Elf miljard bewoners, dat kan de planeet niet aan

Door:  Peter Wierenga  

Foto's: Jiri Büller  

De Australische hoogleraar bio-ethiek Peter Singer, bekend geworden als godfather van de dierenrechten, wil af van het taboe op praten over overbevolking. ‘Het gaat de verkeerde kant op. Ik maak me echt zorgen.’

‘Ho ho, ik ben een aardige man’, protesteert ­Peter Singer (71), als hem gevraagd wordt om vanonder zijn hood (capuchon) over zijn schouder te kijken, voor de foto. De Australiër, een van de invloedrijkste filosofen van onze tijd en hoogleraar bio-ethiek aan de bekende universiteit van Princeton, vindt zijn imago al controversieel genoeg. Als godfather van de dierenrechten heeft hij een grote schare fans en vijanden gekweekt. Maar Singer zelf wijst gewelddadig protest af, omdat dit de in zijn ogen superieure morele positie van dierenactivisten ondermijnt. Liever geen boze rapperspose dus.

Iets anders is de confrontatie: die heeft hij nooit geschuwd. ‘Ik vind dat elk taboe bespreekbaar moet zijn, mits de discussie op beschaafde wijze plaatsvindt, op basis van argumenten.’ Precies daarom is Singer nu in Nijmegen, voor een lezing aan de Radboud Universiteit over een voor hem nieuw thema: hij wil het taboe doorbreken om het te hebben over overbevolking. Pikanter nog: dreigende overbevolking in ontwikkelingslanden. Vrienden wezen hem op dit ‘onderbelichte’ probleem en vorig jaar kwamen de VN met nieuwe, hogere ramingen van de bevolkingsgroei tot het jaar 2100. ‘We moeten dat opnieuw durven bespreken, want het gaat de verkeerde kant op. Ik maak me echt zorgen.’

In een Indiaas restaurant, waar de rustig formulerende denker voor een – uiteraard – vegetarische curry kiest, bespreken we zijn nieuwe missie.

Wacht eens even, wanneer spreken we eigenlijk van ‘overbevolking’?

‘Goed punt. Als het kan, probeer ik die term te vermijden, omdat het woord ‘over’ al een oordeel inhoudt. Waar het mij om gaat, is de enorme groei van de wereldbevolking tussen nu en het jaar 2100, volgens de laatste berekeningen van de Verenigde Naties: elf miljard zielen zal de aarde dan tellen. De vraag is of de planeet – en niet te vergeten het klimaat – die groei wel aankan, en dat geldt zeker voor ontwikkelingslanden.’

Kolonialisme, zullen uw criticasters roepen, of zelfs racisme! Wie zijn wij westerlingen om de Afrikanen en Aziaten te vertellen dat ze maar wat minder baby’s moeten krijgen? Onze ecologische voetafdruk is vier tot vijf keer zo groot.‘Toegegeven: eigenlijk zouden juist de Verenigde Staten, die naar verwachting van zo’n 325 naar zo’n 450 miljoen inwoners gaan groeien, pas op de plaats moeten maken, gezien het enorme beslag dat iedere individuele Amerikaan legt op het milieu.

Overbevolking is een taboe geworden door een bizarre coalitie van het Vaticaan en het radicale feministe

‘Maar neem een land als Nigeria: dat zal tegen het einde van deze eeuw het derde land van de wereld zijn in aantal inwoners: 794 miljoen, volgens de laatste berekeningen van de VN. In sommige landen in Afrika beneden de Sahara, zoals Angola, Burundi en Somalië, zal het aantal stervelingen zelfs vervijfvoudigen. Dat betekent dat je dus ook vijf keer zoveel scholen, ziekenhuizen, banen enzovoort nodig hebt. Het continent Afrika komt tegen het einde van de eeuw met ruim vier miljard inwoners op vrijwel gelijke hoogte met Azië.

‘Stel dat dit ook nog eens gepaard gaat met economische groei, alleen zonder dezelfde mate van technologische vernieuwing en energie-innovatie zoals we die nu in het Westen zien, maar met bijvoorbeeld enorme massa’s steenkool – dan is die extra druk op de planeet niet meer verwaarloosbaar.’

Bent u geen doemdenker? U haalt in uw lezing Paul Ehrlichs boek The Population Bomb uit 1968 aan, een onheilsprofetie van armageddonachtige proporties. Maar we weten dat bijna niets van die voorspelde ellende, zoals massasterfte in vele landen, werkelijkheid is geworden.

