Het antwoord op het migratieprobleem ligt in uw winkelmandje

Door:  Jan van Maanen  

Honorair consul van Guinee Bissau Jan van Maanen vindt het niet gek dat Afrikaanse jongeren de lage salarissen niet meer pikken en naar Europa vertrekken. Een mentaliteitsverandering in het westen is de oplossing voor het migratieprobleem, ziet hij na 40 jaar in Afrika.

Wat kunnen we doen aan het migratieprobleem? Na 40 jaar Afrika moest ik dat toch wel weten, zo werd mij onlangs gevraagd op de regionale Honorair Consuls conferentie in Dakar, Senegal. De oorzaak lijkt mij simpel. Als je in Europa hotelkamers kan schoonhouden voor een minimumloon van 1.200 euro per maand, waarom zou je dan genoegen nemen om dat in Gambia te doen voor 100 euro? Als je überhaupt al werk hebt. Op naar Europa dus!

Maar waarom is het loon in dat vakantiehotel zo belabberd? Juist. Omdat de Westerse consument graag zo min mogelijk betaalt voor een wintervakantie in de West-Afrikaanse zon. Gambia, Senegal, Ghana of de Kaapverdische eilanden strijden om de Europese toerist. Om de laagste prijs te kunnen bieden werken de luchtvaartmaatschappijen samen met lokale hotels. Wie de laagste prijs biedt, krijgt de business. De laagste prijs regel je voornamelijk door het loon van het lokale Afrikaanse personeel zo laag mogelijk te houden. De kamer en het zwembad wordt schoon gehouden door personeel dat vanwege deze concurrentiedruk genoegen moet nemen met een loon van minder dan 100 euro per maand. Voor het personeel is er weinig keuze: het is iets of niets.

Dezelfde race naar de bodem geldt voor koffie uit Kenia of Colombia, kleding uit Bangladesh, cacao uit Ivoorkust, pinda’s of boontjes uit Senegal en cashewnoten uit Guinee Bissau of Tanzania. Wie kan het goedkoopst leveren aan de westerse consument? Het antwoord op het migratieprobleem ligt derhalve in het winkelwagentje van de supermarkt; in de ALDI of de Albert Heijn. Daar waar de producten als koffie, thee, suiker, koekjes, chocola, vlees of sinaasappelsap in terecht komen.

Wie het goedkoopste sap levert, verkoopt en verdient het meest

Maar wie staat er bij het boodschappen doen stil bij het productieproces? Neem sinaasappels. Ze worden in Brazilië geplukt, geperst en ingedroogd. Als sinaasappelconcentraat komt het naar Europa waar het in Brazilië ontrokken water weer wordt toegevoegd en het verkocht wordt als ‘sap van vers geplukte sinaasappels’. Maar de ALDI concurreert met de Albert Heijn. Dus wie het goedkoopste sap levert, verkoopt en verdient het meest.

De winnaar van deze strijd om de consument is niet de jonge man die op de plantage werkt. Zijn beloning wordt bepaald door de wereldhandel. Verdiende hij vorig seizoen nog 100 euro per maand, vanaf nu moet hij het onder druk van de concurrentie met 80 euro doen om de Europeanen en Amerikanen van goedkoop sap te voorzien. Accepteert hij dat niet, dan gaat ‘de markt’ naar Zuid Afrika of Azië, daar groeien ook sinaasappels en Indonesië heeft ook prima palmolie.

Is het gek dat de Afrikaanse jeugd dat lage salaris niet meer pikt, de rugzak pakt en zijn hoop richt op Europa? Bulgaren en Polen doen dat ook en komen tijdelijk werken in de Nederlands tuinbouw of bouw om vier tot vijf keer zoveel te verdienen als thuis. Binnen de Europese Unie is deze arbeidsmigratie legaal, maar met Afrikaanse landen zijn geen afspraken gemaakt. Afrikanen moeten Europa dus illegaal zien te bereiken en doen dat nu zelfs met honderdduizenden per jaar. Zij worden geen arbeidsmigranten genoemd maar economische vluchtelingen.

Het is te verwachten dat de migratiedrang naar Europa blijft. In de eerste plaats omdat er gewoon meer jongeren zijn. Dankzij organisaties als Unicef, PLAN en de Wereld gezondheidsorganisatie is de kindersterfte drastisch verminderd en de levensverwachting toegenomen, maar de werkgelegenheid hield geen gelijke tred.

Sukkels

En dan zijn er sociale media. Alle jongeren in Afrika staan via Whatsapp en Facebook dag en nacht in contact met familieleden die Europa hebben gehaald en daar een bestaan hebben opgebouwd. Elke dag realiseren de achterblijvers zich wat voor een sukkels ze zijn. De meesten daarvan hebben een veel betere opleiding gehad dan hun ouders, maar hebben geen werk. En het wordt pas echt diep ingewreven als een succesvolle emigrant terugkeert, om in het dorp met het in Europa verdiende geld, een groot huis neer te zetten, compleet ingericht met westerse meubels, koelkasten en airconditioning. Satelliet TV en een auto completeren het geheel. En omdat het dorp geen elektriciteit heeft komt er ook een privé generator.

Ja, broertje, neefje of buurjongen mogen wel komen helpen met de bouw voor 100 euro per maand. En zo is onze succesvolle emigrant onderdeel van het systeem geworden. Een systeem dat er op is gericht om de rijken steeds rijker te maken of op zijn minst rijk te houden, zodat 80 procent van de wereldbevolking gewoon arm blijft en alleen maar kan hopen en dromen van een rechtvaardigere wereld.

Het is dus duidelijk dat als je emigratie wilt stoppen, de leefomstandigheden in de landen van waaruit geëmigreerd wordt, drastisch moeten verbeteren. Dat lukt niet met een beetje ‘goed doen’ zo blijkt na 60 jaar Fairtrade. Het werkt alleen als de westerse consument bereid is om een stuk van de taart af te staan. Verbeter je de omstandigheden voor sojaboeren, dan wordt vlees duurder. Verdient de kamerjongen in het hotel in Gambia meer, dan wordt de vakantie duurder. Gaan we dan nog wel? Of zoeken we dan toch nog iets goedkoper? Kun je die mentaliteit veranderen, dan heb je een begin van een oplossing van het emigratieprobleem.

Het boek Honorair Consul in Afrika van Jan van Maanen is hier te bestellen. Van Maanen schrijft dit stuk op persoonlijke titel.