We betalen veel te weinig voor onze koffie, en daar zijn de boeren de dupe van

Door:  Pieter Hotse Smit  

Foto's: Sven Torfinn  

Miljoenen koffieboeren zitten in een crisis. Door de lage marktprijzen komen ze niet uit de kosten. Zij verdienen beter, vinden importeurs als het Nederlandse Pure Africa, dat rechtstreeks zakendoet met boerencoöperaties. Helpt dat?

Mei 2018 - Muhanga, Rwanda

Boven de hobbelige betonvloer, waar een kwartcirkel is uitgebikt om de deur naar binnen te kunnen openen, hangt het bewijs dat het niet slecht gaat met de Rwandese koffieboer Joël Twaginuonukigo (41). Een zonnelamp verlicht de voorkamer van zijn huis, met daarin niet meer dan een stoel, twee houten bankjes en een laag, blauw bekleed tafeltje.

Twee jaar lang betaalde hij maandelijks voor de lamp en bijbehorend paneel, waardoor zijn vier kinderen nu ook ’s avonds kunnen zien wat er in hun schoolboeken staat. En als het aan Joël ligt, kunnen ze straks ook op zonne-energie televisiekijken in het huisje aan de voet van de berg waar hij naast wat bananen en boontjes zijn koffie verbouwt.

Met zijn zonnelamp in het verder sobere huishouden is Joël een lichtpuntje in een koffiewereld in crisistijd. Om te begrijpen hoe dit kan, eerst iets over de donkere kant. Want steeds meer van Joëls miljoenen collega’s werken onder de kostprijs, met als dieptepunt afgelopen september, toen boeren op de wereldmarkt minder dan 2 euro kregen voor een kilo groene, ongebrande koffie. Waarom?

Het simpele antwoord: we betalen veel te weinig voor ons bakkie.

Toch wordt er veel geld aan verdiend. Alleen niet door boeren. Eerder ten koste van hen. Van de 200 miljard dollar die wereldwijd omgaat in de koffiemarkt, blijft maar 10 procent achter in het land van herkomst, valt te lezen in de Coffee Barometer 2018.

Transparanter dan dit cijfer kunnen de non-gouvernementele organisaties die het rapport schreven niet zijn. Niemand kan exact vertellen wie wat waar verdient. Precies die ondoorzichtigheid is het grote probleem dat hervorming in de weg staat. Alle inzet van keurmerken ten spijt, schrijven de onderzoekers.

Maar er zijn importeurs die geen genoegen nemen met de gemaskeerde, wereldwijde onderdrukking van koffieboeren. Zoals de Nederlandse ondernemingen Pure Africa, Moyee en This Side Up. Zij kopen rechtstreeks in bij boerencoöperaties en zijn open over hoe ze dit doen.

Door de handelsmarkt te omzeilen met directe inkoop bij de coöperatie is volgens de onderzoekers van de Coffee Barometer ‘positieve verandering’ mogelijk in een koffiewereld die gedomineerd blijft door intransparante, steeds groter wordende koffiemultinationals als Nestlé, Lavazza en Jacobs Douwe Egberts. Zij geven in crisistijd niet thuis, meent Peter d’Angremond, directeur van Fairtrade Nederland. ‘Dit bleek recentelijk toen de wereldmarktprijs kelderde, maar de winkelprijzen niet’, zegt hij. ‘Ergens werd ten koste van boeren nog meer verdiend.’

Vanuit Deventer probeert Pure Africa het anders te doen door groene koffiebonen rechtstreeks in te kopen bij de Rwandese coöperatie Sholi, waarbij boer Joël is aangesloten. De Volkskrant keek mee in de administratie van Pure Africa en Sholi. We volgden de koffiebonen vanuit Joëls plantage in het Rwandese district Muhanga naar Nederland, waar Pure Africa voor 17,95 euro per kilo via de webshop eindigt in met name bedrijfskantines.

Hoe komt een koffieprijs tot stand waar ondernemer, klant én boer mee kunnen leven? En is het ook de oplossing voor de wereldwijde koffiecrisis?

Van plantage naar wasstation

De bagagedrager van Joëls Chinese fiets, naar oud-Hollands model, draagt in oogsttijd meermalen per week een witte zak met zo’n 15 kilo rood-groene koffiebessen. Eigenhandig geplukt op de helling boven zijn huis. Eronder ligt de fenomenale groene vallei in het land van mille collines, waar de uitlopers van heuvels in elkaar grijpen als gevouwen handen.

