Snel groeiende zalm, kazige koeien en melkvarkens: superdieren komen eraan

Door:  Maarten Keulemans  

Foto's: Rein Janssen  

In Canada ligt sinds kort een zalm in de winkel die door genetische manipulatie extra snel groeit. Er staan nog tientallen gen-dieren in de coulissen, blijkt uit een inventarisatie. Maar zit de wereld wel te wachten op genezende geiten, varkens die visvet produceren en kippen met allergievrije eieren?

Dit artikel verscheen in september 2017 in de Volkskrant en is opnieuw geplaatst omdat het goed past binnen de thematiek van De Voedselzaak.

Het kalf is bang, dat zie je meteen. Opeens zijn er overal mannenhanden, die haar kop ruw tegen het hekwerk van haar stal duwen. En dan is er dat apparaat. Een soort soldeerbout. Een van de handen duwt het tegen de bovenkant van haar kop. Het kalf rolt met haar ogen. Gesis, geloei, stank.

Hoe afzichtelijk de internetfilmpjes van de ingreep ook zijn, voor de meeste koeien hoort het wegbranden van beginnende hoorns er toch echt bij. Een onplezierige rite de passage, die moet voorkomen dat het dier later haar soortgenoten of menselijke verzorgers verwondt of blijft vastzitten in een hek. In Nederland gebeurt dat onder verdoving, maar er zijn volop landen waar het onverdoofd gaat. Zelfs met tangen, zagen en zuren. Kijkt u de internetfilmpjes er vooral niet op na.

Ook de boer doet dat niet voor zijn lol, verzekert diertechnoloog Alison van Eenennaam van de Universiteit van Californië over de telefoon. 'Het is onprettig. Maar het dier heeft er het meeste voordeel bij.'

Hoornvrij kalf

Een oplossing kon weleens komen uit een kweekstal aan haar universiteit. Daar worden een dezer dagen voor het eerst ter wereld enkele kalfjes geboren die niet zijn onthoornd met een brander, maar met een pipet in het laboratorium. Het dna van de dieren is zodanig veranderd dat ze geen hoorns meer ontwikkelen. Ze zijn met genetische manipulatie hoornvrij gemaakt, zo je wilt.

Dat klinkt exotischer dan het is, onderstreept Van Eenennaam. Hoornloosheid komt bij diverse koeienrassen van nature al voor. De pest is alleen: zie zo'n eigenschap maar eens te introduceren bij een andere koe. Inkruisen zou decennia fokken vergen. Wachten tot de natuur zelf toevallig een hoornloos kalfje van het juiste ras oplevert en daarmee doorfokken ook. 'Dus hebben we de eigenschap op deze manier in deze koe geïntroduceerd', zegt Van Eenennaam. 'Wat we doen, is de natuur een handje helpen.'

Er gloort iets van hoop voor genetisch gemanipuleerde landbouwdieren. Na 25 jaar touwtrekken gaat er in Canada voor het eerst een genetisch veranderd dier bestemd voor consumptie over de toonbank, werd onlangs bekend: de Atlantische zalm AquAdvantage, die twee keer zo snel een volwassen omvang bereikt dankzij twee ingebouwde genen, een van de chinookzalm en een van de puitaal.

En in de coulissen staan nog eens minstens veertig genetisch veranderde boerderijdieren klaar, zo leert een uitgebreide inventarisatie van de Volkskrant. Een curieus tegenrijk van wonderdieren, dat zich in de proefveldjes van de universiteit en de stallen van de fokbedrijven warmloopt om de landbouw drastisch te veranderen.

Daar, in een kippenren bij de universiteit van Cambridge: een kip die tegen de gevreesde vogelpest kan. Hier, in een stal bij het Roslin Instituut in Schotland: dubbelgespierde koeien en schapen, door een bijstelling van hun groei-dna. Uit China komt een koe die na een genetische aanpassing resistent is tegen tuberculose en een koe die melk maakt die sterk lijkt op borstvoeding; in Australië werkt men aan kippen die eieren leggen geschikt voor mensen met eier-allergie; en in onder meer Nieuw-Zeeland staan koeien klaar die melk produceren voor mensen met koemelkallergie. 'De dieren zijn klaar, we zijn bezig de samenstelling van de melk nader te karakteriseren', mailt de onderzoeksleider desgevraagd.

