beer Bebbeba.

FotografieHelena van der Kraan

Fotograaf Helena van der Kraan: ‘Zo’n beer is nu eenmaal complexer dan je denkt’

beer Bebbeba.Beeld Helena van der Kraan

Het begon met die ene beer, voor fotograaf Helena van der Kraan, en nu heeft ze een compleet berenasiel en een portretserie waarvoor tussen de twee- en driehonderd beren poseerden. Maar noemt u ze geen knuffelberen.

Als er één woord is dat kunstenaar Helena van der Kraan (79) haat wanneer het over haar beer gaat, is het ‘knuffel’. Een knuffel, dat is zo’n zielloos vod van dertien in een dozijn dat als sentimenteel eerbetoon werd neergelegd tussen de boeketten, zoals toen Lady Di het leven liet. Van der Kraans beer daarentegen is in artistieke zin een ‘plastiek van textiel’, maar neigt ook naar een persoon. ‘Ze is er altijd. Ze heeft de functie van mascotte, ze moet geluk brengen. Als ik iets ontzettend moeilijks moet doen, zeg ik tegen haar: help me. Met niets of niemand heb ik zo’n lange relatie als met haar.’ En daarom was het ook een klein drama toen Van der Kraan in augustus 1968, toen het Warschaupact met geweld de Praagse Lente de kop indrukte, van haar beer gescheiden raakte.

De in Tsjechië geboren Van der Kraan, 28 toen, vluchtte naar Nederland, met niet meer dan een reistas met kleren en een tandenborstel. De beer Bebbeba – in de naam klinkt de brabbeltaal nog door van de peuter die Helena was – bleef achter bij vader in Praag. Totdat een Nederlandse vriend van Van der Kraan een paar maanden later per auto naar Tsjechië reisde, op de terugreis Bebbeba meenam en met Helena herenigde. Fijn, vond ze, ‘maar ik was ook ontstemd. Bebbeba was gewassen, en daar zijn beren uit de vorige eeuw niet voor gemaakt. De vulling, toen meestal stro of houtkrullen, had de wasbeurt gelukkig doorstaan, ‘maar ze zag er zo anders uit: roze, haar oorspronkelijke kleur. Ik kende haar door mijn jarenlange gebruik alleen in beige.’ Later is Bebbeba gelukkig weer net zo smoezelig geworden als voorheen.

null Beeld Helena van der Kraan
Beeld Helena van der Kraan

Vijftig jaar geleden, in 1970, nam Van der Kraan, oorspronkelijk graficus en schilder, voor het eerst de fotocamera ter hand. Ze ziet overal een foto in – een instelling die haar uiteindelijk, als we haar loopbaan reduceren tot een paar woorden, een eervolle positie heeft gebracht te midden van de grote namen in de Nederlandse fotografie. Zo is er de foto van twee kunsthandelaren die op het toilet een deal sluiten (Art dealers, 1981), die emblematisch is geworden voor de commercialisering van de kunsthandel in de jaren tachtig. En haar portretten, bijvoorbeeld van alle 75 Eerste Kamerleden in 1995 – een reeks die werd verworven door het Rijksmuseum. De jongste mijlpaal op haar cv: de berenportretten die nu in een boek zijn afgedrukt en hopelijk later dit jaar in het Fotomuseum Den Haag worden geëxposeerd. Foto’s die ze nog nooit aan de buitenwereld heeft getoond.

Bebbeba was in 1971 de eerste die model stond, het resulteerde nog niet in het soort portret dat de berenserie later tot een eenheid zou maken. ‘Ik fotografeerde haar in het interieur van onze woning, een stilleven’, zegt Van der Kraan telefonisch. Een paar jaar later liep ze met haar man, de kunstenaar Axel van der Kraan, op een rommelmarkt in hun woonplaats Rotterdam en zag er zes, zeven ‘prachtige oude beren’. Een kwartje per stuk. Ook die doken op in de stillevens die Van der Kraan maakte.

