Overheden zijn huiverig om in te grijpen in ons eetpatroon, uit vrees betuttelend over te komen. Maar slimme interventies geven mensen juist vrijheid, betogen Hidde Boersma en Paul Teule.

Wie door het centrum van een stad als Amsterdam fietst, kan het niet ontgaan: overal winkels, eettenten en uithangborden die ons verleiden een snelle hap te scoren. McDonald’s, Febo, IceBakery en Döner Company: ongezond eten is er op elke straathoek en daartussen; voor een gezonde maaltijd moet je omfietsen. De laatste jaren schieten nieuwe hamburgertenten en ijssalons als paddestoelen uit de grond. De publieke ruimte staat zo vol ongezonde overdaad dat we vaak voor de bijl gaan, onze goede voornemens ten spijt.

Sinds de jaren ’80 is het aantal mensen met overgewicht gestegen van 27 procent naar 43 procent. In Nederland is meer dan de helft van de dertigers en veertigers te dik. Die groep loopt een hoger risico op suikerziekte, kanker, hart- en vaatziekten en nog een hele trits andere aandoeningen. Slecht eten is na roken de belangrijkste oorzaak van vroegtijdig overlijden in Nederland.

Brandbrief

Afgelopen week betoogden de psycholoog Jutka Halberstadt en hoogleraar voeding en gezondheid Jaap Seidell nog in Het Parool dat het tijd wordt voor de overheid om in te grijpen in onze ongezonde omgeving. In dezelfde krant schreef Seidell al in februari samen met 25 wetenschappers, wethouders en vertegenwoordigers van voedingsorganisaties een brandbrief om het aanbod van slecht voedsel in de publieke ruimte in te dammen.

De Nederlandse overheid is er ondertussen van overtuigd dat het gezonder moet, maar durft nauwelijks in te grijpen. Beleidsmakers laten het initiatief vooral bij de voedselindustrie, met convenanten en andere softe afspraken. In 2014 sprak toenmalig minister van Volksgezondheid Edith Schippers (VVD) bijvoorbeeld met de voedingsindustrie af dat ze zelf de hoeveelheid suiker, zout en vet in hun producten zouden verlagen. Begin vorig jaar, op de Nationale Voedseltop, kwamen de overheid en tal van bedrijven en organisaties met elkaar overeen om binnen tien jaar internationaal koploper te zijn in gezonde en duurzame voeding. Maar de concrete maatregelen zijn te mager. Het blijft frunniken in de marge: een campagnetje hier, een keurmerkje of een appje daar.

Het probleem met het beeld van deze ‘vrije’ keuze is dat het aan alle kanten rammelt

De kern van de weerstand is ideologie: de overheid vindt dat ze wel mag faciliteren en informeren, maar niet interveniëren. Want dan komt de keuzevrijheid van de vrije burger op de tocht te staan. Die angst zit niet alleen bij politici aan de rechterkant van het politieke spectrum, die uit principe de overheid zo klein mogelijk willen houden. Toen het RIVM begin 2017 voorstelde vlees en zuivel extra te belasten, reageerde toenmalig staatssecretaris Martijn van Dam van de PvdA dat het toch niet aan de overheid is om te bepalen wat de consument op zijn bord legt. Ook de SP ziet weinig in een suikertaks, tekende Follow the Money op in 2016, terwijl D66 de vleesbelasting schrapte vlak voor de definitieve versie van haar verkiezingsprogramma van 2017.

Mensen moeten zelf kunnen beslissen wat ze eten is het devies. Het probleem met het beeld van deze ‘vrije’ keuze is dat het aan alle kanten rammelt. De hedendaagse consument leeft namelijk niet in een vacuüm van pure vrijheid, maar in een omgeving die constant prikkels op hem afvuurt. In de publieke ruimte, op tv en internet worden we gebombardeerd met reclames en ander verleidtrucs. Ook in de supermarkt loop je niet zomaar vrij met je mandje door de winkelpaden. De hele winkel is erop ingericht, qua indeling, kleuren, geuren, muziek, om je te sturen, je ‘verblijfstijd’ te vergroten en je zo veel mogelijk te laten kopen. De groenten kom je weliswaar al bij binnenkomst tegen, maar die moeten een gevoel van beloning opwekken waardoor je verderop in de winkel ongezondere producten inslaat.

