Niet Wageningse technologie, maar klimaatvriendelijke landbouw kan Afrika vooruithelpen

Door:  Martien Hoogland  

Foto's: Sven Torfinn  

Om een landbouwrevolutie in Afrika teweeg te brengen moeten we in ons ontwikkelingsbeleid methodes omarmen die van de natuur uitgaan, dat schrijft Martien Hoogland.

Klimaatverandering beïnvloedt de wereldwijde honger, schrijft Ralf Bodelier op de Voedselzaak. Het aantal ondervoede mensen neemt, vooral in Afrika, sinds kort weer toe, en een van de belangrijkste verklaringen daarvoor is de toename van extreem weer. Bodelier roept daarom op tot het gebruik van irrigatie, drainage, kunstmest, gewasbeschermingsmiddelen, vervoer- en opslagsystemen en zowel droogte- als waterbestendige plantenrassen, zoals dat ook in Europa is gebeurd. Het is echter de vraag of deze Wageningse oplossingen wel bij Afrika passen.

De Afrikaanse landbouw bevindt zich inderdaad in een crisis, die zich kenmerkt door opvallend lage opbrengsten. Zo brengen sorghum en millet in West-Afrika ruim 500 kilo per hectare op, waar in Europa opbrengsten van graan oplopen tot zeker 5.000 kilo per hectare. Dat is te verklaren doordat Afrikaanse boeren weinig inputs zoals kunstmest en hoogrenderend zaaizaad gebruiken, omdat deze te kostbaar zijn voor de gemiddelde boer. Bovendien zijn ze alleen effectief bij gecontroleerde teeltomstandigheden, die grotendeels afwezig zijn bij het Afrikaanse boerenbedrijf. Kunstmest heeft bijvoorbeeld voldoende organisch materiaal en water nodig, anders werkt het juist als gif voor de gewassen. Ook hoogrenderend zaad werkt alleen op bodems met voldoende organisch materiaal.

Andere oorzaken voor de lage opbrengsten zijn de uitgeputte bodems door ongereguleerde kap van de vegetatie, communaal landbezit bij afwezigheid van privé-eigendom en een zwakke markt voor agrarische producten, aangezien steden bevoorraad worden vanuit de wereldmarkt.

Klimaatverandering verhevigt de crisis doordat de uitgeputte Afrikaanse bodems niet bestand zijn tegen extreme weersomstandigheden als droogte of overvloedige regenval. Tegelijkertijd is irrigatie voor Afrikaanse boeren nauwelijks winstgevend, omdat ze moeten concurreren met Aziatische landen die een lange ervaring hebben met irrigatie. Veruit de makkelijkste manier om water vast te houden, is vergroting van de hoeveelheid organisch materiaal in de bodem.

Compostering als oplossing

Voor een oplossing voor het tekort aan organisch materiaal loont het om te kijken naar agro-ecologie, een wijze van landbouw die via aloude methode van compostering bodems verbetert. Dit gaat ook in Afrika niet vanzelf, bleek al in de jaren tachtig in Burkina Faso waar vrouwengroepen onder leiding van ontwikkelingsorganisaties begonnen met compostering. Deze compost was bestemd voor hun kleine akkertjes met groenten waarmee het hele huishouden werd gevoed. Maar het verzamelen van bladeren en keutels bleek te tijdrovend, ngo’s zagen zich zelfs gedwongen de vrouwen te betalen voor hun werk. Compostering kwam om die reden nooit echt van de grond.

Daarom begon de ngo Sahel Eco met de bescherming van de vegetatie, zoals in Dogonland in Mali. Inheemse bomen bleken ware leveranciers van stikstofhoudende bladeren die op het graanland zorgden voor een verhoging van de opbrengsten. Die bladeren dienden ook als veevoer voor extra ploegvee, die weer mest leverden voor het graanland.

We moeten in ons ontwikkelingsbeleid methodes omarmen die van de natuur uitgaan

Deze opwaartse spiraal werd echter beperkt door het traditionele communale landbezit: na de graanoogst had ieders vee toegang tot het land van de buren. Bovendien bleven extra investeringen in de natuur uit. Zo werden geen richels aangelegd voor het vasthouden van water en kreeg het snoeien van bomen onvoldoende aandacht. De hoeveelheid bladeren bleef beperkt en er ontstonden geen composthopen. De bladeren vielen gewoon op het graanland.

Om de hoeveelheid bladeren te vergroten, koos de ngo NewTree voor omheiningen, waardoor een einde kwam aan de vrije toegang tot land. Boeren gingen hun bomen extra verzorgen waardoor de opbrengst aan bladeren en veevoer enorm toenam. Zo ontstonden heuse compost- en mesthopen op het bedrijf en loonde het om duurder hoogrenderend zaad te gebruiken, wat resulteerde in een enorme stijging in de graanopbrengsten. Een uitweg uit de neerwaartse spiraal.

We moeten in ons ontwikkelingsbeleid methodes omarmen die van de natuur uitgaan, in plaats van Wageningse oplossingen te kopiëren naar de Afrikaanse akkers. Ontwikkelingsclubs moeten zich focussen op de plaats van biodiversiteit in de totale huishoudelijke economie, inclusief de cruciale rol van veehouderij. Minister Kaag doet er goed aan om van klimaatvriendelijke landbouw een speerpunt te maken. En uiteindelijk moet de politieke elite in Afrika belangstelling tonen voor landbouw. Ze heeft te lang toegestaan dat de grote steden aan het infuus liggen van importen van de wereldmarkt, waardoor het achterland veroordeeld is tot armoede. En dat is nergens voor nodig.

Martien Hoogland is publicist. In het verleden werkte hij voor Both Ends, een organisatie die zich specialiseert in duurzaamheid en sociale gelijkheid in ontwikkelingslanden.