Een momentje...

Dit is hoeveel het klimaat ons kost

Nederland wil in 2030 49 procent minder koolstof­dioxide uitstoten. Maar hoeveel kost die 45 miljoen ton CO2-­vermindering? Dat hangt erg af van welke keuzes we maken. Bekijk hier wat de opties zijn, en wat die ons land kosten.

Technisch is veel moge­lijk om de jaarlijkse CO2-­uitstoot flink te verminderen. Met veel extra wind­molens, groot­scheepse woning­renovatie, onder­grondse CO2-­opslag en sluiting van kolen­centrales bereik je op papier het meest.

Maar de werke­lijke uitstoot­vermindering zal in veel gevallen lager uitpakken. Door politieke keuzes bij­voor­beeld, door maat­schap­pelijk verzet tegen wind­molens of doordat niet iedereen zuinige banden wil aan­schaffen. Het Plan­bureau voor de Leef­omgeving ziet de hier weer­gegeven besparingen daarom als daad­werkelijk haal­baar.

Deze maat­regelen tellen alleen niet alle­maal volledig mee voor het Neder­landse besparings­doel van 49 procent. Door de sterke verknoping van het Europese elek­tri­ci­teits­net­werk gaat de energie van groot­schalige parken met wind­molens en zonne­panelen bij­voor­beeld vaak naar het buiten­land. Ze tellen daarom hier maar voor circa één­tiende mee.

En wat kost dat? Dat hangt nogal van de maat­regel af: hoe verder naar links in het diagram, hoe duurder. En hoe lager, hoe kleiner de CO2-­besparing. Woning­renovatie levert wel veel op, maar vergt een relatief grote investering. Elek­trische personen­auto's en zuinige banden zorgen juist voor een kosten­besparing. Met lagere brand­stof­kosten win je de investering uit­einde­lijk terug.

Vooral bij de industrie zijn er kansen om de CO2-­uitstoot tegen relatief beperkte kosten te verlagen, omdat daar nog weinig dwingende regel­geving bestaat. Terwijl minstens één­zesde van de Neder­landse CO2-­uitstoot voor rekening van slechts twaalf bedrijven komt, zoals Shell, Tata Steel en kunst­mest­fabrikant Yara. Maar zij zijn natuur­lijk wel belang­rijk voor onze economie.

Oplossingen op het gebied van wonen en werken, zoals de renovatie van panden, zijn vaak veel duurder. Dat komt doordat in het verleden een­voudige maat­regelen als isolatie al groten­deels genomen zijn. En voor zoiets als stads­warmte moet je nieuwe pijpen en andere kost­bare infra­structuur aanleggen.

In het regeer­akkoord is afgesproken dat er een kilo­meter­heffing voor vracht­verkeer komt. Rekening­rijden voor persone­nauto’s zou nog veel meer CO2-­besparing opleveren, maar het kost ook meer. En het maat­schappelijk verzet is groot, een van de redenen dat ook dit kabinet er niet voor kiest. De regering wil wel dat alle nieuwe auto's straks elek­trisch zijn, dat alle kolen­centrales dicht gaan en dat een groot aantal woningen van het gas af gaat.

Daarnaast overlegden ruim honderd organi­saties uit diverse sectoren. In het Klimaat­akkoord doen zij voor­stellen die in 2030 moeten leiden tot een CO2-­reductie van 20 miljoen ton bij de elek­trici­teits­productie. De opwekking van her­nieuw­bare energie, vooral op zee, moet daarvoor ver­vijf­voudigen.

De industrie moet 14 miljoen ton besparen, onder andere door fossiele brand­stof­fen door schone stroom te vervangen. Recycling van duur­zamere grond­stoffen kan uit­einde­lijk een kostenbesparing opleveren. Terwijl de onder­grondse opslag van 7 miljoen ton CO2, die nodig is om in 2030 al vol­doende uit de lucht te houden, juist erg duur is.

In de vervoers­sector dragen investeringen in elek­trische auto's, bussen en loco­motieven niet alleen bij aan 7 miljoen ton CO2-besparing, maar leveren deze op termijn ook een kostenbesparing op. Voor vracht­vervoer zijn er meer technische obstakels, bio­brand­stof­fen moeten daar een tijde­lijke oplossing bieden.

Maar dat is niet genoeg om het doel te halen. Daarom zijn er ook duur­dere maat­regelen nodig. Zo moet in de gebouwde omgeving 3,5 miljoen ton CO2 bespaard worden door wijk voor wijk huizen en gebouwen goed te isoleren en duurzaam te verwarmen, met warmte­pompen of -netten. Daar­naast moet aardgas duurder en (schone) stroom goed­koper worden.

Door Mirjam Leunissen en Wendy van der Wauw
met dank aan Robert Koelemeijer (PBL)

Deel dit verhaal