De
verloren
generatie
van
China

Offers voor Mao
Zhiqing

Het was het grootste politieke experiment uit de menselijke geschiedenis: de verbanning van zeventien miljoen Chinese stadsjongeren naar het armoedige platteland zo’n vijftig jaar geleden. De nieuwe socialistische mensen van toen zijn nu zestigers, zoals Wang Li en Wang Xuefen en Mu Wei. Ze jagen hun jeugdherinneringen na, en ook erkenning voor hun verleden.

Tekst Marije Vlaskamp Fotografie Ruben Lundgren, Li Zhensheng en Jieqian Zhang Research en productie Grace Qi Video en montage Shang Ming, Marije Vlaskamp, Sebastiaan ter Burg Coördinatie Sasja Kooistra Design Wendy van der Wauw Code Hay Kranen

Op weg naar het Siberische platteland

De conducteur op de stoptrein K7109 is nieuwsgierig naar drie dames die oude zwartwitfoto’s bekijken en over Voorzitter Mao babbelen. Dit soort toeristen heeft hij vaker in zijn trein: zestigplussers die een nostalgisch uitstapje maken naar Chinees Siberië. Daar hebben ze als tieners op het platteland gewerkt. Hij bekijkt hun jeugdfoto’s: tengere stadsmeisjes in gevoerde legerjassen op ouderwetse tractors in de sneeuw. De vrouwen reageren opgetogen. ‘Fijn dat het hoge noorden ons niet is vergeten.’

Foto uit het archief van Wang Xuefen.

Achttien jaar oud waren Wang Li en Wang Xuefen, en Mu Wei was pas veertien toen ze in de trein stapten naar de Grote Noordelijke Wildernis, zoals Chinezen het onherbergzame gebied bij de Russische grens noemen. Het was 1968, het eerste jaar dat de staat alle stadsjongeren naar achtergebleven gebieden stuurde, om die te ontginnen voor de agrarische productie. Tien jaar lang ontkwam geen enkele scholier aan de heropvoeding door arme boeren, die ware socialisten zouden maken van de stadsjeugd. De scholieren zouden met hun kennis de beroerde levensomstandigheden in de dorpen verbeteren. Daarom werden deze tieners zhiqing genoemd, ‘opgeleide jeugd’.

Wang Li, Mu Wei en Wang Xuefen in de trein onderweg naar het Chinees-Russisch grensgebied waar ze hun jeugd doorbrachten.
Foto uit het archief van de drie dames

De propaganda stelde verhuizen naar het platteland als heldendaad voor. Zonder ouderlijk toezicht met leeftijdsgenoten revolutionair werk doen in idyllische korenvelden: Mu Wei (60) wilde het avontuur onder geen beding missen. Met veertien jaar was ze te jong, dus moest haar vader haar via zijn connecties op de lijst zhiqing laten zetten. Een kind naar het platteland sturen was een eer voor de hele familie, dus haar ouders deden dat graag. ‘Ik deelde gloeilampen uit de lampenfabriek waar mijn moeder werkte uit onder invloedrijke partijleden in de buurt. Voor een gratis lamp gaven ze me aanbevelingen voor een militaire boerderij onder leiding van het Volksbevrijdingsleger. Dat was de beste plek, want daar kreeg je een legerjas,’ vertelt Mu Wei. Ze stelde zich het boerenleven als ‘gezellig en comfortabel’ voor.

Mu Wei in het midden, in uniform, laat een foto zien uit haar zhiqing-tijd.

Mao gebruikte het platteland als dumpplaats voor politieke tegenstanders, zoals intellectuelen, gematigde hervormers en andere verliezers van de grimmige gevechten binnen de communistische partij. Van 1968 tot 1979 liet Mao onder de opgewekte slogan ‘De Bergen Op, de Dorpen In’ alle stadsjongeren verbannen. Zo liet Mao Zedong zijn politieke tegenstanders zien dat ze hem niet moesten proberen te dwarsbomen bij zijn radicale socialistische experimenten. Hij had zoveel macht dat hij met een enkele oproep de maatschappij totaal kon ontwrichten.

Alles wat de Voorzitter zei moest vrijwillig, met aan hysterie grenzend enthousiasme, worden uitgevoerd. Wie dat niet deed, kreeg problemen, zegt Wang Li (65). ‘In mijn flat was een familie die hun kind niet naar het platteland wilde sturen. Daar stonden partijleden dag en nacht voor de deur op trommels te slaan en rode liedjes te zingen. Wie niet voor die druk bezweek, kreeg bezoek op zijn werk en raakte zijn baan kwijt.’

