Breda

Verzet in de klas: Pieter ging als enige in tegen ‘dat nazi-gelul’ van zijn NSB-docent

Pieter Huijskens. Foto: Katja Poelwijk

Johan Baars is in 1941 naast docent ook fanatiek NSB’er. Een van zijn leerlingen is de 15-jarige Pieter Huijskens, die hij wil rekruteren voor de Waffen SS. Maar Huijskens haat de nazi’s en dat laat hij merken ook. ‘Soms sloeg Baars me buiten westen.’

Deel dit verhaal

Hij schrok zich rot, in zijn eerste week op de ambachtsschool in 1941. Pieter Huijskens (93) ziet zichzelf zo weer het grote lokaal met lasapparatuur binnenlopen. Het was een zaterdag, vertelt hij aan de eettafel van zijn seniorenwoning. Dit werd zijn eerste les smeden en lassen. Eenmaal binnen viel zijn mond open. ‘Voor de klas stond een leraar met zwarte rijlaarzen en rijbroek, een zwart overhemd en een zwarte pet met het rood-zwarte embleem van de NSB. ‘Oh nee, dacht ik. Als-ie mij maar niet herkent.’

De NSB-docent was Johan Baars. In het Nationaal Archief in Den Haag zijn twee dikke mappen over hem te vinden, gevuld met verhoren, bewijsmateriaal en het naoorlogse vonnis tegen hem. Baars had zich tot 1940 nooit ‘met politiek ingelaten’, maar vanaf dat jaar raakte hij in de ban van de nationaal-socialistische beweging van Anton Mussert. Hij gebruikte zijn lessen om zijn nieuwe geloof te verspreiden. Oud-leerlingen herinnerden propagandatoespraken die wel twee uur konden duren.

Zijn ervaringen met de NSB-docent zouden op het leven van de latere luchtvaartkapitein Pieter blijvende indruk maken. Hij was naar ­eigen zeggen de enige in zijn klas die openlijk tegen Johan Baars in durfde te gaan en kreeg daarom bijna elke week klappen. Maar na de bevrijding van Breda draaide hun machtsverhouding 180 graden.

Pieter Huijskens in zijn Royal Air Force-kostuum (1945). Foto: Katja Poelwijk

Knokpartijen

Die eerste les in 1941 verschool Pieter zich achter zijn klasgenoten. Vroeg in de oorlog had hij meegedaan aan vechtpartijen tegen NSB’ers. ‘Ik hing toen veel op straat rond en ik mengde me in de knokpartijen omdat ik vanaf dag één een hekel had aan de Duitsers’, zegt hij. ‘Bij de belegering van Breda zag ik karren met lijken voorbijtrekken. Dat maakte een verpletterende indruk.’

Nu, met Baars voor de klas, was Pieter bang om alsnog in de problemen te komen. Als hij van de knokpartijen herkend zou worden, zou hij ‘die hele ambachtsschool kunnen vergeten’.

Het eerste wat Baars in de les deed, herinnert Pieter zich, was iedereen om zich heen roepen. ‘Hij begon aan een indoctrinatieverhaal over hoe we moesten luisteren naar het Duitse gezag en hoe de Oranjes nooit zouden terugkomen.’ Plotseling riep hij Pieter naar voren. ‘Dit is het einde’, dacht hij. Maar het tegenovergestelde gebeurde.

‘Dit is nou een rasechte Germaan’, hoorde Pieter zijn docent zeggen. Baars voegde fier toe dat ze blonde jongens als Pieter bij de Waffen SS nodig hadden ‘om tegen het communisme te vechten’.

‘‘Verdomme nooit van mijn leven’, zei ik.’ Dat viel verkeerd. Baars sloeg zijn leerling volgens Pieter ‘met zijn smidsklauwen’ finaal tegen de grond.

