Cacaosector, sla de handen ineen en laat boeren een leefbaar inkomen verdienen

Door:  Peter d’Angremond  

Foto's: Daniel Rosenthal  

De productie van chocolade is omgeven met misstanden: ongebreidelde ontbossing, extreme armoede en massale kinderarbeid zijn schering en inslag. Dat hoeft niet, als alle betrokken partijen een stap naar voren zetten en bovenal bereid zijn om meer voor cacao te betalen, schrijft Peter d’Angremond. Hij is directeur van Stichting Max Havelaar.

Ruim 4,5 miljard dollar. Dat is het bedrag dat Westerse cacao- en chocoladebedrijven verdienen aan de recente, dramatische prijsdalingen op de wereldmarkt. Want terwijl de grondstofprijzen dalen, betalen consumenten aan de kassa min of meer dezelfde prijs – de marge is voor Westerse hoofdkantoren.

De mooie winsten zijn de cacaosector van harte gegund. Ware het niet dat onderaan de productieketen de zwakste en kwetsbaarste schakel hiervoor de prijs betaalt: cacaoboeren. In Ivoorkust en Ghana – waar 70 procent van de mondiale cacao wordt geproduceerd – zagen cacaoboeren hun inkomen met 30 tot 40 procent dalen. En dat terwijl zij veelal in extreme armoede leven.

De productie van de hemelse zoetigheid is omgeven met misstanden. Gemiddeld verdienen Ivoriaanse cacaoboeren 78 dollarcent per dag. Uit onafhankelijk onderzoek, uitgevoerd in opdracht van Fairtrade, blijkt dat een gezinsinkomen van 2,10 dollar per dag vereist is om een leefbaar inkomen te vergaren – een bedrag dat ook door veel Fairtrade boeren niet wordt verdiend, onder andere omdat zij maar een fractie van hun oogst onder de betere maar duurdere Fairtrade handelsvoorwaarden kunnen verkopen.

De extreme armoede laat een spoor van vernieling na. Zo werken ruim twee miljoen West-Afrikaanse kinderen in de cacao. Ook de natuur lijdt: in West-Afrika is circa negentig procent van deels beschermd regenwoud verdwenen, met name om aan de mondiale vraag naar cacao te voldoen.

Waarom accepteren we deze ellende? Meer dan 150 jaar geleden schaften we slavernij af: mensenhandel heeft geen plaats in productieketens. Maar anno 2018 behoren extreme armoede, vernietiging van oerwouden en zelfs kinderarbeid tot de normale gang van zaken in de cacaosector. Zoals Max Havelaar in de gelijknamige roman de hoofden van Lebak voorhoudt: ‘U bent rijk geworden van de armoede van anderen.’

Sector

De cacaosector is gelukkig niet doof en blind. Chocogiganten laten al enige jaren programma’s uitvoeren om de misstanden te voorkomen. Maar helaas is de impact van hun inspanningen zeer beperkt. In de woorden van de Cacao Barometer 2018, een onafhankelijk onderzoek van een consortium van ngo’s: ‘De bescheiden omvang van de aangedragen oplossingen zijn bij lange na niet vergelijkbaar met de omvang van het probleem.’

Urgentie lijkt te ontbreken. ‘Business as usual is geen optie’, stelde Jean-Marc Anga, voorman van de International Cocoa Organization (ICCO) op de recente cacao wereldconferentie in Berlijn. Applaus viel hem ten deel. Maar helaas ontbreken heldere doelstellingen, is er geen concreet actieplan en zijn er geen afspraken over transparantie en monitoring. Eerder nam de sector zich al voor om in 2020 louter duurzame en eerlijke cacao in te kopen, een fraai voornemen dat absoluut niet wordt gehaald. Waarom zou het nu anders lopen? De zogeheten Declaratie van Berlijn biedt geen enkele garantie.

Bovenal zijn de oplossingen van de cacao-industrie te eenzijdig. De nadruk ligt op het vergroten van de productie: meer volume is meer inkomen, is de gedachte. Een grotere oogst kan een individuele boer inderdaad meer inkomen opleveren, maar grotere volumes zullen uiteindelijk de prijzen verder doen dalen. Goed nieuws voor de cacaobedrijven, slecht nieuws voor de boeren.

