Renesse

Terwijl Zeeland bijna was bevrijd, werden in Renesse tien verzetsstrijders opgehangen

De bomen bij Renesse waar de verzetsstrijders werden geëxecuteerd

Tien Zeeuwse mannen worden in Renesse op 10 december 1944 geëxecuteerd. Als ze niet waren betrapt, was het eiland Schouwen-Duiveland misschien veel eerder bevrijd geweest, net als de rest van Zeeland. ‘Het was een ongelukkige, stomtoevallige samenloop van omstandigheden.' 

Deel dit verhaal

Het is moeilijk voor te stellen als je nu onder de twee bomen bij Renesse staat: dat hier 75 jaar geleden een balk werd gespannen, eentje die het gewicht van tien mannen moest kunnen dragen. De bomen staan aan het begin van de oprijlaan van een slot waarin nu een Fletcher-hotel is gevestigd. In de zomer lopen toeristen onder de bomen door. Maar die ochtend, op 10 december 1944, moesten dertig familieleden er verplicht kijken naar de dode, bungelende lichamen van tien Zeeuwse mannen.

24 uur lang lieten de Duitsers ze daar hangen, om een boodschap aan het volk te geven. De 12-jarige Cor van den Hoek was als jongetje nieuwsgierig geraakt. ‘Ik had wel gehoord dat er mensen gevangen waren genomen’, zegt de bejaarde Cor (86) nu. ‘Verder wist ik niets, dus ging ik ook kijken wat er aan de hand was.’

‘Eenmaal daar heb ik het een blik gegund’, vertelt Cor, opnieuw met spanning in zijn stem. ‘Maar het was zo eng dat ik meteen ben doorgerend. Militairen met getrokken geweren, lichamen die draaiden in de wind, met schuine hoofden in een strop. Ik dacht: wat gebeurt hier allemaal?’

De bomen bij Renesse. Foto: Rebecca Fertinel

Wat hij zag, was mogelijk de wreedste Duitse represaille op Nederlandse bodem tijdens de Tweede Wereldoorlog. Alle Zeeuwse eilanden werden in het najaar van 1944 bevrijd, behalve het noordelijke Schouwen-Duiveland. Een aantal verzetsstrijders probeerde met een risicovol plan alsnog de aandacht van de geallieerden te trekken, maar dat mislukte faliekant en eindigde in de publieke executie van tien van hen.

Aan het begin van dit decennium leek het verhaal van de Tien van Renesse bijna vergeten, maar een jonge filmmaker en de 74-jarige zoon van één van de slachtoffers doen er nu alles aan om de herinnering levend te houden. Als de groep van zijn vader en oom niet gearresteerd was, denkt Mario Jonker (74), dan was het eiland misschien eerder bevrijd geweest. En hoewel hij zelf een baby was toen de oorlog eindigde, noemt hij het maakproces van de film van Tjeerd Muller (40) zijn eigen, persoonlijke ‘bevrijding’.

Echte verhaal

Mario was al twaalf toen hij ontdekte dat zijn vader en oom een maand voor zijn geboorte waren opgehangen. Zelfs tegen zijn moeder werd in eerste instantie gelogen over de dood van haar man. ‘Uit bescherming’, vertelt de zeventiger nu in zijn huis in Zeeland. Zelf wist hij lange tijd alleen dat zijn vader ‘dingen voor het verzet deed’ en om die reden gedood was.

Mario Jonker in zijn kindertijd. Beeld: Mario Jonker

Het echte verhaal kreeg hij pas te horen toen hij bij een vriendje ging spelen. De vader van het vriendje was geschiedenisdocent. Hij merkte dat de 12-jarige Mario niets wist over zijn vader, terwijl zijn naam uitvoerig voorkwam in de Zeeuwse geschiedenisboeken. ‘Hij liet me een verhaal lezen waarin alles werd uitgelegd.’

Het begint allemaal met operatie Market Garden in september 1944. Luchtlandingen tussen Eindhoven en Arnhem hadden de Duitsers een fatale klap moeten geven, in Zeeland zag men de vliegtuigen overvliegen. Maar in de lucht ging iets mis, waardoor twee piloten en een commando op Schouwen-Duiveland strandden. Alle drie overleefden ze het – ze doken onder en kwamen in contact met het verzet.

Mario’s oom was lid van die Zeeuwse verzetsgroep en de vader van Mario was na lang getwijfel ook toegetreden. Twee andere ooms van Mario raadden het hem af. Toch deed Jonker het, en hielp hij bij kleine verzetsdaden, zoals het rondbrengen van illegale kranten en het overbrengen van informatie.

Mario's vader en moeder op hun trouwfoto. Beeld: Mario Jonker

Arbeitseinsatz

Begin december 1944 moesten alle Nederlandse mannen van 17 tot 40 jaar zich melden voor de Arbeitseinsatz. Het was duidelijk dat Duitsland niet meer ging winnen, de meeste Duitse militairen werden naar het Oostfront gestuurd. De rest van Zeeland was bevrijd, de voor de geallieerden belangrijke haven van Antwerpen was bereikbaar. De bevrijding van Schouwen-Duivenland was niet interessant. Nu werden Zeeuwen opgeroepen om de industrie en voedselvoorziening voor de Duitsers draaiende te houden.