Wonderlijke tijden. Levende wezens draaien nu eenmaal op onderling uitwisselbare software - genen - en inmiddels lukt het steeds beter die software te herschrijven, of te installeren op een ander dier. Heb je opeens een varken dat extra visvetzuren aanmaakt dankzij een gen afkomstig uit spinazie (in Japan). Of een varken dat extra melk geeft dankzij de genen van een koe (Illinois). Of een meerval die beter tegen ziekte kan door een gen ontleend aan de mot (Auburn, Alabama).

Dan is de hoornloze koe eigenlijk nog 'een beetje een hype', schetst Martien Groenen, hoogleraar fokkerij en genetica in Wageningen. Want leuk, zo'n koe zonder hoorns, het is zeer de vraag of de landbouw er wel wat aan heeft. 'Je wilt niet één of twee hoornloze koeien, maar een hele hoornloze populatie.' Groenens groep zocht eens uit wat dat vergt: 'Je zult duizenden dieren met deze techniek moeten behandelen, omdat je anders te weinig genetische variatie hebt. En daarna moet je iedere generatie opnieuw de dieren die de hoornloosheid niet hebben eruit halen, en hun dna alsnog behandelen. Het is dus niet van: dit doen we even.'

Lichtgevende haantjes

Meer verwachten experts van dieren met extra's waar de landbouw wél om zit te springen. Zoals varkens die bestand zijn tegen de virusziekte PRRS, ook bekend onder de haast knus aandoende naam 'abortus-blauw'. Een pest die jonge en nog ongeboren biggetjes doodt, en die volgens Van Eenennaam alleen al in Europa een miljard euro per jaar schade geeft. In Cambridge heeft men een varken in ontwikkeling waarop het virus geen greep meer heeft, dankzij een kleine genetische herschrijving van de 'uitsteeksels' op zijn cellen.

Of denk aan een oplossing voor het schurende fenomeen dat kuikenbedrijven haantjes, die geen eieren leggen, direct na de geboorte doden, zegt diergeneticus Lucia Kaal: in ons land zo'n 45 miljoen eendagshaantjes per jaar. 'Vreselijk lastig te verkopen vanuit het oogpunt van dierenwelzijn natuurlijk', zegt Kaal. 'Als je dat soort zaken kunt aanpakken, zou dat gigantische impact hebben.' Ook hier ligt een oplossing binnen bereik: bouw bij de kip een gen in waardoor de mannetjes in het ei oplichten onder uv-licht. Zo kun je de eieren met de haantjes erin tijdig herkennen en vernietigen, was de gedachte die zo'n tien jaar geleden postvatte in Wageningen.

Maar het project werd afgebroken. Te veel maatschappelijke weerzin, kwam uit de verkenningen naar voren. Want denk niet dat Wakker Dier erg zit te wachten op genetisch gemanipuleerde haantjes die licht geven onder blacklight. 'In de kern vinden we dat je die haantjes helemaal niet moet doodmaken, maar ze beter kunt opeten. De enige reden waarom ze dood moeten, is omdat de industrie ze niet snel genoeg vindt groeien', zegt woordvoerster Anne Hilhorst.

Om vergelijkbare redenen krijgt de dierenclub de handen niet op elkaar voor de hoornloze koeien uit Californië: de natuur heeft de koe die hoorns niet voor niets gegeven. 'We hebben een systeem met te kleine stallen. De koe past daar niet in. En dus passen we de koe aan', schetst Hilhorst. 'In principe zijn we tegen gesleutel aan dieren. Uiteindelijk gaat het altijd over: hoe kunnen we de productie vergroten?'

Voor een lapje genetisch gemanipuleerd dier op het bord zijn de geesten sowieso niet rijp, bleek de afgelopen jaren uit een andere verkenning, betaald door de Europese Commissie. 'Bij voedsel gaat het voor een belangrijk deel om beleving. Het gevoel dat je grip hebt op wat er in je voedsel terechtkomt', verwoordt onderzoeker Gijs Kleter, betrokken bij het project. 'Voedsel neem je tot je', zegt Kaal. 'Daarom willen veel mensen dat het zo natuurlijk en puur mogelijk is.'

Frustrerend, vinden veel dierfokkers. Zoveel mogelijkheden, maar de burger lijkt er de neus voor op te halen. Navraag bij enkele tientallen projecten leert dat de meeste in de wacht staan, of zelfs helemaal zijn afgebroken. 'Onze dieren zijn geëuthanaseerd, het Enviropig-project is gestaakt', mailt vanuit Canada biotechnoloog Dave Hobson, die een varken ontwikkelde dat dankzij een slimmere spijsvertering milieuvriendelijkere mest afscheidde. 'Het was een zeer succesvol onderzoeksproject. Maar we konden geen industriële partner vinden.'

