'Bananenrepubliek' Oeganda kweekt zijn eigen genetisch gemodificeerde banaan

Door:  Mark Schenkel  

Foto's: Sven Torfinn  

Oeganda is letterlijk een bananenrepubliek: nergens worden er meer gegeten. Om de explosief groeiende bevolking ermee te blijven voeden, werken lokale onderzoekers aan genetische modificatie. Wat het Westen er ook van vindt.

Moleculair bioloog Stephen Buah (42) draagt een witte doktersjas en witte latexhandschoenen. Met een ruk aan een zware zwarte hendel opent hij een zoemende koelmachine van 2 meter hoog. De rood oplichtende cijfertjes van de thermometer zeggen min 80. Tussen ijzige dampen en onder luid gekraak verschijnen tientallen reageerbuisjes en plastic doosjes met bevroren poeders.

‘We kijken naar de toekomst van de voedselvoorziening in Oeganda’, zegt Buah enthousiast. ‘Oeganda krijgt straks te eten uit deze ijskast.’

De monsters die Buah laat zien, zijn van de eerste genetisch gemodificeerde kookbananen in Oeganda. In een laboratorium op een weelderige heuvel net buiten de hoofdstad Kampala verrichten dertig onderzoekers pionierswerk. Te midden van microscopen, injectienaalden en allerhande meetapparatuur – en met beschermende brillen – werken ze op gezag van de overheid aan een banaan die de strijd aan kan met bodemuitputting, klimaatverandering en ziekten. Zodat Oeganda’s explosief groeiende bevolking genoeg te eten houdt.

Bananen zijn in grote delen van dit land van oudsher het hoofdvoedsel, en dan niet de gele, zoete bananen maar de groene, stevige kookbananen – matooke, in de lokale taal Luganda. De gemodificeerde bananen in het lab van Stephen Buah zijn dan ook matooke.

De Oegandese wet verbiedt nog de consumptie van genetisch gemodificeerd voedsel (gmo’s), maar de onderzoekers hier geloven heilig in een marktintroductie tegen het jaar 2021. ‘Banana 21’ heet hun project, getuige posters aan de muren.

‘Wij bouwen een superbanaan’, zegt Buah nadat hij zijn ijskast weer heeft dichtgedaan en op een computer scrolt door Excelbestanden met testresultaten. Opgetogen: ‘De analyses stemmen ons tevreden.’

De genetisch gemodificeerde bananen groeien op een plantage naast het laboratorium. Aan het hek rond de ongeveer achthonderd bananenplanten hangt een houten bord: ‘Alleen voor onderzoek. Niet voor voedsel of voeding.’ De planten komen voort uit opgekweekte kiemen met gemengde genen en cellen. Rijpe bananen worden geplukt, in stukjes gesneden, fijngestampt in vijzeltjes en gevriesdroogd bij min 196 graden in een lawaaierige machine. Daarna verdwijnen ze in de ijskast van Stephen Buah, voor ontdooiing en tests op een later moment.

Matooke

Oeganda is letterlijk een bananenrepubliek. Dag in, dag uit zie je zware trossen matooke op fietsen, minibusjes, trucks en boda boda’s, brommertaxi’s. In 2016 werd er 3,7 miljard kilo matooke geteelt, wat bij een bevolking van ruim 35 miljoen mensen – en overwegend binnenlands verbruik – neerkomt op zo'n 100 kilo per persoon.

Matooke wordt gekookt, geprakt en dampend opgediend in een paarsige saus van aardnoten. ‘Ik eet elke dag matooke’, zegt de 60-jarige Tom Kayanja in een voorstad van Kampala. ‘lk moet sinds mijn jeugd wel een vrachtwagen vol hebben opgegeten, haha. Als ik iets anders eet dan matooke, voelt het alsof ik helemaal niet eet.’

