Hoe dit onderzoek naar de Nederlandse Hongerwinter van 1944 de voedselzaak kan helpen

Door:  Ellen de Visser  

Hoogleraar Tessa Roseboom toonde met gegevens uit de Hongerwinter aan dat de tijd in de baarmoeder het fundament vormt voor het leven. Nu blijkt: investeren aan de start is niet alleen moreel juist, het is ook financieel verstandig.

Dat verloskundigen in het laatste zware oorlogsjaar nog de energie hadden om van alle zwangere vrouwen minutieus gegevens bij te houden, daar kan hoogleraar Tessa Roseboom zich nog altijd over verwonderen. Keurige handgeschreven kolommen trof ze aan in de geboortedossiers van het Wilhelmina Gasthuis, die ze twintig jaar geleden voor het eerst onder ogen kreeg: met het gewicht van de zwangeren, de wekelijkse rantsoenen en het geboortegewicht van hun baby’s. Ze kon niet bevroeden dat het onderwerp haar nooit meer zou loslaten. En dat die dossiers uit een klein Amsterdams binnenstadziekenhuis zeventig jaar later van grote waarde zouden zijn voor kinderen aan de andere kant van de wereld.

Ondervoeding van de moeder heeft blijvende gevolgen voor het kind in haar buik, dat was wat Roseboom met behulp van de dossiers wist aan te tonen. Ze zocht de baby’s uit de kaartenbakken weer op: achthonderd mannen en vrouwen, geboren tijdens of vlak na de Hongerwinter, de barre maanden waarin het noorden en westen van Nederland moesten zien te overleven op een paar aardappelen, wat brood en suikerbieten. De honger die zij al voor hun geboorte, in de buik van hun moeder, hadden doorstaan, bleek zijn sporen te hebben nagelaten. Ze hadden op volwassen leeftijd vaker diabetes, hart- en vaatziekten, long- en nierziekten en depressieve klachten en vrouwen kregen vaker borstkanker.

Je bent wat je moeder eet

Je bent wat je moeder eet, dat was de samenvatting die Roseboom gaf toen ze in 2000 aan het Amsterdamse AMC op haar onderzoek promoveerde. Chronische ziekten lijken voor een deel te ontstaan in de baarmoeder. Als de moeder te weinig voedingsstoffen binnenkrijgt, ontbreekt het haar ongeboren kind aan bouwstenen voor de aanleg van organen. En als het brein van het kind zich onder karige omstandigheden moet ontwikkelen, worden hersensystemen permanent bijgesteld. Het is cruciale informatie voor al die zwangere vrouwen elders in de wereld die niet genoeg te eten hebben. Die net als alle aanstaande moeders hopen op een goede toekomst voor hun kind en niet beseffen dat ze, om dat te verwezenlijken, heel goed voor zichzelf moeten zorgen.

Daarom werkt Roseboom nu samen met de Gates Foundation en heeft ze haar (geanonimiseerde) onderzoeksgegevens gedeeld met een internationale databank waarin gegevens over de groei, de ontwikkeling en de gezondheid van kinderen wereldwijd worden verzameld. Doel is om te achterhalen welke maatregelen in een jong leven het meest van nut zijn. ‘Als een mensenleven zo wordt beïnvloed door de eerste paar maanden, dan moet daar veel meer aandacht naar uitgaan’, zegt Roseboom. ‘Zodat kinderen niet beginnen met een achterstand die amper in te halen is.’

‘Een natuurlijk experiment’, dat is de eigenaardige term die wetenschappers gebruiken voor onderzoek naar de gevolgen van een hongersnood. Wat gebrek aan voedsel op de lange termijn met een mens doet, is immers lastig op afroep te bestuderen, wat honger aanricht bij een nog ongeboren kind al helemaal niet. De 19de-eeuwse misoogsten in Zweden en Finland, het beleg van Leningrad door Duitse troepen, voedselschaarste in Gambia en Bangladesh en vooral De Grote Sprong Voorwaarts, de industrialisatiepolitiek van Mao die begin jaren zestig miljoenen Chinezen de hongerdood indreef: het zijn historische drama’s die wetenschappers een schat aan informatie hebben opgeleverd.

