Amersfoort

Het ongeluk met Elfriede (17) laat zien hoe de bevrijding voor velen een zwarte dag werd

Elfriede Ingenkamp werd in Amersfoort ­geraakt door een verdwaalde kogel. Ze overleed ter plekke, pas 17 jaar. Bron: Yad Vashem

Vlak na de bevrijding zijn in Nederland nog meer dan tweehonderd doden gevallen in vuurgevechten of door verdwaalde kogels. Marjolein Bax verzamelde hun verhalen, zoals die van Elfriede Ingenkamp uit Amersfoort. Over hoe 5 mei voor veel families een zwarte dag werd.

Deel dit verhaal

Op haar elfde was ze door haar ouders vanuit Duitsland naar Nederland gestuurd om hier te schuilen voor de nazi’s. Na lange jaren, waarin ze van het ene naar het andere onderduikadres had moeten vluchten, zou ze eindelijk vrij zijn. Het was 5 mei 1945, de Canadezen waren in aantocht, vanuit haar laatste schuilplaats in het centrum van Amersfoort moet ze hebben gezien hoe de vlaggen werden opgehangen en het straatfeest losbarstte. Totdat voor haar ogen plotseling een vuurgevecht uitbrak. Elfriede Ingenkamp zat in het zolderraam toen ze werd geraakt door een verdwaalde kogel. Ze overleed ter plekke, pas 17 jaar, ver weg van haar ouders die de oorlog zouden overleven.

Op de portretfoto (zie foto boven) die tijdens de onderduik moet zijn gemaakt, kijkt ze afwachtend in de camera, twee strikken in haar lange donkere vlechten. Na de bevrijding stuurde haar moeder Clara vanuit Groot-Brittannië een bezorgde brief naar het informatiebureau van het Rode Kruis: ‘Ik heb al meer dan vijf jaar niets van haar gehoord, ik wil zo graag met haar in contact komen.’ Vlak daarna kreeg ze het doodsbericht, zo blijkt uit haar antwoordkaartje.

Elfriede ligt begraven op de Joodse begraafplaats net buiten het centrum van de stad, vlak achter de monumentale toegangspoort. De beheerder geeft de sleutel van de zijdeur en vertelt waarom de grafsteen van het meisje nog zo nieuw oogt. Vijftig jaar lang stond haar naam gekerfd in een oude marmeren plaat van een wastafel, pas vijftig jaar na de oorlog is die plaat vervangen door een sobere grijze steen, betaald door de gemeente.

Sterven in een oorlog die al is afgelopen: het klinkt bizar maar in de chaotische meidagen van 1945, waarin de bevrijding een feit was, maar de bezetting nog niet voorbij, kwamen overal in het westen van het land nog burgers om het leven. Bijna altijd waren ze het slachtoffer van doldrieste schietpartijen. Vijf oorlogsjaren hadden ze getrotseerd en toen overleefden ze de bevrijding niet.

Agatha Peetoom-Warmerdam, moeder van drie kleine kinderen, overleed op 6 mei op het plein voor de kerk in Egmond aan den Hoef toen twee Duitse soldaten zomaar op de kerkgangers begonnen te schieten.

Gerard Visser, 9 jaar oud, stierf voor de ogen van zijn jongere broertje Jaap nadat hij bij het bevrijdingsfeest in Haarlem werd geraakt door een kogel.

Gerard Visser, 9 jaar oud, stierf bij het ­bevrijdingsfeest in Haarlem toen hij werd geraakt door een ­kogel. Bron: Jaap Visser

Catharina Traas-de Jager, moeder van veertien kinderen en spil van het verzet in Oud-Beijerland, werd het slachtoffer van een Duitse militair die kort voor aankomst van de Canadezen met zijn machinepistool dwars door haar voordeur heenvuurde.

Catharina Traas-de Jager, spil van het verzet in Oud-Beijerland, werd kort voor ­aankomst van de ­Canadezen gedood. Bron: Henk van den Heuvel

NOS-redacteur Marjolein Bax bracht in het boek Een wrang feest, dat deze week verschijnt, alle slachtoffers bijeen die vielen ná de capitulatie van de Duitsers op de Lüneburger Heide en vertelt de verhalen van hun tragische dood. Dat zich na 4 mei nog fatale schietpartijen hebben voorgedaan, is niet nieuw, zegt voormalig Niod-historicus David Barnouw desgevraagd. Loe de Jong noemt er een paar in zijn standaardwerk over de Tweede Wereldoorlog en veel plaatselijke incidenten zijn in de regio bekend en vastgelegd. Veelbesproken is de schietpartij op de Dam, waar in de middag van 7 mei 32 feestvierende Amsterdammers om het leven kwamen door geweervuur van Duitse militairen.

