Nederlandse bedrijven dragen wél bij aan Ethiopische voedselzekerheid

Door:  Lenard Hofland  

Foto's: Reuters  

Nederlandse bedrijven in Ethiopië zorgen voor permanente banen en bovenal voor voedsel op de Ethiopische markt, schrijft Lenard Hofland.

Op 30 november verscheen een opiniestuk van Ivo de Klerk over landbouwinvesteringen in Ethiopië. Volgens zijn literatuurstudie doen deze investeringen niets om de lokale bevolking aan voedsel te helpen en zijn de beloftes van werkgelegenheid en het delen van kennis gebakken lucht. In de vier maanden dat ik mijn afstudeeronderzoek deed voor het ‘Follow the Food’-programma in Ethiopië, heb ik het tegendeel gezien. Namelijk dat Nederlandse investeringen positief bijdragen aan lokale ontwikkelingen en voedselzekerheid.

De plaats van mijn onderzoek was Debre Zeit, ook wel Bishoftu genoemd. Het ligt op ongeveer 50 kilometer ten zuidoosten van de snelgroeiende hoofdstad Addis Abeba. In Debre Zeit zijn veel Nederlandse bedrijven actief met landbouwactiviteiten. Onder andere veehouderij, productie van diervoeding, zaaddistributie, groenteverstrekking, voedselverwerking en de maakindustrie. Opmerkelijk is dat zij hun producten leveren aan de Ethiopische markt en nauwelijks exporteren.

Bovendien produceren de meeste van deze ondernemingen voedsel(-gerelateerde) producten. Dit voedsel wordt in de regio geconsumeerd, waarmee de bedrijven een substantiële bijdrage leveren aan de voedselzekerheid in Ethiopië. Als gevolg van economische groei en urbanisatie zijn de levensstandaarden hoger komen te liggen. Dit leidt tot een verandering van het dieet en een toenemende vraag naar niet-lokaal voedsel zoals zuivel, groente en vlees. Het zijn onder andere Nederlandse ondernemingen die in deze behoeften voorzien.

De Nederlandse bedrijven in Debre Zeit betalen hogere lonen en bieden betere arbeidsomstandigheden aan dan de lokale bedrijven, met overwegend permanente banen voor Ethiopiërs. Daarnaast vindt er overdracht van kennis plaats door het opleiden van de lokale bevolking binnen de bedrijven. Met name door trainingen op gebied van landbouw. Buiten deze dagelijkse praktijken om dragen de bedrijven ook hun steentje bij aan de gemeenschap door middel van medische zorg, toegang tot water en educatie. Hiermee worden vooral de allerarmsten bereikt.

Het klopt dat het verkrijgen van land in Ethiopië nadelig kan zijn voor de lokale bevolking. Buitenlandse bedrijven mogen niet direct land kopen, maar moeten dit leasen van de overheid. Hierdoor kan het gebeuren dat boeren ongewild hun land moeten verkopen aan de staat. Desalniettemin toonde mijn onderzoek aan dat er ook voorbeelden zijn van ondernemingen (zoals Solagrow) die de voorgeschreven Ethiopische methode ten goede omzeilen, en eerst de lokale gemeenschap betrekken en vragen of de aanstaande investeringen wenselijk zijn.

Daarnaast zijn er bedrijven die inclusieve businessmodellen toepassen. Zo werkt veevoederproducent AKF samen met honderden kleinschalige boeren en melkverwerkers onder toeziend oog van een NGO. Hierbij krijgen boeren korting op kwaliteitsvoer met de garantie dat hun melk wordt afgenomen door de melkverwerkers. De drempel voor boeren op het inkopen van kwaliteitsvoer wordt verlaagd, omdat de kosten worden afgetrokken van de hogere melkopbrengsten. Uiteindelijk resulteert dit in een hoger inkomen voor de lokale boeren en een stabiele toevoer van kwalitatief goede melk voor de melkverwerkers.

Christelijke naastenliefde

Een mogelijke reden voor de vruchtbare ontwikkelingen in Debre Zeit is dat de meeste ondernemers vanuit hun achtergrond gedreven worden door principes als naastenliefde en barmhartigheid. Ook zijn een aantal bedrijven van dit ‘christelijke cluster’ verbonden aan stichtingen. De ondernemingen hebben de sociale overtuiging dat bijdragen aan economische ontwikkeling de beste vorm van ontwikkelingshulp is. Hierbij is geld niet het doel, maar het middel tot vooruitgang.

Bovenstaande bevindingen laten zien dat uit de heup schieten op ondernemers alsof het ‘kapitalistische cowboys’ zijn, te makkelijk en eenzijdig is. Zo worden de negatieve effecten van investeringen in het buitenland veralgemeniseerd, wat de situatie zoals ik het met eigen ogen in Ethiopië gezien heb, geen recht doet. Dat er ook voorbeelden van fatsoenlijke investeringen en initiatieven zijn, ontsnapt dan aan de aandacht.

De private sector gaat op zichzelf niet het gehele voedselvoorzieningsvraagstuk oplossen. Landbouwinvesteringen kunnen lokale voedselzekerheid verlagen doordat mensen hun eigen stukje grond verliezen of dat niet meer bewerken omdat ze nu in loondienst zijn. Daarnaast kunnen investeringen schade aanrichten door onduurzaam gebruik van het land en water. Maar de aanname dat andere landen automatisch slechter worden van Nederlandse private investeringen is incorrect. Om het voedselvraagstuk op te lossen, dienen de private sector, overheden en instituties samen te werken. Dit zal zeker beter werken wanneer investeringen, zoals in Debre Zeit, gericht zijn op de inclusie van de lokale bewoners. Mijns inziens moeten investeringen kritisch worden beoordeeld, maar wel met oog voor positieve ontwikkelingen. Een deel van de huidige Nederlandse investeringen in Ethiopië draagt namelijk wel degelijk bij aan voedselzekerheid in Ethiopië.

Lenard Hofland, Afstuderend masterstudent International Development Studies aan de Universiteit Utrecht

Ter afsluiting van de Voedselzaak hebben we de beste artikelen gebundeld in een e-book. Download het hier voor e-readers, tablets, pc's en telefoons.