De hele staatsbureaucratie stond in het teken van het zhiqing-beleid. Wang Li vertelt dat het razendsnel ging: ‘Je werd uitgeschreven bij de stedelijke bevolkingsadministratie, je kreeg een emaille waskom en de volgende dag vertrok je trein. Niemand wist wanneer je terugkwam. Die vragen stelde niemand. Iedereen was opgewonden over de revolutionaire taak.’

De avond voor haar vertrek zag ze wel dat haar moeder huilde. ‘Ik heb die tranen gewoon genegeerd. Achteraf vind ik mezelf een ijskoud kreng.’

WANG Li

Geboortejaar
1950
Geboorteplaats
Harbin
Politieke classificatie
Goed, dwz ‘rood’. Vader was fabrieksarbeider, moeder was kleermaakster. Actief in de Rode Garde.
zhiqing
Wang Li werd in 1968 naar de Militaire Productiebrigade in Zhaoguang gestuurd. Ze werd daar eerst lid van de Communistische Jeugdorganisatie en in 1971 lid van de Communistische Partij. In 1974 ging ze terug naar Harbin.
Loopbaan
Manager kwaliteitscontrole chemische fabriek tot haar pensionering.
Burgerlijke staat
Getrouwd, heeft een dochter en een kleinkind
‘Geen enkele Chinees is in die tijd ontkomen aan het trauma van tien jaar gewelddadige politieke campagnes die China aan het randje van de afgrond brachten’
Wang Xuefen laat foto’s uit de zhiqing-tijd zien.

‘Xi is onze man. We mogen ons geluid weer laten horen,’ zegt Wang Xuefen (65) in de trein op weg naar de plek waar ze als meisje werd heropgevoed. Deze curieuze vorm van toerisme is erg populair: zhiqing worden ouder en het verlangen terug te kijken op hun jeugd groeit. Als gepensioneerden hebben ze alle tijd voor zo’n terugblik: rijkere mensen rijden met hun SUV de afgelegen communes af, minder bemiddelde zhiqing gaan mee op een goedkoop busreisje van de special zhiqing-verenigingen. Overal in het Chinees-Russisch grensgebied komen groepjes oude zhiqing elkaar tegen, op vakantie naar hun verleden. Ze doen allemaal hetzelfde. Ze gaat naar de zwarte akkers waar ze als tiener hebben gezwoegd, sporen oude bekenden op en praten non-stop over vroeger.

‘Bij de bonenoogst haalde ik mijn vingers open aan de stekels op de peulen. Het bloed bevroor op mijn handen’

Het is een vreemde, bitterzoete nostalgie, want de omstandigheden in Chinees Siberië waren keihard. De winters zijn dodelijk met temperaturen van min dertig graden, ‘s zomers zijn de drassige velden vergeven van de muggen. Het werk in de ongemechaniseerde landbouw was uitputtend. ‘Bij de bonenoogst haalde ik mijn vingers open aan de stekels op de peulen. Het bloed bevroor op mijn handen,’ vertelt Wang Xuefen. Irrigatiekanalen graven als je ongesteld was, dat was pas erg, zegt Wang Li. ‘De hele dag met buikpijn tot je middel in ijskoud water staan.’

Of ze nu vertellen dat ze door wolven werden aangevallen bij een nachtelijk bezoek aan de latrine of weinig te eten hadden na een misoogst, zeuren over ontberingen is not done onder zhiqing, nog steeds niet. ‘We halen gewoon gezellig herinneringen op,’ zegt Wang Xuefen. ‘De slogan was: niet bang zijn voor pijn, afzien of de dood. Revolutionairen vergoten hun bloed voor onze natie, wat stelt ons kleine beetje pijn nou voor? Offers brengen voor de natie maakt een beter mens van je.’ Ze gelooft daar nog steeds heilig in. ‘Het zhiqing-beleid zou als een soort dienstplicht moeten worden ingevoerd. We zijn gestaald in de hoogovens van de revolutie en daar hebben we veel van geleerd. Neem dit reisje. Wij overleggen niet met man en kinderen of we drie dagen weg kunnen. Wij zhiqing gaan gewoon.’

Terug op de boerderij

Het drietal stapt uit in Zhaoguang. Destijds een gehucht van een paar honderd zielen, dat werd overvallen door de 9840 scholieren die hier werden tewerkgesteld. De meesten kwamen terecht op militair geleide boerderijen, waar strenge discipline heerste. Politieke studie was dagelijks verplicht. Twee maal per dag werd de eed van trouw aan Mao Zedong afgelegd. In gewone dorpen speelde politieke indoctrinatie een minder belangrijke rol dan op de militaire farms. Daar stond tegenover dat die boeren zo arm waren dat zhiqing regelmatig honger leden.