'Honderd procent milieuvoordeel, en het haalt de markt niet vanwege de activisten!', briest Van Eenennaam als je over het milieuvarken begint. 'Er ligt voor twintig jaar werk op de plank te verstoffen. We hebben multiresistente koeien, kippen die geen vogelgriep verspreiden, allemaal in de publieke sector, er komt geen Monsanto bij kijken. Wat mensen niet begrijpen, is dat we een techniek buitensluiten die de productiviteit van de landbouw kan vergroten, en de voetafdruk op het milieu verkleinen. Als je om de planeet geeft, wil je voedsel dat zo min mogelijk impact heeft.'

Maar in Utrecht ziet universitair hoofddocent ethiek van mens-dierrelaties Franck Meijboom dat anders. 'Het verhaal van de industrie klinkt heel ouderwets. Weliswaar met een duurzaam-sausje, maar nog steeds volledig gericht op de productiekant: sneller, makkelijker, goedkoper', signaleert hij. 'Net zoals Monsanto dat destijds deed met zijn transgene gewassen. En als het dan gaat over de veiligheid of het natuurbelang, heeft men er eigenlijk geen enkel inhoudelijk antwoord op.'

Ja, er is het technofiele antwoord. Als het publiek vreest dat onze genetische zalm ontsnapt, kweken we hem toch gewoon in een tank boven op een berg? Dat deed in elk geval het Canadese AquaBounty, in reactie op zorgen dat de snel groeiende zalm zou uitbreken. 'Wat daarbij ontbreekt, is het besef dat men binnen een soort technologisch paradigma problemen aan het oplossen is', zegt Meijboom. 'Bezwaren van buiten worden gereduceerd tot technische vraagstukken. En die gaat men dan op een technologische manier oplossen. Met als gevolg dat men totaal heenstapt over de motieven die áchter die bezwaren zitten.'

Want met biotechnologie is het zoals met huiselijke ruzies over de afwas, denkt hij: dat het zo hoog oploopt, komt doordat er allerlei diepe irritaties opborrelen over heel andere zaken. Zoals dierenwelzijn, of zorgen om de voedingsindustrie. 'En dus praat iedereen langs elkaar heen', zegt Meijboom. 'De reden dat ik jou niet overtuig en andersom, komt misschien wel doordat we een ander perspectief hebben op duurzame voeding, of überhaupt op het eten van vis. Het helpt om die motieven zichtbaar te maken. De bedrijven zouden veel scherper moeten laten zien welke afwegingen ze maken. Welk probleem willen we oplossen, en waarom? In plaats van: hier is een product, daar kun je zus en zo mee.'

De houding tegenover genetisch gemodificeerd voedsel lijkt eindelijk iets te verzachten. En dat is zeer welkom

Maar onder de biotechnologen - technisch geschoold, vaak man, mentaliteit dat-fiksen-we-even - is die boodschap nog niet erg ingedaald. 'Op wetenschappelijke grond is er weinig tegen deze producten in te brengen. De afkeer zal iets te maken hebben met de overvloed waarin we leven: we kunnen het ons veroorloven om deze producten af te wijzen', vermoedt embryoloog Frans de Loos van consultancybedrijf Flow Biotech. Bovendien tikt de tijd, analyseert topman Sijmen de Vries van het Leidse biotechbedrijf Pharming: 'Als we efficiënt onze eiwitten willen produceren, zullen we op een gegeven moment wel moeten.'

Extra op scherp is de zaak gezet door de komst van 'genbewerking', een nieuwe techniek waarbij men de genetische manipulatie niet uitvoert door lappen dna heen en weer te zeulen van de ene soort naar de andere, maar door heel precies dna-letters te veranderen in het genetische receptenboek van het dier, op het moment dat dat nog een embryo is. Minder ingrijpend, en zo dicht bij hoe de natuur zelf kleine genetische mutaties aanbrengt van ouder op jong, dat de strenge regels voor genetische manipulatie eigenlijk niet meer opgaan, vinden veel kenners.

Ziedaar de diepere politieke lading van de hoornloze koeien: onderzoeksleider Scott Fahrenkrug hoopt de dieren, die ook zijn gemaakt met genbewerking, de markt op te krijgen zonder de verlammende toelatingsprocedures van genetische modificatie. 'Onze technologie is niet transgeen', benadrukt ook hoofdwetenschapper Jon Lightner van de abortusblauw-vrije varkens. 'We redigeren alleen een van de tienduizenden genen die van nature al in het varken aanwezig zijn.'

