Elst

Leida (87) zag hoe het schoolhoofd voor de ogen van zijn dochters werd doodgeschoten

Leida Janssen-Ahoud rond oorlogstijd. Beeld: Leida Janssen-Ahoud

Donderdag 14 september 1944, op het dorpsplein van het Gelderse Elst hebben Duitse soldaten drie notabelen bijeengedreven. Die nacht heeft het verzet een aanslag gepleegd op het spoor. De Duitsers zijn uit op wraak. Een van de burgers is Annies vader.    

Deel dit verhaal

Leida Janssen-Ahoud (87) denkt vaak terug aan die dag in 1944, elf dagen voor de officiële bevrijding van Elst. En altijd krijgt ze een brok in haar keel of tranen in haar ogen. Het gebeurde toen ze tiener was en de bevrijding voor het eerst na de oorlog gevierd werd, en nu, 75 jaar later, gebeurt het nog steeds. Ze kan het niet helpen, zegt ze: de herinnering aan Annie komt vanzelf terug. En aan Annies vader, die voor haar ogen werd doodgeschoten.

Van de jaren voor die dag herinnert Leida zich vooral de ‘leuke kant van de oorlog’. Zo luisterde ze als dochter uit een arbeidersgezin van vier kinderen soms stiekem naar het gezang van Duitse soldaten. Of keek ze naar de indrukwekkende marcheerpartijen op straat. ‘Ik begreep niet goed wat oorlog inhield’, zegt ze, ‘en het was prachtig om te zien.’

Annie was de dochter van het schoolhoofd. Hun zusjes waren bevriend. Maar Leida had Annie nog nooit gesproken toen die op 14 september 1944 ineens voor de deur stond. Annie was haar zusje kwijt, zei ze, en ze moest haar van haar moeder gaan zoeken. Leida besloot haar te helpen.

Voor ze samen de straten van Elst opgingen, kregen ze van Leida’s moeder allebei ‘een zigeunerin’ mee. 'De lekkerste appels van toen.’

De bevriende zusjes van Annie en Leida. Beeld: Jan Willem Dalhuisen.

De aanslag van het verzet

Tijdens het lopen vertelde Annie dat haar moeder bezorgd was. Niet om haar zusje, maar om haar vader, die eerder die dag door Duitsers was gearresteerd. Leida snapte het niet. Annies vader, het schoolhoofd van de rooms-katholieke jongensschool, waarom zouden ze die oppakken?

De twee meisjes schrokken toen ze hem ineens zagen staan, op het Dorpsplein. Hij stond met zijn gezicht naar de Duitse militairen, zo’n vijf meter van hem vandaan, machinegeweren in hun hand. Vanaf de rand van het plein keken dorpelingen toe. Naast Annies vader zaten twee Elstenaren ineengedoken op de grond, met hun rug naar de Duitse militairen. De Duitsers droegen platte petten, vertelt Leida, die ze ‘nog nooit in Elst gezien had’.

Annies vader was een van de drie Elstenaren die die dag gefusilleerd zouden worden als represaille voor het opblazen van een deel van de spoorlijn Nijmegen-Arnhem. Naast de vader van Annie stonden nog een hoofdonderwijzer op de lijst, evenals een ambtenaar, een commissionair en twee caféhouders. Alleen de caféhouders en de andere onderwijzer zouden aan hun lot ontkomen.

Leida Ahoud-Janssen rond oorlogstijd. Beeld: Leida Janssen-Ahoud

Lichamen op een kar

Wat zou volgen, werd niet alleen het oorlogstrauma van het dorp, maar ook van Leida en vooral dat van Annie. Haar vader liep nog naar een dorpeling aan de rand van het plein. Hij gaf haar iets uit zijn binnenzak, stapte toen terug. Voordat hij de kans kreeg om zich van de Duitsers af te keren, hoorden Annie en Leida het geknal van de geweren. Leida ziet nog voor zich hoe de officieren van links naar rechts maaiden, om hun kogels over de mannen te verdelen.

Hierna wordt Leida’s herinnering vager. ‘Ik weet dat Annie een huis in werd getrokken en dat ik gillend naar huis rende. Maar wat ik tegen mijn moeder zei, en wat er daarna gebeurde, dat weet ik niet meer.’

Andere ooggetuigen zagen hoe de drie lichamen op een kar werden geladen en naar het kerkhof geduwd: een tocht van minstens een kwartier door de hoofdstraat van het dorp. Hans Kersten (nu 83) zag de kar als jongetje vanuit zijn slaapkamerraam voorbijtrekken. Voordat hij kon zien dat zijn schoolhoofd erop lag, trok zijn moeder hem weg. Corry Herberts-Van Mechelen (88) herinnert zich hoe haar vader buiten zinnen thuiskwam, nadat ze de geweerschoten zelf ook had gehoord. ‘Die rotmoffen!’, bleef hij volgens haar herhalen.

Als leerling van de jongensschool heeft Hans een paar dagen later nog afscheid genomen van de overleden vader van Annie. 'Ze hadden de kogelgaten in zijn gezicht opgevuld met watten.'

Leida Janssen-Ahoud bij het monument voor Annie's vader. Foto: Katja Poelwijk.

Nooit meer met Annie gesproken

Leida schiet weer vol als ze erover vertelt. Gek genoeg heeft ze Annie na die dag nooit meer gesproken. Elst lag nog weken in de frontlinie, duizenden geallieerde parachutisten probeerden de bruggen in Arnhem en Nijmegen in handen te krijgen, en de meeste bewoners werden geëvacueerd. Na de bevrijding keerden de Elstenaren terug naar hun verlaten en vernietigde dorp, maar Leida heeft Annie nooit meer durven aanspreken.

Terwijl ze Annie na de oorlog elk jaar bij de herdenkingen in Elst zag staan, op het plein waar haar vader was geëxecuteerd en waar een monument voor de drie burgerslachtoffers is opgetrokken. Het lukte Leida nooit om op haar af te stappen. Nu kan het niet meer: Annie overleed in 2005 in Zeeland, waar ze na de oorlog naartoe verhuisde.

‘In die tijd praatte je zelden over zulke dingen’, zegt Leida. ‘Ik wilde haar wel aanspreken, maar het lukte gewoon niet. Ik klapte dicht. Zo erg vond ik het voor Annie, wat ze gezien had. Nu heb ik spijt dat ik het nooit heb gedaan.’

Leida Janssen-Ahoud bij het monument voor Annie's vader. Foto: Katja Poelwijk.

De wraak van de Duitsers

In het laatste jaar van de oorlog fusilleerden de Duitsers steeds vaker burgers als antwoord op verzetsdaden, zegt historicus Lennert Savenije van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Er was sprake van een ‘verharde sfeer’, deels als Duitse reactie op de naderende geallieerden. Journalist en nazi-jager Jack Kooistra (89) onderzocht het fenomeen voor het boek Represailles in Nederland 1940-1945. Hij benadrukt dat de slachtoffers vaak ‘notabele burgers’ waren, die in hun gemeenschap aanzien genoten en herkend werden, zoals ook bij Annies vader het geval was. Kooistra schat het totale aantal burgerslachtoffers die op deze manier om het leven kwamen tussen de 1.400 en 3.000.

Deel dit verhaal