Maar voor het eerst is nu in kaart gebracht hoeveel vergelijkbare incidenten zich in die vijf wanordelijke meidagen op zo veel andere plekken hebben voorgedaan. Bax telde ruim 220 doden, meer dan 160 Nederlanders en 60 Duitsers. Ze sluit niet uit dat het er meer zijn; tot op het laatst bereikten haar nieuwe verhalen.

De schietpartij op de Dam op 7 mei 1945. 32 feestvierende Amsterdammers werden gedood door geweervuur van Duitse militairen. Bron: HH

Het is een opmerkelijk aantal, zegt historicus Barnouw, in de wetenschap dat het westen van Nederland niet, zoals elders, is bevrijd met gevechten maar met handtekeningen. Een wrang feest gaat over de periode tussen de avond van 4 mei, als via radiozender Herrijzend Nederland het nieuws over de capitulatie wordt verspreid en de late avond van 8 mei, als de Tweede Wereldoorlog in Europa ten einde komt. Het zijn dagen die pijnlijk duidelijk maken dat in het laatste stuk bezet Nederland de oorlog niet zomaar overging in vrede.

Het idee voor het boek ontstond toen Bax met haar collega’s vijf jaar geleden voor de NOS een uitzending maakte over de meidagen van 1945 en ze ontdekte hoeveel Nederlanders in de dagen na de bevrijding nog waren gesneuveld. Vier jaar lang deed ze onderzoek, naast haar televisiewerk; de werkruimte in haar woonplaats Den Bosch ligt vol met mappen, boeken, documenten, foto’s. Ze bezocht archieven, las de kranten uit die tijd, spoorde dagboekfragmenten op, legde contact met behulpzame dorpsarchivarissen, kreeg informatie van historische kringen. Er was zelfs een Amerikaan die op zolder op zoek ging naar de brieven van zijn oma.

Ze sprak ook met een handvol nabestaanden, die haar vertelden over de emotionele gevolgen van die fatale dag; het is een tragiek die haar moeilijk loslaat. ‘Allemaal hadden ze jarenlang toegeleefd naar de bevrijding. Alles zou beter worden, ze hadden de Hongerwinter meegemaakt maar straks zouden ze pap met bruine suiker eten, en toen kwam de dood, terwijl het feest in volle gang was, en sloeg euforie om in diep verdriet.’ In veel families, schrijft ze, is 5 mei een zwarte dag gebleven en wordt de bevrijding niet gevierd.

Bloedbad

In Westbroek herinnert alleen nog een gedenksteen bij de hervormde kerk aan het bevrijdingsdrama dat zich er 75 jaar geleden afspeelde. Tegenover de kerk staat het voormalige gemeentehuis waar, ergens achter de hoge ramen, twee gefrustreerde Duitse officieren op de ochtend van 5 mei hun commandant belden, omdat ze waren ontwapend en vastgezet. De generaal stuurde pantserwagens om zijn mannen te ontzetten, het mondde uit in een bloedbad waarbij zes verzetsleden, drie dorpsbewoners en twee Duitse soldaten het leven lieten.

In Westbroek kwamen zes verzetsmannen om het leven. Bron: G. van Schoonhoven

Bax sprak een 100-jarige oud-verzetsman die durfde terug te blikken. En het beeld bevestigde dat zij had zien opdoemen in alle archieven die ze had geraadpleegd, een beeld van volstrekte chaos. De Duitse troepen hadden zich op de avond van 4 mei dan wel overgegeven, maar de Canadezen bereikten pas na 7 mei de meeste dorpen en steden in het westen. Van Oud-Beijerland tot Burgerveen, van Westbroek tot Delft, in de tussenliggende dagen liep te midden van de feestende menigte overal een explosief mengsel van onrustige Duitse soldaten, angstige collaborateurs en onbesuisde verzetsleden, die geen van allen precies wisten waar ze aan toe waren.

Acht maanden eerder waren de drie grootste gewapende verzetsgroepen verenigd in de Binnenlandse Strijdkrachten (BS), met een bevelhebber (prins Bernhard) en een commandant (Henri Koot), een poging van de geallieerden-in-aantocht en de regering in ballingschap om eigengereid gedrag bij de bevrijding te voorkomen. In de vroege ochtend van 5 mei ging het bevel uit dat de BS’ers zich rustig dienden te houden: de Duitse soldaten mochten alleen door de geallieerden worden ontwapend. Maar de communicatie verliep beroerd, het bevel moest per fietskoerier de provincies door en lang niet overal kwam de boodschap aan. Bax schrijft over een Rotterdamse BS’er die van hogerhand een totaal ander commando kreeg: ‘Als ze last met Duitsers kregen, direct neerknallen’.