‘Dat is waar, de explosie waarvoor Ehrlich waarschuwde, is uitgebleven. Het tempo lag toen op een verdubbeling van de wereldpopulatie eens in de 35 jaar, dat is in de tussentijd afgezwakt tot eens in de 60 jaar. Maar zijn boek en de discussie die het veroorzaakte, hebben landen als China en in mindere mate India ertoe bewogen maatregelen te nemen, zoals de eenkindpolitiek. Overheden namen het thema serieus.

‘Vervolgens is overbevolking in de ­jaren negentig een taboe geworden, door een bizarre coalitie van enerzijds het Vaticaan, dat altijd al tegen anticonceptie en geboortebeperking is geweest, en anderzijds radicale feministen, die voorrang gaven aan de vrijheid van de vrouw om zelf uit maken hoeveel kinderen ze krijgt. De overheid moest zich er zo min mogelijk mee bemoeien.’

Op zichzelf niet zo’n gek standpunt toch, dat de vrouw baas is in eigen buik?

‘Op het individuele niveau hadden deze feministen uiteraard een punt, namelijk dat gezinsplanning een recht is van de vrouw, maar op collectief niveau leidt dit tot problemen die ze vergeten mee te nemen in hun afweging, namelijk dat een toename van het aantal jonge kinderen ook zorgt voor de noodzaak van meer scholen, ziekenhuizen, banen en ga zo maar door.

‘Bovendien, als een land relatief veel baby’s en jonge kinderen in de bevolkingsopbouw telt, leidt dat economisch gezien tot een kostenpost, omdat deze groep nog afhankelijk is van hun ouders en niet zelfstandig kan bijdragen aan de economie. Overigens is dit vergelijkbaar met het probleem van veel ontwikkelde landen, namelijk de vergrijzing, die juist een groot aantal afhankelijke ouderen met zich meebrengt.’

Ook onderschatte Ehrlich het vermogen van de mens om nieuwe technologie te scheppen. Wetenschappers als Nobelprijs­-winnaar Norman Berlaugh zorgden met verbetering van rijstgewassen, de zogeheten Green Revolution, voor een enorme toename in de voedselproductie.

‘Het is waar dat Ehrlich ernaast zat. Hij overschatte de bevolkingsgroei en onderschatte de impact van toekomstige technologie.’

Mensen die vroeger uit ­armoede alleen rijst en linzen aten, consumeren nu meer vlees

Vanwaar dan toch uw bezorgdheid? Zal innovatie ons niet opnieuw uit de brand helpen?

‘Het grote verschil met toen is klimaatverandering. En het is helaas niet zo dat meer welvaart betekent dat de druk op de leefomgeving vermindert: terwijl er in de westerse wereld steeds meer vegetariërs zijn, neemt bijvoorbeeld in India hun aantal af door de toegenomen rijkdom. De hindoeïstische priesterkaste eet om geloofsredenen nog steeds geen dieren, maar de mensen die vroeger uit ­armoede alleen rijst en linzen aten, consumeren nu meer vlees. Jazeker, er zijn veelbelovende initiatieven, zoals kweekvlees, waar helemaal geen dieren aan te pas komen. Maar veel is toekomst­muziek, terwijl die toename van wereldbewoners nu al gaande is.’

Bent u meer een wetenschapper of een activist?

‘Ik ben beide.’

Is dat wel mogelijk? Als hoogleraar wordt u toch geacht zo objectief mogelijk te zijn, terwijl u aan de andere kant dierenrechten-organisties actief steunt.

‘Ik erken dat het moeilijk kan zijn, maar als ik college geef, eis ik altijd van mijn studenten dat ze ook het werk van mijn tegenstanders lezen.’

En bent u een pessimist of een optimist?

‘Over het algemeen ben ik een optimist: kijk alleen al naar de statistieken over de wereldwijde afname van extreme armoede, van kindersterfte, van allerlei ziekten. En zelfs van geweld: er is tegenwoordig veel minder misdaad dan in de jaren zeventig en tachtig. Ik weet nog dat in New York excursies werden georganiseerd door het noordelijke deel van Central Park, met gewapende begeleiders – dat werd anders te gevaarlijk geacht, zeker voor witte mensen. Nu picknicken hele families daar!’

