Tussen commercie en idealen: met gezonde Limburgse pap Afrika veroveren

Door:  Pieter Hotse Smit  

Foto's: Sven Torfinn  

Chemiereus DSM jaagt in Rwanda een droom na: het wil een gezonde pap in de markt zetten die groeiachterstanden onder kinderen moet voorkomen. Het uiteindelijke doel is Afrika veroveren. Commercie en idealen komen zo dicht bij elkaar. Maar lukt het?

De droom

Een paprevolutie in Rwanda

Nee, hard gaat de verkoop niet. Een pak per week weet Philemon te slijten. Met stoffige handen en dito jas past de 22-jarige Rwandees op de ­Kimironko-markt in de hoofdstad ­Kigali op het stalletje van zijn zus. Achter hem staan, tussen een pot zout en een blik sardientjes, vijf pakken Nootri-pap op een rij. Wanneer gaan die verkocht worden?

Bij Philemons buurman Janvier (30) lopen de pakken Nootri al richting de uiterste houdbaarheidsdatum. En dan kan het wel kwaliteitspap zijn, zoals de producent, de Limburgse chemie- en biotechnologiereus DSM, aangeeft. Maar al die toegevoegde bouwstoffen – ‘13 essentiële vitaminen, 4 mineralen en proteïnen’ – moeten omgerekend wel minimaal 2,35 euro kosten (pak van 1,5 kilo). Voor veel Rwandezen staat dat bedrag gelijk aan zo’n twee dagen werken. Dat is pap met een gouden randje.

Toch denkt DSM met Nootri de markt voor gezonde voeding in Rwanda te kunnen openbreken, en daarna die in Ethiopië en een groot deel van de rest van Afrika. Het Nederlandse bedrijf ziet kansen op het continent waar de bevolking naar verwachting van de Verenigde Naties tot 2050 met 1,3 miljard mensen zal toenemen.

Maar dat zijn prognoses. De vraag is hoe de Limburgse onderneming verwacht Afrika te kunnen veroveren? Hoe denkt het consumptiepatroon in Rwanda naar een meer gezondere te kunnen sturen? Welke strategieën gaan erachter schuil? En gaat een eventueel succes van het Nederlandse bedrijf niet ten koste van lokale producenten?

DSM begint in ieder geval met een kleine voorsprong. Het bedrijf werd een aantal jaar geleden door de Rwandese regering benadert. Vanwege problemen veroorzaakt door het eenzijdige voedingspatroon in het land zocht Rwanda een partner die een hoogwaardige pap zou kunnen maken. Ruim 40 procent van de bevolking in Rwanda is jonger dan 14 jaar. DSM hapte toe en nam een belang in het bedrijf Africa Improved Foods (AIF), producent en ­eigenaar van het merk Nootri. DSM is voor bijna 50 procent aandeelhouder, de rest van AIF is verdeeld over een Britse- en Nederlandse ontwikkelingsbank, de Wereldbank en de Rwandese regering.

Maar een jaar na het begin van het project is het enthousiasme op lokaal niveau magertjes. Op de Kimironko-markt wordt pap vooral verkocht uit grote merkloze emmers, buckets. Zonder extra bouwstoffen voor moeder en kind maar wel tegen een aanzienlijk lagere prijs dan Nootri. En in de supermarkt ligt concurrent Sosoma, een Rwandees merk, ‘rijk aan koolhydraten en proteïne’, ‘voor de gezondheid van de familie’. Eveneens goedkoper.

Console, een bozige dame van in de veertig, vertelt dat ze Nootri niet verkoopt in haar smalle marktwinkeltje. ‘De marge is te klein’, zegt ze streng, terwijl haar hand onrustig door een open rijstzak kamt.

Cleaning, cleaning, cleaning

DE CLASH

De westerse fabriek versus lokale gewoonten

Pats, pats, pats, klinkt het in de machinehal van Africa Improved Foods. De fabrieksdirecteur slaat met de buitenkant van zijn rechterhand op de binnenkant van zijn linker. ‘Cleaning, cleaning, cleaning’, zegt Brabander Jan Vriens (59) er ritmisch bij. In de hoek staan vier stofzuigers keurig opgesteld, het elektriciteitssnoer netjes opgerold. Een jonge man gaat met een zwabber over de al schoon ogende gietvloer.

Vriens mag dan een Nederlander zijn, op de werkvloer is hij omringd door met name Rwandezen en een paar werknemers uit omliggende landen. Geen van de medewerkers had enige ervaring met het werken in een fabriek die aan de Europese standaarden voldoet, want die zijn er nauwelijks in Oost-Afrika. En dus moesten ze vanaf dag één worden opgeleid – een deel mocht op stage bij DSM in Zwitserland en Nederland.