Zo'n versoepeling zou op termijn kunnen uitlopen op een explosie van nieuwe gendieren. In de wachtrij staan immers veel soorten die met genbewerking zijn gemaakt, blijkt bij navraag onder tientallen kwekers. 'De snelheid van onze vooruitgang wordt bepaald door de vraag onder welke regels deze producten straks vallen', mailt Seokjoong Kim van het Zuid-Koreaanse bedrijf ToolGen, dat een dikbilvarken maakte door een gen bij de dieren uit te schakelen. In Engeland werkt Laurence Tiley aan de kip die genetisch resistent is gemaakt tegen de vogelgriep: 'De houding tegenover genetisch gemodificeerd voedsel lijkt eindelijk iets te verzachten. En dat is zeer welkom.'

Pessimisme

Een terugslag is er ook. Op nota bene de laatste dag dat Obama president was, verscheen er in de VS een concept-wetsvoorstel voor strengere regels: voortaan zou élke ingreep aan het dna door de procedurele molen moeten, met als enige criterium of er 'opzet' in het spel is. 'Dat kan helemaal niet', briest Van Eenennaam. 'Kijk naar honden. Soorten opzettelijk aanpassen is wat dierfokkers dóén.'

Bij Van Eenennaam voert pessimisme onderhand de boventoon. Onlangs bezocht ze een conferentie, alle knappe koppen uit de kweekwereld waren er. 'Je voelde de frustratie van al die wetenschappers die beseffen dat ze fantastische toepassingen hebben die het daglicht nooit zullen zien. De activisten zijn aan de winnende hand, de industrie heeft het opgegeven. We hebben nu één goedgekeurde zalm in één land, in 25 jaar tijd. Ik vind dat niet direct het doorbreken van deze technologie.'

Misschien, denken sommigen, komt de doorbraak straks wel uit de hoek van de medische toepassingen - de allergievrije kippen en melkkoeien, de runderen die de gekkekoeienziekte BSE niet meer doorgeven. Want, opmerkelijk eigenlijk, de afgelopen jaren was er één groep genetisch gemanipuleerde dieren die wel degelijk groen licht kreeg: dieren die geneesmiddelen maken.

Zo werd in 2006 een 'vermenselijkte' geit toegelaten tot de markt, met in zijn melk menselijk antistollingseiwit dat voorheen met veel gedoe bijeen moest worden gesprokkeld uit donorbloed en kweekcellen. In de VS werden transgene kippen goedgekeurd met in hun ei een enzym tegen een zeldzame stofwisselingsziekte; en van het Leidse biotechbedrijf Pharming komen konijnen die dankzij een menselijk gen in hun systeem melk afscheiden met daarin een eiwit tegen de zwellingsziekte erfelijk angio-oedeem. 'Je zou ze in theorie met de Kerst kunnen eten', verzekert Pharming-topman De Vries desgevraagd. 'Maar dat mag niet.'

Genetisch gemanipuleerde konijntjes met menselijk dna erin! Dat accepteren we blijkbaar weer wél. 'Het domein van de voeding en dat van de gezondheidszorg zijn toch twee verschillende werelden', zegt Meijboom. 'Bij voedsel denken we aan: natuurlijk, kleinschalig, niet te veel hightech. Maar in een apotheek zou je zo'n ambachtelijke, ouderwetse uitstraling vol schattige doosjes niet waarderen.'

En anders is er nog Azië - en met name China. Van de door de Volkskrant geïnventariseerde transgene dieren komt nu al ongeveer eenderde uit China, en dat zijn dan nog de schaarse projecten waarvan we in het Westen weet hebben. Gijs Kleter woonde eens een presentatie bij van een Chinese wetenschapper: 'Hij kwam met een hele waslijst van dieren die daar ontwikkeld worden. Koeien, schapen, varkens: het lijkt daar een enorme vlucht te nemen.'

'Elk dier dat we hier in het Westen maken, wordt gerepliceerd in China', weet Van Eenennaam. 'Ik ben er geweest en heb de dieren gezien, ze worden gekweekt en bestudeerd. En ik denk dat het land van plan is deze producten op een gegeven moment opeens toe te laten. Je gaat geen miljarden hierin investeren om er vervolgens niets mee te doen.'

Met medewerking van Dave Conley (AquaBounty), Hans Komen (Wageningen Universiteit), Goetz Laible (AgResearch) en Randal Maarleveld (Mastivax).