‘Op de militaire boerderij kreeg je meer loon en beter eten, maar het belangrijkste was dat de hogere politieke status. Dat was in die jaren meer waard dan geld,’ zegt Wang Xuefen. Ze blijft staan bij de stationsuitgang. ‘Daar stonden de houten opleggers die ons naar de militaire boerderij vervoerde. De dolle schoolreisjessfeer was verdwenen. We zongen niet meer, er waren een paar meiden die huilden toen we over een karrespoor in het donker moesten rijden. Bij aankomst was er niets geregeld. We kregen een beker water en sliepen op houten planken in de kantine.’

Foto uit het archief van Wang Xuefen.
Aankomst op het station van Zhaoguang.

In Zhaoguang nemen de dames hun intrek in hotel De Gouden Kikker, om de hoek van het kantoor van kameraad Jiao Huaping. Als boerenjochie keek Jiao huizenhoog op tegen die exotische wezens uit de stad. Hij leidt zhiqing rond door het moderne Zhaoguang, nu een klein stadje met 20.000 inwoners. ‘De weg naar jullie boerderij is door de regen onbegaanbaar. Daar gaan we morgen niet heen. Ik heb iets beters.’

Mu Wei komt in een vers gestreken legeruniform de Gouden Kikker uit. Hooggehakte lakschoenen en een knotje dat door een regiment haarspeldjes in bedwang wordt gehouden: ze heeft er werk van gemaakt, zegt ze. ‘We komen vast oude strijdmakkers tegen. Ik wil een goede indruk maken.’

Jiao rijdt het drietal door de maisvelden naar een nieuw straatnaambordje: de zhiqing-weg. De opwinding over het feit dat er een heus bospad naar hun beweging is vernoemd slaat om in ontroering als het weggetje uit blijkt te komen bij een oude zhiqing-slaapzaal. Die is ingericht met spullen van vroeger, zoals mokken, koffers en propagandaposters. Zhaoguang koestert het spartaanse gebouwtje als herdenkingsplaats. De drie vrouwen zijn dankbaar dat hier speciaal voor hen iets behouden is, want de jaren zeventig verdwijnen in China in rap tempo uit het straatbeeld. ‘Wat is het eigenlijk een klein hokkie,’ verwondert Wang Li zich. Ze loopt langs de muren en schetst hoe ze daar lagen, met veertig meiden samen op lange houten planken. ‘Als je ‘s nachts naar de plee ging moest je snel zijn, anders had iemand anders je plekje ingenomen.’

‘Een roestige pomp, de slijpsteen, een sikkel: alles moet even worden vastgepakt’
Op bezoek bij een van de oude barakken die dienst deed als slaapzaal.

‘Op deze aarde heb ik mijn zweet aan de natie gegeven. Hier vergoot ik tranen voor de opbouw van mijn land!’ Bij een hek met een afbladderende rode ster staat Mu Wei in haar eentje heroische slogans naar de zwarte aarde te gillen. ‘Kom nou kijken, hier offerde ik mijn jeugd.’ Maar niemand komt kijken. De andere vrouwen zijn verzonken in hun eigen herinneringen. Een roestige pomp, de slijpsteen, een sikkel: alles moet even worden vastgepakt. Dan herinner je je meer, zeggen ze. Wang Xuefen was vergeten hoe ze het genot rekte van een speklapje, een lekkernij die eens in het half jaar op tafel kwam. Als ze de primitieve verwarming aait, weet ze alles weer. ‘We bewaarden het vette randje. Dat legden we op een stukje witbrood op deze verwarming en dan rook de hele kamer ernaar. Zo had je de hele dag plezier van een zwoerd.’

De oude zhiqing-slaapzaal is ingericht met oude spullen, zoals mokken, koffers en propagandaposters.
Foto uit het archief van Wang Xuefen.

Stoofpotjes rundvlees, hoog opgetaste bergen groenten, zuurkool met spek, noedels, een joekel van een karper in bier. De lunch is nu overdadig, Zhaoguang is al lang niet meer arm. De agrarische bedrijven zijn geprivatiseerd. Boeren werken met moderne, geimporteerde combines. Iedereen woont in nette nieuwe flatgebouwen van acht verdiepingen hoog. Er is zelfs een villaparkje.

Het moderne Zhaoguang.

‘Die vooruitgang is mede jullie verdienste. Jullie brachten moderne kennis naar ons achterlijke gebied,’ zegt de compagnieleider die vroeger hun politieke meerdere was. Jiao heeft hem samen met andere oude bekenden voor de lunch opgetrommeld. Mu Wei staat op voor een toespraakje voor haar politieke leiders van toen. ‘Mijn persoonlijke dank, dat jullie ondanks mijn slechte klasseachtergrond vandaag met me aan tafel willen zitten.’

