‘Voor duurzamere landbouw moeten we nú over onze dogma’s heen stappen’

Door:  Pieter Hotse Smit  

Foto's: Freek van den Bergh  

Woensdag verdedigt landbouwminister Carola Schouten haar begroting in de Tweede Kamer, na haar aantreden een jaar geleden. De tegenstelling tussen eco- en technologie definieert haar ministerschap en de boerendochter gaat in gesprek met de exponenten ervan. ‘Mijn eigen beeld was veel te beperkt.’ 

‘Ik heb nog even een leuke vraag aan jullie’, onderbreekt de minister van Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid haar gesprekspartners. ‘Als jullie nou een dag samen op mijn stoel mochten zitten’, vraagt Carola Schouten, ‘waar zouden jullie samen gelijk overeenstemming over hebben?’

Ze vallen even stil, Hidde Boersma en Joris Lohman, twee pleitbezorgers van landbouwsystemen die – op het oog – recht tegenover elkaar staan. Boersma zou het liefst zien dat boeren zo intensief en technisch mogelijk werken op een klein gebied, zodat meer ruimte voor natuur overblijft. Lohman gelooft juist in extensief boeren in harmonie met de natuur. De technoloog versus de ecoloog, of de tovenaar tegen de profeet, zoals de Amerikaanse wetenschapsauteur Charles C. Mann de twee kampen noemt in zijn dit jaar verschenen boek The Wizard and the Prophet.

‘Moeten we daar nú op reageren?’, doorbreekt wetenschapsjournalist en publicist Boersma de stilte. ‘Een dag is wel kort’, zegt Lohman, oprichter van onderwijsbureau Food Hub.

Bijna een jaar lang sleutelden de twee aan een groot verhaal in de Volkskrant dat een begin moest maken aan het einde van het hokjesdenken in de landbouw. Een stuk waarin ze de dogma’s uit beide kampen schetsen en zoeken naar overlap, gemeenschappelijke grond. Want aan nuance ontbreekt het vaak in het publieke debat over landbouw, menen de heren, waardoor de verduurzaming ervan al jaren uitblijft.

‘Terwijl iedereen het erover eens is dat het nu niet goed gaat’, vat Boersma samen waar de drie het alvast over eens zijn. Lohman: ‘Voor een duurzamere landbouw is het nu belangrijk dat we over onze dogma’s heen stappen.’

Na lezing van het veelbesproken artikel ‘Weg met het hokjesdenken in de landbouw’ benaderde Schouten (ChristenUnie) de Volkskrant met het verzoek voor een driegesprek. Want technoloog Boersma en ecoloog Lohman beschreven exact waar Schouten vorig jaar na haar aantreden op het landbouwministerie tegenaan liep. Dezelfde tegenstellingen belemmerden verandering van het huidige Nederlandse landbouwsysteem, dat volgens haar onder meer door het uitputten van de bodem ‘niet houdbaar is’.

‘Ze stonden zó tegenover elkaar’, zegt Schouten. ‘Toen dacht ik: als ik over vier jaar terugkijk, wat dan? Dan hebben we alleen maar discussie gevoerd over of de een gelijk heeft of de ander. En wat heeft de boer eraan gehad die alleen maar tegen wanden aanloopt?’

Schouten ontdekte dat ze als boerendochter zelf ook in een hok was beland. ‘Ik leefde dicht bij de natuur’, zegt ze. ‘We waren grondgebonden (genoeg land om de eigen mest op kwijt te kunnen, red.) en er was thuis veel aandacht voor weidevogels. Dat was ook mijn ideale plaatje toen ik begon als minister. Maar in de loop van de tijd ben ik gaan inzien dat mijn eigen beeld veel te beperkt was. Mijn dogma’s stonden op schudden.’

Het leidde haar – na een jaar van werkbezoeken en gesprekken met de sector – naar kringlooplandbouw, waarbij kunstmest en krachtvoer plaatsmaken voor dierlijke en natuurlijke bemesting en afvalstromen uit de voedingsmiddelenindustrie. Het zit niet in de omvang van een bedrijf, was haar belangrijkste inzicht, maar of er een duurzaam systeem achter zit. ‘Een systeem dat niet, zoals nu, geënt is maximaal produceren tegen minimale prijs.’