Alle basiskennis moest hen worden aangeleerd. Te beginnen met: ‘Altijd je veters strikken in de fabriek’, zegt de vrolijke, maar voor zijn personeel ook strenge Vriens, die vergelijkbare projecten deed voor DSM in Japan en China. ‘De mensen hebben continu uitleg en aandacht nodig. Je kunt hier niet met je vingers knippen en verwachten dat het gedaan wordt. We geven ze allerlei trainingen om te leren dat ze fouten mogen maken en hun mening durven geven.’ Hij zegt gewend te zijn te werken met mensen die niet weten hoe een fabriek werkt. ‘Gewoon eindeloos herhalen en een flinke portie humor gebruiken.’

Naar rato legden de betrokken banken en DSM 60 miljoen dollar (51 miljoen euro) in, waarmee met expertise van DSM vorig jaar de voor Afrikaanse begrippen zeer geavanceerde fabriek werd opgeleverd bij de hoofdstad Kigali. De Rwandese regering had haar eigen overwegingen naar een westerse oplossing te grijpen. In Afrika loopt eenderde van de kinderen tot 5 jaar door eenzijdige voeding permanente groeiachterstanden op aan de vitale delen, zoals hersenen en botten.

Rwanda, met een bevolking van 12,5 miljoen, mag dan naar eigen zeggen hard op weg zijn een middenklasseland te worden, wat betreft groeiachterstanden bij jonge kinderen scoorde het land in 2015 slechter dan het Afrikaanse gemiddelde. ‘We moesten dingen echt anders gaan doen’, zegt regeringsverantwoordelijke Anita Assiimwe. ‘Het werd tijd dat we als Rwandese overheid westerse bedrijven gingen benaderen waarvan we zeker wisten dat ze ons bij dit probleem konden helpen.’

Achter de fabriek van Africa Improved Foods gaat nog een ideaal schuil: het is een volgende poging om de Rwandese landbouw verder vooruit te helpen. In de lange nasleep van de genocide op de Tutsi’s en gematigde Hutu’s in 1994, waarbij in 100 dagen honderdduizenden burgers werden vermoord, is door de overheid het landbouwsysteem van Rwanda grondig hervormd.

In 2000 greep toenmalig minister van Defensie en huidig president Paul Kagame namens het Front Patriotique Rwandais (FPR) de macht en begon aan zijn ‘Groene Revolutie’, in lijn met wat de VN propageerde in heel Sub-Sahara-Afrika. Het doel was boeren meer zekerheid te geven over de eigendomsrechten van hun land, waardoor ze commerciëler zouden gaan werken.

Er is de nodige kritiek op de Rwandese uitvoering ervan, maar vanuit het Westen kan Kagame rekenen op veel financiële steun. Nog altijd dicht Rwanda onder Kagame de totale begroting met 40 procent donorgeld uit vooral de Europese Unie en de Verenigde Staten.

De landbouwrevolutie ten spijt werkt een groot deel van de Rwandezen nog altijd op kleine percelen land. En daar kleven nadelen aan. Van de eerste ladingen maïs die een jaar geleden aankwamen bij de AIF-fabriek werd 90 procent afgekeurd vanwege de schimmel aflatoxine, die het gewas giftig maakt en leverkanker kan veroorzaken.

Door de vaak natte oogst zo snel mogelijk – het liefst met steel en al – uit handen te nemen van de boeren, ging het afkeurpercentage in het eerste jaar omlaag naar 26 procent. ‘Het scheelt de boer werk en tijd’, zegt fabrieksdirecteur Vriens. ‘Wij hoeven het alleen maar in een droogmachine te gooien, en klaar.’

In ruil voor 9 procent van de aandelen in de fabriek, kreeg AIF het terrein in Kigali van de Rwandese overheid. De tien gigantische, glimmende silo’s, waar nu de maïs klaarligt voor de productie, deden ooit dienst als opslagplaats voor de strategische voedselvoorraden van het land. De naastgelegen stenen gebouwen stonden er ook, maar dan zonder de Zwitserse machines die er nu staan te malen, koken, mengen en snijden.

DE VERANDERING (1)

Hogere lonen en meer zorg

Bbbbrrrrrmmmmmm, klinkt het plotseling. De dieselgenerator slaat ­automatisch aan en blaast zwarte rook uit twee stalen pijpen, die als omgekeerde hockeysticks langs het gebouw de lucht in steken. ‘Een dip in de stroomvoorziening’, schreeuwt Vriens boven het lawaai uit. Iedere dag slaat het apparaat wel een keer aan om te voorkomen dat de machines uitvallen. ‘Dat krijg je met een gebrekkig elektriciteitsnet.’

