Sterke boerenkool of tropische ui? Dit 'plantenziekenhuis' helpt Afrika aan weerbare groenten

Door:  Pieter Hotse Smit  

Foto's: Jiri Büller  

Nederlandse zaadbedrijven doen goede zaken in Afrika. Voor zichzelf en ter verbetering van de voedselproductie aldaar. We nemen een kijkje in een ‘plantenziekenhuis’.

Als een konijn dat aan zijn oren wordt opgetild, is het jonge tomatenplantje dat Adriaan Verhage in de lucht houdt. Het onderstel is overduidelijk aangetast in de tot 35graden Celcius opgewarmde grond. De witte bultjes zijn het werk van het ‘wortelknobbelaaltje’, dat veel voorkomt in de warme Afrikaanse bodem en de wortels van planten aantast. Om mislukte oogsten daar te voorkomen, werkt fytopatholoog Verhage met zijn team aan een tomatenras dat ook bij een Afrikaanse grondtemperatuur van 35 graden resistent is tegen de door het aaltje veroorzaakte ziekte.

Welkom in ‘plantenziekenhuis’ van zaadbedrijf Rijk Zwaan in De Lier, waar ze door gewassenveredeling de landbouwopbrengst in Afrika naar een hoger niveau proberen te tillen. Door groentegewassen onder specifieke omstandigheden bloot te stellen aan ziekten, en de resistente plantjes vervolgens almaar met elkaar te kruisen, ontstaan daar sterkere groenterassen.

In veel Afrikaanse landen is grote behoefte aan rassen die veel opbrengen en resistent zijn tegen ziekten. Door de armere grond, maar ook door het gebruik van zaden die een veel lagere opbrengst hebben of niet zijn opgewassen tegen het klimaat, ligt de opbrengst in met name sub-Sahara Afrika veelal stukken lager dan in westerse landen. Met wereldwijd de grootste bevolkingsgroei in de komende decennia - en dus de toenemende voedselvraag - gaat dit in Afrika voor steeds grotere problemen zorgen.

Nederland domineert de groentezadenmarkt

Hier ligt een belangrijke taak voor Nederland. Met onder meer Enza Zaden en Bejo Zaden is familiebedrijf Rijk Zwaan een van de grootste wereldspelers op de groentezadenmarkt. De totale export ervan is de afgelopen jaren gestaag toegenomen, blijkt uit CBS-cijfers. Was de Nederlandse exportopbrengst van groentezaden in 2012 nog minder dan een miljard euro, in 2016 werd voor 1,3 miljard euro in het buitenland verkocht. De markt is voor grofweg 40 procent in handen van Nederlandse bedrijven. De grootste concurrentie komt uit Frankrijk, de Verenigde Staten en Japan.

Lange tijd gebruikten westerse zaadbedrijven de Afrikaanse grond alleen om gewassen te produceren voor andere markten. Ze hadden weinig oog voor gewassen die buiten de westerse wereld populair zijn. De laatste jaren is een kentering gaande. ‘Alle bedrijven zijn op de een of andere manier betrokken bij het helpen van lokale Afrikaanse boeren’, zegt Ido Verhagen, directeur van de Access to Seeds Index Foundation - dat in kaart brengt hoe actief zaadbedrijven in ontwikkelingslanden zijn.

Ze betraden de lokale markt eerst door bestaande rassen uit te testen in de Afrikaanse grond. Zo levert het Thais-Nederlandse bedrijf East-West Seed aan Afrikaanse boeren al jaren zaden die ze aanvankelijk voor de Aziatische markt had ontwikkeld. Bejo kreeg tien jaar geleden weleens een verzoek uit Afrika. ‘Dan keken we wat we in India op de plank hadden liggen’, zegt André Dekker van Bejo. ‘Met de vergelijkbare klimatologische omstandigheden paste dit vaak wel. Maar sinds vijf jaar werken we aan specifieke rassen voor de West-Afrikaanse markt.’

Bij Rijk Zwaan zijn ze in Oost-Afrika een stap verder. Tien jaar geleden werd in Tanzania een eigen veredelingsstation in gebruik genomen. Daar wordt door negentig medewerkers aan rassen gesleuteld voor de lokale markt. Vorig jaar zijn de eerste successen geboekt.