Van die Duitsers waren er in het westen van Nederland nog zo’n 120 duizend over, allemaal in onzekerheid over hun lot en onwetend van de afspraken die ver weg waren gemaakt over hun aftocht. Eén bevel was wél doorgekomen: hun generaal Blaskowitz had verordonneerd dat ze alleen de geallieerden hoefden te gehoorzamen. Velen weigerden te worden ontwapend door een boerenzoon met een band van de Binnenlandse Strijdkrachten om zijn arm, zegt Barnouw.

En zo liep het aantal confrontaties snel op, want zelfs op de plekken waar het bevel tot kalmte wel was doorgekomen, bleek het lastig om al die teleurgestelde mannen uit het verzet in het gareel te houden. Hadden ze jarenlang hun leven gewaagd, konden ze eindelijk bovengronds komen en nu mocht dat niet. ‘We popelden om erop los te mogen springen om dat tuig van de straat te maaien’, zei een van hen daar later over. En dus gingen BS’ers tegen de orders in soms tóch op pad, om op eigen houtje Duitse soldaten te arresteren en NSB’ers en moffenmeiden af te straffen.

Duitse militairen worden in Delft bewaakt door een lid van de Binnenlandse Strijdkrachten, 6 mei 1945. Bron: NIOD

Vaak met wapens die de maanden ervoor in grote hoeveelheden boven bezet gebied waren gedropt: stenguns, relatief goedkoop, eenvoudig te monteren, maar oncontroleerbaar in ongeoefende handen. En geoefend hadden de mannen meestal niet. Met als extra risico dat zich in de laatste maanden van de oorlog opeens tienduizenden nieuwe BS’ers hadden aangemeld, jonge, avontuurlijke types die met de haven in zicht wel wilden meedoen. Bax citeert een Canadese militair, verbijsterd door de aanblik van al die ongedisciplineerde jongelui die zich tijdens de oorlog nooit in het verzet hadden gewaagd, en er nu maar al te graag op los wilden schieten.

Zo liep in de gemeente Ridderkerk een incident met een stengun finaal uit de hand met acht doden tot gevolg: BS’ers arresteerden er op 8 mei een paar moffenmeiden, losten een waarschuwingsschot om de nieuwsgierige menigte op afstand te houden, raakten een omstander in zijn onderbeen, namen hem mee naar de dokter, waar ze voor de deur een Duitse militair tegenkwamen met zijn Nederlandse liefje, bevalen haar om uit te stappen, waarna de situatie escaleerde en beschonken Duitse soldaten ter vergelding zeven dorpsbewoners en een BS’er executeerden. Op een foto uit die tijd is de kapotgeschoten dokterswoning te zien, de Nederlandse vlag fier in top.

Op 8 mei kapotgeschoten dokterswoning in Ridderkerk. Bron: Stichting Oud Ridderkerk

De Binnenlandse Strijdkrachten hadden kennelijk het idee dat ze Nederland zelf wel konden bevrijden, concludeert historicus Barnouw. ‘Dat idee hadden hun leidinggevenden veel krachtiger de kop in moeten drukken.’

Toch wil Bax zich in haar boek niet uitspreken over de schuldvraag. ‘In mijn vak, de journalistiek, moeten we vaak snel een schuldige aanwijzen en richting bieden maar deze meidagen probeer ik met nuance te bekijken. Ik heb me verdiept in de verwarring en de emoties van toen.’ Via de archivaris in Westbroek kreeg ze een brief in handen van een Duitse soldaat die 55 jaar later was teruggekeerd naar het dorp waar hij op 5 mei in een bloedbad was beland. Bij de gedenksteen in de schaduw van de kerk had hij teruggedacht aan dat zinloze gevecht dat voorkomen had kunnen worden als beide partijen wat beter hadden nagedacht.

Toen Pieter Broertjes in 2012 als burgemeester van Hilversum voor het eerst de 4-meilezing moest houden, besloot hij om te vertellen over zijn oom Ies, die twee dagen na de bevrijding in Utrecht was doodgeschoten, terwijl iets verderop de Canadezen de stad al binnentrokken. De oom die hij nooit had gekend, maar die voortleefde in de verhalen die hij vanaf zijn kindertijd had gehoord. Zijn moeder Johanna kwam niet naar zijn lezing luisteren, het verdriet over de dood van haar oudere broer was na ruim 65 jaar nog altijd niet vervaagd.