Over de onverharde weg brengt Joël de zak een paar kilometer verderop naar het ‘koffiewasstation’ van de coöperatie, bij hellingen soms geholpen door een duwende omstander. Na weging op een ouderwetse weegschaal krijgt hij ter plekke een vaste kiloprijs, die aan het eind van het jaar wordt aangevuld met een premium op basis van het resultaat van de coöperatie.

In 2017 kwam ruim 80 procent van de inkomsten bij Joël en zijn collega-boeren terecht, blijkt uit de boekhouding van Sholi. De rest gaat op aan het runnen van het wasstation en loon voor de honderden vrouwen die later in het proces de slechte boontjes er uitpikken. Falvia Ufstinema (24) doet het werk voor 1 euro per dag met plezier. ‘Nu hoef ik tenminste niet meer op het land te werken.’

De vrouwen gaan niet aan het werk voordat de bessen door een dieselmachine schrapend zijn ontdaan van het schilletje. Het hevig schuddende apparaat spuugt de bonen met een straal bergwater richting de kanaaltjes, die leiden naar het bad waar ze in gezelschap van miljoenen bananenvliegjes fermenteren onder een dekzeil.

Bij het hele proces, en later als de vrouwen de bonen met een vlekje er uitpikken en weggooien, gaat bij Sholi 88,7 procent van de groene bonen verloren. Van iedere 100 kilo bessen die fietsend wordt aangeleverd, eindigt na droging dus slechts 11,3 kilo in grote jutezakken. Klaar om over de wereld verscheept te worden.

Augustus 2018 - Pure Africa, Deventer

Gemakkelijk bleek het niet voor Pure Africa om kleine hoeveelheden direct bij de boerencoöperatie in te kopen. Waar via de internationale handelsmarkt koffie met een paar drukken op de knop aankomt in Rotterdam, moet mede-eigenaar Ando Tuininga zelf alle logistiek regelen. Er is de keuze uit vervuilend vliegen, zelf een dure vrachtautorit maken naar havenstad Dar es Salaam (Tanzania) of containerruimte inkopen bij een grote handelaar.

Na het vliegtuig voor zijn eerste, kleine bestelling vorig jaar, koos hij de laatste optie voor de lading die in december aankomt in Deventer. Voor de 1.000 kilo groene koffie die Tuininga laat verschepen, kwam hij met het circa 340 boeren tellende Sholi 4,28 euro per kilo overeen. Geen gekke prijs, zegt hoogleraar Ruerd Ruben, die aan de Wageningen Universiteit onder meer onderzoek doet naar koffieketens. ‘Gemiddeld wordt rond de 2 euro betaald.’

Op basis van cijfers van Sholi blijkt dat het hele productieproces om tot groene koffie te komen alleen al 2,91 euro per kilo kost. Dit sommetje laat volgens ondernemer Tuininga zien dat ook Fairtrade niet werkt. ‘Voor het dragen van het keurmerk moet een boer minimaal zo’n 3 euro krijgen voor de hoogste kwaliteit’, zegt hij. ‘Maar daarmee is zelfs een goed georganiseerde koffiecoöperatie als Sholi amper uit de kosten. Consumenten denken dat ze iets goeds doen met Fairtrade, maar financieel levert het die boeren geen hol op.’ Reden voor Pure Africa om het logo niet op hun verpakkingen te zetten, terwijl Sholi wel gecertificeerd is.

Tuininga heeft in Ruben een medestander. ‘In dertig jaar certificering is heel weinig bereikt’, zegt de hoogleraar. ‘Het effect is zo klein dat je denkt: waarom al die inspanningen om de positie van de boer te versterken? Terwijl de markt moet veranderen.’ Fairtrade erkent dat het slechts de kosten van duurzame productie garandeert met zijn prijs en vreest dat zijn kleine marktaandeel (5 procent in Nederland) onder druk komt als het de prijs verhoogt.

Ook in de Coffee Barometer staat dat het inkomen van koffieboeren, ondanks alle inzet van Fairtrade en Rainforest Alliance, sinds 1980 is gehalveerd. Steeds meer boeren produceren tegen verlies en leven onder het bestaansminimum. Velen geven het op, waardoor met de groeiende wereldbevolking een koffietekort dreigt.

