aan versterkingen stak vanaf het vaste land het Marsdiep over, Den Burg werd met zware artillerie beschoten.

De vuurtoren van Eierland in het noorden van Texel raakte zwaar beschadigd. Beeld: Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad

Later die ochtend, op 6 april, werd ook Oudeschild beschoten. ‘Mijn vader was molenaar en stond in de tuin te kijken naar de molen aan het eind van het dorp. Bij iedere inslag zuchtte hij: ‘Hij staat er nog.’ Ondertussen zat ik met mijn moeder, broer en negen zussen op onze knieën rond de tafel met een rozenkrans te bidden – we waren streng katholiek – en ze wilde dat ik mijn vader zou halen. Maar hij kwam niet, hij vond de molen te belangrijk.’ Een tweede beschieting van Oudeschild werd voorbereid, maar bleef uit omdat de Duitsers het havendorp hadden heroverd. ‘Anders zat ik hier misschien niet.’

Bakker bleef ongedeerd, maar verloor wel zijn oom en neef tijdens de bloedige veldslag op Texel. Foto: Sabine van Wechem 

Guerrillaoorlog

Het strijdtoneel verplaatste zich naar de weilanden, de bossen en de duinen van Texel. Het was de Georgiërs niet gelukt om een aantal strategische plekken in te nemen en zo veranderde de opstand langzaam in een guerrillaoorlog. ‘De Duitsers begonnen een razzia over het eiland, ze kamden alles uit’, vertelt Jansen. Er werden geen gevangenen genomen. ‘Als ze zich overgaven, moesten ze een kuil graven en zich uitkleden – ze mochten niet in het Duitse uniform sterven – en werden ze de kuil ingeschoten.’

De Georgiërs doken onder bij Texelaren. Ze verstopten zich in hooibalen en boerderijen, die in brand werden gestoken. ‘Het was een mooie dag, zonnig en windstil. En over het eiland zag ik meer dan twintig rookpluimen in een rechte lijn opstijgen’, herinnert Bakker zich nog goed.

Deze oorlog binnen een oorlog duurde voort, ook na 5 mei. De Canadezen zetten pas op 20 mei voet aan wal, twee weken na de capitulatie. Met zijn familie hoorde Bakker dat de bezetter had gecapituleerd. ‘Het Wilhelmus klonk over de radio, maar de feestvreugde werd behoorlijk getemperd door de ‘Russenoorlog’. Ook op 5 mei liepen de Duitsers nog met hun wapens te zwaaien, alsof ze nog steeds heer en meester op het eiland waren. Men aarzelde behoorlijk om de Nederlandse vlag uit te steken.’

Bakker wijst naar de aankomst van de Canadezen in Oudeschild. Foto: Sabine van Wechem

Op 20 mei kwamen eindelijk de Canadezen. 'Mijn vader, hij was de molenaar, heeft toen geëmotioneerd alsnog de vlag op de molen gehesen. Binnen de kortste keren was heel Oudeschild één vlaggenzee.’

‘Eindelijk waren ze er. Ze deelden sigaretten uit, ik heb toen heel wat afgerookt! De komst van de Canadezen was echt sensationeel.’ Kort daarop keerden de overlevende Georgiërs terug naar de Sovjet-Unie, waar ze door Stalin werden gerehabiliteerd.

Maar de bevrijding van Texel was geen feest zoals in andere Nederlandse plaatsen. ‘Als de opstand van de Georgiërs er niet geweest was, waren we de oorlog rustig doorgekomen,’ zegt Bakker. Tijdens de opstand en de nasleep ervan lieten bijna 600 Georgiërs, 1.000 Duitsers en 117 Texelaren het leven. ‘Zoveel doden op zo’n klein eilandje. De bevrijdingsfeesten waren wel wat ingetogen, als u begrijpt wat ik bedoel.’

De Russische gedenkplaats op Texel. Bijna 600 Georgiërs, 1.000 Duitsers en 117 Texelaren lieten het leven. Foto: Sabine van Wechem

Dit verhaal kwam tot stand met dank aan Texelaar Jan Heemskerk.

Deel dit verhaal