De voedseltechnologen en -ideologen moeten de strijdbijl begraven en samenwerken

Door:  Gerrit Brummelman  

Foto's: ANP  

Als wereldwijd erkende agrarische grootmacht kan Nederland alleen een prominente speler blijven als we de krachten in de hele voedselketen bundelen. Het is daarvan van belang dat de voedseltechnologen en -idealisten de strijdbijl begraven, betoogt Gerrit Brummelman. 

Nederland is het tweede agrarische exportland ter wereld. We kunnen die positie behouden als we de focus op de export van bulkproducten zoals aardappelen en goedkoop vlees verleggen naar de export van kennis en innovatie. Denk aan uitwikkelingsprogramma’s, databanken en nieuwe stalconcepten, gewassen en machines. Voorwaarde is wel dat er voldoende boerenbedrijven in Nederland blijven, zodat de concepten eerst hier toegepast kunnen worden.

De komende jaren moeten we ons onderzoek richten op voedselzekerheid. Een robuust voedselsysteem produceert voldoende voedsel, maar is ook in staat schokken op te vangen; zoals de uitbraak van dier- of plantenziektes, een handelsboycot of een nucleaire ramp. Zo zagen we de kwetsbaarheid van de sector tijdens de recente Russische boycot en het instorten van de eiermarkt door de fypronilaffaire. Ons systeem bleek gelukkig zo veerkrachtig dat er maar een paar dagen geen eieren verkrijgbaar waren in de supermarkt.

Klimaat

Naast deze onverwachte schommelingen gaan op de langere termijn de gevolgen van klimaatverandering, verzilting of het gebrek aan grondstoffen een grote rol spelen. Het een is met het ander verbonden: zo leiden misoogsten of handelsbelemmeringen tot prijsschommelingen.

Om de groeiende wereldbevolking te kunnen blijven voeden, is een verschuiving van een dierlijk naar een plantaardig consumptiepatroon nodig. Het huidige patroon is niet houdbaar. De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur becijferde recent dat als de Nederlandse veehouderij op de huidige voet doorgaat, de bedrijfstak in 2050 de totale toegestane broeikasuitstoot van heel Nederland voor haar rekening neemt

Ook moeten we op zoek naar andere productiemethoden en plant- en dierrassen die efficiënter met schaarse grondstoffen omgaan en zich hebben aangepast aan het veranderende klimaat. De verwachting is dat klimaatverandering vooral in tropische gebieden de gewasopbrengsten negatief zal beïnvloeden. Gebieden met een gematigder klimaat worden deels gespaard. De oplossingen voor deze vraagstukken moeten we zoeken in de gentechsector én in Afrika, waar lokale boeren al decennia experimenteren met gewassen die goed tegen klimaatschommelingen kunnen.

In Nederland is veel maatschappelijke weerstand tegen nieuwe technieken en schaalvergroting. Die mindset moet veranderen. De uitdaging is om het beste van de innovatieve hightechlandbouw te combineren met de bio-ideologie die veel Nederlanders en ngo’s aanhangen. Men moet over de eigen schaduw heen stappen en bijvoorbeeld de moderne genetische technieken combineren met aandacht voor het bodemleven. Alleen dan kan Nederland zijn prominente rol op het agrarische wereldtoneel behouden.

Het is tijd voor de technologen en idealisten om uit de loopgraven te komen.

Gerrit Brummelman was bij het Ministerie van Economische Zaken verantwoordelijk voor het thema robuustheid binnen de voedselagenda.