Ies Wessel, actief in het studentenverzet, stierf met negen andere jonge mannen in het mitrailleurvuur. Bron: Pieter Broertjes

Johanna Wessel had op die maandag 7 mei de hele dag met haar vriendinnen in Hilversum feestgevierd. Bij thuiskomst trof ze haar radeloze ouders aan, die vertelden dat Ies dood was. Met zijn drieën moesten ze dwars door de hossende menigte naar het ziekenhuis. Daar lag hij, geraakt door een zee aan kogels, hij zag er vreselijk uit. De vrijheid waarop hij zich zo had verheugd, kwam net te laat.

Pas later hoorden ze wat er was voorgevallen. Hoe Ies, actief in het Utrechtse studentenverzet, met elf andere leden van de Binnenlandse Strijdkrachten die ochtend de opdracht had gekregen om Duitse soldaten te ontwapenen. Dat was tegen de regels in, maar ach, de geallieerden naderden de stad, wat kon er nog gebeuren? De soldaten die ze in de buurt van het huis van NSB-leider Mussert waren tegengekomen, stonden al met de handen omhoog toen ze in de rug werden aangevallen. Ze verscholen zich achter de bakstenen muurtjes van de huizen aan de Nassaulaan, maar werden vermoedelijk verraden door de huishoudster van Mussert, die hen vanaf het balkon aan de overkant van de straat zag liggen. Tien jonge mannen stierven in het mitrailleurvuur. Ies was pas 26 jaar.

Broertjes laat de brief zien die zijn opa vijf dagen na de begrafenis aan vrienden schreef: ‘Lieve menschen, grooter ramp had ons niet kunnen treffen. De mooiste dag in veler levens is voor ons tot den meest verschrikkelijken geworden.’

Geen vlag uit

De muurtjes waarachter Ies Wessel en zijn makkers vergeefs beschutting hadden gezocht, staan er nog steeds; vlak bij de plek van de schietpartij zijn op een grote zwerfkei hun namen in brons gegraveerd. Zijn dood legde een slagschaduw over het gezin, zegt Broertjes: zijn opa stortte zich op zijn werk, zijn oma kwam nooit over het verlies van haar enige zoon heen. Net als in al die andere families ging op 5 mei de vlag niet uit, ze waren eindelijk vrij maar het werd nooit meer feest. ‘Er werd thuis veel over hem gepraat, als kind dacht ik vaak: ja, nu weten we het wel. Wat was ik onbarmhartig in mijn oordeel, nu ik ouder ben snap ik het zo goed.’ De verloofde van Ies bleef de rest van haar leven deel van de familie, ze trouwde nooit.

Toen Broertjes ruim vijftien jaar geleden als hoofdredacteur van de Volkskrant prins Bernhard interviewde, vroeg hij hem ook naar het lot van zijn oom Ies. Bernhard vertelde hem dat hij die ochtend om 6 uur nog had gewaarschuwd om niet de straat op te gaan, er hadden zich al te veel dodelijke schietincidenten voorgedaan. Dat bevel heeft de BS’ers in Utrecht niet bereikt. ‘Het was amateurisme, het had nooit mogen gebeuren, zei hij me. Dat was toch een beetje een troost.’

Voor de dood van Ies en zijn kompanen is nooit een Duitse militair bestraft, naar de toedracht van de schietpartij is na de oorlog geen onderzoek gedaan. Zo ging het met bijna alle incidenten uit die bevrijdingsweek. Broertjes kan er begrip voor opbrengen: ‘Er was na de oorlog zoveel uit te zoeken.’ Toch maken de verhalen die Marjolein Bax optekende duidelijk dat bij alle families de nasleep van de bevrijdingsdrama’s is blijven schrijnen: voor de dood van hun geliefden was nauwelijks aandacht, ze werden vaak niet als oorlogsslachtoffers erkend, waardoor een uitkering uitbleef en gezinnen in diepe armoede werden gestort, en niet zelden klonken verwijten over wat er was voorgevallen.

‘Met ieder verhaal, met ieder slachtoffer ben ik verbonden geraakt’, zegt ze. ‘Door hun namen te noemen hoop ik hun alsnog recht te doen.’

Dit verhaal kwam tot stand met dank aan Mirjam Keesing, stichting Duitse oorlogskinderen in Nederland

Het boek van Marjolein Bax: Een wrang feest. Hoe velen de bevrijding niet overleefden. Uitgeverij Balans; € 22,99.

Deel dit verhaal