KitKats of Smarties zonder kinderarbeid, armoede en ontbossing zijn nog ver weg

Door:  Pieter Hotse Smit  

Foto's: Daniel Rosenthal  

De in het Westen goedkope Mars-repen en KitKats worden in Afrika nog altijd duur betaald. Pogingen de cacaoproductie te ontdoen van haar schadelijke kanten lopen op niets uit.

Cacaoboeren die leven in extreme armoede, miljoenen kinderen op plantages en grootschalige ontbossing om de (armzalige) productie te verhogen. Als op deze manier wordt doorgegaan is het de vraag of mensenrechten en duurzaamheid in de sector ooit gemeengoed zullen worden.

Met name in West-Afrika zijn de omstandigheden slecht. Westerse multinationals en Afrikaanse productielanden onderschatten de problematiek, terwijl geen enkel chocoladekeurmerk (Fairtrade, UTZ of Rainforest Alliance) in staat is gebleken de koers van de sector wezenlijk te veranderen.

Deze vernietigende conclusies worden getrokken in de vandaag verschenen Cacao Barometer 2018, waar onder meer de Nederlandse ontwikkelingsorganisaties Hivos, Solidaridad, Oxfam Novib en FNV Mondiaal aan meewerkten. Het is de eerste barometer die een beeld geeft van de dramatische gevolgen die het inklappen van de handelsprijs voor cacao eind-2016-begin-2017 heeft gehad.

Cacao verloor toen op de handelsmarkt voor grondstoffen ruim eenderde van zijn waarde door een gigantische wereldwijde overproductie. Dit gebeurde na een periode van slechte oogsten, waarna onder andere ten koste van de natuur de productie werd verhoogd. Toen met al die extra capaciteit en gunstig weer de oogst in het seizoen 2016/17 plotseling wel goed was, kregen de boeren bijna niets meer voor hun waar. De vraag uit opkomende landen als India en China was dan wel gegroeid, maar bleek toch niet groot genoeg.

De hele cacaoketen is zo ingericht dat de miljoenen kleine boeren de klappen opvangen van de prijsschommelingen. De gevolgen zijn zichtbaar in een recente berekening van Fairtrade International, waaruit blijkt dat de gemiddelde boer in het grootste cacaoland Ivoorkust dagelijks nog niet de helft verdient van wat de organisatie een ‘leefbaar inkomen’ noemt. Terwijl multinationals grote winsten blijven maken, omdat ze sinds midden jaren tachtig hun consumentenprijzen niet verlagen in lijn met de cacaoprijs - bij een stijging gaat de prijs doorgaans wel omhoog, staat in de Cacao Barometer.

In haar in februari verschenen boek Cocoa, schrijft Kristy Leissle van de Universiteit van Washington dat de grote chocobedrijven als Ferrero, Mars en Nestlé, maar ook de handelaren als het Amerikaanse Cargill, belang hebben bij hoge productie en lage cacaoprijzen. De consument verwacht immers goedkope chocoladerepen - en bij een lage cacaoprijs gaat de marge per product omhoog.

Nestlé koopt in bij zo’n 37 duizend boertjes, verenigd in honderd coöperaties, in Ivoorkust en Ghana - de twee landen die samen goed zijn voor ruim 60 procent van de wereldproductie. De producent van onder meer KitKat, Smarties en Lion erkent in een reactie, net als de in cacaohaven Amsterdam gevestigde groothandelaar Cargill, dat er nog veel verbetering nodig is bij de productie. Maar beide bedrijven wijzen ook op wat allemaal al gebeurt.

‘Ik ben de laatste om te zeggen dat we er al zijn’, zegt een Nestlé-woordvoerder. ‘Het is een ongelofelijk complexe markt, met regeringen die ook niet de meest transparante zijn. Toch bouwen we scholen, hebben we programma’s tegen kinderarbeid, betalen we meer dan de minimumcacaoprijs die de productielanden vaststellen en helpen we boeren met andere gewassen of betere werkmethoden om hun productie te verhogen.’

