Prachtige emotionele opbouw naar een wedstrijd waarin de spanning wegloopt

Film (drama) - Borg/McEnroe

LaBeouf en Gudnason maken rijke personages van de tennislegendes. Je ziet hoe spannend die legendarische wedstrijd was, maar voelt het niet.

Borg/McEnroe

Drama
Regie Janus Metz
Met Sverrir Gudnason, Shia LaBeouf, Stellan Skarsgård
100 min., in 30 zalen

Zelfs niet-tennisliefhebbers moeten wel eens van de legendarische wedstrijd hebben gehoord. De Wimbledon-finale, 1980. Björn Borg kon geschiedenis schrijven door als eerste persoon ter wereld een vijfde Wimbledon-titel op zijn naam te schrijven. Hij kwam tegenover de man te staan die de kranten omschreven als 'zijn ergste nachtmerrie': het licht ontvlambare talent Joe McEnroe. Het liep uit op een historische titanenstrijd.

Dit soort beroemde krachtmetingen lenen zich prachtig voor een soort twee-in-een-biografische films. Zo was er bijvoorbeeld Frost/Nixon, een film die rondom een legendarisch interview was geconstrueerd. En Rush, over de concurrentiestrijd tussen Formule 1-coureurs Nikki Lauda en James Hunt. En nu is er dus Borg/McEnroe, van de Deense regisseur Janus Metz (van de fantastische documentaire Armadillo), een film die je met andere ogen naar de beroemde Wimbledon-finale wil laten kijken door in de aanloop de hoofdpersonen psychologisch in te kleuren.

Lees verder onder de trailer.

Dat doet de film knap. Acteur Sverrir Gudnason zet Borg neer als een beeldschoon, bovenmenselijk, Thor-achtig figuur, die al zijn emoties verbergt achter een teflonlaag. Tegelijkertijd is het een man in crisis, een neuroot die vasthoudt aan rituelen en bijgeloof, die moe is van de spotlights en dreigt te bezwijken onder de immense druk.

Indrukwekkender nog is Shia LaBeouf. McEnroe staat bekend om zijn verbale explosies op de tennisbaan; in de film wordt hij aangeduid als 'slechtere reclame voor de normen en waarden van Amerika dan Al Capone'. LaBeouf - zelf berucht om zijn korte lontje - geeft hem naast die fenomenale woedeuitbarstingen ook iets kwetsbaars, iets kinderlijks zelfs. Zijn McEnroe is óók een gekwetst jongetje.

En zo wordt de Wimbledon-finale een krachtmeting tussen de jonge hond en de gevestigde ster, tussen de underdog en de publiekslieveling, tussen emotie en controle. Tegelijkertijd laat de film met flashbacks (waarin de 14-jarige Leo Borg knap zijn jonge vader speelt) zien dat de mannen minder van elkaar verschillen dan je zou vermoeden.

Dit is allemaal opmaat naar die wedstrijd zelf natuurlijk, waar alle lijnen bij elkaar zouden moeten komen. Maar precies daar loopt alle opgebouwde spanning weg. Hoe ingenieus en gevarieerd gefilmd ook, knap begrijpelijk voor de tennisleek en mooi voor de fans, het blijft een 20 minuten durende, snel gemonteerde samenvatting van keer- en hoogtepunten, waarin de beroemde krantenfoto's ook even langs komen. Je ziet hoe spannend het was, maar voelt het niet. Emotie komt pas weer daarna, in de allerlaatste scène, buiten de tenniscourt - en dat is iets te laat.

Lees ook ons stuk over het ongelukkige huwelijk tussen film en tennis:

Waarom het zo lastig is om films over tennis te maken
Film en tennis, dat is geen gelukkig huwelijk. De Deense regisseur Janus Metz doet desalniettemin een poging met Borg/McEnroe. (+)