Tussen het eten door grijpt Singer herhaaldelijk naar zijn blauw-witte zakdoek, om zijn neus te snuiten. ‘Een verhoudheid opgelopen in het vliegtuig’, verontschuldigt hij zich. Het is een lange reis vanuit zijn thuisland naar Europa, met stops in Londen, Parijs en vlak hiervoor Brussel. Daar woonde hij een congres bij van de nieuwe partij DierAnimal, zusterpartij van de Nederlandse Partij voor de Dieren. ‘Door de Belgische kiesdrempel zal het nog niet zo eenvoudig zijn om in het parlement te komen, maar ze slagen er zo wel in om dierenrechten op de kaart te zetten.’

Ik kreeg een knop onder mijn bureau om de bewakers te waarschuwen

Vlieguren maken zit in zijn dna: het ene semester geeft hij les in Australië, het land waar zijn Joodse ouders eind jaren dertig naartoe emigreerden vanuit Oostenrijk, wegens het toenemende antisemitisme. Het andere semester ­doceert hij in de VS aan Princeton. Dat hij daar eind vorige eeuw werd aangesteld, was trouwens geen sinecure. Toen Singers opvattingen over abortus en euthanasie bekend werden (hij is vóór legalisering van beide) weigerde de miljardair Steve Forbes, op dat moment in de race om de Republikeinse presidentskandidaat te worden, nog langer te doneren aan zijn alma mater. Erger nog, het ­regende doodsbedreigingen. Serieuze, vertelt Singer. ‘Ik kreeg een knop onder mijn bureau om de bewakers te waarschuwen en pakketjes die voor mij bezorgd werden, gingen eerst door een speciale scanner.’

Toch is hij er altijd met plezier blijven werken, hij houdt van het intellectuele klimaat, ondanks wat hij beschouwt als de uitwassen van de vrije markt: ‘In Princeton zie je oproepen aan vrouwelijke studenten om hun eicellen te verkopen voor tienduizenden dollars, als een soort garantie op slimme kinderen, ongelooflijk.’ Ook werkte hij eerder al in New York aan zijn klassieker Animal Liberation (1975), het boek dat hem wereldwijd op de kaart zette en inspiratiebron werd voor het ontluikende dierenactivisme.

Kort door de bocht had Singer een ­revolutionaire ingeving. Hij breidde de centrale these van de filosofische school van het utilitarisme, namelijk dat je moet streven naar zo veel mogelijk geluk voor zo veel mogelijk mensen, uit naar andere levende wezens: de dieren. Maak je je alleen druk om het lijden van mensen, dan maak je je schuldig aan speciesisme: het ten onrechte bevoordelen van de ene soort boven de andere.

Maar waar ligt de grens? Insecten, plankton, bacteriën: allemaal levende wezens.

‘Zeker, maar waar het mij om gaat is om het lijden in de wereld te minimaliseren. En dus trek ik de grens bij dieren die het vermogen hebben om pijn te ervaren. Dat gaat meestal gepaard met een ­zenuwstelsel: alle gewervelde dieren horen er dus bij. Maar er zijn ook voorbeelden van andere soorten die in aanmerking komen. Ik denk dat het debat in de toekomst bijvoorbeeld ook over insecten zal gaan. Of neem inktvissen: die vertonen wel degelijk tekenen van intelligentie. Maar een oester? Die zit op een steen en beweegt zijn mond af en toe, meer niet.’ (Lacht.)

U noemt biodiversiteit ook als een van de redenen om de bevolkingsgroei af te remmen. Is ook dat niet een elitair standpunt? Wij Europeanen willen graag op safari, voor sommige Afrikanen is het eten of verkopen van bush meat bittere noodzaak.

‘Ja, je zou kunnen zeggen dat wij het recht niet hebben om ze erop aan te spreken, omdat wij alle grote wilde dieren in onze eigen streken allang uitgeroeid hebben. Maar je maakt een denkfout door te veronderstellen dat het overleven van diersoorten, het bestaan van biodiversiteit, alleen in westers belang is: dit is het erfgoed van de hele wereld, van alle toekomstige generaties.’

Een failed state als Somalië, daar hoeven we het voorlopig niet over te hebben

Is het probleem niet veel te groot voor individuen? Die haken af, of steken hun kop in het zand, net als bij klimaatverandering: wat kan ik eraan doen?