Daar komt bij dat onze geest niet is afgesteld op de hedendaagse Hoorn des Overvloeds. Nooit eerder was er zo’n uitgebreid en overdadig aanbod aan voedsel als nu, terwijl het brein is ingericht op een continu dreigend tekort, de norm in de eeuwen voor de twintigste. Het bombardement aan geuren, smaken en beelden beïnvloedt de concentratie en verhouding van de hormonen in ons lichaam die ons hongergevoel en onze voedselinname reguleren. Gezondheidswetenschappers spreken dan ook van een obesogene omgeving, een dikmakende omgeving waar de calorieën voor het oprapen liggen. Het is moeilijk om al die overdaad te negeren; onze hersenen gaan op een gegeven moment voor de bijl.

Voeg daaraan toe een gebrek aan kennis over voedsel. Hoe vrij ben je als je niet precies weet wat gezond is? Uit onderzoek van TNS Nipo blijkt dat Nederlanders veel minder weten over voeding en gezondheid dan ze zelf denken. Driekwart denkt bijvoorbeeld ten onrechte dat roomboter veel vetter is dan margarine. Twee van de vijf mensen denken dat je met een paar uur wandelen een kilo aan lichaamsgewicht kunt verbranden.

Tot slot de prijzen van producten in de supermarkt: die zijn niet het gevolg van een volledig vrije markt, maar van allerlei beleidskeuzes uit het verleden. Zo is er onder het motto ‘nooit meer honger’ na de Tweede Wereldoorlog veel geïnvesteerd in het verbeteren en optimaliseren van de teelt van de belangrijkste caloriedragers, zoals granen en suikerbieten, terwijl ‘lege’ groenten op minder aandacht mochten rekenen. De hogere productie-efficiëntie van de caloriegewassen heeft de prijs van koekjes en frisdrank gedrukt. Ook de prijs van vlees is door allerlei politieke keuzes veel te laag, zeker ook gezien de milieukosten en onze zorgen voor dierenwelzijn. Kunstmatig lage prijzen geven ons nu het verkeerde signaal en sturen ons richting ongezond en schadelijk koopgedrag, terwijl we eigenlijk beter weten en beter willen.

Dit alles doet af aan het mythische beeld van de vrije consument. Het wordt daarom hoog tijd dat we ons begrip van vrijheid aanvullen en verbreden. Filosofen zoals de Russisch-Britse filosoof Isaiah Berlin, spreken over negatieve en positieve vrijheid. Negatieve vrijheid gaat over het vrij zijn van beperkingen en regels: hoe meer je mag, hoe groter je vrijheid. Politici verwijzen driftig naar deze versie van vrijheid, bang om te boek te staan als betuttelaars. Maar het is niet alleen de overheid die onze negatieve vrijheid inperkt. Bedrijven, zo stellen Halberstadt en Seidell terecht, beperken onze negatieve vrijheid ook met hun ongezonde voedsel. Waarom is dat dan geen betutteling?

Positieve vrijheid gaat over dat wat je aan vaardigheden en hulpmiddelen nodig hebt om echt vrije keuzes te maken. Omwille van die vrijheid zijn soms slimme ingrepen nodig, zeker in onze moderne westerse samenleving. De Britse economisch historicus Avner Offer heeft het in zijn boek The Challenge of Affluence over ‘commitment devices’, zelfopgelegde beperkingen die ons helpen geen speelbal te worden van overdaad, en ons daardoor juist vrijer maken. Hij verwijst naar de verplichte autogordel, het instellen van maximumsnelheden en naar accijns op sigaretten en alcohol. Oppervlakkig gezien ontnemen die ons vrijheid, maar uiteindelijk leveren ze een veiligere omgeving op, waar mensen zich vrijer in kunnen bewegen. Meer aandacht voor de positieve kant van vrijheid verschuift de macht van producenten en verkopers naar de consument en maakt hen weerbaarder tegen de manipulerende omgeving.