Een luchtige lokale krant heet Matooke Republic (‘vers gepelde info’). De Tanzaniaanse cartoonist Gado beeldt in de weekkrant The EastAfrican Oeganda steevast af als een vrouw met op haar hoofd een tros bananen. Ontdekkingsreiziger Henry Morton Stanley kreeg op 5 april 1875 als welkomstgeschenk honderd trossen bananen van de koning van Buganda, het vorstendom dat het hart ging vormen van hedendaags Oeganda. In zijn reisverslag Through the dark continent bejubelt Stanley ‘een weelderig land van zonneschijn, en overvloed’.

Ook bijna honderdvijftig jaar later oogt Oeganda nog als een land van ‘onuitputtelijke vruchtbaarheid’, maar de 80-jarige Ephransa Nakirijja vertelt een ander verhaal. Zij werd geboren dertig jaar na het bezoek van Winston Churchill aan Kampala, dat hij in My African Journey vol verwondering beschreef als een stad die ‘is bedekt door de bladeren van ontelbare bananenplantages’.

Groene schillen

Nakirijja leeft even buiten Kampala en bezit ook een bananenplantage. Haar varkens wroeten in hun houten stalletje in de groene schillen van de matooke die ze gisteren heeft gegeten. Maar, peinst Nakirijja in de schaduw van ruisende en suizende bananenbladeren, bij 40 graden: ‘De grond hier was vroeger vruchtbaarder. De regens waren minder grillig. Er was ook minder bananenziekte.’ Onder haar voeten kraken verdorde, bruine bladeren.

Ephransa Nakirijja schuifelt op haar blauwe slippers en in haar rok met roodwit-geblokt schort naar een hoger gelegen plek van haar bananenplantage en wijst met haar houten wandelstok naar de vele huisjes van baksteen en golfplaat in de verte. Nakirijja kreeg zelf acht kinderen. Ze zegt: ‘Daar in de vallei woonden vroeger maar een paar mensen. Er was een woud, ik hoorde de jachthonden die uit waren op eetbare ratten en impala’s.’ (De impala is de antilope die via een taalverbastering leidde tot de naam Kampala voor de hoofdstad van Oeganda.)

Oeganda kan volgens de VN in 2050 105 miljoen inwoners tellen – bijna drie keer zo veel als nu. Voor het jaar 2100 projecteren de VN zelfs 213 miljoen Oegandezen. Naar een antwoord voor de toekomstige voedselvoorziening van dit bananengekke land wordt gezocht in het laboratorium van Stephen Buah en zijn collega’s.

Wetenschappers brengen de opmars van sommige infecties in bananenplanten in verband met klimaatverandering. Menselijke activiteiten putten bovendien bodems uit en gaan ten koste van vegetatie. Het laboratorium is van Oeganda’s National Agricultural Research Organization, NARO. De onderzoeks­instantie werkt bij het bananenprogramma samen met onder meer de Queensland University of Technology in Australië. Financiering komt van de Bill & Melinda Gates Foundation.

Priver Namanya (47) is biotechnoloog en een collega van Stephen Buah. Ze is al net zo bevlogen over bananen. Op gele slippers en in een witte stofjas over haar beige-groene bloemetjesjurk geeft Namanya een rondleiding door broedkamers met tientallen glazen potjes vol cellen voor gemodificeerde matooke. ‘Mijn baby’s’, noemt Namanya de cellen. ‘Ik ben trots dat ik ze heb geproduceerd, ik doe dit voor de toekomst van mijn land.’

Namanya verklaart wat volgens haar het voordeel is van genetische modificatie ten opzichte van het ‘conventioneel’ kruisen van bananen. ‘Conventioneel’ kruisen behelst het mengen van genen van bananensoorten langs volledig natuurlijke weg. Dit kan best soorten opleveren die beter bestand zijn tegen veelvoorkomende plagen zoals bacteriële infecties of snuitkevers, de zwarte insecten die bananenplanten aanvreten.