Een verdubbeling of verdrievoudiging van de opbrengst per hectare is mogelijk

Maar laten we cacaobedrijven niet de schuld van alles geven. Het is niet realistisch om te verwachten dat alleen zij de oplossing in handen hebben; de problemen zijn te groot en te complex. Wat nodig is, is een geïntegreerde aanpak waarin iedereen een bijdrage levert en er tegelijkertijd aan meerdere knoppen wordt gedraaid.

Zo moeten boeren geholpen worden om efficiënter te produceren. Dit kan bijdragen aan hogere inkomens en ook ontbossing tegengaan; een verdubbeling of verdrievoudiging van de opbrengst per hectare is mogelijk als boeren betere middelen tot hun beschikking krijgen, blijkt uit onderzoek.

Er moet meer aandacht komen voor de sociaal-economische positie van West-Afrikaanse boeren. Ondanks de lage prijzen is cacao nog altijd een onmisbare cash crop voor hen, bijvoorbeeld om medische zorg te betalen. Diversificatie (niet één maar diverse gewassen telen) is slechts een deel van de oplossing. Zo blijkt uit te verschijnen onderzoek van het KIT dat veel cacaoboeren al andere gewassen telen, maar dat cacao nog altijd het meeste geld oplevert. Met andere woorden: ook al is cacao het lucratiefst, het levert nog altijd veel te weinig op om extreme armoede te ontstijgen – een schoolvoorbeeld van een poverty trap.

Nationale overheden moeten beter beleid voeren. Een fors deel van de wereldmarktprijs voor cacao wordt in Ivoorkust door de overheid als belasting afgeroomd. Boeren krijgen daar veel te weinig voor terug, zoals betere infrastructuur. Ook Europese overheden kunnen een belangrijke bijdrage leveren. Europa is niet alleen met afstand de grootste afzetmarkt van chocolade, maar huisvest ook de grote chocobedrijven. Vrijwillige initiatieven die mens en milieu beter moeten beschermen leveren te weinig op, en wetgeving kan hen dwingen om de risico’s in hun productieketens te inventariseren en aan te pakken. Onlangs strandde een wet die dit moest aanpakken, de Wet Zorgplicht Kinderarbeid, in de Eerste Kamer. Die moet weer vlot wordt getrokken.

Een hogere cacaoprijs hoeft een fraaie winst helemaal niet in de weg te staan

Ook keurmerken als Fairtrade, waar ik voor werk, moeten de hand in eigen boezem steken. Zo kunnen Fairtrade-coöperaties professioneler opereren om zo hun boeren meer voordeel te bieden. De vaste ontwikkelingspremie en minimumprijzen die als vangnet dienen moeten worden verhoogd, maar hebben alleen serieus effect als cacaobedrijven bereid zijn te kiezen voor eerlijke handelsvoorwaarden en dus hogere prijzen. We nodigen concurrerende keurmerken als Rainforest Alliance en UTZ uit om hun premies te verhogen zodat er een level playing field ontstaat. Helaas daalde de premie die Utz per ton cacao aan boeren betaalt van 122 euro (2013) naar 83 euro vorig jaar. Het streven naar een groter marktaandeel moet niet heilig zijn.

Maar het is bovenal tijd dat de cacao-sector niet langer de olifant in de kamer negeert: hogere cacaoprijzen met een leefbaar inkomen voor boeren als doel. Niet alleen omdat een leefbaar inkomen opgenomen is in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, maar ook omdat duurzame, toekomstbestendige cacaoproductie onmogelijk is zonder een leefbaar inkomen voor boeren.

Gelukkig hoeft een hogere cacaoprijs een fraaie winst helemaal niet in de weg te staan. Tony’s Chocolonely betaalt Fairtrade boeren tientallen procenten meer dan de wereldmarktprijs én is er in geslaagd in korte tijd het tweede grootste chocolademerk van Nederland te worden. Dus chocolademerken: wat houdt jullie tegen om cacaoboeren een prijs te betalen die een leefbaar inkomen mogelijk maakt?

Peter d’Angremond is directeur van Stichting Max Havelaar, dat verantwoordelijk is voor het van het Fairtrade-keurmerk in Nederland. Afnemers van Fairtrade-cacao moeten een minimumprijs betalen aan de boerencoöperaties als de wereldmarkprijs onder deze door Fairtrade vastgestelde minimumprijs komt te liggen. Daarnaast ontvangen boeren- en arbeidersorganisaties een niet-onderhandelbare ontwikkelingspremie.