Een duurzamer karbonaadje met dank aan soja uit Mozambique

Door:  Pieter Hotse Smit  

Foto's: Marcel van den Bergh  

Voor de traditionele varkensindustrie was duurzaamheid lang een vies woord. Een varkensslachter uit IJsselstein probeert dat te veranderen. Al gaat dat niet altijd vanzelf.

De poging tot openheid van varkensslachter Westfort was behoorlijk schrikken voor automobilisten op de N210. Sinds de verbouwing slingeren op het bedrijventerrein naast de weg varkenskarkassen door een glazen verbinding van het ene naar het andere pand van Westfort.

‘Dit bouwontwerp was drie jaar geleden niet provocerend bedoeld’, zegt Jaap de Wit (41), hoofd inkoper van familiebedrijf Westfort Vleesproducten uit IJsselstein. ‘Mensen vervreemden van het slachthuis en dat wilden we met meer transparantie juist tegengaan. Na klachten van automobilisten hebben we de ramen aan de wegkant toch maar afgeplakt. De negatieve reacties laten zien hoe beladen de slacht is.’

De Wit streeft niet alleen bij Westfort naar een open cultuur, maar ook als voorzitter van Keten Duurzaam Varkensvlees (KDV). Deze stichting wil in de hele varkensvleesindustrie het dierenwelzijn verbeteren en de milieudruk verlagen. Bij KDV zijn zo'n driehonderd boeren aangesloten. Hun dieren eindigen in het slachthuis van Westfort, maar met dank aan onder meer de inzet van De Wit produceren kleine sojaboeren in Mozambique nu genoeg voedsel voor eenderde van hun dieren.

KDV stelde 120 duizend euro beschikbaar om samen met ontwikkelingsorganisatie Solidaridad tweeduizend kleine Mozambikaanse boeren te helpen aan het wereldwijd erkende RTRS-keurmerk voor duurzame soja. Sinds eind vorig jaar zijn de Mozambikanen de eerste sojaboeren in Afrika die dit keurmerk mogen voeren.

‘De Wit is een voortrekker in een conservatieve bedrijfstak, een sector waarin de verduurzaming van het veevoer slechts schoorvoetend wordt geaccepteerd’, zegt Europa-directeur Heske Verburg van Solidaridad, de ontwikkelingsorganisatie die in de Raad van Advies zit van stichting KDV. Door Afrikaanse boerenbedrijven te helpen hun manier van werken te verbeteren en verduurzamen, maken de boeren en slachters van KDV een groot verschil, vindt Verburg. ‘Zij laten zien dat ook de intensieve veehouderij kan bijdragen aan het verduurzamen van de veevoerproductie.’

Dat zo'n milieu-inspanning van de gangbare, niet-biologische vleesindustrie noodzakelijk is, constateerde ook de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur onlangs in een adviesrapport voor het kabinet. Alle technologische ontwikkelingen ten spijt zal de veestapel moeten inkrimpen en verduurzamen als Nederland de klimaatdoelen van Parijs voor 2050 serieus neemt. Dat vooral in de varkenshouderij het nodige verbeterd moet worden, maakt onderzoeksbureau CE Delft inzichtelijk in het rapport De echte prijs van vlees.

In de analyse in opdracht van Natuur & Milieu staat dat de consument voor varkensvlees 53 procent te weinig betaalt als je ook de kosten voor klimaat-, milieuschade en andere maatschappelijke kosten zou meetellen, die gepaard gaan met de productie van varkensvlees.

Dat het verduurzamen van de varkensketen hard werken is, merkte De Wit in Mozambique. ‘Na twee jaar investeren hadden we nog geen verhaal te vertellen en geen foto om te laten zien’, zegt hij. Vorig jaar nam hij het vliegtuig om zelf te bekijken hoe het project ervoor stond. Na anderhalve dag in een jeep over hobbelwegen rijden begreep De Wit waarom het daar allemaal zo lang duurt.

Vanwege de slechte logistiek in Mozambique betrekt de KDV de duurzame soja niet uit Afrika. De KDV-leden kopen alleen RTRS-certificaten van de Mozambikaanse boeren. De Mozambikaanse soja gaat naar lokale kippenboeren en de Nederlandse varkenshouders kopen hun soja alsnog in bulk in via de geoliede kanalen in Zuid-Amerika. Dat systeem is vergelijkbaar met de co2-emissiehandel en het kopen van groene energie-certificaten door stroomleveranciers.

In theorie is het goed om sojaboeren te helpen duurzamer te telen, zegt landbouwexpert Wouter van der Weijden van het Centrum voor Landbouw en Milieu. ‘Maar het is de vraag of we überhaupt nog dieren moeten houden in de toekomst, en zo ja, of dat dan niet alleen dieren moeten zijn die grazen op land dat ongeschikt is voor akkerbouw of die kunnen leven van bijproducten uit de voedingsmiddelenindustrie.’

Soja als diervoer was lang een bijproduct van soja-olie, maar het is voor veel boeren inmiddels een winstgevend hoofdproduct geworden. 'Volg je de fundamentele lijn dat je vee alleen moet voeren met restproducten, dan is het geen geweldig initiatief. Maar de kansen die het project biedt aan Mozambikaanse boeren zijn ook wat waard.'

De Wit zag in Mozambique dat de boeren daar vooral enthousiast zijn over de hogere soja-opbrengst die ze danken aan het project. Door beter zaad, grotere plantafstanden en het efficiënter gebruik van middelen en arbeid viel de oogst in 2016 40 procent hoger uit.

Ondertussen denkt De Wit bij KDV verder over het verduurzamen van de Nederlandse varkenshouderij, zoals het terugdringen van het stroomverbruik. Slachterij Westfort wekt nu een kwart van zijn elektriciteit zelf op met gas uit de vergiste darminhoud van varkens. Ook werkt hij mee aan de ontwikkeling van een diervriendelijke stal en het verminderen van antibioticagebruik bij varkens.

Waarom hij zo veel energie steekt in een duurzame varkensketen? ‘Grote veranderingen zijn alleen mogelijk door samenwerking’, zegt hij. ‘Dan krijg je betrokkenheid.’ Het is volgens De Wit net als met de boeren in Mozambique. ‘In hun eentje was het voor deze kleine familiebedrijfjes onmogelijk geweest erkende duurzame soja te telen.’

Eyes on Animals over Westfort

Na het slachtschandaal in België liggen ook slachterijen in Nederland onder een vergrootglas. Dierenorganisatie Eyes on Animals ziet in Wesfort - waar dagelijks tienduizend varkens worden geslacht - een bedrijf dat zijn best doet diervriendelijk te werken. ‘Een aantal van onze aanbevelingen hebben ze recentelijk overgenomen’, zegt een woordvoerder. ‘Maar er is nog verbetering mogelijk.’ Eyes on Animals hekelt met name het verdoven met co2, omdat de dieren dan 20-30 seconden in ‘extreme paniek’ verkeren. Jaap de Wit van Westfort is van mening dat hun co2-methode juist minder stress geeft dan het alternatief elektrisch verdoven. In 2015 was er een Kamermeerderheid voor een verbod op co2-verdoving bij dieren.