Ondanks de risico’s besloot de verzetsgroep waar de Jonkers deel van uitmaakten de bevolkingsregisters te stelen, samen met ambtenaren van diverse gemeenten op Schouwen-Duiveland. Zonder die registers konden de Duitsers niet weten welke mannen moesten werken. ‘Het lukte ze’, zegt Mario met een glimlach. ‘Tot grote woede van de bezetter.’

Ondertussen zouden de ondergedoken piloten per boot opgehaald worden door geallieerde kameraden. De verzetsstrijders voor wie de situatie na de diefstal te gevaarlijk was geworden, konden zich aansluiten bij de overtocht. Ze namen kaarten met de locaties van Duitse nederzettingen op het eiland mee, en een gedeserteerde Armeense krijgsgevangene. ‘Zouden allen behouden bij de geallieerden terecht zijn gekomen’, staat in een krantenbericht uit 1945, ‘dan zou dit wellicht van grooten invloed op het oorlogsplan […] zijn geweest.’

Het huis waar de groep van Mario's vader op de overtocht wachtte. Foto: Rebecca Fertinel

Vuurgevecht

Maar het ging mis, vertelt filmmaker Tjeerd Muller, die drie jaar lang alle feiten opnieuw op een rij zette. ‘In een huisje aan het water wachtten ze in spanning op een mosselkotter van de Britten. Die heeft inderdaad de wal bereikt.’ Maar het lukte de twee partijen niet om elkaar te vinden. Toen passeerde een Duitse patrouille het huisje. Er ontstond een vuurgevecht. Zeven mannen wisten te ontsnappen, de andere tien konden niets anders doen dan zich over te geven en zich in te laten rekenen.

Waren ze verraden door een NSB’er die van het plan had gehoord? Had het lawaai van de mosselkotter de aandacht getrokken? Of was het toeval, en werd een van de mannen nerveus toen een Duitse patrouille dichtbij het huisje een plaspauze nam? ‘We zullen nooit weten waar het precies misging’, zegt Muller over al die theorieën. ‘Het was een ongelukkige, stomtoevallige samenloop van omstandigheden.’

Schijnproces

Na een schijnproces werden negen van de tien mannen op de ochtend van 10 december in Renesse opgehangen. Een ooggetuige beschrijft hoe ze op tafels moesten gaan staan, waarna ze elk de strop werd omgedaan. Vervolgens trapten soldaten de tafels weg. ‘De meest vernederende vorm van executie, en ook nog op een zondag in een strenggelovige gemeente’, zegt archivaris Jack Kooistra. Van elk van de dode mannen moesten drie familieleden komen kijken. ‘Een commandant maakte duidelijk dat als er weer zoiets tegen het Duitse gezag zou gebeuren, dat een veelvoud van executies zou volgen. Volgens mij heeft het verzet er daarna weinig gedurfd.’

Cor raakte ‘versteend’ toen hij zijn dorpsgenoten zag hangen. Het 12-jarige jongetje dat uit nieuwsgierigheid was gaan kijken, kende een van de dode ambtenaren. ‘Hij werkte op het gemeentehuis tegenover mijn school.’ Cor was zo bang dat hij niet naar huis rende, maar verder van Renesse af. Een buurman vond hem en moest hem thuis brengen. Het beeld van de hangende lichamen zou Cor in zijn dromen blijven achtervolgen.

Mario Jonker aan het water, waar zijn vader de oversteek zou maken. Foto: Rebecca Fertinel

Vaderfiguur

Mario kreeg pas veel later last van de dood van zijn vader. Het ging mis toen zijn zoon van 15 uit zijn eerste huwelijk een tijdje bij hem zou komen wonen, ‘omdat hij een vader nodig had’. Mario stortte in. ‘Ik stond tegen de zee te krijsen, te huilen op het strand.’ Waarom had zijn vader destijds zo’n risicovolle keuze gemaakt? Waarom was hij niet gewoon thuisgebleven? Nu kon Mario zelf geen vader zijn, beredeneerde hij. ‘Ik was van binnen nog een jongen die zelf zijn vader nodig had.’

Daarvoor dacht hij al wel dat de stress van zijn moeder invloed had gehad. ‘Toen ik kort na de executie geboren werd, was men verbaasd dat ik er ondanks alles zo goed uitgekomen was.’ Mario’s moeder werd na de executie uit huis gezet en moest bij de ouders van haar overleden man gaan wonen, die twee zoons verloren hadden. Toen Renesse in mei bevrijd werd, zegt Mario, kan dat voor haar niet feestelijk zijn geweest. ‘Ze had geen woning, haar kinderen waren bij familie ondergebracht. Haar gezin lag uit elkaar.’

