Fotografie Hans van der Meer

De moderne koe is geen koe, maar een gepimpte zuivelfabriek, en dat moet anders

Koeienstal in Delfgauw, Zuid-Holland, 2017. Foto Hans van der Meer

‘Het begint met een apparaat dat geschikt is voor de koe en het eindigt met een koe die geschikt is voor dat apparaat.’ Schrijver en columnist Koos van Zomeren had in jaren negentig zo z’n gedachten over de nieuwe technologie op de Landbouw Rai. Hij zag een machine ‘waarmee koeien zichzelf moeten gaan melken’. Dik twintig jaar later – Yvon Jaspers was indertijd nog scholier  heeft meer dan 20 procent van de Nederlandse koeienboeren een melkrobot. In 2018 lijkt de koe een schakel in een hightechketen, een grazende zuivelproducent.

In dezelfde tijd dat Van Zomeren zijn columns bundelde onder de titel Wat wil de koe werd fotograaf en stadsmens Hans van der Meer (1955) door een bevriende koeienboer gevraagd tijdens diens vakanties op de boerderij te passen. Van der Meer zag de complexiteit van de wereld achter het zuivelschap in de supermarkt. Een wereld die inmiddels wordt bepaald door datasensoren, flexibele melk- en voersystemen, panoramastallen, high welfare-vloeren, melkgiftoptimalisatie, methaanemissies, fosfaatplafonds et cetera, en o ja, door koeien. Van der Meer ontwikkelde zich sindsdien tot chroniqueur van het moderne koeienleven.

Het Stedelijk Museum Alkmaar heeft een tentoonstelling gewijd aan zijn project een deel van het werk werd eerder in de Volkskrant gepubliceerd – onder de titel De koe, het grazen voorbij. Een eufemisme, de titel van het bijbehorende, door Van der Meer geschreven boek is stelliger:Het moet anders. Op een van zijn foto’s zien we een grote machine waaruit een koeienkop steekt. Het dier lijkt te zweven; onder de machine zijn geen poten zichtbaar. De koe is met banden rondom haar buik opgehangen in een zogeheten hydraulische klauw-bekap-box, een apparaat dat runderen optilt zodat hun klauwen snel en efficiënt met een slijptol kunnen worden gemanicuurd. Veeverzorgers reizen met zulke verbluffende mobiele installaties langs de boerenerven. Ironisch detail: op de achtergrond van de foto is een molen te zien  geen mooier relict van slow living op het platteland.

Van der Meer opent een wereld van koeientechnologie, van cow fitters en gespecialiseerde runderfotografen. Een cow fitter is een stylist die koeien wast, kapt en stileert voor shows en veilingen, inclusief haarlak en make-up. De omgekeerde wereld: werden missverkiezingen vroeger weleens bestempeld als veekeuringen, het vee van nu wordt opgetut of het naar een missverkiezing moet. Op een van de beelden is te zien hoe een gepimpte vaars vanuit de coulissen door een zwart gordijn een podium wordt opgeduwd. Maar uiteindelijk gaat het de boer (en de fotograaf) niet om het uiterlijk: shows zijn bedoeld om de perfecte koe te laten zien en de perfecte koe is een efficiënte melkfabriek, ontstaan uit een geavanceerd fokprogramma. Na meer dan een eeuw selectie van dna neigen zulke programma’s steeds meer naar geknutsel met dna.

Het moet anders, stelt Van der Meer, maar hoe? Panoramastallen met stroverdelers die het stro uit de lucht laten neerdalen op de koeien? Biedt biologische veeteelt een oplossing? Nieuwe vormen van landbouw zoals koeientuinen? Hightech of juist meer natuur? De fotograaf stelt vragen, niet alleen met zijn beelden. Bezoekers van de expositie kunnen teksten beluisteren en filmpjes bekijken waarin melkveehouders aan het woord komen, onderzoekers, veganisten, milieuactivisten en dierenbeschermers.

Wie melkt nu eigenlijk die koe uit, de boer of de consument? Dilemma’s worden helder uiteengezet. Zo goedkoop mogelijke melk? Of iets meer betalen voor dierwelzijn zodat de koe in de wei kan blijven? Een groep bezoekende schoolkinderen raakt in verwarring: krijgt de koe een leuker leven als we ‘met z’n allen wat minder melk drinken’? ‘Melk is goed voor elk’, zegt er een. ‘Melk, de witte motor’, roept een ander. Jarenlange publiekscampagnes hebben hun werk gedaan.

Van der Meer heeft goed gekeken en geluisterd in stallen en op erven, is te rade gegaan bij wetenschappers en activisten, maar hij laat het oordeel aan de bezoeker. Bovenal geeft de expositie een heftige indruk van de moderne koe: een onontkoombaar onderdeel van een technologisch productieproces. En dat roept toch een twijfelmomentje op als je bij het zuivelschap in de supermarkt staat  je gunt zo’n beest een leven. Je krijgt het 19de-eeuwse schilderij voor ogen van Willem Roelofs, dat in Alkmaar als een contrapunt is opgehangen. Zo’n prachtig, zomers, zuiver, licht bewolkt en ongepolijst landschap met een beekje dat ‘naar den einder vliet’. Eén enkele koe staat met de achterpoten in een rietkraag, de voorpoten tussen de plompenbladeren. Zucht.

De koe, het grazen voorbij, t/m 28/10, Stedelijk Museum Alkmaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.