Een ambachtsschool in Nederland in de jaren '40. Beeld: Nationaal Archief

In het kolenhok

En zo ging het volgens Pieter elke zaterdag. Baars begon zijn les met toespraken over het buitensluiten van Joden en het falen van de Sovjet-troepen. Pieter ging daartegenin. ‘Ik gaf hem het pamflet De Vliegende Hollander en zei dat het onzin was, dat de Russen steeds dichterbij kwamen. Dan kreeg ik een pak slaag. Soms sloeg hij me buiten westen en liet me door klasgenoten in het kolenhok leggen.’ Eenmaal bijgekomen, keerde hij terug naar het klaslokaal.

Wat hij destijds als 15-jarige al gek vond, was dat Baars nadat hij al ‘dat nazi-gelul’ had afgestoken gewoon de draad weer oppakte. ‘Dan gaf hij goed les. Ergens had ik zelfs respect voor hem, als vakman. Hij was een smid met gouden handen, maar tegelijkertijd een rigoureuze nazi. Net als de ­directeur van de school en nog een ­leraar.’

‘Fanatiek nazi’

Pieters verhaal wordt deels bevestigd door een verklaring van een collega-docent die na de oorlog tegen Baars getuigde. Hij noemde Baars een ‘fanatiek nazi’, die zijn positie in de lessen ‘misbruikte’ door ‘propaganda te maken voor de NSB’. De collega wist dit van leerlingen die hem vroegen of Baars in zijn lessen wel zulke extreme betogen voor het nazisme mocht afsteken.

Pieter weet nog dat zijn klasgenoten en soms zelfs leraren het dapper vonden dat hij zo tegen zijn NSB-docent in durfde te gaan. Zelf hielden ze hun mond, ‘uit angst hun baan kwijt te raken’. De leraar die later tegen zijn NSB-collega zou getuigen, beschrijft een moment waarop Baars tegen hem uitvalt. ‘Je mag blij zijn dat je hier nog staat’, zou hij dreigend tegen zijn collega hebben gezegd.

Pieter bewaarde propaganda uit de oorlogstijd. Foto: Katja Poelwijk

Passerset

Buiten schooltijd probeerden Pieter en zijn vrienden het verzet van Breda te helpen. ‘We waren roekeloos’, zegt hij hoofdschuddend. ‘Eerst brachten we pamfletten en illegale krantjes rond. Later stalen we radio-onderdelen, pistolen en munitie. Een vriend werd opgepakt en verdween in concentratiekamp Buchenwald. Hij brak geestelijk. Zijn ouders kwamen woedend bij ons thuis, roepend dat ze hem deels door mij kwijt waren.’

Toen leraar Baars Pieter, dan 17, bij zijn diploma-uitreiking op de Ambachtsschool in 1943 bij zich riep, maakte hij zich opnieuw zorgen. Hij kon al niet doorstuderen omdat hij weigerde een loyaliteitsverklaring te tekenen en stond op het punt te gaan werken in een fabriek. De ontmoeting nam een verrassende wending.

‘Baars nam me apart’, zegt Pieter, ‘en zei dat hij een aandenken voor me had.’ Zijn grootste vijand op school haalde een passerset tevoorschijn, die hij speciaal voor Pieter had gekocht.

‘Baars keek me strak aan en zei dat ik goed moest luisteren. Hij had me allang moeten aangeven, zei hij, ik hoorde thuis in een concentratiekamp. Maar ergens had hij respect voor me, omdat ik zo volhield. Hij waarschuwde me: ik speelde met vuur en zou voor de bijl gaan als ik zo doorging. Hij wilde dat ik levend uit de oorlog zou komen.’

Pieter besefte dat zijn leraar een punt had. ‘Ik was bloedlink bezig geweest met die pamfletten en verzetskrantjes in zijn les. Jongens zijn voor minder naar Vught gestuurd. Hij sloeg me verrot, ja, maar hij heeft me ook gematst. Dus nam ik de passerset aan.’

