Afrika zet de krekel op de kaart

Door:  Mark Schenkel  

Foto's: Sven Torfinn  

Het kweken van krekels voor consumptie is voor boeren in Kenia een weg uit de armoede. TNO heeft een proefproject opgezet, omdat de proteïnen, vitaminen en mineralen een alternatief zijn voor vlees in de ondervoede regio. 'Insecten hebben de toekomst.'

Dorstige koeien loeien onder de eucalyptusbomen van Peter Otieno. Schapen blaten en geiten mekkeren rond zijn huisje van leem. Otieno verbouwt aardappelen, maïs en cassave. En: hij kweekt krekels.

Meer dan tweehonderd zelfvoorzienende boeren in het westen van Kenia doen mee aan een proefproject van de Nederlandse onderzoekorganisatie TNO om op grote schaal krekels te kweken voor menselijke consumptie. ‘Flying Food’, heet het project. Op een krat van Peter Otieno zit een witte sticker met deze tekst. De sticker heeft ook een groene afbeelding van een insect.

In een donker schuurtje van gedroogde modder laat Otieno 75 grijze plastic kratten zien – vijftien kolommen van vijf hoog – met per krat honderden minuscule insecten. Hij tilt een geel deksel van een van de kratten op en kijkt instemmend naar de krioelende babykrekels die zich tegoed doen aan water, maïspulp en blaadjes van pompoenplanten. Straks, wanneer de krekels groot zijn, verkoopt hij ze aan een voedingsproducent. ‘Dan wil ik het schoolgeld voor mijn kinderen betalen’, zegt de 52-jarige Otieno, een vader van vijf.

De hoop is dat de krekel, vol proteïnen, op termijn een goede vervanger van vlees en vis is.

Ondervoeding

Krekels bevatten proteïnen, vitaminen en mineralen en kunnen dienen als een betaalbaar alternatief voor vlees in een regio waar veel mensen ondervoed zijn, stelt Erwin Beckers. De ‘projectmanager flying food’ van TNO vliegt zelf met regelmaat naar Kenia, om de voortgang te volgen en de lokale boeren advies te geven. Hij bezoekt ook buurland Oeganda, waar ruim dertig krekelkwekerijen worden opgezet.

Soms reist Beckers samen met Margot Calis, een insectenautoriteit uit Ermelo die optreedt als krekelconsultant. Calis is van de firma Kreca Ento-Feed, ze doet in krekels en buffalowormen en wasmotten en krulvliegen – zij het als voedsel voor vogels, vissen en reptielen, niet voor mensen. ‘Insecten’, zegt Beckers, ‘staan als voedsel voor mensen nog in de kinderschoenen, maar ze hebben de toekomst.’

Het idee is om in Kenia en Oeganda aan te haken bij lokale gewoonten van het eten van insecten, zoals witte mieren of sprinkhanen. Vooral in Oeganda gelden sprinkhanen als delicatesse. TNO kiest voor krekels omdat die makkelijker zijn te kweken. Beckers: ‘Krekels zijn minder kieskeurig in hun voedingskeuze.’ De grootschalige kweek moet ertoe leiden dat de insecten straks het hele jaar door beschikbaar zijn in plaats van seizoensgebonden, zoals nu het geval is.

Microleningen

De krekelkwekers zoals Peter Otieno doen vooral mee aan het project omdat ze hopen er geld aan te verdienen. Ze sluiten microleningen af om hun kleine kwekerijen op te starten, om schuurtjes te bouwen voor de kratten en om het water en voer voor de krekels te kopen.

Het voederen van de krekels en het verschonen van de kratten neemt per dag misschien twee uur in beslag, de boeren kunnen het doen naast hun andere werkzaamheden. Hun leningen moeten zichzelf terugbetalen door de verkoop van volgroeide krekels aan een lokale afnemer, die de insecten vervolgens vermaalt tot poeder of ‘gewoon’ gaat verkopen.

De vraag is natuurlijk of de krekels zullen aanslaan. Ze zijn in deze beginfase van het project nog niet ruimschoots beschikbaar voor de consument. Peter Otieno zegt dat hij zelf sprinkhanen eet, maar eigenlijk geen krekels. Niet ver van zijn huisje, op een erf met kippen en honden en 56 plastic kratten met krekels, zegt de 70-jarige Salome hetzelfde. Weer verderop vertelt Florence Otieno (73, geen familie van Peter) bij haar dertig kratten met krekels: ‘Als ik mensen hier vertel dat ik krekels kweek om op te eten, worden ze bang.’

