Steun landbouw die uitgaat van de natuur

Door:  Michiel Korthals en Jan Willem Erisman  

Foto's: Marcel van den Bergh  

Ecomodernisme miskent de kracht van de natuur en is een bedreiging voor natuurinclusieve boeren, betogen Michiel Korthals en Jan Willem Erisman. 

De huidige landbouw produceert enorm veel eetbare waar, maar stuit op systematische grenzen. Deze grenzen worden bepaald door negatieve en positieve waarden als de ecologische voetafdruk, degradatie, uitputting, volgende generaties, afname van biodiversiteit en bodemkwaliteit. Er dient zich nu een tweetal benaderingen aan.

De natuurinclusieve benadering heeft, met name in ontwikkelingslanden, al een lange geschiedenis. Het doel van deze benadering is met zorg voor productiemiddelen als bodem, water, biodiversiteit en landschap de volle breedte van landbouw en voeding aan te pakken: zowel productie als consumptie.

De opbrengsten van natuurinclusieve landbouw kunnen net zo groot zijn als die van de traditionele of ecomodernistische landbouw

De ecomodernistische benadering stelt zich ten doel vooral technologische innovaties toe te passen op kernproblemen zoals milieudruk en uitputting van hulpbronnen. Waar natuurinclusief de natuurlijke productiemiddelen waardeert en behoudt, gaat ecomodernisme uit van de maakbaarheid door de mens.

Natuurinclusieve landbouw heeft veel van biologische landbouw, maar ontwikkelt die ook verder door innovaties te stimuleren die natuurprocessen optimaal inzetten. Voornaamste uitgangspunt is dat processen in natuur, de bodem, de planten en dieren, door boeren worden gebruikt om goede opbrengsten te leveren. Dierenwelzijn, gezonde voeding, werkgelegenheid, respect voor planten en landschappen spelen een belangrijke rol. Technologie wordt volop ingezet ten behoeve van het behoud van de kwaliteit van de productiemiddelen.

Boeren en consumenten zijn het draaipunt. Boeren moeten onderzoeken welke processen ze kunnen inzetten, zonder het kapitaal, de aarde en de levende wezens aan te tasten. Consumenten zullen daarbij moeten assisteren en uitzoeken of bijvoorbeeld vlees wel zo belangrijk is voor een goede maaltijd. Het betekent dat consumptiepatronen en levensstijlen in het algemeen niet een onbeperkt gebruik van de aarde kunnen opeisen.

De opbrengsten van natuurinclusieve landbouw kunnen net zo groot zijn als die van de traditionele of ecomodernistische landbouw. Het hangt er wel vanaf wat men onder opbrengsten verstaat. Cijfers spelen een rol, maar waarden als dierenwelzijn, bodemkwaliteit en boeren- en consumentenvaardigheden spelen net zo goed een rol en zijn niet in cijfers uit te drukken.

Ecomodernisten gaan totaal voorbij aan de waarde van het boerenlandschap en de insecten, vogels en flora

De ecomodernistische benadering zet vooral in op productie- en efficiëntieverhoging (per dier en per hectare)met reeds beschikbare technologieën zoals genetische modificatie, kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen. Een sociaal uitgangspunt is dat de oppervlakte van boerenland van belang is: die moet zo groot mogelijk blijven en strikt gescheiden van de overgebleven natuur. Efficiëntie betekent ook schaalvergroting en zo min mogelijk boeren om het land te bewerken. Dit propageert de ontvolking van het landelijke gebied, zoals in Nederland de afgelopen eeuwen heeft plaats gevonden.

De ecomodernistische benadering belooft veel: ‘de grote klappers komen nog’, zoals kunstvlees, genetische modificatie tegen obesitas en veel meer land voor natuur. Maar dit is nog pure toekomstmuziek. Deze mensgerichte benadering legt geen beperkingen op aan consumptie en gemak en gaat uit van de maakbaarheid van alles dat de mens dient.

Sommige voorstanders van een van deze twee benaderingen zijn heel afwijzend naar de anderen toe. Met cijfers over opbrengsten proberen bijvoorbeeld de ecomodernisten te laten zien dat de natuurinclusieve benadering tekortschiet om de wereld te voeden. Keer op keer zeggen ze dat deze benadering meer land nodig heeft voor mest, en land braak laat liggen. Dat ontkennen echter de inclusieven, want met vlinderbloemigen en beter de kringloop sluiten, kunnen ze de bodem net zo goed verbeteren met nog opbrengst ook. Land braak laten liggen komt niet voor.

Bovendien: welke zaken zijn dan becijferd? Kijkt men alleen naar hectares of opbrengst per koe? Een hoge opbrengst per hectare zonder de milieudruk, biodiversiteitsverlies en CO2-voetafdruk erbij te nemen is tenslotte helemaal niet hoog, en de natuurinclusieve benadering neemt die juist expliciet mee. Ecomodernisten gaan totaal voorbij aan de waarde van het boerenlandschap en de insecten, vogels en flora die het levert en de bijdrage aan de gezondheid.

Ecomodernisme miskent de kracht en inventiviteit in de natuur en van natuurinclusieve boeren

Wonderlijk is ook dat de duidelijke bewijzen dat chemie de bodemprocessen stillegt, niet door de ecomodernisten wordt meegenomen. Hier ligt vooral een heel duidelijk niet te verzoenen verschil tussen de twee benaderingen.

Dat de opbrengsten van de ecomodernistische benadering soms heel hoog zijn, is overigens geen wonder: de afgelopen tientallen jaren is bijna al het wetenschappelijke onderzoek daarnaartoe gegaan.

Er zijn minstens zes ethische overwegingen die de keuze voor een van beide benaderingen kan bepalen: levert het voldoende en gezond voedsel op? Is het duurzaam? Is het diervriendelijk? Respecteert het de boer? Respecteert het het landschap? Brengt het boeren en consumenten bij elkaar?

Voor ons is het helder dat het ecomodernisme nog ver is verwijderd van een positieve beantwoording van deze overwegingen. Ecomodernisme miskent de kracht en inventiviteit in de natuur en van natuurinclusieve boeren, en vormt daar een bedreiging voor. Daarom moet natuurinclusieve landbouw veel meer worden gesteund door boeren, consumenten, overheid en wetenschap.