Zonder de dure generator (1,2 miljoen euro) zou het onmogelijk zijn in Rwanda te werken met de gevoelige Europese machines, die een gebalanceerde stroomtoevoer nodig hebben. Verdeeld over vijf verdiepingen zijn de schuddende zilveren apparaten allemaal met elkaar verbonden door buizen en draden die dwars door plafonds en vloeren steken.

Als alle ingrediënten zijn gewassen, gekookt en gemengd, drukt een reusachtige gehaktmolen dikke pastaslierten in een grote snijmachine. Een paar machines verder spuit een volautomatisch inpakapparaat het overgebleven poeder in de verpakkingen, die direct met stikstof worden gesealed en op een lopende band eindigen. Op weg naar vijf jonge werkmannen met een wit netje op hun hoofd, die in iedere doos tien zakken van 1,5 kilo te stoppen.

Overal aan de muren hangen de op het westerse bedrijfsleest geschoeide waarden van de organisatie – neem initiatief, werk als een team, communiceer effectief. Er is werk voor 300 arbeiders (160 in vaste dienst) achter de beeldschermen in de controlekamer, voor technici die de machines onderhouden en de productielijn verwisselen, maar dus ook voor schoonmakers, inpakkers en sjouwers. Personeelskosten van de 24/7-draaiende AIF zijn de hoogste kostenpost.

Een lang gekoesterde wens: westerse landen dumpen niet hun overtollige maïs op de Afrikaanse markt, maar Afrikaanse landen leveren zelf noodhulp aan elkaar

‘Ze zorgen hier goed voor ons’, zegt een flexwerker, die in een grijze overall bezig is met een vorkheftruck. Tussen de middag krijgt hij gratis lunch. De vaste medewerker die dozenvullers aanstuurt, is vooral blij met de gratis toegang tot goede gezondheidszorg. Emma Begire (43), van een schoonmaakbedrijf dat is ingehuurd, vindt het allemaal maar ‘very fantastic’ dat hij in deze geavanceerde fabriek mag samenwerken met die energieke Jan Vriens.

De tevredenheid blijkt ook uit een enquête van een extern bedrijf onder ruim 100 medewerkers. Bij AIF verdienen ze gemiddeld 38 procent meer dan bij hun vorige baan, blijkt uit het ­onderzoek. En het is uitgesloten dat ­iemand in de fabriek werkt onder de minimumloongrens – 50 eurocent tot 1 euro per dag in Rwanda.

Met de fabriek wordt ook aan een lang gekoesterde wens gewerkt in de ontwikkelingswereld: Afrikaanse landen leveren zelf noodhulp aan elkaar, in plaats dat onder meer de Verenigde Staten, Frankrijk, België en Italië hun overtollige maïs(producten) op de Afrikaanse markt dumpen ten koste van lokale boeren.

DE VERANDERING (2)

Afnamegarantie bij de maïscoöperatie

Op het VN-blauwe dekzeil van het Wereldvoedselprogramma (WFP) heeft baby Josiane een klein plasje gedaan over een paar maïskorrels. Voor luiers heeft haar 21-jarige moeder Clementine geen geld. Ze verbouwt op een klein stukje land maïs, die ze aan de AIF-fabriek van DSM kan leveren.

Net als veel andere vrouwen die bij de maïsdrogerij in Zuid-Rwanda bijeen zijn, is Clementine blij dat de boerencoöperatie waarbij ze is aangesloten samenwerkt met AIF. ‘Het gaat allemaal veel sneller, en ik krijg nu een betere prijs dan op de markt.’

AIF werkt samen met 24 duizend kleine Rwandese boeren zoals Clementine, allemaal verenigd in coöperaties. Ze hebben geen contractuele afspraken met de fabriek, maar krijgen de garantie dat ze altijd hun maïs kwijt kunnen. AIF kan dat beloven, omdat momenteel maar 20 procent van de verwerkte maïs uit Rwanda komt. De rest komt uit omliggende Afrikaanse landen, maar het idee van het door de overheid geïnitieerde project was ook de Rwandese boerenstand verder te helpen door alle maïs lokaal in te kopen.

‘Om meer boeren aan te trekken maken we het ze zo gemakkelijk mogelijk’, zegt Tom Swinkels, de 26-jarige Nederlander die bij AIF nadenkt over de strategie. Door boeren geen ingewikkelde contracten voor te leggen, maar ook door de maïs met steel en al van de boer te kopen of door een dieselapparaat bij drogerijen neer te zetten die de korrels machinaal van de kolf schraapt en op de grond uitspuugt – klaar om verder te drogen.

Bij genoeg volume kunnen de boeren bellen en stuurt AIF een vrachtauto die de lading naar de fabriek brengt. Ter plekke wordt de boel gewogen en afgerekend. ‘De directe betaling vinden de boeren fijn’, zegt Swinkels. ‘Maar ze zijn vooral blij met onze digitale weegschaal, want met handmatig wegen wordt er op de markt veel gesjoemeld.’