Aanvankelijk werkte die strategie. Ze mocht zelfs meedoen met de Cultuurgroep, die het amusement verzorgde. Tot overmaat van geluk kreeg ze de rol van revolutionaire heldin in een toneelstuk. Toen de companieleider achter haar politieke classificatie kwam, raakte ze de rol kwijt. Een meisje met een slechte klasseachtergrond op het toneel ging de conservatieve boerencommunisten te ver. ‘Ik ken alle teksten nog!’ draaft Mu Wei door. Zwaaiend met haar armen declameert ze een scene. Dit is haar kleine moment van persoonlijke revanche.

MU Wei

Geboortejaar
1954
Geboorteplaats
Harbin
Politieke classificatie
Slecht, dwz ‘Zwart’. Grootvader was landbezitter. Vader was ambtenaar. Moeder fabrieksarbeider. Mu Wei was op grond van de negatieve politieke classificatie uitgesloten van deelname in de Rode Garde.
zhiqing
Mu Wei werd in 1968 naar de Militaire Productiebrigade in Zhaoguang gestuurd. Ze werd daar in 1978 lid van de Communistische Partij. In 1979 ging ze terug naar Harbin.
Loopbaan
zakenvrouw
Burgerlijke staat
gescheiden. Een nog ongetrouwde zoon.

De dames Wang brengen het gesprek snel op neutraal terrein. Verhalen over het afzien van vroeger bij de bonenoogst, daar voelt iedereen zich veilig bij. De nare kanten van het verleden, zoals de discriminatie van miljoenen zwarte klassevijanden, kun je maar beter vermijden.

De dames Wang hadden als arbeidersdochters wel een onberispelijke rode status. In tegenstelling tot Mu Wei waren ze bij de Rode Garde, scholieren en studenten die voor de verbanning naar het platteland namens Mao de onderwijsinstellingen van ‘reactionaire elementen’ zuiverden. Leraren werden onderworpen aan dagenlange kritieksessies in massabetogingen, die regelmatig uitliepen op fysiek geweld. Toen rivaliserende facties Rode Gardisten elkaar buiten de scholen aanvielen gleed China af in een semi-burgeroorlog. Toen stuurde Mao alle jongeren, Rood en Zwart, naar het platteland.

Mu Wei heeft met die ene opmerking over haar zwarte klassenachtergrond per ongeluk een beerpunt van gevoelige, traumatische onderwerpen opengetrokken. Die moet snel weer dicht, dus ontwijken de dames Wang elke vraag. ‘We weten dat er veel akelige dingen zijn gebeurd, maar niet bij ons. Onze jeugdherinneringen zijn goed. Toen wij Rode Gardisten waren, hebben we geen leraar doodgeslagen. In onze brigade is geen zhiqing omgekomen,’ zegt Wang Xuefen.

Dodencijfers over de zhiqing-beweging zijn er niet, maar getuigenissen over gruwelijke gebeurtenissen zijn er genoeg. Seksueel misbruik van zhiqingmeisjes, zelfmoorden, automutilatie om onder het zware werk uit te komen, onschuldige ziektes die op het platteland dodelijk waren omdat er geen medische zorg was. Sommige zhiqing gingen psychisch onderdoor aan hun verbanning en eindigden op de gesloten afdeling van een inrichting. Anderen bevroren, verdronken of kwamen onder de wielen van een tractor terecht.

‘Alles wat ik deed werd gezien, genoteerd en gerapporteerd. Als een idioot sloofde ik me uit om een revolutionaire indruk te maken’

In dat licht bezien heeft Mu Wei niets te klagen, vinden de dames Wang. Ze zijn op weg naar hun volgende bestemming, de Russische grens. In de trein proberen ze de gelederen weer te sluiten, maar Mu Wei sputtert nog wat na. ‘Ik mocht als Zwarte al niet bij jullie Rode Garde en door die toneelrol kon ik toch een goed kind van Voorzitter Mao zijn. Elk jaar vroeg ik de leiders of ik weer mocht meedoen, maar ze waren onverbiddelijk.’

Politieke classificaties zijn erfelijk en ze duiken bij iedere evaluatie op. Na een jaar op de boerderij kregen alle zhiqing de eretitel ‘strijder in de productiebrigade’, behalve Mu Wei – weer die zwarte achtergrond. Haar aanvraag voor het lidmaatschap van de communistische partij werd afgewezen, terwijl alle anderen na een paar jaar toetraden. Wang Xuefen en Wang Li kregen partijfuncties in comfortabele kantoortjes en mochten terug naar de stad. Wang Xuefen werd uitgekozen voor een vakopleiding en Wang Li kreeg een fabrieksbaan.