Het ene insect is dus niet het andere in de lokale beleving. Hier staat tegenover dat eerdere generaties van de bevolkingsgroep hier in het westen van Kenia, de Luo’s, wel krekels nuttigden. Volgens verhalen aten zangers krekels om betere stembanden te krijgen. TNO en partners – Buitenlandse Zaken in Den Haag verleent bijvoorbeeld subsidie – zullen hopen dat zulke tradities een aanknopingspunt bieden. Net als de bijbel, merkt Erwin Beckers op, waar in Leviticus 11 de Heer tegen Mozes en Aäron zegt dat krekels mogen worden gegeten.

De krekels worden bovendien straks niet alleen als zodanig herkenbaar aangeboden maar ook in vermalen vorm, als poeder – als smaakversterker voor in chapati’s (zeg maar pannekoeken) of mandazi’s (een soort gebakken deegballen). Peter Otieno: ‘Tijdens onze training voor het kweken van krekels heb ik het poeder geproefd. Het smaakte lekker, zoet.’

Een krat volwassen krekels kan 700 shilling opleveren, 6 euro. Peter Otieno lijkt zo bezien best zijn eenmalige microlening van 58 duizend shilling te kunnen aflossen. Zijn 75 kratten moeten goed zijn voor 52.500 shilling, en kan hij met een nieuwe kweekronde beginnen. Met meer dan tweehonderd andere kwekers zoals hij moet er dan straks wel flinke vraag blijken te zijn, wil iedereen zijn of haar lening kunnen aflossen. Op de leningen zit ook een rente van 10 procent. Daarnaast moeten de deelnemers een deel van hun opbrengsten herinvesteren om hun zaakjes draaiende te houden. ‘Sommige krekels gaan dood door bacteriën’, zegt Otieno bovendien, ‘of door kannibalisme.’

De enige afnemer tot nu toe van de krekels van kwekers zoals Peter Otieno is Charles Odira, de enthousiaste eigenaar van het voedingsbedrijfje Mixa, ook hier in het westen van Kenia. Odira (50) speelt een cruciale rol in de waardeketen die van de grond af wordt opgebouwd; het ‘flying food’-project moet op termijn zichzelf financieel bedruipen. Odira koopt de krekels op en moet ze na verwerking aan de man zien te brengen. Zelf kweekt hij ook krekels: een groot getsjirp weerklinkt in zijn schuur met zes betonnen bakken met elk wel dertigduizend krekels. ‘In 2015, in Thailand, realiseerde ik me dat krekels een goed idee zijn’, zegt Odira. In Thailand zijn krekels big business.

Odira – de ringtone van zijn telefoon is het geluid van krekels – verkoopt in weekends gevriesdroogde krekels, potjes met krekelpoeder en insectvormige cakejes met krekelpoeder erin. Hij doet dat in een winkeltje op zijn plantage, als een soort marktverkenning. Reclame maakt hij via radiopraatjes op de lokale zender. Loopt het een beetje? ‘In een weekend verkoop ik 1 tot 2 kilo krekelpoeder’, zegt Odira. Dat levert omgerekend zo’n 30 tot 60 euro op. Odira: ‘Het is een begin.’

Dwars door Afrika worden van oudsher insecten gegeten

Motten in Congo, kevers in Equatoriaal Guinee, mieren in Zimbabwe: dwars door Afrika eten mensen van oudsher insecten. Meer dan 470 soorten worden er in de regio geconsumeerd, constateerden onderzoekers van Wageningen Universiteit in 2014. De Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN, de FAO, onderscheidt wereldwijd bijna tweeduizend eetbare insectensoorten. Het eten van insecten in Afrika gebeurt veelal door mensen die zelf insecten vangen in de natuur, in plaats van via ‘formele’ kweek van insecten zoals die nu plaatsvindt met de krekels in Kenia en Oeganda. Volgens de FAO kunnen insecten een veel grotere rol spelen als voedingsmiddel, zeker gezien de snel groeiende wereldbevolking. Insecten kunnen met hun proteïnen niet alleen dienen als vervanger van bijvoorbeeld vlees of vis, ze stoten bij kweek ook geen broeikasgassen uit zoals wel gebeurt bij veehouderij. Ze nemen ook minder ruimte in beslag. Vermalen insecten kunnen voorts verwerkt worden in veevoer, zodat hier bijvoorbeeld minder vaak vis voor hoeft te worden gebruikt. Het Victoriameer bij Kenia en Oeganda – het grootste meer van Afrika – lijdt onder overbevissing.