null Beeld Helena van der Kraan
Beeld Helena van der Kraan

Pas jaren later, zo’n tien jaar geleden nu, gaf een bevriende bezoeker die als een blok viel voor de berenfoto’s Van der Kraan een beslissend zetje in de goede richting. Die portretten verdienden een beter lot dat incidentele vertoning in de huiselijke sfeer! Van der Kraan liet zich overtuigen. ‘Juist in die tijd had ik voor een kunstbeurs waaraan ik deelnam foto’s nodig voor een editie (foto’s in een beperkte oplage). ‘En in diezelfde tijd kreeg ik van Otto Snoek (een bevriende Rotterdamse fotograaf) een partij zeldzaam Tsjechisch fotopapier van het soort Dokument, heel dun barietpapier van toen al zeker dertig jaar oud.’ Het is papier waarmee de fotograaf in haar doka fijne nuances kan aanbrengen – niet makkelijk in het gebruik, maar in handen van een getalenteerd fotograaf staat het borg voor een rijk resultaat.

Het was in die tijd dat de stillevens plaats maakten voor de kale portretten zoals die in het museum komen te hangen, met de kenmerkende neutrale, grijze achtergrond. De beren in de pose waarin hun karakter tot zijn recht komt. ‘Ze moeten zich mijn mishandelingen laten welgevallen, soms moet ik ze ophangen aan een touwtje’, zegt Van der Kraan. Ze gebruikt twee statieven. Eentje om de beer voor de lens in het gareel te houden. Eentje voor de Leica kleinbeeldcamera, zodat een lange belichtingstijd kan worden ingesteld. Dat komt de scherpte van alle details ten goede: de vacht, de oogjes, de oren, de kledingstukken en alle grote en kleine verminkingen (oren eraf, oog verwijderd, ledemaat verloren) die een beer in zijn of haar lange leven moet doorstaan.

Na Bebbeba hebben tussen de twee- en driehonderd beren model gestaan. Vrienden leenden hun eigen beer of die van hun kind uit, of kochten er een als ze ergens een karakteristieke aantroffen. De collectie in de woning van de Van der Kraans groeide en groeide, tot het een waar berenasiel was. Kwam er een kind op bezoek, dan ging het zelden de deur uit zonder een beer, op naar een tweede leven. Inmiddels beschikt Van der Kraan over een vriendengroep berenscouts, constant op de loer voor bijzondere exemplaren die voor de lens horen.

In de loop der jaren heeft Van der Kraan steeds meer inzicht gekregen in de karakters van haar modellen, waarvan de oudste dateert uit de 19de eeuw – een erfstuk – en de jongste uit 1997. Ze kunnen vriendelijk zijn, nors, bang, melancholisch, maar ook uitdagend. ‘Kijk, je ziet (zie foto 99) het niet alleen aan zijn blik, het lijkt ook of hij uit het kader wil weglopen. Typisch een ondeugende beer.’ Een andere foto toont een close-up van Bebbeba, die – we willen de fotograaf niet beledigen, maar de waarheid dient gezegd – van zo nabij doet denken aan een bejaard muisje. ‘Je kunt er goed op zien hoe kaal ze is. Hoe de beer eraan toe is zegt natuurlijk ook veel over de eigenaar, over de heftigheid van de liefkozingen.’

null Beeld Helena van der Kraan
Beeld Helena van der Kraan

Ooit wilde Van der Kraan alle beren ‘naakt ’voor de camera hebben, zonder de schamele, niet zelden door de motten aangevreten kledingstukken waarin ze zijn gehuld. Maar in de loop der jaren is ze milder geworden. ‘Als je zo’n gebreid hesje uittrekt, valt het uit elkaar. Nu ben ik minder puristisch. Zo’n beer is nu eenmaal complexer dan je denkt. Iedereen gaat er anders mee om, het is een voorwerp van hechting en projectie. Met het stijgen der jaren wordt de relatie met zo’n voorwerp, net als bij vriendschap tussen mensen, steeds waardevoller.’

Helena van der Kraan: Beer & Teddy: Fotomuseum Den Haag, 4 april t/m 1 november. Publicatie Helena van der Kraan – Portretten/Portraits, Van Zoetendaal Publishers, € 39,50.

NB: het museum is tot nader order gesloten vanwege het coronavirus. Controleer de openingstijden op de website, www.fotomuseumdenhaag.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden