Zoals het klimaatakkoord van Parijs moet er een groot voedselakkoord komen

Door:  Cor Speksnijder  

Foto's: Els Zweerink  

Door technologische vooruitgang zal er in 2050 voldoende voedsel zijn voor de 10 miljard mensen die de wereld dan telt, zegt de invloedrijke landbouw- en voedseldeskundige Louise Fresco. Wat helpt: een groot voedselakkoord en geld voor onderzoek naar fotosynthese. En we hoeven echt niet allemaal vegetariër te worden of aan de insecten.

De gastheer of gastvrouw ziet in het genenpaspoort of iemand allergisch is voor andijvie of misschien wat extra calcium nodig heeft. En tovert vervolgens een op de persoon toegesneden gerecht uit de 3D-printer. Met ingrediënten waarvan we precies weten waar ze vandaan komen.

Zo zou Louise Fresco zich een dinertje anno 2050 kunnen voorstellen.

Louise Fresco (1952), bestuursvoorzitter van de Wageningen Universiteit, invloedrijk landbouw- en voedseldeskundige, schrijver van wetenschappelijke boeken en romans en columnist bij NRC Handelsblad. Ze bekleedde topfuncties in de VN-landbouworganisatie FAO. Ze is lid van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen en zes andere academies. In de top-200 van invloedrijkste Nederlanders van de Volkskrant staat ze op de 19de plaats.

Fresco heeft zich laten kennen als iemand die vertrouwt op ecologisch verantwoorde technologische vooruitgang in de landbouw. In 2050 zal er volgens haar voldoende voedsel zijn om tien miljard monden te voeden.

Maar wát zullen we over enkele decennia eten? Fresco: ‘Dat hangt ervan af wie je bent en waar je woont. In geavanceerde economieën zal voedsel sterk gepersonaliseerd zijn aangepast aan de behoefte van de individuele consument. Voor een deel van de mensen zal voedsel uit de 3D-printer komen.

‘Tegelijk zal in de midden- en hogere klasse waardering blijven voor het authentieke, voor voedsel waarvan je weet hoe en door wie het is geproduceerd. De band met een boer zal voor een deel van de mensen belangrijk blijven. Dat is geen tegenstelling, maar complementair: mensen maken gebruik van technologie en houden vast aan het authentieke.

‘In 2050 kunnen we waarschijnlijk met digitale technieken het hele productieproces van ons voedsel achterhalen. Wat ermee is gebeurd, waar het vandaan komt. Het verschil tussen biologisch en niet-biologisch zal minder groot worden doordat de techniek, de vooruitgang in de genetica, die twee categorieën verbindt.

‘Overigens moeten we ons realiseren dat dit maar voor een deel van de wereldbevolking zal gelden. In 2050 zal lang niet iedereen in een hightechomgeving wonen.’

Als iedereen vegetariër zou worden, hebben we een probleem

Kunnen we in 2050 nog vlees en vis eten?

‘We hebben dieren nodig omdat de Nederlandse veenweiden en de Argentijnse pampa’s niet voor iets anders dan veeteelt kunnen worden gebruikt. Dieren zijn essentieel voor de circulaire economie ze zetten afval om in eiwitten. We zullen meer plantaardig afval gaan recyclen, vooral via kippen en varkens. Als iedereen vegetariër zou worden, hebben we een probleem.

‘Een deel van het vlees dat nu wordt verwerkt in vleeswaren zal worden vervangen door plantaardige eiwitten. Met behulp van een 3D-printer kun je het op vlees laten lijken.

‘Het eten van vis, vooral uit visteelt, zal eerder toe- dan afnemen. Het telen van vis is efficiënter dan het houden van warmbloedige dieren. Een vis verdraagt lage temperaturen en heeft minder ruimte nodig. Wel betekent dit een verschuiving van vissen die alleen andere vissen eten naar vissen die je bijvoorbeeld insecten kunt voeren.

‘Het grootste deel van onze eiwitten halen we nu nog steeds uit granen, aardappelen, cassave en groenten. Er zullen extra bronnen van eiwit worden aangeboord: algen en zeewieren. In de voedselvoorziening zal een verschuiving komen van land naar zee. Slechts een klein deel van onze calorieën krijgen we nu uit zee, terwijl die tweederde van het aardoppervlak beslaat. Er zijn veel voordelen om daar onze calorieën uit te halen. Vergeleken met 10 duizend jaar landbouw staat de teelt uit zee nog in de kinderschoenen.’

Moeten we niet aan de insecten?

‘Ik serveer weleens sprinkhanen als we hoog bezoek hebben, maar ik geloof niet in een insectenrevolutie. Het potentieel zit niet in de directe menselijke consumptie. Insecten zullen vooral worden gebruikt in dierlijk voer. En je kunt ze als meel aan producten toevoegen herkenbare sprinkhanen in de sla zullen de meeste consumenten niet zo gauw eten.