WANG Xuefen

Geboortejaar
1950
Geboorteplaats
Harbin
Politieke classificatie
Goed, dwz Rood. Ouders waren arbeiders. Wang Xuefen werd lid van de Communistische Jeugdorganisatie in 1966. Actief in de Rode Garde.
zhiqing
werd in 1968 naar de Militaire Productie gestuurd. Werd na een jaar brigadeleidster. Trad in 1970 toe tot de Communistische Partij. Werd in 1974 geselecteerd om een beroepsopleiding in Harbin te volgen.
Loopbaan
kaderlid vakbondsorganisatie in een staatsfabriek.
Burgerlijke staat
getrouwd, heeft een zoon en een dochter, een kleinkind.

Terwijl haar vriendinnen carriere maakten, bleef Wu Mei steken in grof boerenwerk om haar heropvoeding te voltooien. Ze stond doorlopend onder observatie. ‘Wegens mijn slechte klassenachtergrond: ik moest mijn kleinburgerlijke, kapitalistische trekjes afleren. Alles wat ik deed werd gezien, genoteerd en gerapporteerd. Als een idioot sloofde ik me uit om een revolutionaire indruk te maken.’

Elke avond ging ze de vrieskou in om het water waarmee alle zhiqing zich hadden gewassen, weg te gooien. Terwijl de anderen schoon onder hun lekker warme dekbedden lagen, gooide zij tachtig teilen vies water leeg. Nu lacht ze erom, maar als puber vond ze het vreselijk dat niemand haar hielp. ‘Ik had ze zelf hun teilen moeten laten legen. Maar ik was altijd bang voor een slechte beoordeling.’

In 1978 werd ze eindelijk partijlid. Haar loopbaan zou ook van de grond komen, dacht ze, maar toen werd het zhiqingbeleid afgeschaft. Net toen ze zich had ingevochten, was haar kans voorbij. ‘Ik bleef zo lang als ik kon op de boerderij, zelfs toen de kantine al gesloten was en iedereen vertrokken was. Na elf jaar wilde ik niet terug naar de stad.’

Wang Li en Wang Xuefen, en Mu Wei poseren op oude machines in Zhaoguang.

Zelfs voor de dames Wang was terugkeer naar de stad geen prettige ervaring. Na het overlijden van Mao richtte de partijleiding zich op economische hervormingen. Niemand zat op die rode meiden te wachten, zegt Wang Li: ‘We deden een beslag op de schaarse arbeidsplaatsen en woonruimte. We moesten op zoek naar huwelijkspartners, maar iedere verkering ging uit als een jongen mijn handen zag. Die eeltpoten zijn toch geen vrouwenhanden, zeiden ze.’

Een duf fabrieksbaantje, een haastig huwelijk met de eerste de beste die niet afknapte op zo’n zelfstandige zhiqing, snel een kind krijgen en door met het leven, want als ze iets hadden geleerd op het platteland was het optimistisch vooruitkijken. Achteraf denkt Wang Li dat ze zwaar depressief was. ‘Ik kreeg slaapstoornissen en nachtmerries, waar ik nu nog steeds last van heb. Mijn man verwijt me dat ik alleen lach in gezelschap van andere zhiqing, als we van onze jeugdherinneringen genieten. Volgens artsen is het een psychisch probleem.’

Herdenken in het museum

De laatste bestemming op hun nostalgie-reis is het grootste zhiqing-museum van China in de grensstad Heihe. Het is net open: bouwvakkers geven de gevel een lik oudroze verf. De hal wordt gedomineerd door een hommage aan Xi Jinping: partijleider, president, maar hier vooral zhiqing. De dames hebben zich de afgelopen dagen wild gefotografeerd, maar nu gaan ze helemaal los. Wang Xuefen: ‘Xi geeft ons een plekje onder de zon. Eindelijk mogen we trots zijn op onze bijdrage aan de opbouw van ons land.’

Voor het nieuwe zhiqing-museum in grensstad Heihe.

Bij jongere Chinezen die in een lauwer ideologisch klimaat opgroeiden, roepen zhiqing gemengde gevoelens op. Medelijden, onbegrip en zelfs irritatie over die zestigplussers met hun Maoliedjes en hun rode vlaggetjes. De zhiqing vormen de laatste generatie die massaal is geïndoctrineerd volgens Maoïstisch recept. De doorsnee zhiqing is hondsloyaal aan het eenpartijsysteem en het gedachtengoed uit hun jeugd. En nu krijgen ze eindelijk erkenning van Xi. Die heeft ook gezegd dat China in chaos uiteenvalt als de erfenis van Mao Zedong integraal bij het oud vuil wordt gezet. In de musea legt de partij dan ook de nadruk op de ‘positieve energie’ van de zhiqing. Op een beeldhouwwerk van zhiqing zijn de gezichten gemodelleerd naar jeugdportretten van Xi en andere zhiqing uit het Politburo. Er is een eregalerij met vijftigtal portretten van Bekende Chinezen met een zhiqing-verleden, als bewijs dat hun ontwikkeling tot wetenschapper, acteur of schrijver juist was gebaat bij die periode op het platteland.