Dan begint het zachtjes te regenen, maar niemand die aanstalten maakt om de oogst snel onder het afdak van de drogerij te leggen.

DE TUSSENSTAP

Gesponsorde pap door VN

DSM’s bijdrage aan Africa Improved Foods is een voorbeeld van hoe minister van Ontwikkelingssamenwerking Sigrid Kaag de rol van het Nederlandse bedrijfsleven in ontwikkelingslanden ziet. Armere landen verder helpen én geld verdienen voor de bv Nederland.

Vanuit Fortune kwam vorig jaar al de erkenning. Het Amerikaanse zakenblad zette DSM op plaats twee van bedrijven die de wereld veranderen. De hoge notering was vanwege de bijdrage aan gezonde voeding voor de kwetsbaarsten en de investering in de procesindustrie van Afrika. Maar ook omdat DSM met AIF ernaar streeft het gros van de maïs – het hoofdbestanddeel van de pap – te kopen van kleine Rwandese boeren.

Er is echter een probleem. Het project van DSM wordt voorlopig vooral mogelijk gemaakt door de Rwandese overheid en de Verenigde Naties. Zo neemt het Wereldvoedselprogramma van de VN 80 procent van de jaarlijkse 32,4 kiloton verrijkte maïspap uit de fabriek af tegen een relatief lage prijs en verdeelt die als noodhulp over onder meer Zuid-Soedan en Oeganda. De overige 20 procent gaat vrijwel in zijn geheel naar het overheidsprogramma dat de producten gratis weggeeft aan de allerarmsten om het probleem met blijvende groeiachterstanden te verkleinen.

Er is meer nodig: het commerciële product Nootri moet gaan aanslaan. De prijs zal omlaag moeten, weten ze bij DSM. Fabrieks­directeur Vriens is al begonnen aan een stap in die richting: het efficiënter maken van de fabriek. Zo is het doel de komende jaren de energiekosten met 80 procent omlaag te brengen – door stroom op te wekken uit ­maïsafval, bijvoorbeeld. De 59-jarige Brabander hoopt voor zijn pensioen nog één geoliede fabriek in Ethiopië te mogen afleveren voor AIF.

DSM verwacht binnen twee jaar uit de rode cijfers te zijn in Rwanda. Door lagere kosten, maar ook omdat de consument dan beter begrijpt dat die hogere prijs betere kwaliteit betekent, zegt Fokko Wientjes, die bij DSM verantwoordelijk is de voedselprojecten in ontwikkelingslanden. Educatie, dat is waar het hele project volgens hem om draait. ‘En vergeet niet: we zijn pas een jaar bezig. Dit kost gewoon veel tijd.’

DE PRAKTIJK

Clementine eet haar eigen dure pap

Clementine kan Nootri voor haar luierloze baby Josiane niet betalen. Haar maïs is net door de brullende en puffende dieselmachine van AIF gehaald. Met haar kindje op haar rug gebonden, schudt ze in een ondiepe, ronde rieten mand de stof uit de korrels. Op haar hoofd een blauwe burberrysjaal om de rondvliegende deeltjes uit haar haar te houden, terwijl op haar lip een schilletje hardnekkig blijft plakken.

Waar de 21-jarige Clementine een jaar geleden begon met het verbouwen van maïs, heeft Matilde in haar zeker 70-jarige leven – hoe oud ze precies is, weet ze niet – al veel zien veranderen. Ze krijgt omgerekend 21 eurocent per kilo van AIF, meer dan de wisselende prijs op de markt – waar ze ook niet meer naartoe hoeft te lopen. ‘Ik kan nu zeep kopen’, zegt ze terwijl ze haar bruine tanden bloot lacht. Uit schaamte doet ze snel een hand voor haar mond.

Met een man zonder werk is de jonge Clementine door de komst van Africa Improved Foods-fabriek van DSM niet direct uit de zorgen geraakt. Ze hoopt met de beloofde hulp van AIF bij het verhogen van haar opbrengsten snel meer te verdienen dan de 50 eurocent – het absolute minimuminkomen in Rwanda – die ze nu dagelijks krijgt met haar kleine oogst.

De realiteit is voorlopig dat Clementine door haar lage inkomen in aanmerking komt voor de gratis pap die de Rwandese overheid inkoopt bij AIF. Gemaakt van haar ‘eigen’ maïs, weliswaar verrijkt met vitaminen en mineralen.

Op uitnodiging van DSM bezocht de Volkskrant de fabriek van Africa Improved Foods in Rwanda. De kosten voor vluchten en overnachtingen zijn niet door DSM betaald.