Op weg naar Sint Olav

Wie in alle rust een pelgrimstocht wil lopen doet dat in Noorwegen.

Pelgrimstochten zijn populair. En een drukke pelgrimstocht is vaak nu juist het laatste wat iemand zoekt. Wie wandelfiles en volle slaapzalen wil ontwijken, volgt de noordelijke route naar Trondheim. Wél veel proviand meenemen.

Tekst Mariken Smit Fotografie Io Cooman Code Hay Kranen Design Wendy van der Wauw Data Mirjam Leunissen Bron data St. Olav National Pilgrim Center, Santiago de Compostela Pilgrims' Office

Dit was de reis

‘Het gaat niet om de reis, maar om de bestemming’, lezen we op een informatiebord langs de pelgrimsroute voordat we neerploffen op een boomstronk. De banden van de rugzak snijden in onze schouders en onze kelen zijn droog. Eigenlijk kunnen we niet meer. Maar we moeten verder, op weg naar ons doel: het graf van Sint Olav, de beschermheilige van Noorwegen. Waar hij precies ligt begraven, weet niemand, maar alle borden wijzen richting Trondheim waar de Nidaroskathedraal op ons wacht.

De herberg 's avonds

Voorbijgangers herkennen ons pelgrims aan de houten bekers die aan onze rugzakken bungelen, bedoeld om onderweg drinkwater mee uit beekjes te scheppen – ja, dat kan – en voorzien van het Sint-Olavskruis. Al dagen volgen wij rode houten paaltjes met een zwierig kruis erop. Zoals alle pelgrims hopen wij op verlossing. Of in ieder geval: op een tijdelijke ontsnapping aan ons dagelijks bestaan.

De ruisende bossen rond Trondheim zijn fris en lichtgroen, vol jonge varens die als fonteinen uit de grond schieten. We lopen over tapijten van mos en witte bloemetjes. Geen levende ziel te bekennen. In de voetsporen van miljoenen pelgrims die ons in de Middeleeuwen voorgingen. Man, vrouw, arm, rijk, allemaal sleepten ze zich naar de Nidaroskathedraal in Trondheim. Naar de zilveren schrijn van de heilige Olav, de bekeerde ­Vikingkoning die Noorwegen grotendeels kerstende en in 1030 sneuvelde op een slagveld. Het is goeddeels vergeten, maar Trondheim behoorde ooit tot de belangrijkste christelijke pelgrimsoorden, samen met Santiago de Compostela, Rome en Jeruzalem. Wie de tocht volbracht, verdiende een aflaat, een kwijtschelding van zonden.

Plattegrond van de route

De Reformatie maakte in 1537 een abrupt einde aan de katholieke traditie in Scandinavië. Pelgrimeren werd verboden, de Olavsroute vergeten. Tot in de jaren tachtig van de vorige eeuw de eerste pelgrims weer op de stoep stonden bij de inmiddels Lutherse kathedraal van Trondheim. De Noorse regering herstelde de Sint-Olavsroute in ere. Met een app, een routeplanner, plattegronden en nieuwe bewegwijzering worden nu jaarlijks achthonderd tot duizend pelgrims naar Trondheim geleid. De route begint in Oslo (643 kilometer) of aan de Baltische Kust in Zweden (450-600 kilometer).

Volop plaats in de herberg

Het Olavspad is een mooi alternatief voor de almaar drukker route naar het Spaanse Santiago de Compostela, zegt Ria Warmerdam, schrijfster van de gids Het Olavspad. ‘In Noorwegen vind je nog de rust en de ruimte. Naar Santiago de Compostela wandelen jaarlijk 200 duizend pelgrims, het is een soort Lowlands aan het worden.’

In Noorwegen zijn zeker in mei, voor het Noorse wandelseizoen echt begint, de herbergen leeg. Waar in Spanje luxe-arrangementen zijn voor bagagevervoer en pelgrimage per e-bike, is het lopen geblazen in Noorwegen. Met de rugzak om en voldoende eten mee. Een enkele pelgrim kiest voor ski’s of kano. Het Olavspad is inspannend, klimmen en dalen. In Spanje is iedere tien kilometer een café of een herberg, in Noorwegen om de twintig kilometer, weet Warmerdam.

Een bijbel en een schoenenföhn

De Olavsroute is dus voor doorzetters? Zo voelt het wel als we in een bui lopen over een verlaten weggetje. De regen waait snel over – schijnt normaal te zijn in het dal van Trondheim. Het koele weer heeft ook voordelen: minder dorst en minder snel moe. De omstandigheden zijn op sommige stukken pittig, zo kan het op het hooggelegen Dovrefjellplateau ook ’s zomers nog vriezen.

De Noorse Torill Mevik brengt sinds kort pelgrims naar haar verbouwde rode boerderij Konstadtunet, op zes kilometer van de route. Een gloednieuw Olavskruis siert de voordeur van het gastenverblijf. Daar wacht een Noorse pelgrimsmaaltijd: rendiergehaktballetjes, gekookte aardappels, zelfgebakken flatbrød met bessen, koolraappuree, worteltjes en een glas wijn of aquavit.