Hongerwinter-baby’s kampen met fysieke en psychologische klachten

Maar geen enkele wetenschapper had zulke gedetailleerde informatie als Tessa Roseboom, die zich kon baseren op de dossiers die decennialang bewaard waren gebleven op de zolder van een ziekenhuis. Nergens ter wereld is de honger zo goed gedocumenteerd als in die dossiers en de registers waren ook in die oorlogsjaren zo nauwkeurig dat vijftig jaar later bijna alle baby’s van toen konden worden opgespoord. Daar kwam bij, vertelt ze lachend, dat alle betrokkenen erg graag meededen. ‘Ze behoren tot een bijzondere groep, dat hebben wij ze heel goed duidelijk gemaakt.’

Toen Amerikaanse onderzoekers een paar jaar geleden in het vakblad Annual Review of Public Health alle studies op een rij zetten, ontdekten ze dat de resultaten van het Hongerwinter-onderzoek ook opgaan in andere regio’s en in andere periodes. Opmerkelijk, zegt Roseboom, omdat de omstandigheden in die onderzoeken verschilden. De Hongerwinter-baby’s zijn na de slechte start in de buik van hun moeder opgegroeid in welvaart, maar zij kampen, eenmaal volwassen, net zo goed met de fysieke en psychische gevolgen als kinderen uit China en Bangladesh die ook later, in hun kinderjaren, nog honger hebben gekend. Dat maakt het bewijs alleen maar sterker, denkt ze: het is de periode in de baarmoeder die een fundament legt voor het leven.

Bekijk hier de indrukwekkende documentatie over zwangerschappen in de Tweede Wereldoorlog

Kleinere hersenen

En dan gaat het niet alleen om lichamelijke ziekten. Na haar promotie-onderzoek, dat ze overal ter wereld mocht komen toelichten, liet Roseboom de Hongerwinter-kinderen niet meer los. Samen met epidemioloog Susanne de Rooij liet ze mri-scans van hun hersenen maken en zo ontdekten ze iets bijzonders: de mannen in de groep hadden een kleiner hersenvolume. De schaarste in de eerste periode van hun leven heeft op hun brein een stempel gedrukt, dat 68 jaar later nog zichtbaar is, schreven ze twee jaar geleden in het vakblad Brain. Bij vrouwen werd dat verschil niet gevonden, mogelijk vanwege de hogere sterfte in die groep: zij bereikten lang niet allemaal de leeftijd waarop de hersenproblemen werden vastgesteld.

Dat de Hongerwinter-mannen, in de naoorloogse generatie meestal kostwinner, het cognitief slechter deden, bleek belangrijke economische gevolgen te hebben. Toen economen van de Amsterdamse VU 55 jaar na het einde van de oorlog de positie van de Hongerwinter-kinderen op de arbeidsmarkt onderzochten, ontdekten ze dat hun kans op een betaalde baan geringer was. Dat was vooral het geval als ze in de eerste maanden van hun leven, in de periode dat de hersenen worden aangelegd, aan ondervoeding waren blootgesteld.

1000 dagen: dat is de cruciale periode

Een slechtere gezondheid, meer mentale problemen, vroegtijdig overlijden én een economische achterstand: het zijn puzzelstukjes die pas de laatste jaren bijeen zijn gevoegd, constateert Roseboom. En nu de puzzel is gelegd, wordt opeens de boodschap duidelijk: investeren in een gezonde start voor kinderen is niet alleen moreel gezien juist, maar ook uit financieel oogpunt verstandig. ‘Gebrekkige kinderen veroorzaken in de toekomst gebrekkige economieën’, zei Akinwumi Adesina, president van de Afrikaanse Ontwikkelingsbank in het laatste Global Nutrition Report, een jaarlijks rapport over ondervoeding dat wordt opgesteld door een onafhankelijke internationale denktank.

