Chaam

Toos (83) voelde geen pijn, maar zag het bloed uit haar been stromen

Toos van der Sluijs-Verhees (l) en haar zus (ca. 1945). Beeld: Toos van der Sluijs-Verhees

Toos van der Sluijs-Verhees (83) werd met haar familie uit hun boerderij gejaagd. Ze kwamen in de stal van een bevriende boer terecht. Het wachten was op de geallieerden. Tot er plotseling een granaat op het dak ontplofte.   

Deel dit verhaal

Wat Toos van der Sluijs-Verhees (83) nog precies weet, is dat haar mond wagenwijd open vloog toen ze die nacht in 1944 wakker schrok. ‘Ik voelde geen pijn. Ik lag met mijn ouders, broers en zussen op het stro in de kalverenstal. Het zou maar voor een paar nachtjes zijn, want de geallieerden waren al aangekomen in de buurt. Maar op de nacht van de explosie lagen we al drie weken in die stal.

‘De boerderij waar we eigenlijk woonden, lag tussen de Brabantse dorpen Chaam en Baarle-Nassau. Het was zelfs voor die tijd geïsoleerd: de buren aan beide kanten woonden anderhalve kilometer verderop. Spelen deed ik met broers en zussen – ik was de jongste en ik ben de enige die nu nog leeft. Als meisje merkte ik weinig van de oorlog. Alleen dat ik elke dag een uur op mijn klompjes naar school moest lopen, want onze fietsen lagen verstopt voor de Duitsers. Verder bleef alles normaal, tot aan die laatste weken.

‘De Polen arriveerden begin oktober in Baarle-Nassau, maar het zou nog vier weken duren voor we bevrijd werden. Voor ons een gevaarlijke tijd, want de Duitsers zaten nog in Chaam, en ons huis lag precies in het midden. Ik hoorde dat er over en weer werd geschoten. Niet veel later stonden de Duitsers voor onze deur: we hadden een paar uur om onze boerderij te verlaten.

Gered door hooi

‘Mijn vader trok een kar met eten, dekens en waardevolle spullen. Na een lange wandeltocht bereikten we de stal van een bevriende boer. Ik was niet bang, ik voelde me veilig zolang mijn ouders er waren. We sliepen ongeveer drie weken in het stro. Op het zoldertje lag extra hooi. We wisten het toen niet, maar zonder die zolder had ik hier nu niet gezeten.

Toos van der Sluijs-Verhees, op haar knie is het litteken zichbaar. Foto: Katja Poelwijk

‘Midden in de nacht ontplofte een granaat op ons dak. Alles ging heel snel. Ik schrok wakker, voelde geen pijn, maar zag wel bloed uit mijn been stromen. Mijn vader scheurde een hemd stuk en bond het om mijn knie. Hij bloedde zelf uit zijn dijbeen, mijn broer uit zijn kuit. We waren geraakt door rondvliegende granaatscherven, die gelukkig waren geremd door de laag stro op zolder. Die granaat kwam waarschijnlijk van de bevrijders, want hij sloeg in van de kant waaraan zij zaten.

‘Mijn vader liep naar de buren, zodat zij hulp konden halen. Eenmaal daar bleek de buurman te bang om naar het dorp te gaan. Zijn vrouw durfde wel. Ze sprong meteen op de fiets, naar de huisarts in Chaam.

Tocht naar ziekenhuis

‘In de ochtend bereikte het Rode Kruis ons. Het lukte om de scherven bij mijn vader en broer te verwijderen, maar bij mij durfden ze het niet aan. Ze waren bang dat ze in mijn knieschijf zaten, en dat ze blijvende schade zouden aanrichten. Ik moest naar het ziekenhuis in Breda, vijftien kilometer verder.

‘Ik herinner me de twee stoere mannen uit Chaam, die ik zag terwijl ik in de bakfiets lag. Van de tocht naar Breda weet ik niet veel meer. Als er geschoten werd, legden ze me bij de sloot neer, tot de kust weer veilig was. Ik herinner me een lift omhoog en het wakker worden in een ziekenhuisbed. Daar bleef ik de hele ochtend roepen om mijn moeder, tot een strenge zuster me beval om stil te zijn – ik heb daarna geen kik meer gegeven.

De boerderij van de familie Verhees (ca. 1950). Beeld: Toos van der Sluijs-Verhees

Terug op de boerderij

‘Toen ik thuiskwam, waren Chaam en Baarle-Nassau volledig bevrijd. De Duitsers hadden een flinke zooi van onze boerderij gemaakt – overal lagen etensresten en daar waren ratten op af gekomen. Maar we waren blij dat we met het hele gezin weer samen waren en dat de oorlog voorbij was.

‘Negen maanden lang moest mijn been op een spalk. Daarna moest ik opnieuw leren lopen. Mijn zus hielp daarbij – voor zoiets ging je toen nog niet naar de fysio. Toen de dokter uiteindelijk zei dat alles goed zou komen, huilden mijn ouders van blijdschap. Mijn vader was blijkbaar bang geweest dat mijn been stijf zou worden. Ik word nog steeds emotioneel als ik aan zijn gezicht van toen denk. Het was de enige keer dat ik hem heb zien huilen.’

De Volkskrant zoekt nog steeds bijzondere bevrijdingsverhalen, met name van boven de rivieren. Mailen kan naar bevrijding@volkskrant.nl.

Doktersbonnetje voor zorgen aan Tosca's verwondingen. Beeld: Toos van der Sluijs-Verhees

Deel dit verhaal