’s Ochtends vroeg brengt ze ons naar het dorpje Skaun. Daar is de katholieke geschiedenis van Noorwegen nog voelbaar. Midden in het dorp staat een van de mooiste kerkjes van het Olavspad. Het altaarstuk heeft de Reformatie overleefd: drie beschilderde eikenhouten panelen uit 1200 na Christus, zomaar in het wild te bewonderen en daarmee een zeldzaamheid.

Kerk van skaun

Het is ongemerkt laat geworden, maar het is nog volop licht op 63 graden noorderbreedte. Aan de oever van de rivier de Gaula bellen we John Wanwik van pelgrimsherberg Sundet Gård om ons over te zetten met zijn roeiboot. Een paar weken terug was de rivier nog te woest, nu is Wanwik blij dat hij zijn boot kan gebruiken. De vijftiger met snor, in fleecevest en laarzen, zet ieder jaar vierhonderd pelgrims over, vertelt hij. De meeste van hen zijn Duitsers. Aan de muur van de herberg, een eeuwenoude schuur op het erf van zijn varkensboerderij, hangen bedankbriefjes van kroonprins Haakon en diens vrouw Mette-Marit. ‘Hier komt iedereen langs’, zegt Wanwik. ‘Van de koninklijke familie tot criminelen die terugkeren in de samenleving.’ Op elke kamer ligt een bijbel, en er is een schoenenföhn.

Heuvel van vreugde

De laatste etappe begint met een steile klim. Zelfs de spartaanse Noren die we al dagenlang bewonderen - ze joggen de berg op -, knikken solidair naar ons. Na een half uur afzien belanden we weer tussen de berkenstammen, met spelende eekhoorntjes op de takken en sporen van herten die aan boombast knabbelen. Het pad voert door een skigebied, de hellingen zijn nu bruin en in het platte gras zijn nog sporen van loipes te zien. Langzamerhand doemt de bewoonde wereld op. Eerst een restaurant aan een meer, dan villa’s van rijke Trondheimers, de eerste haltes van een tramlijn.

Met spierpijn in de bovenbenen zetten we de daling in. We bereiken de Feginsbrekka, de ‘heuvel van vreugde’ waar pelgrims in de Middeleeuwen op hun knieën vielen bij de eerste aanblik van de kathedraal van Trondheim. Een bijzonder moment nadert: het graf van Sint-Olav is binnen bereik. Geen tijd om te crashen op een bankje. Eerst moeten we de laatste pelgrimsplicht volbrengen: drie rondes om de kerk. Het beeld van Sint-Olav kijkt op ons neer, vanaf een hoge nis aan de voorgevel.

We hebben het gehaald, maar een groet aan onze heilige islastig. De zilveren schrijn is meegenomen tijdens de Reformatie. Het lichaam van Olav mocht in Noorwegen blijven, maar niemand weet precies waar dat is herbegraven. Vermoedelijk ligt de koning achterin de kathedraal, waar een gedenkteken staat en de bron te zien is waaruit vroeger geneeskrachtig water zou zijn opgeweld. De stenen aan de muur zijn vet van de vele handen die ze hebben aangeraakt.

De bankjes zijn hard blijkt tijdens de mis, de dienst is uiteraard in het Noors. Maar de bestemming is bereikt en de reis ernaar toe hadden we niet willen missen.

Wie was St. Olav

Koning Olav Haraldsson (995 - 1030) streed voor een verenigd en gekerstend Noorwegen. Hij wordt gezien als de eerste echte koning van Noorwegen. De Viking-strijder liet zich in 1013 dopen in het Franse Rouen en was vanaf 1016 15 jaar lang koning van Noorwegen. Hij stichtte het bisdom van Trondheim.

In 1028 moest hij vluchten voor aristocraten die vonden dat hij hen te veel privileges afpakte. In 1030 keerde hij terug om opnieuw de macht te grijpen, maar werd verslagen in de slag bij Stiklestad, die op 29 juli nog ieder jaar wordt herdacht. Zijn lichaam werd naar Trondheim gebracht en begraven aan de oever van de rivier de Nidelva. Een jaar later zouden er wonderen zijn gebeurd rond zijn graf. In 1031 werd Olav heilig verklaard. Aangemoedigd door de katholieke kerk, die zijn positie wilde verstevigen, ontstond een ware cultus rond Sint Olav, naar wie tot in Engeland en Zweden kerken zijn vernoemd. In 1070 werd begonnen met de bouw van de kathedraal in Trondheim. Het toenmalige Nidaros vormde samen met Santiago, Rome en Jeruzalem een van de vier belangrijkste christelijke pelgrimsoorden. Wie de pelgrimstocht volbracht, kreeg een aflaat, een bewijs van kwijtschelding van zonden.

Praktische info

Een overnachting in een pelgrimsherberg kost circa 20 euro zonder ontbijt. Een plaats op een camping kost circa 13 euro per nacht. De herberg in Trondheim vraagt 43 euro voor een eenpersoons-kamer met douche, toilet en ontbijt.

Overnachten bij een particulier kost al snel 50 euro per nacht, al zijn dat vaak luxere plekken met uitgebreid ontbijt. Wildkamperen kost niks en is toegestaan in Noorwegen.