Het is een les waar veel ontwikkelingsorganisaties heel lang overheen hebben gekeken, schrijft Wall Street Journal-correspondent Roger Thurow in zijn boek The First 1000 Days. Het draaide in de wereld van het ontwikkelingswerk vooral om het uitbannen van ziektes, om vaccinaties, om onderwijs voor kinderen, aldus Thurow. De invloed van goede voeding voor en vlak na de geboorte werd lang veronachtzaamd: ‘Daardoor hebben te veel kinderen een rottige start gehad.’

Het zijn wetenschappers als Roseboom die het belang van goede voeding op de agenda hebben gezet. Ze weet niet meer in hoeveel landen ze de afgelopen jaren is geweest om haar verhaal te vertellen, maar de boodschap is aangekomen, zegt ze. Twee jaar geleden zei Jim Yong Kim, president van de Wereldbank, op een internationaal congres dat investeringen in de hersenen van jonge kinderen belangrijker zijn dan geld voor wegen, bruggen en elektriciteit. Hij sprak over de ‘infrastructuur van de grijze stof’: het prilste begin is bepalend voor de loop van een kinderleven, het vermogen om te groeien, leren en werken. Gelijke kansen voor iedereen, is een lege slogan, zei hij, als zoveel kinderen onvolgroeid ter wereld komen.

‘Duizend dagen’, dat is nu de nieuwe formule: negen maanden zwangerschap plus de eerste twee jaar van een kinderleven. Gaat het mis in die periode, dan zijn de gevolgen voor de gezondheid, de hersenontwikkeling, de intelligentie en dus de productiviteit, het inkomen én het geluk van een kind onherroepelijk. ‘Als we de toekomst willen vormen, de wereld echt willen verbeteren, dan hebben we daarvoor duizend dagen, moeder voor moeder, kind voor kind’, schrijft Thurow in zijn boek, waarvoor hij door vier continenten reisde. De getallen in de rapporten zijn duizelingwekkend: bijna een op de vier kinderen onder de 5 jaar kent gebreken, fysiek, cognitief of allebei. Dat zijn er 155miljoen wereldwijd, aldus het laatste Global Nutrition Report. De opbeurende boodschap: investeer 1 dollar en je krijgt er op termijn 16 voor terug. Want een kind dat goed gevoed ter wereld komt en in zijn eerste jaren genoeg te eten heeft, doet het beter op school, ontworstelt zich vaker aan de armoede, verdient later meer en is minder vaak ziek. Een paar jaar geleden heeft een groep internationale experts de organisatie 1000Days opgericht, die zich, met steun van onder meer de Amerikaanse overheid en de Gates Foundation, overal ter wereld sterk maakt voor betere voeding bij de start van het leven.

De prijs die met ondervoeding wordt betaald, is voor een belangrijk deel onmeetbaar

Roseboom, vier jaar geleden aan het AMC benoemd tot hoogleraar vroege ontwikkeling en gezondheid, komt dit jaar met een boek over de eerste duizend dagen. Ze heeft een internationale onderzoeksgroep opgezet, waar wordt bestudeerd hoe de omgeving van een kind in de baarmoeder de groei en ontwikkeling beïnvloedt, en welke gevolgen dat heeft voor de gezondheid. De kennis die ze opdoet, wil ze vertalen in zorg en advies voor zwangere vrouwen in ontwikkelde én ontwikkelingslanden.

De prijs die met ondervoeding wordt betaald, is voor een belangrijk deel onmeetbaar, schrijft Thurow in zijn boek. Wat had een kind allemaal voor de wereld kunnen betekenen als het niet onvolgroeid ter wereld was gekomen? ‘Een gedicht dat niet wordt geschreven, een lied dat niet wordt gezongen, een gebouw dat niet wordt ontworpen, een geneesmiddel dat niet wordt ontdekt, een horizon die niet wordt verkend.’