Ook tijdens dit interview heeft Mario het moeilijk als hij over zijn vader praat – ‘een psychosomatische klacht die ik al sinds mijn kindertijd heb’. Maar pas een paar jaar voor zijn inzinking viel bij hem het kwartje over ‘het gat’ dat het gemis van zijn vader had achtergelaten. ‘Ik kreeg les en therapie van een man. Aan het eind omhelsde hij mij als een vader, voor het eerst in mijn leven dat iemand dat deed. Het beeld van het monument van de Tien van Renesse flitste door me heen, dat is van een vrouw die een gevallen strijder omarmt. Ik viel bijna flauw. Je moet op zoek naar je vader, zei de therapeut tegen me.’

Het monument voor de Tien van Renesse. Foto: Rebecca Fertinel

Missie

Mario maakte het zijn missie om de nog levende familie en vrienden van zijn vader te interviewen, vaak met zijn moeder. Hij wilde weten wie zijn vader was geweest, hoe hij tot de keuzes was gekomen die hij in de oorlog had gemaakt. Hij sprak zo’n twintig Schouwenaren en kwam dichter tot zijn moeder. Later schreef hij er een boek over voor zijn broers en zus. ‘Het gat in mij werd dichter, ik nam mijn vader niets meer kwalijk. Hij had zijn eigen keuze gemaakt. Hij deed wat hij dacht dat goed was. Dat moest ik in mijn leven ook doen.’

De band met Mario’s eigen kinderen werd stilaan beter, zegt hij. Tegelijkertijd werd hij een soort ambassadeur voor het verhaal van de Tien van Renesse, omdat hij er zo diep ingedoken was. In de jaren negentig gaf hij interviews, om te laten zien wat de effecten van een oorlog zijn op nabestaanden. ‘Het voelde als mijn verantwoordelijkheid.’

Documentaire

Vijf jaar geleden nam de Utrechtse filmmaker Tjeerd Muller (40) dat stokje van Mario Jonker over. ‘Mijn familie gaat al drie generaties op vakantie op Schouwen-Duiveland’, legt hij uit. ‘Als kind speelde ik er in bunkers. Vijf jaar geleden was ik weer bij zo’n bunker, toen vroeg een boswachter of ik wist dat de Tien van Renesse daar voor hun executie ingezeten hadden.’

Muller had nooit van het verhaal gehoord, raakte gefascineerd, begon onderzoek te doen en ontdekte al snel dat de Tien van Renesse vermoedelijk nooit in die bunker gezeten hadden. Waarom kent niemand dit bizarre oorlogsverhaal, vroeg hij zich af. En wat klopt er nog meer niet?

Mario en Tjeerd bij de opnames. Foto: Ivar Kooren

Hij besloot er een documentaire over te maken. Met Mario en nog twee kinderen van slachtoffers keerde hij terug naar Renesse. Hij kreeg subsidies, de bassist van Bløf schreef muziek voor de film. Op het Film by the Sea-festival won De Tien van Renesse in 2016 de prijs voor Beste Zeeuwse Film. Maar belangrijker vond Muller de therapeutische werking die de film vooral op de familie Jonker had gehad. Mario's moeder was al overleden, maar Mario zag de film met zijn broers, zus en de kinderen van zijn gedode oom. ‘Door het opnieuw bespreekbaar en relevant te maken, en door het rechtzetten van de historische feiten, konden zij dit afsluiten.’

Voor Mario voelde de film als ‘zijn bevrijding’. Op het scherm kon hij zichzelf voor het eerst als patiënt zien, vertelt hij. Muller blijft zijn film vertonen, zeker in het jaar van het 75-jarig jubileum van de bevrijding. ‘Financieel levert het me vrijwel niets op. Maar als ik word gevraagd, wil ik altijd over de Tien van Renesse praten. Nog steeds vinden zulke gruwelijkheden plaats in oorlogsgebieden over de hele wereld. Ik weet dat het een cliché is, maar ik wil dit verhaal blijven doorgeven zodat het in Nederland nooit meer gebeurt.’

De eindelijke bevrijding van Schouwen-Duiveland

Terwijl de andere Zeeuwse eilanden al in het najaar van 1944 bevrijd werden, bleef Schouwen-Duiveland nog ruim een half jaar in Duitse handen. Pas in mei 1945 kwam de langverwachte bevrijding. Cor van den Hoek herinnert zich vooral de kaalgeknipte moffenmeiden. ‘Het werd wel een beetje gevierd, op z’n plattelands. Thuis dronken mensen een borreltje. Als dat er nog was.’

Volgens filmmaker Muller had de executie van de tien mannen een schaduw over de bevrijding geworpen. ‘Het heeft een kerf gehakt in de ziel van het eiland.’ In de jaren na de bevrijding verhuisden veel familieleden van de Tien. ‘Niemand praatte erover in die tijd. Het was of zwijgen en opkroppen, of weggaan.’

Ook de moeder van Mario Jonker vertrok met haar gezin, naar Middelburg. Als reden noemde ze vooral het betere onderwijs. Maar Mario voelde dat ze wilde ontsnappen aan de sociale controle in het dorp. ‘Aan de blikken van mensen die haar zagen als weduwe.’ Zijn moeder wilde weer gaan leven, denkt hij. ‘Middelburg was voor haar een bevrijding.’

Deel dit verhaal