Het wandelseizoen in Noorwegen is kort, van juni tot en met september. Op hogergelegen gebieden, zoals het Dovrefjellplateau, kan het soms in het seizoen nog sneeuwen.

Zo populair is het

Tien keer zoveel pelgrims

Het aantal wandelaars dat een pelgrimstocht maakt, is de laatste twintig jaar explosief gegroeid. Het Spaanse Santiago is veruit het populairst. Uit cijfers van de kathedraal van Santiago in Spanje blijkt dat het aantal pelgrims dat jaarlijks arriveert in het Spaanse bedevaartsoord in deze periode is vertienvoudigd. In 1994 kwamen circa 20 duizend pelgrims aan in Santiago, in 2014 waren dat er ruim 200 duizend. Vanuit Nederland is het aantal pelgrims naar Santiago in die periode meer dan verdubbeld.

‘Elk jaar groeit het aantal mensen dat naar Santiago gaat’, zegt Simone Aarendonk, secretaris van het Nederlands Genootschap van Sint Jacob. De meeste pelgrims komen uit Spanje, Duitsland en Italië. Vanuit Nederland is het aantal pelgrims naar Santiago gegroeid van 1399 in 2004 naar 2890 in 2013.

Dit zijn alleen de mensen die een officiële ‘compostella’ hebben ontvangen in de kathedraal van Santiago. Zij moeten ten minste de laatste 100 kilometer van de route te voet hebben afgelegd. De onofficiële pelgrims meegeteld, kwamen vorig jaar in totaal circa 300 duizend wandelaars aan in Santiago.

‘Mensen willen terug naar het simpele leven’, verklaart Aarendonk. ‘Het leven wordt steeds ingewikkelder. Op een pelgrimstocht merk je dat je toe kunt met een rugzak van 7 kilo en wat water. Je loopt, slaapt, eet en drinkt. Meer zorgen heb je niet.’

Er zijn vele wegen naar Santiago, maar de populairste is de Camino Frances door Spanje die in de Franse Pyreneeën start. 72 procent van de pelgrims neemt deze route. Een tocht naar Santiago is populair bij gepensioneerden en studenten, maar het grootste deel wordt gelopen door mensen tussen de 30 en 60 jaar oud. ‘Mensen die werken lopen de Camino naar Santiago vaak in etappes van een paar weken.’

‘Voor een deel van de mensen is het verslavend’, vindt Aarendonk, die zelf in etappes vanuit Nederland naar Santiago is gelopen. ‘Dit jaar lopen ze de ene route, volgend jaar een andere. Voor een ander deel is het eenmalig, die ene tocht, die vaak een grote indruk achterlaat. Je loopt op eeuwenoude paden waar duizend jaar geleden al pelgrims liepen.’

Volgens Ria Warmerdam, die een gids heeft geschreven over het herontdekte Olavspad in Noorwegen, is de route naar Santiago zo populair dat je van een ‘Lowlands voor wandelaars’ kunt spreken. ‘Met zijn allen lekker gezellig lopen, praten en verliefd worden. Dat kan waardevol zijn, maar als je echt wilt resetten en van de natuur wilt genieten, wordt dat moeilijk.’

Aarendonk beaamt: ‘Op sommige stukken kun je in het hoogseizoen een Vierdaagse gevoel krijgen. Daar heb je een ratrace voor de bedden. En het afval onderweg is een probleem. Toch kun je ook op de verschillende camino’s nog stilte vinden, in andere periodes en in het hoogseizoen op de minder bekende routes.’

Ook in het Verenigd Koninkrijk groeit het aantal pelgrims, zij het voorzichtig. ‘In de laatste 12 maanden hebben we 150 individuele pelgrims verwelkomd die zich officieel aangemeld hebben als ‘pelgrims’ van Canterbury naar Rome (Via Francigena)’, zegt Therese Heslop, hoofd bezoekers van de kathedraal van Canterbury in Engeland. ‘Ik werk al bijna 20 jaar bij de kathedraal, en sinds een jaar of twee of drie verdubbelt het aantal pelgrims zich elk jaar. Tien jaar geleden waren het er maar een handvol.’

Noorwegen speelt in op de trend met het herontdekte Olavspad naar de stad Trondheim, die in de Middeleeuwen gold als een van de belangrijkste pelgrimsoorden van Europa. Miljoenen pelgrims trokken naar dit ‘Jeruzalem van het Noorden’, waar sinds 1030 de heilige Sint Olav begraven ligt. Na de Reformatie in 1537 werd pelgrimeren in Noorwegen streng verboden. De route van 643 kilometer van Oslo naar Trondheim was weggezakt in het collectieve geheugen, maar omdat er eind vorige eeuw steeds meer pelgrims op de stoep stonden van de inmiddels Lutherse kathedraal van Trondheim, is de overheid sinds 1997 de route aan het herontwikkelen met nieuwe bewegwijzering, apps en online routeplanners. Jaarlijks arriveren 800 tot 1.000 pelgrims in de Nidaroskathedraal.

De mooiste foto's