‘Voor Afrikaanse aubergines, habaneropepers en speciale tomaten hebben we rassen doorontwikkeld, zodat ze daar veel beter groeien’, zegt projectmanager Heleen Bos, die fytopatholoog Verhage vergezelt door het plantenziekenhuis van Rijk Zwaan. ‘Binnenkort komt daar een sterker ras bij van de in Afrika populaire sukuma wiki - een soort boerenkool.’

Bejo werkt in Senegal nu ook aan een veredelingsstation. Vanaf 2019 willen ze van daaruit de West-Afrikaanse markt bedienen met op de regio afgestemde groentezaden, voor onder meer tropische uien, tomaten en de populaire okra. Naast resistentie tegen allerlei ziekten, voldoen de Nederlandse zaden ook aan twee andere belangrijke eisen van de lokale boeren: een hogere opbrengst en sneller resultaat - zodat ze als eerste op de markt kunnen zijn.

Factor vijf

‘Het is echt geweldig om te zien wat een impact het heeft als een boer zijn opbrengst ineens met een factor vijf omhoog ziet gaan’, zegt Bos, die net terug is uit Tanzania. ‘Over dat soort cijfers hebben we het.’

Het blijft niet bij de ontwikkeling en verkoop van hoogwaardige zaden. Begeleiding van boeren blijkt essentieel. Zo participeert Rijk Zwaan in Tanzania in een tuinbouwschool en in het project Vegetable for All, waarbij ook de Rabobank en Wageningen Universiteit zijn betrokken. In 4,5 jaar worden vierduizend boeren getraind in het effectief verbouwen en oogsten van hun gewassen.

‘Veel basiskennis ontbreekt daar’, zegt Bos van Rijk Zwaan. ‘Met goede zaden alleen lukt het niet. We leren ze in het hele proces - van zaadje tot oogst - dat het ook anders kan dan hoe ze het van hun ouders hebben geleerd. Dat je bijvoorbeeld niet de hele akker onder water moet zetten, maar beter per plant kunt doseren.’

Ook bij Bejo merken ze dat veel begeleiding nodig is. ‘Je kunt onze uien in Senegal in het regenseizoen verbouwen, maar veel boeren zijn dit niet gewend en vinden het te riskant’, zegt Dekker. ‘Hierdoor blijft het land de helft van het jaar afhankelijk van importuien. Op onze proefvelden laten we zien dat dit niet hoeft.’

Neokolonialisme? ‘Ze willen gewoon goede gewassen’

Nederlandse bedrijven die met hun relatief dure zaden komen vertellen hoe het moet in Afrika, is dat geen neokolonialisme? ‘Dat verwijt hoor je alleen hier in Nederland’, zegt Verhagen van de Access to Seeds Index. ‘Afrikaanse boeren hoor ik er niet over als ik hun akkers bezoek. Ze willen gewoon goede gewassen. En als ze zien dat het werkt, dan zijn ze om.’

Van liefdadigheid is ook geen sprake, zegt Verhagen. ‘Dat zou niet goed zijn, want dan kun je er morgen ook zomaar mee stoppen.’ Dit zou in niemands belang zijn, want met de bevolkingsgroei op het continent zal de komende decennia ook het aantal boeren exponentieel stijgen. ‘Deze groeimarkt is de zaadbedrijven niet ontgaan.’

Bij Bejo erkennen ze dit, en bij Rijk Zwaan doen ze ook niet geheimzinnig over de verwachtingen in Afrika. ‘Natuurlijk voelen we ons ook verantwoordelijk voor de voedselzekerheid in de wereld’, zegt Bos van Rijk Zwaan. ‘En ja, er zit veel tijd en geld in, zonder snel resultaat. Maar we zijn een commercieel bedrijf, dat met 6 tot 16 jaar ontwikkelingstijd voor een nieuw ras weet hoe het is om geduldig te investeren. Zo is het ook in Afrika. Uiteindelijk kweken we daar onze klant van de toekomst.’