In het zhiqing-museum in Heihe.

Een zaaltje is gewijd aan de doden. Jongeren die stierven bij een brand of verdronken in een rivier. Mu Wei stelt voor te buigen voor hun portretten. ‘Het zijn onze martelaren.’ De stilte tijdens hun kleine herdenkingsritueel wordt verstoord door het geluid van een wind. Die is afkomstig van een bezoeker van dezelfde leeftijd als de dames. ‘Scheet! Dat vind ik ervan: het was een grote shitzooi.’ Zijn dochter trekt hem mee voordat het tot een confrontatie komt. ‘Die deprimerende geschiedenis’, moppert ze.

Leve de bond

Wang Xuefen, Wang Li en Mu Wei nemen afscheid op het vliegveld van Heihe onder een tien meter lang houten bord met calligrafie. Het is een gedicht van Mao, er is ook een liedje van. Om te vermijden dat andere passagiers aanstoot aan hen nemen, gaan ze dicht bij elkaar staan. Ze zingen heel zachtjes het Mao-liedje over de helden in de sneeuw van het hoge noorden. Daarna gaan ze abrupt uit elkaar. De dames Wang hebben familieverplichtingen. Mu Wei is gescheiden en heeft geen kleinkinderen. Haar leven draait om activiteiten met andere zhiqing. Ze heeft haast om thuis te komen, want ze moet haar legerjurk wassen. Die moet op tijd droog zijn voor een jubileumbijeenkomst van de zhiqingbond in haar woonplaats Harbin.

Luister hier naar Mao-liedjes

Klik op de knoppen om te luisteren.

Het oosten is rood

Het oosten is rood De zon gaat op China heeft Mao Zedong voortgebracht. Hij vecht voor het geluk van het volk Hoera, hij is de grote redder van het volk. Hij vecht voor het geluk van het volk Hoera, hij is de grote redder van het volk. Voorzitter Mao houdt van het volk Hij is onze gids In de opbouw van een nieuw China. Hoera, leid ons voorwaarts! In de opbouw van een nieuw China Hoera, leid ons voorwaarts! De Communistische Partij is als de zon Waar die schijnt is het licht. Waar de Communistische Partij is Hoera, daar zijn de mensen bevrijd! Waar de Communistische Partij is Hoera, daar zijn de mensen bevrijd!

Leer van Lei Feng, ons goede voorbeeld

gesproken: Een mensenleven gaat voorbij, maar het volk dienen is voor eeuwig. Ik wil mijn korte leven wijden aan het dienen van het volk! Gezongen: Leer van het goede voorbeeld van Lei Feng, Leer van het goede voorbeeld van Lei Feng. Hij heeft revolutionaire trouw aan de partij. Trouw aan de revolutie, trouw aan de partij! Hij is duidelijk in wat goed is en slecht Duidelijkheid over liefde en haat! Nooit vergeet hij zijn afkomst, Hij staat stevig in zijn schoenen en knokt keihard. Stevig in je schoenen staan en keihard knokken! Leer van het goede voorbeeld van Lei Feng, Vergeet nooit de waarde van afzien en een eenvoudige levensstijl, Wees als een schroefje in de machine van de revolutie. Oh, de schittering van het collectieve gedachtengoed! Oh, de schittering van het collectieve gedachtengoed! Gesproken: Leer van kameraad Lei Feng hoe het volk te dienen! Volg het voorbeeld van Lei Feng na, Hou Voorzitter Mao’s leidraad in gedachten En dien het volk met hart en ziel. De communistische waarden zijn zo nobel! Volg het voorbeeld van Lei Feng na, Laten we ons bewapenen met Mao Zedongs Gedachten Grijp de geweren en bescherm onze natie, onze familie Ga door op het pad van de permanente revolutie Leer van kameraad Lei Feng hoe het volk te dienen!

Varen op zee kan niet zonder roerganger

Varen op zee kan niet zonder roerganger, Leven en groeien kunnen niet zonder zon. Regen en dauwdruppels voeden de gewassen En revolutie kan niet zonder de Gedachten van Mao Zedong. Zoals vissen niet zonder water kunnen en meloenen niet zonder hun rank, Kunnen de revolutionaire massa’s niet zonder de communistische partij. De Gedachten van Mao Zedong zijn als een zon die altijd schijnt. Zoals vissen niet zonder water kunnen en meloenen niet zonder hun rank, Kunnen de revolutionaire massa’s niet zonder de communistische partij. De Gedachten van Mao Zedong zijn als een zon die altijd schijnt

Bij het vorige jubileum was zo’n groot feest onmogelijk – de Bond durfde niet eens toestemming te vragen, zegt voorzitter Liu Sumei. Maar nu de zhiqingbond twintig jaar bestaat en Xi aan het roer is, heeft de gemeente het Cultuurpaleis voor de Arbeider gratis ter beschikking gesteld voor de viering. Tweeduizend zestigplussers in roze poloshirts verzamelen zich op het bordes. Vrouwen met fluitjes dirigeren de massa in nette militaire formaties. En dan maar zingen en wapperen met grote rode vlaggen.

