Laat natuur en technologie samen optrekken in de voedselindustrie

Door:  Julia Rijssenbeek  

Foto's: Hollands Hoogte  

Het onderscheid tussen het natuurlijke en het kunstmatige is voorgoed verleden tijd, schrijft onderzoeker Julia Rijssenbeek. 

Het Europese hof heeft besloten dat CRISPR, een methode waarmee dna kan worden gemodificeerd met een grote precisie, onderworpen wordt aan strenge wetten. CRISPR wordt als een doorbraak gezien omdat we er nog sneller, makkelijker en goedkoper de genen van planten mee kunnen aanpassen om bacteriële virussen te neutraliseren. Hoewel de beslissing van de rechter een verstandige keuze lijkt, wordt deze gevoed door een onterechte angst voor kunstmatig voedsel.

We willen het liefst natuurlijk voedsel, terwijl voedsel altijd technologisch is. Al duizenden jaren grijpen we in biologische processen in om voedsel te verbouwen, vanaf de eerste gekweekte soorten in de Levant. Op de rationele wijze waarop we vandaag ons voedsel produceren en consumeren, lijken we meer dan ooit in een kunstmatige verhouding tot ons voedsel en de natuur te staan. We zien planten als dingen die we kunnen optimaliseren naar eigen smaak, we kweken groente met artificieel licht en we zien voedsel als goedkoop object, dat we weggooien als we het niet meer willen.

Met CRISPR kunnen we de natuur nu nog verder naar onze hand zetten door nog preciezer in de genen van planten in te grijpen. Daarmee wordt voedsel hoogtechnologisch: ook al ziet een CRISPR-tomaat er heel natuurlijk uit, hieraan is gesleuteld met de nieuwste technieken, wellicht zelfs geoptimaliseerd om precies in jouw persoonlijke dieet te passen met de voedingsstoffen die jij nodig hebt.

Maar terwijl het moeilijk te ontkennen is dat de menselijke ratio nu meer dan ooit invloed heeft op de natuur, lijkt er weinig rationeels aan ons gedrag. Hoezeer we ook proberen de omgeving voor onszelf te optimaliseren, voor deze moderne relatie tot natuur en voedsel betalen we een hoge prijs.

Kijk naar onze huidige voedselketen. Doordat eten constant goedkoop en in overvloed aanwezig is, kampen we nu met voedselverspilling en ziektes als obesitas. Daarnaast zijn we in ons moderne stadsleven verder dan ooit verwijderd geraakt van een natuurlijke omgeving en van onze voedselbronnen, terwijl steeds meer onderzoek aantoont dat nabijheid van een natuurlijke omgeving een belangrijke bron van welzijn is. Het moderne voedselsysteem heeft onze wereld onttoverd en de mens uit zijn natuurlijke verband gerukt. En de kosten daarvoor worden steeds hoger.

Als we CRISPR-voedsel niet simpel wegzetten als kunstmatig, kunnen we onderzoeken hoe het onderdeel kan zijn van oplossingen waar natuur en technologie samen optrekken

Wat nu als we CRISPR, in een reeks van andere technologische ontwikkelingen, anders bekijken? Een ontwikkeling die ons juist ook weer dichterbij de natuur plaatst in plaats van tegenover haar? Wat de laatste technieken als CRISPR laten zien, is dat we in een tijd leven waarin natuur en technologie steeds verder versmelten.

Ontwikkelingen in genetische modificatie, biotechnologie en artificiële intelligentie maken het juist moeilijker om van een onderscheid tussen de biologie, het levende, en de technologie, het levenloze, te spreken. We kweken organen en gebruiken AI als verlengstuk van onze eigen denkkracht. Met deze ontwikkelingen kunnen we toe naar een vorm waarin we samen met de natuur optrekken, haar en onszelf in alle processen tot bloei laten komen. Voorbij aan het moderne onderscheid tussen het natuurlijke en het kunstmatige, kunnen we in deze versmelting gaan bouwen aan een omgeving waarin deze twee elkaar versterken.

Een goed voorbeeld van deze versmelting is de stadslandbouw. In wat agritecture wordt genoemd, het proces waarbij de landbouw geïntegreerd wordt in gebouwen, worden de voordelen van stedelijke ruimte gebruikt om planten te laten groeien en voedsel te produceren.

Architecten zijn zelfs bezig om een ‘groene kern’ in de infrastructuur van gebouwen te integreren. Ze ontwerpen steeds meer gebouwen om water te recyclen en planten in kunstmatig licht te laten groeien om tegemoet te komen aan de behoeften van de inwoners: basisbehoeften zoals vitaminen, water, schone lucht en de nabijheid van natuur. Juist door te erkennen dat voedsel nooit helemaal natuurlijk is en we natuur en technologie niet meer tegenover elkaar zetten, kunnen we het speelveld van de natuur weer toelaten in ons moderne leven.

Als we CRISPR-voedsel niet simpel wegzetten als kunstmatig, kunnen we onderzoeken hoe het onderdeel kan zijn van oplossingen waar natuur en technologie samen optrekken. Bijvoorbeeld door planten te ontwikkelen die geen pesticiden behoeven, of door inheemse gewassen bestendiger te maken voor droogte.

Daarbij kunnen we leren van vroegere doorbraken op gengebied, waarbij alleen waarde gecreëerd wordt voor partijen als Bayer-Monsanto, Dow-DuPont en ChemChina-Syngenta, ten koste van de natuurlijke omgeving. We kunnen nooit helemaal de natuur naar onze hand zetten, maar als we toch in de natuur ingrijpen om voedsel te produceren, laten we de natuur en de technologie elkaar dan niet tegenwerken.

Julia Rijssenbeek is onderzoeker bij FreedomLab Thinktank en focust zich op de toekomst van voedsel.