In beeld Koos Breukel

Van zijn geboorte tot zijn 18de verjaardag: het leven van Casper als monument

Een vader fotografeert zijn zoon tot zijn 18de verjaardag – zoals bijna elke ouder doet. Maar als die vader fotograaf Koos Breukel is, wordt het een monument.

2002. Foto Koos Breukel

Op 28 maart 2000 maakte Koos Breukel in het ziekenhuis van Alkmaar de eerste foto van zijn zoon Casper Breukel, net uit de buik. Hij kijkt recht in de camera, zijn armen wijd open. ‘Een sterke expressie, toen al.’

De foto hangt bij fotograaf Koos Breukel (55) thuis in Amsterdam aan de muur, klein, in een lijstje. Hij werd al eens getoond in het Fotomuseum Den Haag, waar hij in 2013 een indrukwekkende reeks portretten exposeerde, geordend naar de chronologie van een mensenleven. Nu markeert het beeld van de pasgeboren Casper het begin van de tentoonstelling Zoon in Huis Marseille, met foto’s die Koos van zijn oudste kind maakte van zijn geboorte tot zijn 18de verjaardag.

‘Veel mensen leven ernaartoe’, zegt de zoon over 18 worden. ‘En dan ben je het en dan is het eigenlijk helemaal niet zo bijzonder.’ 18 worden en in een museum hangen dan? Dat is ‘wel lachen’, een gek idee, maar ook weer niet zó’n gek idee. Hij stond er niet van te kijken toen zijn vader het plan aan hem voorlegde. ‘Prima, zei ik. Ik word al mijn hele leven gefotografeerd, gooi het maar in een museum. Ik vind het gewoon humor, eigenlijk.’

Koos vindt het ook humor, eigenlijk, vertelt hij begin augustus op zijn eilandje in de Vinkeveense Plassen, een strook grond met een houten tuinhuis waar hij veel tijd doorbrengt. Casper sliep vannacht in de boot waarmee ze naar het dorp en over de plassen varen.

Mensen zijn geneigd heel gewichtig over de tentoonstelling te doen, merkt Koos. Imiteert een journalist: ‘Ik hoorde dat je je zoon 18 jaar lang hebt gefotografeerd. Wat is het idee?’ Er is geen enkel idee, geen concept, niks. ‘Ik heb net als iedere ouder foto’s gemaakt van mijn opgroeiende kind, zo simpel is het. Het beste wat ik in me heb, laat ik los op hem. En een museum heeft het lef om die foto’s op te hangen.’

2000. Foto Koos Breukel

Zijn eigen kinderfoto’s kan hij dromen. Toen de moeder van Koos Breukel overleed, liet zij haar vier kinderen 82 fotoalbums na. Van haar kreeg hij als lastige puber – hij was toen nog van plan om oceanograaf te worden – zijn eerste camera, een afgedankte Canon. ‘Mijn moeder is heel belangrijk geweest voor de vanzelfsprekendheid van het maken van foto’s. Zij was altijd bezig met het terloops vangen van de tijd, maar ook met het koesteren van wat ze wilde bewaren.’

Ze had volgens hem alles in zich om goede beelden te maken. ‘Je moet het doen vanuit je gevoel, vanuit je buik, in plaats van uit je redenatie. Je ziet iets, je maakt een foto want je vindt het een foto waard, en later zal blijken dat in die foto je nieuwsgierigheid zit, de waardering voor hetgeen je ziet, de mate waarin je dingen koestert.’ Fotografie, zegt hij, is ‘jagen en koesteren’.

Naar een tentoonstelling met foto’s van Casper heeft hij nooit bewust toegewerkt. Anders dan de portretten die hij sinds de jaren tachtig in opdracht maakte, zijn deze foto’s niet het resultaat van korte, afgesproken ontmoetingen, maar het gevolg van de terloopsheid waar hij zo van houdt. ‘Je kinderen heb je gewoon om je heen. De beste foto’s zijn de foto’s die je niet kunt bedenken. Die foto van toen hij net geboren was: ik kon niet tegen hem zeggen: ‘Kijk eens als de Dalai Lama’. Dat gebeurde gewoon.’

