Marktconforme ontwikkeling werkt wel: er worden successen geboekt

Door:  Redactie  

Foto's: Frederic Noy  

Jammer dat Ellen Mangnus van het inzetten van marktconforme instrumenten zo’n karikatuur maakt. Het kan zijn dat er in het project BOON onbedoelde neveneffecten zijn opgetreden. In andere projecten werden wel successen geboekt met Nederlandse bedrijven. Groenteveredelingsbedrijf Rijk Zwaan bijvoorbeeld dat zowel in ­India als Afrika naast verkoop van zaden ook investeert in het opleiden van boeren. Natuurlijk doen ze dat om te verdienen, maar het maakt boeren ook beter.

Wat doet de overheid? In alle projecten in ontwikkelingslanden maakt men in het subsidieverleningstraject een impact-analyse. In een project in India worden kleine boeren voorbereid op de teelt van groenten. Daarbij is ook een afnemer betrokken, een grote supermarkt­keten. Dan moet je oppassen dat de boeren geen wurgcontracten krijgen voorgeschoteld. Maar als zij gestimuleerd worden zich te verenigen in een coöperatie, kunnen zij hun positie verstevigen.

Dat gebeurde bij een ander project in India. Daar wilden kleine theeboeren zich verenigen om individueel minder afhankelijk te zijn en een betere prijs te bedingen bij de theeverwerker en misschien een eigen theefabriek op te zetten. Bij veel van deze projecten is er ook aandacht voor de lokale voedselvoorziening, bijvoorbeeld door thuisteelt.

Hans Kuypers, voormalig senior adviseur Rijksdienst voor Ondernemend ­Nederland

Geef boeren betaalbaar krediet

Het verbaast me dat Ellen Mangnus niet zelf antwoord geeft op haar vraag hoe we iedereen toegang kunnen geven tot goede voeding. Boeren die produceren voor BOON geven daarvoor een goede voorzet. Voor investeringen in zaaizaad, meststoffen en gereedschap hebben boeren krediet nodig op betaalbare voorwaarden. En daaraan ontbreekt het vrijwel overal in Afrika. Financiële dienstverleners rekenen namelijk extreem hoge rentepercentages, vaak

1,5 tot 2 procent per maand. Als de overheid een bijdrage wil leveren aan verbetering van voedselzekerheid, dan dienen subsidies aan het bedrijfsleven systematisch te worden gecombineerd met maatregelen die boeren toegang geven tot krediet op betaalbare voorwaarden. Dat zou kunnen door rentesubsidies, in combinatie met financiering van opzet van onderlinge gewasverzekeringen en goede controle op schade geleden als gevolg van weersomstandigheden.

Egbert Hoving, Bennekom, gepensioneerd ontwikkelingswerker

Ontwikkelingshulp

Interessant opiniestuk van Ellen Mangnus over de inzet van ontwikkelingsgelden. Ik wil daar, ook vanuit Kenia, toch een kanttekening bij plaatsen.

Delen van Afrika liggen al decennia lang aan het ontwikkelingsgeld­infuus. Dat heeft in de afgelopen 70 jaar nu niet helemaal opgeleverd wat we er van verwachtten. Inderdaad is de materie complex, maar laten we het experiment eens aangaan en ­kijken wat de nieuwe relatie tussen het (Nederlandse) bedrijfsleven en de Keniase boer iedereen oplevert. Niet alleen op microniveau van die ene boer die erover klaagt dat zijn ugali (lokaal maisgerecht) niet te krijgen is, maar iets breder. Boeren kunnen ­namelijk in deze opzet van elkaar ­leren en daar de vruchten van ­plukken. Soms met boontjes en soms met mais.

De hele keten kan daarmee floreren en als dan de corruptie ook nog een beetje wordt ingedamd (een belangrijker oorzaak van een deel van de problemen hier) dan komen we er misschien wel.

Ronald Berkhuizen, Nairobi, Kenia

Verbeter marktvoorwaarden

Mooi hoe Ellen Mangnus de naïeve eenzijdigheid van het ontwikkelingsbeleid laat zien. De ‘kanttekening’ van Ronald Berkhuizen (brief hierboven), is onbedoeld een groot uitroep­teken. Het heldere voorbeeld van Mangnus gaat namelijk niet over ‘de ene boer’ maar juist over bredere problemen. Inderdaad, leren van elkaar, dus beter onderwijs! En inderdaad, indammen van corruptie dus een beter functionerend ambtenarenapparaat! Dat zijn nog maar enkele van de voorwaarden om iets van een ‘markt’ te laten functioneren. Zeker, slimme innovaties kunnen nuttig werk verrichten. Maar het effect daarvan komt voort uit interactie met de bestaande instituties. Zolang daarin niet wordt geïnvesteerd, levert de ontwikkelingshulp hetzelfde op als de afgelopen zeventig jaar: winstkansen voor grote bedrijven door de inzet van heel veel slecht opgeleide en slecht betaalde Afrikanen.

Harro Maat, hoofddocent Kennis, Technologie en Innovatie, Wageningen