Een belasting van 40 procent op biefstuk, 8 procent op kip en 20 procent op zuivel is nodig om de klimaatdoelstellingen van Parijs te halen

Er zijn tal van manieren om ook in ons eetpatroonsuccesvol in te grijpen. Het kan bijvoorbeeld met belastingmaatregelen, waarvan bekend is dat ze werken. Zo deed een frisdranktaks van 10 procent in Mexico de consumptie ervan met 10 procent dalen in twee jaar, met de grootste daling onder armen. Als deze daling doorzet, spaart de maatregel de komende jaren het leven van bijna 19.000 Mexicanen, omdat ze gezonder zijn. Wetenschappers van de universiteit van Oxford rekenden vorig jaar uit dat een belasting van 40 procent op biefstuk, 8 procent op kip en 20 procent op zuivel nodig is om de klimaatdoelstellingen van Parijs te halen. Voedsel dat slecht is voor het klimaat, is vaak ook slecht voor de mens als het in grote hoeveelheden wordt geconsumeerd. Deze belastingmaatregelen voorkomen dus ook nog eens honderdduizenden vroegtijdige sterfgevallen.

De onderzoekers stellen voor de prijsstijgingen te combineren met inkomenscompensatie voor de armsten.

Er zijn ook andere, subtielere manieren. Zo wil de gemeente Amsterdam meer invloed uitoefenen op de inrichting van winkelstraten. Door bepaalde bedrijven te weren, kan de gemeente sturen op een gezondere omgeving. Bedrijfskantines proberen met een ander aanbod of een andere inrichting werknemers te verleiden hun eetpatroon aan te passen. Een Deense overzichtsstudie van de universiteit van Kopenhagen uit 2016 liet zien dat zulke ‘nudge’-maatregelen echt helpen. Ook countermarketing door de overheid kan succesvol zijn, zo liet onderzoek van de universiteit van New York afgelopen jaar zien. Zogenoemde anti-ads leggen de motieven van de industrie bloot, een aanpak die eerder succesvol bleek in de strijd tegen roken: jongeren in de Verenigde Staten raakten er door anti-ads van overtuigd dat ze werden gemanipuleerd door de tabaksindustrie.

Kloof

Met dit soort maatregelen kunnen we het beschamend grote gat in levensverwachting tussen mensen met een lage en een hoge sociaal-economische positie dichten. Want mogen rijke mannen zich verheugen 82 te worden, hun arme tegenhangers sterven al op 75-jarige leeftijd, berichtte het CBS in 2014. Dat gat is voor een belangrijk deel toe te schrijven aan verschillende eetpatronen. Hoger opgeleiden hebben meer kennis, geld en tijd om zich een gezonde levensstijl aan te meten. Het verschil in gezonde levensjaren is met 19 jaar nog groter. Het valt moeilijk te verdedigen dat mensen hier bewust voor kiezen. Ook lager opgeleiden willen genieten van hun pensioen en fit genoeg zijn om met hun kleinkinderen te stoeien.

Het wordt daarom hoog tijd voor stevig ingrijpen op ons bord. Lokaal kan de overheid het voedselaanbod op straat, stations, scholen en kantines aanpakken. Nationaal kan de overheid een flinke suiker- en vleestaks instellen. Maar ook op Europees niveau wordt het tijd om het landbouwbeleid, de belangrijkste bron voor boerensubsidies, flink bij te sturen zodat boeren gezondere gewassen gaan afleveren. En dit alles in naam van de vrijheid.

Paul Teule is docent politieke economie aan de Universiteit van Amsterdam en auteur van Vrijheid voor Gevorderden.
Hidde Boersma is wetenschapsjournalist en co-auteur van Ecomodernisme - Het nieuwe denken over groen en groei.