Het pamflet waarmee Pieter zijn leraar confonteerde. Foto: Katja Poelwijk 

Verlengstuk voor de nazi’s

Dat Baars er niet voor terugschrok om mensen aan te geven, blijkt uit zijn processtukken. Zo zorgde hij ervoor dat de oude (niet nazistische) rector geschorst en later ontslagen werd. Ook drie leraren, drie leerlingen en een surveillant van een andere Bredase school werden door hem tijdelijk ‘van hun vrijheid beroofd’.

Maar Baars gaf geen eigen leerlingen of collega’s aan, terwijl hij toch wist dat ze volgens het nazi-regime gestraft zouden moeten worden. Een godsdienstleraar zou later getuigen dat hij in zijn lessen tegen de propaganda van Baars inging. Baars wist dit, zegt hij, maar heeft het hem hier ‘nooit lastig mee gemaakt’.

Toen de Poolse troepen Breda op 29 oktober 1944 bevrijdden, sloot de 18-jarige Pieter zich aan bij de Binnenlandse Strijdkrachten. Hij kreeg de taak NSB’ers te arresteren. ‘Ik kreeg een Duits geweer en een lijst met namen en adressen. We belden aan en namen die mannen mee.’ De naam van zijn voormalige leraar stond niet op Pieters lijst. Wat hij niet wist, was dat Baars in september al naar het noorden van Nederland was gevlucht. Pieter voelde ook ‘geen behoefte’ om zijn leraar in te rekenen.

Toen hij de kans kreeg, meldde hij zich als oorlogsvrijwilliger om bij de Britse Royal Air Force (RAF) in technische dienst te gaan. In Engeland werd hij voorbereid om naar Japan te vertrekken ‘en te helpen om de hele oorlog te beëindigen’.

Pieter (bovenste rij, 5e van links) bij de Royal Air Force (1945). Beeld: Pieter Huijskens.

De straf voor Baars

Baars werd na een zenuwslopende maand als hulplandwacht voor de Duitsers uiteindelijk in april door geallieerden troepen ingerekend. In 1946 werd hij door het Tribunaal van Breda veroordeeld tot zeven jaar internering in voormalig-concentratiekamp Vught, mede voor het misbruiken van zijn positie als leraar. Ook werd hem zijn lesbevoegdheid afgenomen. Een forse straf, zegt historicus Edwin Klijn. ‘Even zwaar als de Duitsgezinde secretaris-generaal van het ministerie van Opvoeding, Wetenschap en Cultuurbescherming.’

Na Engeland sloot Pieter zich aan als technicus bij de Luchtmacht, waar hij veertig jaar diende en de rang van kapitein behaalde. In zijn seniorenwoning laat hij de kaarsenhouder zien die hij in de les van Baars had gemaakt. In de la van zijn bureau ligt nog een stapel illegale pamfletten die hij destijds verspreidde.

En dan pakt hij een mysterieus doosje uit de la. Het blijkt de passerset die hij bij zijn afstuderen van de NSB’er kreeg. ‘Ondanks het geweld zie ik ook het menselijke in hem’, zegt Pieter. ‘Toen Baars dit aan me gaf en me waarschuwde, snapte ik voor het eerst hoe gevaarlijk ik bezig was geweest. Zonder hem was het misschien slecht met me afgelopen.’

De passerset. Foto: Katja Poelwijk

Trots

Eén keer kwam Pieter zijn oud-docent nog tegen, toen hij in 1945 op verlof was uit Engeland. Na een bezoek aan de kerk in Breda zag Pieter hem staan, aan de overkant van de straat. ‘Hij was duidelijk dat hij me tijdens de mis gezien had, en stond nu op me te wachten’, vertelt Pieter met een glimlach. De 18-jarige militair zag zijn NSB-docent voor het eerst in een simpel burgerpak. Nu was hij degene in een uniform. ‘We maakten een kort praatje, hij keek trots naar mij. Hoewel ik aan de andere kant van de scheidslijn stond, zei hij dat hij het prachtig vond om mij zo te zien.’