‘Als individu kun je verrassend veel bijdragen aan de oplossing van problemen. Zoals het uitbannen van extreme armoede, waarover ik schrijf in mijn boek The Life You Can Save. Met donaties die relatief weinig afbreuk doen aan je eigen bestedingsruimte, kun je een groot verschil maken (Singer zegt ‘bijna eenderde’ van zijn inkomen naar goede doelen over te maken.). Ik snap dat dit voor het probleem van overbevolking en ­klimaatverandering anders ligt: dat is veel complexer, daar heb je overheden voor nodig.’

Dat wordt lastig: nogal wat Afrikaanse landen staan niet bekend om hun goede bestuur.

‘Oké, een failed state als Somalië, daar hoeven we het voorlopig niet over te hebben. Maar er zijn ook landen waar ik verwacht dat we dit debat wel met vrucht kunnen voeren, temeer omdat ook Afrikaanse intellectuelen vraag­tekens zetten bij de snelle bevolkingsgroei in hun regio en zich zorgen maken over wat dat betekent voor de toekomst van hun samenlevingen.’

En aan wat voor praktische oplossingen tegen overbevolking denkt u?

‘Voor het praktische deel werk ik samen met Frances Kissling, een Amerikaanse wetenschapper en activist. Zij heeft meer ervaring met dat deel, bij allerlei organisaties die zich inzetten voor de ­reproductieve rechten van vrouwen, in de VS, maar ook in de rest van de wereld.’

Jullie idee betekent dat je ook een mentaliteitsverandering moet bewerkstelligen, want kinderen worden in sommige landen gezien als een teken van status.

‘Dat is waar, zo vullen sommige mensen in onderzoeken in bij de vraag hoeveel kinderen ze willen: as many as God gives me. Maar er is meer mogelijk dan je denkt. Een van de beleidsmaatregelen die wij voorstaan, is het stimuleren van onderwijs voor meisjes. Uit onderzoeken blijkt dat hoe beter vrouwen geschoold zijn, hoe minder kinderen ze krijgen. In dat soort oplossingen moeten we het zoeken.’

Denkt u bijvoorbeeld aan een vrijwillige eenkindpolitiek?

‘Ervan uitgaande dat we het hebben over landen met een hoog geboortecijfer dat het moeilijk maakt armoede te bestrijden en de druk op het leefmilieu te verminderen, denk ik dat een een- of tweekinderenpolitiek meer kans van slagen heeft dan een strikte eenkind­politiek. Vrijwillig ja, maar met alleen propaganda kom je er niet: je zult ook met drukmiddelen en positieve prikkels moeten komen.’

Ik heb mijn hoop gevestigd op China en Europa, die een tandje bij lijken te zetten. In de VS is de klok weer teruggedraaid met Donald Trump

Zoals overheidssubsidies voor vrijwillige sterilisatie?

‘Subsidies om het aantal kinderen dat vrouwen krijgen te beperken, zijn zeker een optie. Dat kan verschillende vormen aannemen. Vrijwillige sterilisatie is één daarvan, mits deze daadwerkelijk vrijwillig is en deelnemende vrouwen adequaat zijn voorgelicht en begeleid. Maar over het algemeen geef ik de voorkeur aan anticonceptiemiddelen die omkeerbaar zijn, omdat die het aantal geboorten beperken en vrouwen intussen alle opties open houden.’

U zei eerder dat u een optimist bent. Maar vast niet op alle fronten.

‘Nou, er is wel een ding waarover ik veel minder positief ben, en dat is klimaatverandering. Ik heb mijn hoop gevestigd op China en Europa, die een tandje bij lijken te zetten – in de trein hiernaartoe vielen me de vele windmolens op, mooi om te zien. Maar in de VS is de klok weer teruggedraaid met de verkiezing van Donald Trump.’

Over rechts-populisten gesproken: is uw waarschuwing voor overbevolking niet koren op hun molen? Zij zullen zeggen: zie je wel, al die baby’s die geboren worden in ontwikkelingslanden, straks komen er miljoenen vluchtelingen deze kant op...

‘Dat je als samenleving open staat voor mensen die op de vlucht zijn voor oorlog, daar ben ik uiteraard voor. De vraag of er in de toekomst wellicht meer migranten naar Europa willen komen om economische redenen, is een heel andere kwestie – alleen gebruiken populisten dit om kiezers angst aan te jagen. Maar dat is juist een reden om actie te ondernemen: als we niets doen aan de dreigende overbevolking, wordt het standpunt van populisten straks bijna onweerstaanbaar. Dat is het laatste wat je wilt.’