Maar kruisen is een moeizaam proces, waarbij het uiteindelijk een kwestie van geluk is of Moeder Natuur reageert zoals gehoopt. Resistentie tegen infecties en snuitkevers wordt sneller bereikt door doelbewuste kruising van matooke met resistentie-genen van andere gewassen. ‘Met genetische modificatie ben je gericht bezig’, zegt Namanya. Ze vergelijkt het met het toedienen van een vaccinatieprik aan een kind.

De onderzoekers zijn er al in geslaagd om matooke te creëren met extra vitamine A, door gebruik te maken van het dna van mango’s. Vitamine A helpt bij de aanmaak van menselijke cellen en het vergroten van de fysieke weerstand. Dat is belangrijk in Oeganda, waar naar schatting drie op de tien kinderen lichamelijk onvolkomen opgroeien door gebrek aan sommige bouwstoffen – een gevolg van eenzijdige eetpatronen. Namanya: ‘Ik verplicht mijn kinderen thuis aan tafel altijd om eerst hun groente op te eten.’ Doen ze dat niet, dan mogen ze van Namanya vlees noch vis.

Maar de tests met gemodificeerde matooke tegen Zwarte Sigatoka zijn nog niet succesvol geweest, zegt Namanya. Zwarte Sigatoka is een schimmelziekte, herkenbaar aan het vergelen en afsterven van de bladeren van bananenplanten. Ook deze ziekte komt in Oeganda frequent voor. Namanya’s laboratorium heeft voorts een mandaat voor de ontwikkeling van matooke die beter bestand is tegen droogte. Maar ‘we hebben hier de benodigde techniek nog niet voor’.

President Museveni

Oeganda’s parlement stemde in oktober voor een wetswijziging die boeren en kwekers toegang geeft tot genetisch gemodificeerde plantenmaterialen. Maar in december stuurde president Yoweri Museveni het wetsontwerp terug voor verdere consultatie. Museveni wil verduidelijking van onder meer de grenzen aan modificatie en van patentrechten. Patenten zijn niet onbelangrijk: een draagkrachtige, commerciële matookekweker kan zich misschien wel de productiekosten van gemodificeerde bananen veroorloven, maar de meeste matooke in Oeganda wordt geteeld en gegeten door zelfvoorzienende inwoners.

Priver Namanya verwacht dat een nieuwe wet er uiteindelijk wel komt. Ze bespeurt praktische bezwaren bij Museveni, geen principiële. Museveni’s regering verschafte het oorspronkelijke mandaat aan Namanya en haar collega’s voor de ontwikkeling van genetisch gemodificeerde gewassen, waaronder trouwens ook cassave, net als bananen een veel gegeten voedsel.

Namanya is wel boos op organisaties die lobbyen tegen genetisch gemodificeerd voedsel. Ze wijzen op vermeende gezondheidsrisico’s en zijn ook actief in Oeganda, niet zelden met financiering uit Europa of Amerika. ‘Lelijke zelfzucht’, vormt volgens Namanya de drijfveer van westerse tegenstanders van de toepassing van gmo’s in bijvoorbeeld Afrika.

‘Het Westen heeft belang bij het voortbestaan van voedselschaarste in Afrika’, zegt Namanya in haar laboratorium. ‘Als er dan weer ergens in Afrika een voedseltekort is, kan het Westen ons eten sturen. Vergelijk het met Rusland, dat geweren en bommen verkoopt. Denk je dat Rusland niet blij is met oorlog in het Midden-Oosten?’

Jerome Kubiriba is ook verbolgen over westerse anti-gmo-lobby’s. Kubiriba is de hoogste baas hier, als leider van Oeganda’s Nationale Bananen Onderzoeksprogramma. In zijn kantoor wijst hij er net zoals Namanya op dat westerse landen voedselhulp sturen als er in Afrika hongersnood heerst. ‘Maar wat het Westen beter kan doen, is Afrika helpen zichzelf te leren voeden. Door steun te geven aan ontwikkeling en introductie van gmo’s.’