Op 10 oktober 1948 werd Baars net als veel veroordeelde NSB’ers vervroegd vrijgelaten. Hij heeft dan de helft van zijn straf uitgezeten. In zijn dossier zijn meerdere brieven van zijn vrouw te vinden, waarin ze pleit voor zijn vrijlating. Volgens haar heeft hij nooit ‘bewust verkeerd’ gedaan, nu wil ze dat hij weer les mag geven. Hij heeft immers ‘verschillende jongens uit Duitsland weten te houden’, schrijft ze, mogelijk verwijzend naar de situatie van Pieter. ‘Maakt u in Godsnaam, van hem geen dodelijk verbitterd mensch’, schrijft ze.

Het dossier in Den Haag stopt bij de vrijlating van Baars. Of hij ooit nog les heeft gegeven, is onbekend.

De kaarsenhouder die Pieter bij Baars maakte en de passer. Foto: Katja Poelwijk

Rekruteren voor het Oostfront

Het lukte NSB-leraren in de oorlogsjaren om een flinke invloed uit te oefenen. Terwijl ze op basis- en middelbare scholen ondervertegenwoordigd waren, zegt historicus Edwin Klijn. ‘Van de Nederlandse burgers was 1,5 procent aangesloten bij de NSB, het percentage NSB-leraren lag lager.’

Om te begrijpen hoe de NSB haar invloed op het onderwijs in de loop van de oorlog vergrootte, moeten we volgens Klijn een stap terug. In het begin van de oorlog was de Duitse bezetter niet meteen geneigd tot samenwerking met de NSB. ‘De partij was onder het volk niet populair, terwijl Duitsland Nederlanders op een positieve manier wilde nazificeren.’

Het eerste jaar van de oorlog laat zich nog kenmerken door de vechtparijten tegen NSB’ers die Pieter beschrijft. Maar toen de pogingen van Duitsland om Nederland nazi-gezind te maken mislukten, werd de NSB in december 1941 alsnog door Duitsland erkend als enige politieke partij. ‘Duitsland wilde via de NSB jonge Nederlandse militairen voor het Oostfront rekruteren, als een soort uitzendbureau.’ Daarom trachtte Baars in zijn lessen jongens ‘over te halen tot dienstneming bij de SS’, zoals in zijn vonnis later te lezen is. In datzelfde vonnis wordt Pieter als een van die leerlingen aangehaald.

Tucht en discipline

NSB’ers in het onderwijs en bij jeugdverenigingen werden volgens Klijn geacht toe te treden tot het ‘Opvoedersgilde’. Het doel was de Nederlandse jeugd tot volwaardige volksgenoten in het ‘nieuwe Nederland’ op te leiden.

Maar daar stopte de invloed van NSB-leraren niet. Ze werden ook geacht toezicht te houden op de ‘politieke betrouwbaarheid’ van andere onderwijzers. Zo werd van Baars verwacht dat hij een rapport zou opstellen als een collega zich anti-Duits opstelde of als bijvoorbeeld NSB-kinderen werden uitgescholden.

Baars zegt in zijn verhoor in 1946 dat hij lid werd van de NSB omdat hij vond dat het de jeugd aan tucht en discipline ontbrak. In de vroege oorlogsjaren schrijft hij daar zelfs een lezersbrief over, in het Dagblad van Noord-Brabant.

Orde, tucht en discipline waren volgens Klijn de kernwaarden die de NSB al sinds de oprichting in 1931 ‘hoog in het vaandel droeg’. De historicus schaart daar ook Baars’ bewondering voor Pieter, bij hun laatste ontmoeting, onder. ‘Hij kende hem als rebellerende, roekeloze puber. Nu stond daar een gedisciplineerde militair voor hem.’

Deel dit verhaal