Casper woont bij zijn moeder in Bergen, waar hij naar de vrije school ging. De ingewikkelde verhouding van Koos met Caspers moeder, een videokunstenares, strandde vier jaar na Caspers geboorte. Een paar keer per maand haalde Koos hem in Bergen op. Als kleintje sliep Casper in een oude transportkist. ‘Het was totaal bohémien.’ Breukels moeder kwam veel over de vloer om haar zoon te helpen. ‘Ik wist me in het begin helemaal geen raad met een baby.’

Na de vrije school begon Casper in Heerhugowaard aan een mbo-opleiding Handel, maar ‘dat was helemaal niks’. Nu is hij overtuigd van zijn keuze voor de Koninklijke Landmacht; hij wil verkenner worden. Koos: ‘Als je bij de verkenners wil, het zit al in het woord hè, dan ben je nieuwsgierig.’ Bij de opening van de tentoonstelling in Huis Marseille is Casper op bivak in Arnhem. Hij vindt dat zelf helemáál niet erg. ‘In het middelpunt van de belangstelling staan hoeft van mij niet zo.’ Koos: ‘We kunnen allebei niet goed tegen veel mensen om ons heen.’

2001. Foto Koos Breukel

Als er foto’s waren die Casper liever niet in het museum wilde hebben, dan mocht hij dat zeggen. Alleen een paar foto’s met vroegere vriendinnetjes werden afgekeurd, over de rest haalde hij zijn schouders op. Een puberkop met puistjes hoort erbij. ‘Het maakt mij allemaal niet zoveel uit. Ik ken niet echt het gevoel van schaamte. Alleen plaatsvervangende schaamte.’

Met zijn partner Carlien Huijsmans kreeg Koos nog twee kinderen, Finn in 2009 en Lisa in 2007. Kijkt hij nu naar de 10-jarige Lisa, dan staat hij oog in oog met de Duitse actrice Nastassja Kinski. Casper weet precies wat hij bedoelt: ‘Ze heeft een Spaans-bruine huid en blauwe ogen. Dat wordt nog wat als ze 16 is.’ Koos: ‘Ik heb van de week nog een portret van haar gemaakt. My goodness, ik was helemaal van slag. Haar schoonheid neemt het volledig over.’ Lacht: ‘Als ik over acht jaar met een verzameling foto’s van Lisa kom aanzetten, wordt het een heel ander verhaal.’

Hij ziet ‘veel dna’ op de foto’s van Casper, de felblauwe ogen die hij zelf ook van zijn moeder heeft, haar priemende blik. Een eigenzinnige jongen die heel goed doorheeft wat er allemaal gaande is, ‘een soort trots, maar ook een enorme kwetsbaarheid’. Nooit blufferig, niemand anders dan zichzelf. ‘In een goed portret zitten meerdere stemmingen.’

Met lachen op foto’s heeft hij dezelfde verhouding als zijn vader. Hij is niet iemand die lacht als er niks te lachen valt. Koos: ‘Van lachende portretten krijg ik toch het gevoel dat er iets verkocht moet worden.’ Casper: ‘Ik vind het ook moeilijk om nep te lachen. Dat kan ik helemaal niet.’

Een jaar geleden vroeg Koos in zijn studio of Casper anders even wilde gaan liggen en zijn trui wilde uittrekken. ‘Nee, doe ik niet’, antwoordde hij resoluut. ‘In Vinkeveen in de zomer is dat normaal, maar hier ga ik dat niet doen.’ En nu: ‘Ik vond het te geposeerd. Ik ben geen model.’ Koos: ‘Ik dacht alleen maar: chapeau.’

De expositie Zoon is te zien in Huis Marseille in Amsterdam van 8 september t/m 2 december 2018. huismarseille.nlHet fotoboek Zoon, met teksten van Joris van Casteren, verschijnt bij uitgeverij Bas Lubberhuizen, € 35.

2007. Foto Koos Breukel
2008. Foto Koos Breukel
2009. Foto Koos Breukel
2009. Foto Koos Breukel
2010. Foto Koos Breukel
2011. Foto Koos Breukel
2012. Foto Koos Breukel
2013. Foto Koos Breukel
2014. Foto Koos Breukel
2015. Foto Koos Breukel
2017. Foto Koos Breukel
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.