Trotse boeren, betere bodems, meer voedsel: het kán in Afrika

Door:  Aad Kessler, Erik Slingerland en Gerrit Noordam  

Burundi is een enorm groen land, toch is er voedselschaarste. Door boeren zelfbewust te maken en de bodems te verbeteren kunnen we dat aanpakken. 

Een hogere voedselproductie begint bij een goede bodem. Alarmerende cijfers tonen echter aan dat landdegradatie, het onproductief worden van het land, nu al het welzijn van 3,2 miljard mensen wereldwijd ondermijnt. Vooral in Afrika gaat het hard: door de enorme bevolkingsdruk wordt land schaarser, intensiever bebouwd, en gaat men boeren op minder geschikte gronden. Bodems raken daardoor uitgeput of spoelen weg. En met die bodem verdwijnt het fundament voor een duurzame voedselproductie.

Een schrijnend voorbeeld hiervan is Burundi, een land waar 90 procent van de bevolking boer is. Ondanks het zeer gunstige klimaat, is het toch één van de armste landen ter wereld met een chronisch tekort aan voedsel. Het is het dichtstbevolkte land van Afrika en bijna de helft van de bevolking is jonger dan 14 jaar. De druk op het land zal er dus alleen nog maar groter worden.

Net als elders in Afrika zijn talloze overheidsprogramma’s en internationale donoren al decennialang actief om deze trend te keren. Vaak kiezen zij echter voor te technische oplossingen en doen deze vervolgens min of meer cadeau. Sommige organisaties betalen boeren er zelfs voor. Daardoor voelen boeren zich er niet echt eigenaar van, raken gewend aan hulp, en verandert er fundamenteel maar weinig. En juist daar zit de crux. Veel boeren willen weg uit dit vaak armoedige bestaan, omdat ze denken dat hun land niets waard is en ze er zelf niets aan kunnen doen. Als het even kan nemen ze daarom liever een baantje in de stad, migreren naar omliggende landen, of wagen de oversteek naar Europa. De ultieme uitdaging voor Afrika is dus om ervoor te zorgen dat boeren weer trotse zelfbewuste rentmeesters worden van hun land en zo de migratiedrang doorbreken. Tegelijkertijd is een sterker zelfvertrouwen de sleutel tot een duurzamere voedselproductie.

De voedselzaak moet daarom terug naar de basis: gemotiveerde boeren en een goede gezonde bodem. In Burundi is nu een project in het leven geroepen met verschillende Nederlandse en Burundische organisaties. Daar vertellen we boeren dat ze prima zelf, door middel van samenwerking, hun land beter kunnen onderhouden en zo meer voedsel produceren.

In onze aanpak is de eerste stap dat elke familie een ‘toekomstdroom’ tekent. We vragen ze te schetsen hoe hun boerderij er over vijf jaar uitziet, en hoe ze hun land beter gaan beheren. Dit visualiseren van de toekomst en het hebben van een concreet plan is ongelofelijk krachtig. Ga maar na: met zo’n tekening aan de muur zien ze elke dag wat hen te doen staat.

Natuurlijk is er ook extra kennis nodig, vooral over goed bodembeheer en betere teeltmethodes. Dat doen wij, door het suggereren van innovaties en – vaak simpele – verbeteringen die direct toepasbaar zijn: een nieuwe gewasrotatie, het maken van compost, of het aanleggen van dijkjes tegen de erosie. Maar belangrijker nog is dat wij boeren stimuleren om te leren van elkaar. Al onze trainers zijn daarom zelf boer, en zo verspreidt kennis en kunde zich razendsnel van boer tot boer en van dorp tot dorp.

De miljoenen kleinschalige Afrikaanse boeren zijn een enorm potentieel voor een hogere voedselproductie

In deze dorpen komt binnen korte tijd een geheel nieuwe dynamiek op gang, met meer samenwerking, saamhorigheid en de wil om vooruit te komen. Zo legt deze aanpak een solide fundament voor duurzame voedselproductie, met boeren die weer willen investeren en geloof hebben in hun land. Bovendien komt met een hogere voedselproductie en meer bedrijvigheid ook de trots weer terug en zijn boeren minder geneigd te migreren. En dat is cruciaal, want vooral daar, op hun land, zijn deze kleinschalige boeren hard nodig: ze zijn een essentiële schakel in het oplossen van de huidige voedsel- en klimaatcrisis.

In Burundi zetten Nederlandse en internationale organisaties nu vol in op het versterken van dit fundament voor duurzame voedselproductie. Maar ook andere spelers zoals de Wereldbank en de Wereldvoedselorganisatie FAO zullen het echt anders moeten gaan doen. Oplossingen voor het wereldvoedselvraagstuk hoeven niet altijd technisch, groots en duur te zijn. Het gaat vooral om het stimuleren van samenwerking en kennisoverdracht: tussen boeren onderling, maar ook tussen boeren en experts vanuit de wetenschap of investeerders van buitenaf. Zo zijn deze miljoenen kleinschalige Afrikaanse boeren een enorm potentieel voor een hogere voedselproductie; mits iedereen hun capaciteiten en de noodzaak van duurzaam bodembeheer serieus neemt.

Aad Kessler (Wageningen University & Research)
Erik Slingerland (Projectleider PAPAB project Burundi)
Gerrit Noordam (Nederlandse Ambassade Burundi)