Biologisch als dé oplossing, dat is nou zo’n dogma in mijn wereld waar ik me ook niet prettig bij voel

Met de fundamentele hervorming van het Nederlandse boerenlandschap naar een circulair systeem, denkt de minister een brug te slaan tussen de twee strijdende kampen. Woensdag verdedigt ze haar plannen in de Tweede Kamer. Harde keuzes van de minister zijn nog nodig, waarschuwen Boersma en Lohman. ‘Want op een aantal fundamentele punten komen wij er niet uit.’

Deze patstelling was ook de belangrijkste kritiek op hun verhaal deze zomer in de Volkskrant. ‘Je zou verwachten dat jonge denkers als jullie tot een overstijgend verhaal kunnen komen’, was de reactie van een deskundige aan het adres van Lohman.

Kan de minister met haar kringlooplandbouw alsnog zorgen voor een duurzaam huwelijk tussen de tovenaars als Boersma en profeten als Lohman? En wat vinden de pleitbezorgers ervan? We bekijken het aan de hand van drie belangrijke twistpunten.

De pleitbezorgers en de minister

Hidde Boersma – de technoloog/tovenaar – ziet het liefst dat boeren zo intensief en technisch mogelijk werken op een klein gebied, zodat meer ruimte voor natuur overblijft. Bestrijdingsmiddelen en genetische modificatie zijn volgens hem nodig om de productie te verhogen.

Joris Lohman – de ecoloog/profeet – gelooft in extensief boeren in harmonie met de natuur. Zonder chemische middelen en minder gericht op maximale opbrengst. Een manier van werken die past bij een gematigde levensstijl waarin de mens zijn plek kent in de natuur.

Carola Schouten – minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit – wil met kringlooplandbouw een brug slaan tussen tovenaars en profeten. Waar ze vroeger dacht dat alles biologisch moest, staat ze nu ook open voor light-versies van genetische modificatie.

Biologisch of bestrijdingsmiddelen en genetische modificatie?

Ze mogen dan de intentie hebben de nuance terug te brengen in het landbouwdebat, bij aankomst worden de stellingen direct ingenomen. Op een beschut terras in het Haagse Westbroekpark neemt Lohman plaats op een groen stoeltje, de ‘gifgele’ laat hij liever aan Boersma. ‘Oh, zo zijn de verhoudingen’, lacht Schouten. ‘De tegenstelling is duidelijk.’

Grapje natuurlijk, maar het legt direct een belangrijk twistpunt bloot. Zijn (gifgele) bestrijdingsmiddelen en genetische modificatie onontbeerlijk om opbrengsten te verhogen en mislukte oogsten te minimaliseren? Of kan biologisch (groen) de wereld voeden, ook als het in 2050 om 10 miljard monden gaat?

‘Biologisch als dé oplossing, dat is nou zo’n dogma in mijn wereld waar ik me ook niet prettig bij voel’, zegt Lohman, de ecoloog. ‘Daarom is het zo belangrijk daarover in gesprek te gaan. Te zeggen: ik wil die andere wereld snappen.’

Boersma, de technoloog, is ook echt niet tegen biologisch. ‘Ik verweer me er alleen tegen als wordt gedaan alsof het de oplossing is voor alle problemen in de landbouw’, zegt hij. ‘Terwijl het voor duurzaamheid weinig verschil maakt.’ Schouten benadrukt dat haar kringloopvisie past bij reguliere en biologische boeren, al wil ze dat chemische middelen zo veel mogelijk plaatsmaken voor alternatieven met minder risico’s.

Ze mogen dan vaak als tegenpolen worden gepresenteerd, als Boersma en Lohman samen op het veld lopen, zijn ze het over veel dingen eens. Over het nut van kruidenrijke akkerranden en zo veel mogelijk natuurlijke bestrijders inzetten, bijvoorbeeld. ‘Maar ook over genetische modificatie om het gebruik van bestrijdingsmiddelen naar beneden te krijgen’, zegt Boersma.