Hebben multinationals met al die trainingsprogramma’s voor kleine cacaoboeren niet juist doelbewust bijgedragen aan de overproductie, om de cacaoprijs laag te houden? Nee, denkt Solidaridad, de ontwikkelingsorganisatie die zelf ook programma’s heeft om boeren te helpen.

‘Efficiënte cacaoproductie is niet een oorzaak van het probleem maar een belangrijk onderdeel van de oplossing’, zegt een woordvoerder. ‘De totale vraag naar cacao kan met simpele maatregelen op de helft of zelfs eenderde van het huidige areaal worden geproduceerd, als de boeren met meer kennis en betere landbouwmethoden gaan werken. Moderne efficiënte cacaoteelt maakt land vrij voor diversificatie van gewassen die boeren minder afhankelijk maakt van cacao en voor broodnodige herbebossing om de klappen van klimaatverandering te kunnen opvangen.’

Maar alle inspanningen van de bedrijven zijn lang niet genoeg en hebben bar weinig effect, omdat ze maar een fractie van de boeren bereiken. ‘De aangedragen oplossingen zijn bij lange na niet vergelijkbaar met de omvang van het probleem’, schrijven de auteurs van de Cacao Barometer. Geen bedrijf komt in de buurt van het uitbannen van kinderarbeid, naar schatting alleen al 2,1 miljoen kinderen in Ghana en Ivoorkust. Nestlé zegt hierin veel bereikt te hebben, maar beaamt ook: ‘Geen producent kan op dit moment zeggen dat ze kinderarbeidvrije chocolade maken.’ De barometer roept bedrijven op veel meer te betalen aan boeren. De totale prijs moet een ‘leefbaar inkomen’ opleveren - in Ivoorkust volgens Fairtrade 6.133 dollar per jaar, terwijl zelfs Fairtrade-boeren nu gemiddeld 2.707 dollar verdienen. ‘Dit komt met name omdat Fairtrade-boeren maar een deel van hun productie als Fairtrade kunnen verkopen. Veel bedrijven vinden het te duur. Als wij de minimumprijs verder verhogen, bestaat de kans dat boeren helemaal niets meer verkopen.’

Het is het streven van Fairtrade dit ‘leefbaar inkomen’ te betalen aan boeren, maar zelfs producten met hun keurmerk doen dit nog niet volledig. Maar om aan te geven dat een hogere prijs voor een boer wel mogelijk is, wijst de organisatie naar Tony’s Chocolonely. ‘Zij betalen Fairtrade-boeren circa 60 procent meer dan de wereldmarktprijs, terwijl de consument aan de kassa minder dan 1 procent extra betaalt’, zegt Evert Nieuwenhuis van Fairtrade. ‘Ondertussen groeit Tony’s marktaandeel als kool.’

De cacaoprijs trekt sinds februari weer aan, maar voor de boeren zal het binnen het huidige systeem zeker een half jaar duren voor ze er iets van merken. Voor de natuur komt het hoe dan ook te laat: in West-Afrika is, mede door de uitgedijde cacaoproductie, 90 procent van de bossen inmiddels verdwenen. Dit mogen de productielanden zich aanrekenen, maar ook de multinationals, schrijven de auteurs. Want voor de milieuramp die zich voltrok tijdens de zoektocht naar goedkope cacao hebben ook zij de ogen gesloten.

Minimumprijs

Productielanden bepalen de minimumprijs die cacaoboeren moeten krijgen van inkopers. Die prijs ligt veel lager dan het 'leefbaar inkomen' in die landen, ook met het schepje dat multinationals er nu al bovenop doen. Driekwart van de wereldwijde cacaoproductie komt uit West-Afrika, maar landen als Ivoorkust, Ghana, Nigeria, Kameroen en Sierra-Leone zijn er nooit in geslaagd gezamenlijk een hogere minimumprijs af te spreken voor inkopers. Dit zou heel veel problemen oplossen voor de arme boeren, die nu als enige de de klappen opvangen bij een lage cacaoprijs.