Jossy Kuta zou meteen gaan voor genetisch gemodificeerde matooke als hij de kans krijgt. Kuta (38) verbouwt matooke op 13 hectare grond, 50 kilometer ten noorden van Kampala. Zijn plantage ligt aan het einde van een lange, droge onverharde weg. Opstuivend stof kleurt de omzomende bomen koper. Dagarbeiders in een open laadtruck bedekken hun monden met zakdoeken terwijl ze langs een vrouw rijden op een fiets met gele jerrycans en op haar rug een ingesnoerde baby.

Kuta staat op zijn plantage tussen de driehonderd trossen matooke die hij vandaag voor verkoop aanbiedt. De trossen zijn gekapt door mannen met machetes en naar een centrale plek gedragen door vrouwen met hoofdkussentjes gemaakt van bananenbladeren. Zij rusten uit in de schaduw van de planten terwijl tussenhandelaren de waar inspecteren. Kuta toont intussen een bananenplant. Hij klopt op de bast en wijst naar een rooiige kleur: ‘Dat is een ziekte. De wortels worden aangetast.’

Kuta spuit bestrijdingsmiddelen, maar het echte antwoord is volgens hem gmo’s. Kuta volgt het debat en zegt dat hij gmo’s vertrouwt. Hij kweekt matooke als goede inkomstenbron naast zijn baan als medisch ingenieur in een ziekenhuis in Kampala. ‘Veel andere Oegandezen weten niks van gmo’s, of horen er desinformatie over’, zegt Kuta. ‘Sommige van de mensen hier op de plantage kunnen niet lezen. Ik heb thuis een computer, maar deze mensen hebben zelfs nog nooit een internetcafé bezocht.’

Als genetisch gemodificeerde matooke daadwerkelijk op de markt verschijnt, zal de smaak de belangrijkste voorwaarde voor succes zijn, benadrukt Kuta. ‘Zullen mensen het waarderen?’, vraagt hij. ‘Mensen hier eten altijd al matooke, ze zijn zeer kritisch.’

Minder lekker?

Geoffrey Ssendawula (40) koopt elf trossen matooke van Kuta. Er is keuze uit twee soorten: volledig onbewerkte, en matooke die langs natuurlijke weg is gekruist. Ssendawula: ‘Ik koop alleen de onbewerkte. De gekruiste is minder lekker, minder zoet.’ Oeganda’s tests met genetisch gemodificeerde matooke kent Ssendawula niet. Hij weet ook niet wat gmo’s zijn. Na uitleg betwijfelt hij of gemodificeerde matooke goed zal smaken. Maar, zegt hij: ‘We zullen wel moeten wennen aan andere smaken. In de toekomst moeten er veel meer mensen in Oeganda worden gevoed.’

In het bananenlaboratorium is Priver Namanya overtuigd van de lekkere smaak van haar futuristische matooke. Zeker weten kan ze dat niet. Consumptie is immers nog bij wet verboden. Ze mag haar eigen werk niet proeven. De opziener van de plantage bij het laboratorium noemt de matooke die hier groeit grinnikend ‘een verboden vrucht’.

Namanya en haar collega’s hielden onlangs wel een geurpanel met medewerkers en omwonenden van het lab. Vijftien mensen kregen hier in de bananenplantage gekookte, gemodificeerde matooke voorgeschoteld alsmede ‘gewone’ matooke. Ze mochten de bananen ook kneden. ‘Bijna iedereen beoordeelde de gemodificeerde als de beste’, zegt Namanya. Met de smaak ervan zal het dus ook wel goed zitten, meent ze. ‘Als we in de toekomst ook mogen proeven, zorg ik ervoor dat ik de eerste ben in Oeganda. Dit is een levenswerk.’