Ja, Lohman ziet de voordelen van CRISPR-CAS, een ‘light’ vorm van genetische modificatie waarbij ter verbetering van een gewas alleen in dna wordt geknipt en geen vermenging met dna van andere soorten plaatsvindt. ‘Het is straks te laat als we de ontwikkeling om politieke redenen tegenhouden’, zeggen deskundigen tegen hem. ‘Deze technologie is nodig om de wereld duurzaam te voeden.’ Lohman vindt dat hij nog meer bereid moet zijn tegen zijn groene achterban te zeggen: jongens, we moeten misschien wél aan de CRISPR-CAS. ‘Ik kan het nu in de krant ook al zeggen: ik vind dat we genetische modificatie niet meer moeten afwijzen, maar ermee moeten experimenteren in een kringloop-setting.’

Ook de minister is op dit punt opgeschoven richting kamp-Boersma, terwijl ze voor haar ministerschap nog dacht: alles biologisch. ‘Voor CRISPR-CAS zou ik wel experimenteerruimte willen hebben’, zegt Schouten. Die is er nu nauwelijks, omdat in juli het Europese Hof van Justitie oordeelde dat ook deze light-methode onder de strenge regels van genetische modificatie valt. ‘Het is jammer dat die deur in Europa is dichtgeslagen.’

Landbouw verweven met natuur of apart zetten?

Als op één punt een keuze wordt verwacht van minister Schouten, dan is het wel bij het vraagstuk of de natuur verweven moet zijn met de landbouw. Lohman meent dat de twee onafscheidelijk zijn, Boersma gelooft daar niet in.

Er is een vogel die ‘ons’ vertelt of we het goed doen op het platteland: de grutto. ‘Als we de stand van deze vogel willen herstellen, dan moeten we zo intensief en hightech mogelijk boeren op een apart, kleiner landbouwareaal dan nu gebeurt’, zegt Boersma. ‘De gebieden die vrijkomen worden dan vogelreservaten. Agrarisch natuurbeheer proberen we al dertig jaar, waarom met natuurinclusieve landbouw doorgaan als de grutto niet terugkomt?’

Ik verbaas me over hoeveel kunstmest wordt gebruikt, terwijl we aan de andere kant een mestoverschot hebben

Volgens Schouten omdat we in dezelfde tijd zijn doorgegaan met het veel te intensief bemesten van het land. Dit klopt niet, zegt Boersma, want het stikstofniveau, dat via mest in de bodem komt, daalt juist de afgelopen dertig jaar. Alleen moet het volgens hem nog veel harder terug om de grutto terug te krijgen. De grassen en gewassen die stikstof afvangen in een kringlooplandbouw, zoals de minister het voor zich ziet, zijn dan bij lange na niet genoeg. De veestapel zal daarom rigoureus kleiner moeten, meent Boersma.

‘Ik ben nogal hoopvol dat het ook kan met kruidenrijk grasland en groenstroken, maar ook met technologie kunnen we bemesting steeds beter afstemmen op de bodem’, zegt de minister. ‘Ik verbaas me over hoeveel kunstmest wordt gebruikt, terwijl we aan de andere kant een mestoverschot hebben.’

Boersma: ‘Dan zult u de mestwetgeving moeten aanpakken, die bijvoorbeeld het gebruik van kunstmest stimuleert en het gemakkelijk maakt de dierlijke mest buiten de kringloop om anoniem te verkopen.’ Schouten: ‘Here I am. Er is in dit complexe dossier alleen niet één knop die ik even kan indrukken zodat het is geregeld. Maar we zijn er mee bezig.’

En een herinrichting van het land naar model-Boersma, wordt daar naar gekeken? ‘Nee, een scherpe scheiding tussen natuur en landbouw, daar geloof ik niet in’, zegt Schouten resoluut. Boersma: ‘Nou, dat is toch nog wel een expliciete keuze voor de profeten.’

