De groene revolutie dient niet de hongerigen maar de economie

Door:  Marc van der Sterren  

Foto's: Getty  

Afrikaanse boeren worden niet serieus genomen bij de oplossing van het hongerprobleem. Dit heeft antropologische, culturele en vooral economische oorzaken, signaleert journalist Marc van der Sterren. Hij schrijft al twintig jaar over landbouw en Afrika.

Paul Hebinck heeft het gelijk aan zijn kant wanneer hij in zijn opiniestuk stelt dat wetenschappers voorbijgaan aan alle traditionele kennis en expertise op het platteland. Hij wijst erop dat alle duurbetaalde adviezen zijn opgetrokken uit zorgvuldig geredigeerde wetenschap. Lokale, traditionele landbouw zou minder opbrengen dan moderne, op wetenschap geschoeide variëteiten en landbouwsystemen. Terecht hekelt Hebinck het geloof in de groene revolutie; de aanname dat een doorgaande modernisering van de landbouw het hongerprobleem zal oplossen. Aanhangers van deze revolutie, zoals Marinus, Van Reemst en Njoroge, blijken in hun reactie op Hebinck té zeer gefocust op direct gewin en efficiëntie.

Om te begrijpen waarom de groene revolutie niet de oplossing biedt voor het wereldwijde voedselprobleem, is het belangrijk om te onderzoeken waar het geloof in de groene revolutie vandaan komt. Het begint bij een diepgewortelde minachting op zowel antropologisch als cultureel gebied voor kleinschalige boeren en voor ontwikkelingslanden.

Neem Afrika, het van oudsher rijkste continent op aarde. De manier waarop het Westen Afrika heeft leeggeplunderd, opgedeeld in Europese kolonies en de bevolking na hun onafhankelijkheid in het eigen sop heeft laten gaarkoken, is een schandvlek van huiveringwekkende proporties.

De gemiddelde westerling zegt niet racistisch te zijn en zal het tegendeel nooit toegeven, maar de mens is van nature nogal huiverig ten aanzien van vreemdelingen. Die primitieve bescherming zit in onze genen, daar heeft onze moderne beschaving weinig tegen in kunnen brengen.

Sinds de onafhankelijkheid van Afrikaanse staten is het beeld over dit continent en haar bevolking nauwelijks veranderd. Afrikanen worden nog steeds gezien als gewelddadige primitievelingen die stammenoorlogen uitvechten en de armoede over zichzelf afroepen door corrupte regimes te kiezen. Voor de achterliggende oorzaken van armoede, corruptie en aanhoudend geweld op het continent moet de belangstellende een studie uitvoeren, want in de vluchtige westerse media ontbreekt voor dit soort duiding normaliter de ruimte.

Kloof

Bovenop deze historische, antropologische minachting van de Afrikaan door de ‘verheven’ westerling komt nog de minachting van de hoogopgeleide stedeling ten aanzien van de simpele boer. Volgens ons normbesef dient iedereen gelijkwaardig te zijn, onderhuids wordt er echter wel degelijk neergekeken op bewoners van het platteland. ‘Boer’ is in ons land niet voor niets een scheldwoord.

Interessant is dat dit soort dedain zich niet beperkt tot bepaalde culturen, maar dat het zich wereldwijd voordoet. Ook in Afrika voelen geschoolde landbouwkundigen zich zeer verheven boven de achterlijke leefwijze van hun traditionele ouders, ver weg op het platteland.

Ik hoor u zeggen: ‘nou nou, zo erg is het ook weer niet’. Ik zet de zaak misschien tamelijk scherp neer. Maar de minachting die ik bemerk doet zich ook niet voor aan de oppervlakte; het is vooral een ondergrondse veenbrand. Het brandt niet. Het smeult. En deze veenbrand werkt door in het economisch realisme van deze tijd, waarin alles ten dienste staat van geld verdienen.

Groene revolutie

De groene revolutie past perfect binnen dit tijdsgewricht, maar met het oplossen van het hongerprobleem heeft het niets te maken. De groene revolutie is een belangrijk onderdeel van de economie waar alles draait om efficiëntie. Landbouw moet efficiënt zijn. Grootschalige percelen zijn het efficiëntst te bewerken door grote landbouwmachines en zijn daarom economisch het meest rendabel.

Kleinschalige of middelgrote boeren die aan de groene revolutie willen meedoen, moeten zwaar investeren in hybride zaaizaad, in kunstmest en chemische middelen. Wie daarvoor geen geld heeft, kan lenen bij de banken, waardoor landbouw niet alleen duur wordt, maar ook risicovol. Die risico’s zijn weer af te dekken met dure verzekeringen.

Op die manier verdient de agribusiness wereldwijd miljarden. Tegelijkertijd hebben ze geen baat bij een eerlijke uitbetalingsprijs voor de boer. Dit hoeft ook niet, want de verkoopprijs wordt overgelaten aan de markt.

Een goede marktprijs krijg je pas bij schaarste en met voedsel is dat nu net wat we niet willen

De markt is een prachtig economisch instrument, maar het is ongeschikt voor voedsel. Voedsel is over het algemeen slechts tijdelijk houdbaar. Het zijn producten waarvan de hoeveelheid en kwaliteit wisselen met de weersomstandigheden. Bovenal is voedsel een eerste levensbehoefte. Een goede marktprijs krijg je echter pas bij schaarste en met voedsel is dat nu net wat we niet willen.

Om geld te verdienen aan voedsel dient het bewerkt, getransporteerd en vervoerd te worden naar supermarkten. Daar wordt het verkocht aan consumenten die iets te besteden hebben. Alle schakels in de keten krijgen een deel van de winst. Het zijn vaak de kleine boeren aan het begin van diezelfde keten die het onderspit delven, nauwelijks delen in de winst en dus arm blijven. Armoede is de belangrijkste oorzaak van honger en het is dan ook niet verrassend dat tachtig procent van de hongerigen in de wereld afhankelijk is van de landbouw.

Die honger los je niet op met minachting, economische uitbuiting, of de groene revolutie. Wat deze mensen nodig hebben is respect en waardering. Kennis, eigenwaarde en zelfbeschikking.

Freelancejournalist Marc van der Sterren schrijft al 20 jaar over landbouw en Afrika. Op zijn weblog Farming Africa staat zijn essay Smarter Farmers waarin hij stelt dat kleine boeren de wereldwijde honger zelf tot nul kunnen terugbrengen.