Zoals gebruikelijk in China heeft de censor het programma van te voren tot in de puntjes doorgenomen, alsof de zorgvuldig ingestudeerde dansjes en spreekkoren iets anders zouden kunnen verkondigen dan de idealen die de communistische partij er in hun jeugd heeft ingeramd.

Maar zelfs dit jeugdsentiment mocht jarenlang niet in het openbaar worden vertoond, zegt Liu. ‘De maatschappij is niet dol op zhiqing. Onder Xi Jinping is onze positie sterker. Dat is hard nodig, want er is veel sociaal werk te doen.’ Want niet iedere zhiqing gaat vrolijk op vakantie naar de ballingsoorden van weleer. Veel mensen zitten in de armoede, al dan niet veroorzaakt door torenhoge ziektekosten door psychische of lichamelijke schade die ze op het platteland hebben opgelopen. ‘Dat de samenleving daar geen aandacht voor had, is tot daaraantoe. Wat voor ons moeilijk te verkroppen is, is het feit dat de overheid ons geen toestemming gaf om zelf praktische hulp voor onze eigen probleemgevallen organiseren. Zhiqing zijn juist geen hulpeloze, zielige types,’ zegt Liu. Red jezelf en zorg voor elkaar; zo hebben ze die jaren op het platteland overleefd.

Op de eerste rij is het uren van tevoren al feest. Mu Wei voegt zich bij de tweeduizend andere bulderende senioren. ‘Zoals vis niet zonder water kan en meloenen zonder rank, kan de revolutionaire massa niet zonder de Partij. Mao Zedongs gedachten zijn een eeuwig schijnende zon.’ Ze zingt uit volle borst, met tranen in de ogen en gebalde vuisten. Trots en ouderwets strijdbaar voelt ze zich – en alles behalve verloren.

In het psychiatrisch ziekenhuis

Op de mannenafdeling van het psychiatrisch ziekenhuis in de Siberische stad Jiamusi hangt een broeierig geurtje van oud zweet, urine en ontsmettingsmiddelen. Veertig psychiatrische patiënten sloffen slaperig van hun middagdutje naar de woonkamer. Verlangend kijken ze naar het doffe televisiescherm, maar dat gaat niet aan. Het is tijd om de temperatuur op te nemen en te registreren wie er vandaag gepoept heeft. Een patiënt maakt aanstalten dat op de gang te doen.

Er is een speciale afdeling voor ruim honderd zhiqing met ernstige psychiatrische stoornissen. Een jaar of tien geleden liet de gemeentelijke gehandicaptenraad onderzoek doen naar de mentale gesteldheid van de bewoners van de voormalige zhiqing-communes. Zhiqing met psychiatrische afwijkingen zaten volledig zonder zorg en vanuit heel China kwamen meldingen over zhiqing die schizofreen, psychotisch of anderzins gestoord waren teruggekomen uit het hoge noorden. Sommige patienten waren op drift van het ene psychiatrische ziekenhuis naar het andere, als ze tenminste familie hadden die de ziekenhuisrekeningen kon betalen. Tot overmaat van ramp waren er ook nog zhiqing met kinderen die psychiatrische afwijkingen hadden. De grootste gemene deler: ze hadden geen geld voor medische behandeling en er was geen gespecialiseerde psychiatrische zorg. ‘Sommige patienten zijn jarenlang vastgebonden, omdat ze een gevaar voor zichzelf en hun omgeving vormden. Die hebben we opnieuw moeten socialiseren; eentje at alleen als het eten voor hem op de grond werd gesmeten. Net een hond,’ aldus Xu Yujie, die de afdeling rehabilitatie leidt.

De nood was zo hoog, dat de speciale zhiqing-afdeling die in 2008 open ging, direct vol zat. Elke lente is het hoogseizoen. Dan krijgen zhiqing die zich buiten het ziekenhuis weten te redden een psychotische episode zodat ook de ziekenhuisgangen vol brancards staan. Soms zitten er zhiqing uit Peking of Shanghai bij, die zijn ingestort, zegt Xu. ‘We krijgen elk jaar meer gevallen, maar de psychiatrie in China heeft veel te weinig bedden. Wie een gevaar voor zichzelf of de samenleving is, nemen we op. Zolang een patiënt maar in het hoge noorden als zhiqing heeft gewerkt.’