Groot- of kleinschalige landbouw?

Boersma voelt zich wel een beetje in het nauw gedreven in de biodynamische stadsmoestuin van restaurant Green. De plek in Den Haag die de minister uitkoos voor het gesprek is typisch een plek waar mensen uit kamp-Lohman mee geassocieerd (willen) worden. ‘Uw landbouwvisie werd ook al gepresenteerd op een biologisch dynamische boerderij’, zegt Boersma grappend. ‘Ik sta 2-0 achter.’

‘Neeeee’, reageert de minister lachend. ‘Mijn kringloopvisie heb ik niet voor niets in een ‘megastal’ van een biodynamisch veehouderij gepresenteerd.’ Want in tegenstelling tot wat de mensen uit de ecologische hoek vaak beweren, is de minister ervan overtuigd dat grote boerenbedrijven juist ook duurzaam kunnen zijn. ‘Als jongen uit de stad zat ik ook in de simpele framing van klein is goed, groot is fout’, zegt Lohman. ‘Maar na een zoektocht langs agrarische jongeren ben ik het klein-is-beter-dogma kwijtgeraakt.’

‘Iedere boer die ik het afgelopen jaar sprak, groot of klein, ze hadden allemaal hetzelfde antwoord op de vraag wat ze belangrijk vinden in hun werk’, zegt Schouten. ‘Produceren met respect voor de omgeving, tegen een prijs waarmee ze dit kunnen volhouden.’ De minister probeert momenteel de financiële positie te verbeteren van boeren die willen verduurzamen, maar klem zitten in het huidige hoge-opbrengst-lage-prijs-systeem.

Allemaal mooi, vindt Boersma, maar in de kringloopvisie van de minister ligt volgens hem besloten dat het allemaal minder moet. Want circulair betekent veel minder soja uit de Amerika’s importeren als veevoer, en dit vervangen door reststromen uit de voedingsmiddelenindustrie, aangevuld met lokale gewassen. ‘Maar met al ons afval kun je nooit de huidige veestapel voeden. Nog een reden de veestapel te verkleinen’, zegt Boersma, die op dit punt met twee benen in het kamp van de ecologen zoals Lohman staat. Nederland zal volgens hen als tweede grootste exporteur van landbouwproducten een stap terug moeten doen.

‘Kringlooplandbouw stopt de export niet en productievermindering is niet een doel’, zegt Schouten. ‘Het idee is regionaal de kringlopen zo veel mogelijk sluitend te maken. Waar je dan uitkomt weet ik ook nog niet precies, maar het is belangrijk dat we beginnen met het toekennen van waarde aan ons afval. Daar is ook een kostenvoordeel te halen voor boeren.’

Ik proef toch wel wat toenadering

Lohman en Boersma zien niet hoe dit een einde maakt aan Nederland als grootverbruiker van soja en noemen het de voornaamste zwakke plek in het kringloopverhaal van de minister. Lohman: ‘Op de huidige schaal voedingsstoffen de wereld over blijven slepen is echt niet kringloop’.

Vergoelijkend zegt Lohman: ‘Maar de minister kiest wel een richting, weg van het huidige systeem van hoge productie tegen lage kosten.’ Hidde Boersma : ‘Ik stel mijn oordeel nog een beetje uit tot na de verdere invulling van de ministers plannen volgend jaar.’ Lohman: ‘Hidde zegt het nu niet, maar hij is net als ik best enthousiast.’ Boersma moet hard lachen: ‘Ja, dat is zo, dat mag je opschrijven.’

Maar, zeggen beiden, met één gesprek van anderhalf uur los je de tegenstelling niet op. ‘Ik proef toch wel wat toenadering’, zegt minister Schouten opgewekt. Ze biecht op blij te zijn het niet als enige lastig te hebben in het gepolariseerde landbouwlandschap. ‘Het meest geruststellend vind ik dat jullie er op mijn stoel toch ook niet direct uitkomen.’