Van jutezak naar kilopak

De prijs waarvoor de meeste merken in de supermarkt liggen, zegt alles volgens Tuininga van Pure Africa. Want reken even mee. Boven op de 4,28 euro die hij betaalt aan Sholi komen de transportkosten naar Nederland, kosten voor het branden, verpakken en vervoer naar de klant. Door het branden verliest hij ook nog 16 procent van het gewicht. Een kilopak vers gebrande koffiebonen in Nederland afleveren kost hem in totaal 9,47 euro.

‘In de supermarkt liggen pakken koffie van een kilo voor minder dan mijn kostprijs’, zegt Tuininga. ‘Grote producenten hebben misschien iets lagere kosten, maar reken maar dat ze er ook goed op verdienen. Dan weet je dat de boer erbij inschiet.’

De massa van de markt werkt met wereldmarktprijzen en handelsystemen die heel nadelig uitpakken voor koffieboeren. Multinationals krijgen bijvoorbeeld een lage prijs doordat lokale agenten nog voor het seizoen oogsten opkopen tegen een lage prijs, legt hoogleraar Ruben uit. Dit doen ze door arme boeren, die niet bij een coöperatie zijn aangesloten, te voorzien van voor hen anders onbetaalbare kunstmest in combinatie met een lage verkoopprijs voor hun koffie. ‘Zo worden ze vastgezet voor minder dan de wereldmarktprijs (nu 2,10 euro, red.).’

Tuininga probeert ook deze financiële afhankelijkheid voor een aantal boeren te doorbreken. Van de 17,95 euro die hij vraagt voor een kilo koffie gaat standaard 1 euro in zijn eigen Rwandese fonds voor microkredieten. Individuele boeren kunnen daaruit financiering krijgen voor bijvoorbeeld uitbreiding van hun plantage.

De onderneming Pure Africa houdt uiteindelijk per kilo 7,49 euro over aan de verkoop van Rwandese koffie. De salarissen van Tuininga en zijn compagnon moeten daarvan betaald, net als de bedrijfskosten. Waar volgens de Coffee Barometer gemiddeld 10 procent van de opbrengst uit koffie in het land van herkomst achterblijft, is dit bij Pure Africa bijna een kwart. Door een lagere verkoopprijs aan consumenten komt importeur This Side Up op een nog hoger percentage, blijkt uit informatie van hun website.

Hoogleraar Ruben noemt het nobel dat deze ondernemingen ‘de droevige geschiedenis’ in de koffiewereld proberen te doorbreken. Met directe, transparante handel, maar ook met initiatieven die meer waarde toevoegen aan koffie in het land van herkomst, zoals de koffiebranderij van Moyee in Ethiopië.

Echte koffie kan ik niet betalen

Maar Ruben tempert ook de verwachting: ‘Ze geven het goede voorbeeld, maar daar vul je nog geen Albert Heijn-schappen mee. Het is echt aan de grote retailers om met elkaar een minimumprijs af te spreken. Er hoeft maar één grote speler op te staan om de echte verandering in gang te zetten.’

De tijd is hoe dan ook rijp voor duurdere koffie, denkt Ruben. ‘Als de consument bereid is bij Starbucks voor een kopje van 7 gram koffie een paar euro te betalen, dan moet de kiloprijs in de supermarkt ook zeker met een factor drie omhoog kunnen.’

Onvoorstelbaar hoeveel mensen willen betalen voor zijn koffie, vindt boer Joël. ‘Ik drink alleen de gratis oploskoffie die ik jaarlijks van de coöperatie krijg. Echte koffie kan ik niet betalen.’

Reactie koffieproducenten en retailers.

Voor koffieboeren gaat het zo niet langer, erkent een woordvoerder van Nestlé. Maar ze vindt het onterecht dat het bedrijf wordt verweten niets te doen en wijst erop dat Nestlé met de brancheorganisatie in oktober een ronde tafel organiseerde met betrokken partijen om ‘de toekomst van verantwoorde koffie veilig te stellen’. Inhoudelijk wil de woordvoerder niet op de bijeenkomst in gaan en verwijst naar de projecten die Nestlé zelf al doet om koffieboeren te helpen, zoals het geven van trainingen en het uitdelen van koffieplanten. Volgens de onderzoekers van de Coffee Barometer 2018 staan alle projecten van de multinationals niet in verhouding tot de miljardenverliezen die koffieboeren lijden.

Jacobs Douwe Egberts reageerde niet op vragen over hun rol in de koffiecrisis. Ahold Delhaize en Jumbo deden dit niet op de vraag of zij iets voelen voor het afdwingen van minimumprijzen bij producenten.