‘Waarom worden mensen psychisch ziek? Door een combinatie van erfelijke factoren en trauma’s. De plattelandsperiode was traumatisch,’ aldus een van de psychiaters. Xu: ‘Ze gingen vol idealen en onrealistische verwachtingen onvoorstelbare ontberingen in. Ze waren uitgeput van het zware werk, maar ontwikkelden chronische slapeloosheid omdat ze piekerden dat ze het niet vol zouden houden. Dat leidde tot psychoses.’

De grootste klap kwam als jongeren na jaren afzien geen toestemming kregen naar hun stad terug te gaan, terwijl hun kameraden wel vertrokken. ‘Mijn broer mocht naar huis. Hij zat op een boerderij op twintig kilometer afstand. Ik had zo’n hekel aan het platteland, maar ik moest blijven. Daarna ben ik ziek geworden. Mijn werkgevers hebben me naar verschillende ziekenhuizen gestuurd tot ik hier uitkwam. Mijn familie heeft me al twintig jaar niet meer bezocht,’ vertelt Wang Huibing, een zestigjarige patiënt op de vrouwenafdeling.

Sommige patiënten kunnen zich volgens Xu met een beetje hulp buiten de inrichting handhaven, maar de meeste familieleden hebben het contact verbroken. Als iemand eens per jaar bezoek krijgt, is dat al heel wat. Zhang Yandi (59) vertelt dat de Culturele Revolutie zijn familie uit elkaar heeft gescheurd. ‘Iedereen woont in een ander deel van China en geen van allen vinden ze het leuk bij een psychiatrisch patiënt langs te gaan. In tegenstelling tot gewone zieken word ik nooit beter, ik word op zijn best stabiel. Daar is mijn familie best kwaad over.’

In de vijf jaar dat hij in de inrichting zit, heeft hij slechts tien patiënten zo zien opknappen dat ze konden worden ontslagen. Zhang denkt dat hij buiten de inrichting waarschijnlijk niet zou overleven. ‘Of ik zou als zwerver van afval leven. Ik heb organisatie nodig. Dat was tijdens mijn zhiqing-tijd al. Het was een eentonig leven, maar ik was gelukkig. Alles was georganiseerd. Eigenlijk net zoals het ziekenhuis. Heel veilig.’

Gesprekstherapie drijft op de collectieve ervaring uit de jaren zestig. We zijn samen weggestuurd naar het platteland, we zijn ziek geworden en nu zijn we weer samen: het is ons noodlot, zeggen de patiënten. ‘Op het platteland hebben ze geleerd voor elkaar te zorgen en dat doen ze, vrij automatisch, nog steeds. Ze zingen oude liedjes en praten over vroeger. De meesten zijn door hun ziekte hun volwassen leven totaal vergeten, maar de herinneringen uit de tijd dat ze belangrijk waren omdat ze Mao’s zhiqing waren, zijn nog steeds glashelder en die koesteren ze,’ aldus Xu. Medicatie doet de rest, samen met een ijzeren dagritme.

‘Het gezelligste plekje is het oude washok, waar nicotineverslaafde patienten drie keer per dag een sigaret mogen roken’

In de prachtig ingerichte activiteitenzaal is genoeg te doen. Hardloopmachines, een bibliotheek, snookertafels. Maar de patiënten komen pas in beweging als de verpleging ze op muziek in een kring laat lopen. Het gezelligste plekje is het oude washok, waar nicotineverslaafde patienten drie keer per dag een sigaret mogen roken. ‘Je kan wel meer willen, maar ze geven je geen vuur,’ zegt een man die aan een shaggie staat te lurken alsof zijn leven ervan af hangt. Dit is het fijnste moment van zijn dag. Zo zal hij de rest van zijn leven doorbrengen. De zhiqing worden hier oud en zullen op de gesloten afdeling sterven.

Dat is zo’n triest perspectief dat het management twee jaar geleden werkte aan speciale rehabilitatieprojecten, zoals een dagopvang op een boerderij en patiënten-uitstapjes. De maatschappij dichter bij de patiënten brengen was een voor China unieke benadering, waar het ziekenhuis heel trots op was. Twee jaar geleden was het geen probleem een dag mee te lopen op de gesloten afdeling of patiënten daar te interviewen. Maar nu reageert de ziekenhuisleiding afwerend op een nieuwe toenaderingspoging, omwille van ‘de rustige oude dag van de patiënten’. Een woordvoerder: ‘De maatschappij is nooit zo bezig geweest met zhiqing en dat willen we zo houden.’