‘Er zijn landen waar sprinkhanen en andere insecten worden gegeten, maar voedseltaboes zijn complex. In Europa eten we geen hond of kat en ik verwacht ook niet dat we dat in 2050 gaan doen.

‘We weten nog relatief weinig van insecten. Hoeveel energie kost het om ze te kweken? Zitten er toxische stoffen in hun maagdarmkanaal? In Wageningen doen we daar onderzoek naar.’

Ik ben voorstander van zichtbare ketens, maar dat wil niet zeggen dat alles uit de buurt moet komen

Uit uw boek Hamburgers in het paradijs blijkt dat u gemengde gevoelens heeft over biologisch boeren in de stad.

‘Onze steden zijn nu niet ingericht voor landbouw en zelden voor tuinbouw. De mogelijkheden op winderige daken, vervuilde grond en in schooltuintjes blijven marginaal. Dat verandert met goedkope elektriciteit, met goedkope led-verlichting. Je kunt straks ook onder de grond gaan telen. Met een hoogtechnologisch systeem kan voedsel dan ook van dichtbij komen.

‘Kortere voedselketens zijn niet per se gezonder en duurzamer dan lange voedselketens. Je weet niet of de leverancier van lokale producten voldoet aan de regels, of er schimmels op de groenten zitten. Korte ketens zijn wel belangrijk om mensen te laten weten waar hun voedsel vandaan komt. Ik ben voorstander van zichtbare ketens, maar dat wil niet zeggen dat alles uit de buurt moet komen.

‘Gewassen als thee en koffie, maar ook granen zullen van ver blijven komen. Er komt meer differentiatie naar kwaliteit en herkomst. Je kunt nu al een single blend koffie krijgen van een bepaalde plantage in Oost-Afrika.

‘In 2050 zal waarschijnlijk zo’n 65 procent van de wereldbevolking in steden wonen, maar dat zullen niet allemaal hightechsteden zijn. Eenderde zal nog op het platteland wonen en daar zal de consumptie sterk lijken op het huidige voedingspatroon.’

In Afrika wonen aan het eind van deze eeuw 4 miljard mensen. Hoe komen die allemaal aan voldoende voedsel?

‘Dankzij grootschalige landbouw. In Afrika is nog land dat nu niet voor landbouw wordt gebruikt, terwijl het er wel geschikt voor is. Dat het nu niet veel oplevert komt onder meer door gebrek aan irrigatie. Ten zuiden van de Sahara wordt hooguit 4 procent van het oppervlak geïrrigeerd. In China is dat 40 procent.’

‘Net als in andere delen van de wereld zal in Afrika de landbouw in 2050 voor een aanzienlijk deel gemechaniseerd en gerobotiseerd zijn. Het is een misverstand te denken dat het arbeidsoverschot in de landbouw terechtkomt.

‘Met behulp van sensoren en datasystemen zal de controle over de productie nauwkeuriger worden dat zal leiden tot minder uitstoot, minder verliezen, betere houdbaarheid van gewassen. Je oogst op het juiste moment, als de gewassen zo zijn aangepast dat ze tegelijk rijpen. Met behulp van drones zal je kunnen zien wanneer een gewas water of kunstmest nodig heeft.’

Men wil ontzettend graag koeien in de wei zien, liefst dartelende kalfjes bij zonsondergang

Wordt de boer verdrongen door de techniek?

‘Mechanisering van arbeid is onvermijdelijk. In de hele wereld zal arbeid schaarser worden. Jonge generaties willen niet met een hark de harde grond bewerken of met hun voeten in een nat rijstveld staan. Je wordt nu vaak boer bij gebrek aan beter.

‘Er moet evenwicht zijn tussen menselijk en technologisch vernuft. Zoals we auto’s niet meer met de hand in elkaar zetten, zal een deel van het werk in de landbouw door apparaten worden gedaan. Maar je wil niet dat dieren alleen nog maar robots tegenkomen. Je wil dat onze voeding in goede handen is.’

Er lijkt er een herwaardering te zijn van het plattelandsleven. Zie de populariteit van Boer zoekt vrouw.

‘Er is waardering voor authenticiteit, maar dat is iets anders dan waardering voor de boer die werkt met melkrobots. Men wil ontzettend graag koeien in de wei zien, liefst dartelende kalfjes bij zonsondergang. Maar zo brengen boeren hun dag niet door - ze zitten meestal achter de computer.

‘Er is een discrepantie tussen de noodzaak boerenarbeid productiever en aantrekkelijker te maken. Je ziet overal problemen met de opvolging. De vraag is of we straks nog boeren hebben.

‘Intussen gooien we alle problemen van de voedselvoorziening over het hek van de boeren. Ze moeten innoveren, meer produceren, minder bestrijdingsmiddelen gebruiken, zorgen dat dieren en gewassen gezonder zijn. Dat hebben ze in veel opzichten goed gedaan, toch is hun imago niet verbeterd.

‘Een doelstelling voor 2050 moet zijn dat er, vergelijkbaar met ‘Parijs’, een akkoord over voedsel wordt gesloten, waarin is vastgelegd wie waarvoor verantwoordelijk is. Nu stelt de consument steeds hogere eisen, heeft de handel een groot deel van de productieketen in handen, holt de overheid er achteraan met steeds ingewikkelder regelgeving en zijn boeren in hoge mate slachtoffer. Dat moet beter kunnen.’

Wat niet helpt is dat er weinig politici zijn die iets weten van biologie of genetica

Veel consumenten en politici in Europa staan wantrouwend tegenover technologische ontwikkelingen als genetische modificatie.

‘We zijn steeds rijker en beter gevoed. Voedselvoorziening wordt ervaren als complex. Dat maakt mensen angstig. Ze willen geen risico lopen. Genetische modificatie wordt nu zo’n twintig jaar toegepast. In die tijd hadden we kunnen werken aan de benodigde regelgeving. Dat is verwaarloosd.

‘We moeten hard werken om nieuwe genetische technieken in de Europese Unie geaccepteerd te krijgen. Dat lukt pas als we ons niet richten op de technieken, maar op de problemen die we moeten oplossen het voeden van miljarden mensen. Wat niet helpt is dat er weinig politici zijn die iets weten van biologie of genetica. Politici zijn voorzichtig omdat ze alles wat technisch is eng vinden.’

Ze moeten rekening houden met de publieke opinie.

‘Veel politici gaan beslissingen liever uit de weg. Dat is funest, want je verliest tijd terwijl de technologische ontwikkeling doorgaat.

‘In 2050 draait het om biomassa en alle daarin nuttige stoffen. Niet voor de energievoorziening, maar voor de productie van materialen die nu nog worden gemaakt door de petrochemische industrie. De landbouw die nu wordt gezien als deel van het klimaatprobleem zal een deel van de oplossing worden.’

Geef ons 1 procent van het geld dat naar CERN gaat en laat ons kijken hoe we de fotosynthese sterker en beter kunnen maken

Grotere vraag naar plantaardige producten zal leiden tot een grotere druk op het beschikbare aardoppervlak.

‘Dat hoeft niet. Vrijwel nergens is de hoogst mogelijke opbrengst van het land bereikt. Als je het potentieel definieert als een combinatie van temperatuur, zonnestraling, water en voedingsstoffen, dan blijf je daar vrijwel overal ter wereld onder. Verbeter de productie en je maakt ruimte voor landschappen.

‘De heilige graal in ons vak is de fotosynthese, het proces in planten waarbij lichtenergie de aanzet geeft voor het omzetten van CO2 en water in suikers en zuurstof. Fotosynthese is de basis van ons leven. De tijd is aangebroken dat we gaan werken aan het efficiënter maken van dit proces, zodat de opbrengst van gewassen kan worden verhoogd. Het proces is hypercomplex, reden waarom het nog niet is gelukt het te verbeteren.

‘Onderzoek naar verbetering van de fotosynthese is te vergelijken met het werk van CERN, de Europese organisatie die onderzoek doet naar elementaire deeltjes. We besteden miljarden euro’s aan de zoektocht naar de fundamentele bouwstenen van het heelal. Ik zeg: geef ons 1 procent van het geld dat naar CERN gaat en laat ons kijken hoe we de fotosynthese sterker en beter kunnen maken.’

Wat zijn de grootste bedreigingen voor de voedselvoorziening?

‘De technologie kan de bevolkingsgroei bijhouden. De bedreigingen hebben te maken met politieke onrust. In gebieden waar honger heerst functioneren de staat en de markten niet, zijn mensen van hun grond verdreven of is een natuurramp geweest.

‘Geopolitieke spanningen kunnen ertoe leiden dat er blokken ontstaan die niet op een open manier met elkaar handel drijven. Het verzet tegen handelsverdragen, het geloof dat we het zelf wel kunnen, kan schadelijk uitpakken. Europa kan zichzelf niet voeden.’

Welke belemmeringen zijn er voor de wetenschap?

‘De wetenschap wordt geregeerd door financiering op korte termijn. Het is moeilijk om geld te vinden voor iets wat misschien over twintig jaar een doorbraak oplevert. De publieke belangstelling ligt bij esoterische vragen - is er nog een ander heelal? - of bij oplossingen voor medische vraagstukken. Wat daartussen ligt onttrekt zich aan het zicht van de meeste mensen.

‘In Europa en Nederland is de financiering van onderzoek versnipperd: je hebt ontzettend veel commissies, overlegorganen en clubjes die het geld verdelen. Wetenschappers besteden zeeën van tijd aan onderzoeksvoorstellen die weinig kans van slagen hebben. Dat systeem moet op de helling: minder overlegorganen en meer financiering voor de lange termijn.’

Fotosynthese als oplossing

'Ik zeg: geef ons 1 procent van het geld dat naar CERN gaat en laat ons kijken hoe we de fotosynthese sterker en beter kunnen maken', zegt Louise Fresco. Het is volgens haar de 'heilige graal' om opbrengsten te verhogen. Hoe werkt dit precies? We leggen het hier uit.